Gelet op de financiële toestand van het Lokaal Bestuur Geraardsbergen en de wettelijke verplichting om een financieel evenwicht te handhaven;
Overwegende dat het Lokaal Bestuur Geraardsbergen over de nodige financiële middelen dient te beschikken om de haar opgelegde taken, vastgesteld in het meerjarenplan 2026-2031, naar behoren te kunnen vervullen;
Overwegende dat de Vlaamse Overheid de leegstand en verwaarlozing van bedrijfsruimten op het grondgebied van de gemeente wil voorkomen en bestrijden;
Overwegende dat langdurige leegstand en verwaarlozing van bedrijfsruimten de kwaliteit van de onmiddellijke omgeving en het economisch aspect aantasten;
Overwegende dat aan de gemeenten de mogelijkheid wordt geboden om bovenop de Vlaamse heffing opcentiemen te heffen op deze belasting;
Overwegende dat het heffen van opcentiemen zal bijdragen in de strijd tegen leegstaande en verwaarloosde bedrijfsruimten;
Gelet op artikel 170 § 4 van de Grondwet;
Gelet op artikel 464/1 van het wetboek van de Inkomstenbelastingen 1992;
Gelet op de Vlaamse Codex Fiscaliteit van 13 december 2013, artikel 2.6.4.0.2 en artikel 3.1.0.0.4;
Gelet op het decreet lokaal bestuur van 22 december 2017, artikel 40 § 3, houdende de vaststelling van de gemeentelijke reglementen;
Gelet op het budget opgenomen in het meerjarenplan 2026-2031 AR: 73050000-Gewestbelasting op leegstand en verwaarlozing van bedrijfsruimten – BI: 002000-Fiscale aangelegenheden;
Artikel 1: Belastbare grondslag en belastbare periode
Voor de aanslagjaren 2026 tot en met 2031 worden ten bate van het Lokaal Bestuur 100 opcentiemen op de Vlaamse heffing op leegstaande en/of verwaarloosde bedrijfsruimten geheven.
Artikel 2: Wijze van inning
De vestiging en de inning van de gemeentelijke opcentiemen op de Vlaamse heffing op leegstaande en/of verwaarloosde bedrijfsruimten zal gebeuren door de Vlaamse Belastingdienst.