Gelet op de e-mail van 3 februari 2026 van raadslid Rurik Van Landuyt, fractieleider van de fractie Open VLD, waarbij in het daarbij gevoegd schrijven kennis wordt gegeven van de wijziging van de partijnaam van Open VLD naar Anders;
Gelet op artikel 36 van het Decreet Lokaal Bestuur;
Enig artikel:
Kennis te nemen van de mededeling van de naamsverandering van Open VLD naar Anders.
Gelet op het Algemeen Nood- en Interventieplan (ANIP) van de Stad Geraardsbergen, versie 1.0 zoals aanvaard door de gemeenteraad op 15 december 2009;
Overwegende dat ingevolge actualisatie wetgeving, organisatie, middelen en afspraken een periodieke bijwerking van het ANIP noodzakelijk was;
Gelet op de Wet van 15 mei 2007 betreffende de civiele veiligheid;
Gelet op het Koninklijk Besluit van 22 mei 2019 betreffende de nood- en interventieplannen;
Gelet op de Ministeriële omzendbrief van 14 mei 2024 betreffende het Koninklijk Besluit van 22 mei 2019;
Gelet op het Nieuwe Gemeentewet (Decreet Lokaal Bestuur),
Artikel 1:
Het aangepaste Algemeen Nood- en Interventieplan, versie 2.0, zoals in bijlage toegevoegd, goed te keuren.
Artikel 2:
Dit ANIP Stad Geraardsbergen wordt voor goedkeuring doorgestuurd naar de Federale Dienst Gouverneur Oost-Vlaanderen, dienst Noodplanning.
Artikel 3:
Na goedkeuring door de Federale Dienst van de Gouverneur van Oost-Vlaanderen wordt dit document verspreid naar de betrokkenen.
Gelet op de e-mail van 16 januari 2026 van de Intergemeentelijke Samenwerking Westlede (IGS Westlede) waarin de stad wordt uitgenodigd om deel te nemen aan de bijzondere algemene vergadering die zal plaatsvinden op 16 juni 2026;
Overwegende dat de agenda van deze bijzondere algemene vergadering volgende agendapunten bevat:
1. Wijzigingen van de statuten - schrappen van artikel 47 van de statuten:
Geen uitkering aan deelnemers mag gebeuren indien het netto-actief van de vereniging negatief is of ten gevolge daarvan negatief zou worden. Indien de vereniging beschikt over eigen vermogen dat krachtens de wet of de statuten onbeschikbaar is mag geen uitkering gebeuren indien het netto-actief is gedaald of zou dalen tot beneden het bedrag van dit onbeschikbare eigen vermogen.
2. Voorstel tot goedkeuring van de algehele nieuwe tekst van de statuten;
Overwegende dat de raad in zitting van 25 februari 2025 raadslid Rurik Van Landuyt heeft aangeduid als afgevaardigde van de stad Geraardsbergen voor de algemene vergadering van IGS Westlede;
Gelet op artikel 41 van het Decreet over het Lokaal Bestuur,
Artikel 1:
De agenda van de bijzondere algemene vergadering van IGS Westlede van 16 juni 2026 als volgt goed te keuren:
1. Wijzigingen van de statuten - schrappen van artikel 47 van de statuten:
Geen uitkering aan deelnemers mag gebeuren indien het netto-actief van de vereniging negatief is of ten gevolge daarvan negatief zou worden. Indien de vereniging beschikt over eigen vermogen dat krachtens de wet of de statuten onbeschikbaar is mag geen uitkering gebeuren indien het netto-actief is gedaald of zou dalen tot beneden het bedrag van dit onbeschikbare eigen vermogen.
2. Voorstel tot goedkeuring van de algehele nieuwe tekst van de statuten;
Artikel 2:
Raadslid Rurik Van Landuyt die zal deelnemen aan de bijzondere algemene vergadering van de intergemeentelijke samenwerking Westlede van 16 juni 2026 op te dragen zijn stemgedrag af te stemmen op de in de beslissing van de gemeenteraad van heden bepaalde standpunten met betrekking tot de agendapunten van voormelde algemene vergadering.
Gelet op de mondelinge vraag op 17 november 2025 om een dagboek van een soldaat uit Geraardsbergen, die zijn belevenissen beschrijft over de begindagen van de Tweede Wereldoorlog aan het archief van het Lokaal Bestuur Geraardsbergen te schenken;
Overwegende dat deze schenking een waardevolle aanvulling is voor het archief van Geraardsbergen omdat het over een soldaat uit Geraardsbergen gaat die in de Tweede Wereldoorlog gevochten heeft en daarna in Duitsland een krijgsgevangene was;
Overwegende dat een dagboek (egodocument) van een soldaat uit de Tweede Wereldoorlog een unieke inkijk geeft op hoe deze persoon deze dagen beleefd heeft en onderzoekers een unieke blik geeft over het leven toen;
Overwegende dat dit dagboek aan het archief van Lokaal Bestuur Geraardsbergen geschonken wordt om de bewaring ervan te verzekeren;
Gelet op de mondelinge vraag tot het schenken van twee verslagboeken van de Kleermakersbond 'De Eendracht', gesticht op 12 juli 1909;
Overwegende dat deze schenking een waardevolle aanvulling is over de sociaal-economische geschiedenis van Geraardsbergen, meer bepaald over hoe het er aan toeging in de verenigingen van de stad;
Overwegende dat deze twee verslagboeken aan het archief van Lokaal Bestuur Geraardsbergen geschonken worden om de bewaring ervan te verzekeren;
Gelet op artikel 41, 12° van het decreet lokaal bestuur van 22 december 2017;
Enig artikel:
De schenking van het dagboek 'Meidagen 1940' en de schenking van twee verslagboeken van de Kleermakersbond 'De Eendracht' te aanvaarden.
Gelet op het archief- en leeszaalreglement, goedgekeurd in de gemeenteraadzitting van 25 februari 2025;
Gelet op het nieuwe retributiereglement op de afgifte van administratieve stukken en documenten 2026-2031, goedgekeurd in de gemeenteraadszitting van 16 december 2025, ter vervanging van het retributiereglement 2024-2025, goedgekeurd op 30 januari 2024;
Overwegende dat de gebruikte linken in het archief- en leeszaalreglement niet langer functioneren, met name de verwijzingen naar de uitzonderingen op de wetgeving van openbaarheid van bestuur;
Overwegende dat enkele eigennamen en termen in het archief- en leeszaalreglement aangepast dienen te worden, onder meer door correct gebruik van hoofdletters;
Overwegende dat het hierdoor noodzakelijk is het huidige archief- en leeszaalreglement aan te passen;
Gelet op het oud Burgerlijk Wetboek van 21 maart 1804, artikel 29;
Gelet op het koninklijk besluit van 17 maart 2021 over de genealogisch opzoekingen in de akten van de burgerlijke stand en tot verlening van de toegang tot DABS aan het Algemeen Rijksarchief en het Rijksarchief in de Provinciën;
Gelet op het decreet lokaal bestuur van 22 december 2017;
Gelet op het retributiereglement op de afgifte van administratieve stukken en documenten 2024-2025 van 30 januari 2024;
Gelet op het retributiereglement op de afgifte van administratieve stukken en documenten 2026-2031 van 16 december 2025;
Gelet op het archief- en leeszaalreglement van 25 februari 2025;
Enig artikel:
Het archief- en leeszaalreglement, goedgekeurd op de gemeenteraad van 25 februari 2025, als volgt te wijzigen:
Deel I: Archiefreglement
Doel
Artikel 1:
§1. Het archief groeit continu aan, vanuit de organisatie en administratie, maar ook van buitenaf. Om o.a. het bewaren van waardevolle stukken veilig te stellen, is onderstaand reglement opgesteld.
§2. Interactie tussen beleidsorganen, de administratie van Lokaal Bestuur Geraardsbergen en de Archiefdienst is noodzakelijk om een duurzame bewaring te garanderen.
Definities
Artikel 2:
§1. ‘Archief Lokaal Bestuur Geraardsbergen’: gebouw waar de archiefstukken van de stad en het OCMW worden bewaard.
§2. Centrale archiefbewaarplaats: de voor het bewaren van archiefstukken aangewezen en volgens de gangbare wettelijke normen ingerichte ruimte of ruimten. Een synoniem is archiefdepot.
§3. Leeszaal: de ruimte voorzien door de Archiefdienst om archiefstukken te raadplegen. Een bezoeker mag enkel in deze ruimte archiefstukken raadplegen.
§4. Archiefvormer: persoon, groep personen of organisatie die zelfstandige archiefvorming als een van zijn of haar activiteiten heeft. Het is de dienst of de persoon die archiefdocumenten creëert.
§5. Archief: een geheel van archiefbescheiden, ongeacht hun vorm of drager, ontvangen of opgemaakt in functie van het uitoefenen van taken van de archiefvormer.
§5.1. Dynamisch archief: de fase waarin de archiefstukken in frequent administratief gebruik verkeren. Het zijn de nog lopende dossiers.
§5.2. Semi-dynamisch archief: de fase aansluitend op het dynamisch archief, waarin de archiefstukken worden overgedragen naar een daarvoor bestemde archiefruimte in afwachting van hun overbrenging naar de centrale archiefbewaarplaats. Ze worden niet zo frequent meer gebruikt, maar de stukken moeten nog steeds binnen handbereik van de dienst staan. De verantwoordelijkheid van de stukken rust nog altijd bij de behandelende dienst en niet bij de Archiefdienst.
§5.3. Statisch archief: de fase aansluitend op het semi-dynamisch archief, waarin de archiefstukken na overdracht beheerd worden in de centrale archiefbewaarplaats door de Archiefdienst. De archiefbescheiden worden slechts zelden meer gebruikt door de dienst.
§6. Archiefbescheiden: dit zijn archiefstukken die, ongeacht hun vorm en drager (ook digitaal opgeslagen informatie), ontvangen of opgemaakt zijn en bewaard moeten worden door de archiefvormer. Het archief vormt een wezenlijk en specifiek bestanddeel van het patrimonium van de stad. Archiefstukken kunnen zowel een administratieve gebruikswaarde, een juridische bewijskracht als een wetenschappelijke en culturele waarde hebben. Archief bestaat uit statisch, semi-dynamisch en dynamisch archief en bevat dossiers, registers, databases, elektronische bestanden, foto’s, plannen, etc. Synoniemen zijn: archiefstukken, archiefmateriaal, administratieve stukken, etc.
§7. Archiefdienst: dienst binnen de centrale administratie verantwoordelijk voor het in goede orde, geordende en toegankelijke staat bewaren van archiefbescheiden na de overbrenging naar de centrale archiefbewaarplaats. Ook zoekt de Archiefdienst archiefstukken op en behandelt deze de aanvragen van medewerkers en derden.
§8. Archivaris: de persoon met een academische opleiding die verantwoordelijk is voor het bewaren en beheren van archiefstukken die binnen Lokaal Bestuur Geraardsbergen worden aangemaakt en die deze na archiefbewerking (selectie-ordening-ontsluiting) opnieuw ten dienste stelt van het bestuur, de samenleving en de gebruikers.
§9. Archiefbeheer: beheer van statisch archiefmateriaal uit bestuurlijk en cultureelhistorisch perspectief. Archiefbeheer omvat ook het verlenen van advies bij het bewaren van (semi-)dynamisch archief. De niet-overgebrachte archieven worden op de diensten zelf bewaard, maar deze worden op een voor het archief correcte manier bewaard. Dit is noodzakelijk om het overzicht te bewaren en voor een correcte wijze van archiefvorming eens het in de statische fase zit. Onder archiefbeheer valt ook het ordenen en ontsluiten van het door de diensten overgedragen archief.
§10. Bewaartermijn: periode die voorzien is voor het bewaren van archiefdocumenten. Er bestaan verschillende termijnen. Sommige bewaartermijnen gaan maar tot een maand, andere tot 30 jaar en nog andere documenten moeten permanent bewaard worden.
§11. Serieregister: centraal register waarin categorieën van bestuursdocumenten (of series) worden bekendgemaakt. Binnen dit overzicht wordt aangegeven welke documenten dienen bewaard of vernietigd te worden. Een correcte vernietiging van archiefbescheiden kan enkel op basis van goedgekeurde selectieregels die gepubliceerd zijn in het centrale register. Dit gebeurt conform artikel III.82 en III.89 van het Bestuursdecreet. Het Serieregister is een centrale plek om selectieregels m.b.t. openbaarheid, veiligheid, persoonsgegevens, e.d. vast te leggen.
§12. Schonen: selectiemethode op het niveau van het dossier. Bij schonen verwijdert men dubbels, blanco bladen en alle elementen die op termijn schade aan het dossier kunnen toebrengen, zoals metalen of plastieken voorwerpen. Het schonen heeft als doel een zuiver dossier over te houden, waarvan alle te bewaren en niet te bewaren elementen van elkaar gescheiden zijn, en plaatswinst te bekomen in de depots.
§13. Vernietiging: het zodanig bewerken van archiefbescheiden dat de inhoud op geen enkele manier gereconstrueerd kan worden. Vernietigen gebeurt in de meeste gevallen door versnippering van papier. Dit gebeurt door een gespecialiseerde firma.
Bevoegdheden van het college van burgemeester en schepenen/vast bureau
Artikel 3:
§1. Het college van burgemeester en schepenen en het vast bureau zijn verantwoordelijk voor de archiefzorg, het zorgen voor de bewaring van het archief, de registers van burgerlijke stand en de bevolkingsregisters. Het college van burgemeester en schepenen is verantwoordelijk voor de zorg voor het gemeentearchief. Dit is conform met het Decreet Lokaal Bestuur artikel 56 (§5) en artikel 84 (§5). Het Vast Bureau is verantwoordelijk voor de zorg voor archiefdocumenten van het Openbaar Centrum voor Maatschappelijk Welzijn (OCMW).
§1.1. De werkzaamheden van het college van burgemeester en schepenen voor de archiefwerking zijn: aanwinsten goedkeuren, selecteren ter vernietiging, het garanderen van een goede bewaring, ordening, ontsluiting en terbeschikkingstelling van archiefbescheiden.
§1.2. Voor alle gevallen inzake het archiefbeheer waarin het archiefreglement en/of de archiefwetgeving niet voorziet, ligt de eindbeslissing bij het college van burgemeester en schepenen. Dit is ook het geval bij betwistingen.
§2. Conform artikels 56 en 84 van het Decreet Lokaal Bestuur bepaalt het college van burgemeester en schepenen/het vast bureau de verantwoordelijkheden van de Archiefdienst.
§3. Conform artikel 173 het Decreet Lokaal Bestuur, belast het college van burgemeester en schepenen/het vast bureau de algemeen directeur met het beheer van het (dynamisch) archief van de diensten die onder zijn/haar/hun verantwoordelijkheid staan.
§4. Particuliere archiefwervingen worden aan de Gemeenteraad voorgelegd. Na goedkeuring volgt een schriftelijke overeenkomst met de bepalingen van de Gemeenteraad. Deze archiefwervingen kunnen verschillende vormen aannemen, zoals een handgift, schenking e.d. Dit gebeurt conform met artikel 41 van het Decreet Lokaal Bestuur.
Opdracht van de archivaris
Artikel 4:
§1. De archivaris is verantwoordelijk voor het archiefbeheer.
- De overdracht van de archiefbescheiden uit de verschillende diensten komt tot stand middels een goede samenwerking tussen de Archiefdienst en de archiefverantwoordelijke van elke (groep) dienst(en). De Archiefdienst staat klaar om te helpen bij deze overdracht.
- Het is de taak van de Archiefdienst om het archief van Lokaal Bestuur Geraardsbergen te bewaren en ontsluiten naar medewerkers van het bestuur en derden toe.
- De centrale archiefbewaarplaatsen zijn afgesloten. De verantwoordelijkheid voor het uithalen en terugplaatsen van archiefstukken ligt bij de archivaris.
§2. De Archiefdienst adviseert inzake ordeningsmethoden, het toegankelijk maken en houden van het archief en de materiële bewaring van de verschillende archiefstukken. De dienst staat in voor het geven van adviezen aan medewerkers en bestuur.
§3. De archivaris beantwoordt schriftelijke, digitale en telefonische vragen om inlichtingen. Inlichtingen gevraagd door medewerkers van het stadsbestuur worden met voorrang behandeld.
Raadpleging gearchiveerde bestuursdocumenten - openbaarheid van bestuur
Artikel 5:
§1. Alle administratieve bestuursdocumenten van Lokaal Bestuur Geraardsbergen zijn in principe openbaar, zoals vermeld in de wetgeving rond de openbaarheid van bestuur, namelijk het Bestuursdecreet van 7 december 2018, Titel 2: Relatie tussen burgers en overheid, Hoofdstuk 3: Toegang tot bestuursdocumenten. De uitzonderingen op deze wetgeving worden in §4 opgesomd.
§2. Andere archieven, zoals private archieven, zijn in principe ook openbaar behalve als er persoonsgebonden gegevens op de stukken aanwezig zijn die ingaan tegen de wet op de bescherming van de persoonlijke levenssfeer, als er een overeenkomst is afgesloten die dit verbiedt, etc. Private archieven, zonder persoonsgebonden gegevens, waarbij geen overeenkomst is afgesloten in verband met de openbaarheid, worden na 30 jaar openbaar.
§3. Stukken die informatie bevatten over belangen, vermeld in de wetgeving betreffende de openbaarheid van bestuur, worden na 50 jaar openbaar. Hierop bestaan enkele uitzonderingen.
§4. Stukken die niet openbaar en/of toegankelijk zijn, ter bescherming van de persoonlijke levenssfeer:
- Akten Burgerlijke Stand (oud Burgerlijk Wetboek van 21 maart 1804, artikel 29)
* Geboortes jonger dan 100 jaar
* Huwelijken jonger dan 75 jaar
* Overlijdens jonger dan 75 jaar
- Bevolkingsregisters jonger dan 120 jaar (Koninklijk besluit van 16 juli 1992 betreffende het verkrijgen van informatie uit de bevolkingsregisters en het vreemdelingenregister)
- Openbaarheid van bestuur (Bestuursdecreet van 7 december 2018, Titel 2: Relatie tussen burgers en overheid, Hoofdstuk 3: Toegang tot bestuursdocumenten)
- Auteursrecht (Wetboek economisch recht XI.166, §1) en de naburige rechten
* Niet vrij te gebruiken tot 70 jaar na overlijden auteur
- Portretrecht (Wetboek economisch recht XI.174)
* Tot 20 jaar na overlijden van de geportretteerde mag (audio-)visueel materiaal niet gereproduceerd of gepubliceerd worden zonder toestemming.
Deel II: Leeszaalreglement
Doel
Artikel 6:
Dit leeszaalreglement is opgesteld met als doel bezoekers zo goed en correct mogelijk te kunnen helpen bij hun onderzoek.
Hoofdstuk 1: Bezoek leeszaal
Artikel 7:
§1. Bezoekers dienen elektronisch, schriftelijk of telefonisch een afspraak te maken vooraleer ze naar de leeszaal komen.
§2. De leeszaal is kosteloos toegankelijk tijdens de openingsuren die terug te vinden zijn op de website van Lokaal Bestuur Geraardsbergen. De leeszaalmedewerkers begeleiden de bezoekers gratis. Ze maken hen wegwijs in de leeszaal en de archiefdocumenten.
§3. De leeszaal is een werkplek, andere bezoekers worden niet gestoord. Stilte is de norm.
§4. Bezoekers moeten minimum twee dagen voor het bezoek de archiefstukken opvragen die ze willen inkijken, het maximale aantal op te vragen stukken is 5 per persoon, per afspraak.
- De opvraging dient schriftelijk, elektronisch of telefonisch te gebeuren.
- Bezoekers hebben geen toegang tot de archiefdepots.
- De consultatie is enkel mogelijk in de leeszaal, de originele stukken verlaten de leeszaal niet.
Artikel 8:
Bij het betreden van de leeszaal dient de bezoeker zich in te schrijven in het bezoekersregister aan de balie.
- Bij het intekenen verklaart de bezoeker zich akkoord met het leeszaal- en het archiefreglement.
- De gegevens van de bezoeker worden behandeld volgens de richtlijnen van de AVG (Algemene Verordening Gegevensbescherming).
Artikel 9:
§1. De bezoeker mag alleen potlood, losse bladen schrijfpapier, een fototoestel, een laptop en mobiele telefoon meenemen in de leeszaal.
- Rugzakken e.d. worden achtergelaten in de lockers.
- Lokaal Bestuur Geraardsbergen is niet verantwoordelijk voor gebeurlijke diefstal of beschadiging.
§2. Het is niet toegestaan te eten, te drinken, te telefoneren of te roken in de leeszaal en andere publieke ruimtes.
§3. Bezoekers worden verzocht de archiefstukken enkel met propere handen of met katoenen handschoenen vast te nemen.
- De katoenen handschoenen zijn aan de balie te verkrijgen.
- De bezoeker mag zijn/haar vingers niet bevochtigen om het papier om te slaan of aan te raken.
Artikel 10:
§1. De bezoeker kan slechts 1 archiefstuk tegelijk inkijken en dient deze na afloop opnieuw zorgvuldig in te pakken. De originele volgorde wordt met zorg gerespecteerd.
§2. Er mag niet op de archiefstukken geschreven worden.
§3. De archiefstukken mogen niet dienen als ondergrond om andere stukken op te leggen.
§4. Als de bezoeker fouten ontdekt in het archiefstuk, laat deze dit weten aan de Archiefdienst. Hij/zij onderneemt geen andere verdere actie.
§5. Indien bovenstaande regels niet gevolgd worden, wordt de schade vergoed door de bezoeker. Het te betalen bedrag wordt door een expert vastgesteld.
Hoofdstuk 2: Openbaarheid
Artikel 11:
§1. Statisch archief is vrij in te kijken overeenkomstig de wetten, decreten en reglementen inzake de openbaarheid van bestuur.
§2. De wetgeving van openbaarheid van bestuur (Bestuursdecreet van 7 december 2018, Titel 2: Relatie tussen burgers en overheid, Hoofdstuk 3: Toegang tot bestuursdocumenten) is niet van toepassing op:
- Akten Burgerlijke Stand (oud Burgerlijk Wetboek van 21 maart 1804, artikel 29)
* Geboortes jonger dan 100 jaar
* Huwelijken jonger dan 75 jaar
* Overlijdens jonger dan 75 jaar
- Bevolkingsregisters jonger dan 120 jaar (Koninklijk besluit van 16 juli 1992 betreffende het verkrijgen van informatie uit de bevolkingsregisters en het vreemdelingenregister)
- Auteursrecht (Wetboek economisch recht XI.166, §1) en de naburige rechten
* Niet vrij te gebruiken tot 70 jaar na overlijden auteur
- Portretrecht (Wetboek economisch recht XI.174)
* Tot 20 jaar na overlijden van de geportretteerde mag (audio-)visueel materiaal niet gereproduceerd of gepubliceerd worden.
§3. Documenten die nog niet geïnventariseerd zijn en nog beschreven moeten worden door de Archiefdienst, zijn niet openbaar.
- Als de aard van de ordening van het archief nog niet in orde is, zijn deze archiefbescheiden niet openbaar.
§4. Als de stukken in een gebrekkige materiële staat verkeren, worden ze niet ter inzage aangeboden. Dit gebeurt na oordeel van de Archiefdienst
- Het is wel mogelijk om een foto of scan van deze stukken te verkrijgen. Dit gebeurt op kosten van de ontlener volgens het retributiereglement op de afgifte van administratieve stukken en documenten van Lokaal Bestuur Geraardsbergen.
Hoofdstuk 3: Reproductie
Artikel 12:
§1. De Archiefdienst beschikt over de exclusieve bevoegdheid tot het maken van reproducties. Het maken van scans kan enkel indien het stuk tijdens het scanproces niet beschadigd wordt.
§2. Reproducties, zoals fotokopieën en scans, gemaakt door de Archiefdienst zijn betalend. De prijs staat vermeld in het retributiereglement op de afgifte van administratieve stukken en documenten van Lokaal Bestuur Geraardsbergen.
Artikel 13:
§1. De bezoeker mag zelf foto’s van de openbare stukken nemen, zonder flits en zonder contact tussen het archiefstuk en de apparatuur. Dit mag enkel als deze de uitdrukkelijke toestemming van de leeszaalverantwoordelijke heeft gekregen en indien de handeling het stuk niet beschadigt. De stukken liggen altijd plat op een tafel of een leessteun.
§2. De bezoeker houdt rekening met de verschillende rechten op deze stukken, zoals copyright, auteursrecht, naburige rechten, etc. De Archiefdienst en leeszaalmedewerkers ondersteunen de bezoeker hierbij.
§3. Noodzakelijk voor het garanderen van de veiligheid van de archiefstukken:
- In geval van een grote hoeveelheid archiefstukken, mag de bezoeker in samenspraak met de Archiefdienst foto’s nemen van het archiefstuk.
- Indien de leeszaalmedewerker acht dat er te veel schade aan het stuk berokkend zou worden, kan slechts een deel van het archiefstuk gereproduceerd worden door de bezoeker.
- De veiligheid van de archiefstukken primeert. De eindbeslissing ligt bij de Archiefdienst.
Artikel 14:
Ter bescherming van de materiële staat van de stukken worden onderstaande zaken gerespecteerd:
- Als er een digitale reproductie van de door de bezoeker opgevraagde stukken voorhanden is, wordt het originele stuk niet ter inzage gegeven.
- Indien er digitale reproducties aanwezig zijn, worden afschriften enkel van deze digitale reproducties gemaakt. De kostprijs voor de bezoeker staat in het retributiereglement vermeld.
- Scans, fotokopieën en foto’s nemen kan enkel indien het archiefstuk hierdoor niet beschadigd wordt.
Artikel 15:
Elke vorm van reproductie, zowel vanuit de Archiefdienst als van de bezoeker zelf, dient enkel voor persoonlijk gebruik. De reproducties mogen niet verspreid noch hergebruikt worden en de rechten op deze stukken moeten gerespecteerd worden.
Bijvoorbeeld: een afbeelding van een archiefstuk posten op sociale media (Facebook, e.d.) is ook het verspreiden van reproducties.
Hoofdstuk 4: Genealogisch en historisch onderzoek
Artikel 16:
§1. Bezoekers kunnen bij het archief van Lokaal Bestuur Geraardsbergen terecht om genealogische en historische opzoekingen te doen. De bezoeker verricht deze onderzoeken zelfstandig.
- Ze dienen zelf kennis te hebben van de verschillende talen (namelijk Nederlands en Frans) en van het oude schrift.
- Transcripties en vertalingen worden niet door de archiefmedewerkers gemaakt.
§2. De Archiefdienst biedt ondersteuning tijdens het onderzoek. De vragen van de bezoeker worden zo correct mogelijk beantwoord.
§3. De Archiefdienst kan slechts onder uitzonderlijke voorwaarden genealogische opzoeking voor derden verrichten:
- Als de bezoeker verhinderd is om de leeszaal te komen bezoeken. De bezoeker dient een gegronde motivatie te geven.
- Als de bezoeker gerichte informatie geeft om de zoektocht efficiënt en binnen de 30 minuten uit te voeren. Wanneer de opzoeking meer dan 30 minuten duurt, is het retributiereglement van kracht.
§4. Genealogische en historische opzoekingen krijgen geen voorrang op het andere takenpakket van de Archiefdienst. De dienst kan de opzoeking uitvoeren mits deze een voor de Archiefdienst haalbare datum voorstelt.
§5. Onderzoek verricht door de leeszaalmedewerker is betalend. Het tarief is terug te vinden in het retributiereglement op de afgifte van administratieve stukken en documenten van Lokaal Bestuur Geraardsbergen. De Archiefdienst heeft de eindbeslissing over welke onderzoeken ze wel en niet uitvoeren in functie van haalbaarheid, ontvankelijkheid en redelijkheid.
Hoofdstuk 5: Publicatie
Artikel 17:
Als een bezoeker een publicatie uitbrengt, zoals een artikel, paper, thesis, e.d., waarin stukken uit het archief van Lokaal Bestuur Geraardsbergen worden gebruikt, moet de vindplaats van de stukken vermeld worden. Dit gebeurt a.d.h.v. een verwijzing naar ‘archief Geraardsbergen, inventaris en inventarisnummer (vindplaats)’.
Artikel 18:
De bezoeker wordt verzocht een exemplaar van de publicatie aan de Archiefdienst te schenken. Deze wordt ter beschikking gesteld aan bezoekers van de leeszaal.
Hoofdstuk 6: Bruikleen
Artikel 19:
§1. Een stuk in bruikleen geven, kan uitsluitend toegestaan worden aan erkende instellingen, zoals rijksarchieven, stadsarchieven en universiteitsbibliotheken of voor tentoonstellingen. Aan particulieren wordt geen bruikleen toegestaan.
§2. Voor bruikleen is steeds de uitdrukkelijke toestemming van het college van burgemeester en schepenen nodig.
§3. Historisch belangrijke stukken worden nooit in bruikleen gegeven.
§4. De in bruikleen gegeven stukken moeten door de bruikleennemer verzekerd worden tegen diefstal, vernietiging, etc. De waarde van de stukken wordt door Lokaal Bestuur Geraardsbergen bepaald.
§5. De volle verantwoordelijkheid over de stukken ligt bij de bruikleennemer en deze persoon/organisatie wordt ook geacht te tekenen voor ontvangst e.d.
§6. Bij tentoonstellingen dienen de ontleende stukken op een correcte en veilige manier bewaard en tentoongesteld te worden.
Hoofdstuk 7: Inbreuken reglement
Artikel 20:
Als er een discussie ontstaat over zaken die niet in dit leeszaalreglement staan, neemt de Archiefdienst een beslising. Bij verdere discussie ligt de eindbeslissing bij het college van burgemeester en schepenen/vast bureau.
Artikel 21:
§1. De Archiefdienst heeft het recht om de inzage van stukken te weigeren. Dit kan bijvoorbeeld wanneer de Archiefdienst een sterk vermoeden, met goed onderbouwde argumentatie, heeft dat de bezoeker schade gaat toebrengen aan de archiefstukken. In geval er een digitale reproductie van het stuk beschikbaar is, wordt deze ter inzage gegeven (zie artikel 17).
§2. De Archiefdienst mag bezoekers het recht op inzage van archiefstukken ontzeggen bij het niet nakomen van dit leeszaalreglement.
§3. Het recht op inzage van archiefstukken kan permanent ontzegd worden als de bezoeker een poging tot diefstal heeft ondernomen of een stuk beschadigd heeft. Bij een (poging tot) diefstal wordt de politie onmiddellijk op de hoogte gebracht.
§4. De eindbeslissing ligt bij het college van burgemeester en schepenen.
Deel III: Retributiereglement op de afgifte van administratieve stukken en documenten
Afgifte van administratieve stukken
Er wordt een retributie geheven op de afgifte van administratieve stukken conform het retributiereglement op de afgifte van administratieve stukken en documenten 2026-2031 van 16 december 2025. Deze retributie valt ten laste van de personen en/of instellingen die deze administratieve stukken opvragen. De retributie is op voorhand betaalbaar of bij de afgifte van de stukken.
Gelet op de deelname van het Lokaal Bestuur Geraardsbergen aan het opdrachthoudend samenwerkingsverband ILvA, waarbij het Lokaal Bestuur op datum van 27 april 2021 de beheersoverdracht heeft gedaan voor een hernieuwbare termijn van 18 jaar;
Overwegende dat de vervuiler dient te betalen, en aldus moet worden vermeden dat te veel algemene middelen worden aangewend voor dienstverlening inzake het verwerven en verwerken van huishoudelijk afval;
Gelet op de aanpassing van de milieuheffing verschuldigd voor het storten en verbranden van afvalstoffen;
Overwegende dat deze aanpassing de kost voor het verbranden van grof vuil en restfractie voor alle ILvA-besturen doet toenemen met bijna een half miljoen euro;
Overwegende de bekendgemaakte intenties van de Vlaamse Regering om deze milieuheffing verder op te trekken;
Gelet op het Europese beginsel dat de vervuiler dient te betalen, en het niet wenselijk is de gestegen milieuheffing te laten betalen met algemene middelen;
Overwegende dat in 2025 een koppeling werd voorzien met ingang van 1 januari 2026 tussen de retributie enerzijds en de consumptieprijsindex anderzijds, waarbij aanpassing van de retributie slechts geschiedt wanneer de gestegen levensduurte een effectief bereikt veelvoud bereikt heeft;
Overwegende dat deze gestegen milieuheffing voor het storten en verbranden van afvalstoffen in rekening moet gebracht worden bij het indexatiemechanisme;
Overwegende dat het opnemen van de milieuheffing in de herzieningsformule niet tot ogenblikkelijke aanpassing van de retributie zal leiden, maar op termijn er wel voor zal zorgen dat de vervuiler deze heffing integraal betaalt;
Overwegende dat de Raad van Bestuur van IlvA instemde met een ontwerp van nieuw retributiereglement; dat dit nieuwe retributiereglement in werking dient te treden op datum van 1 april 2026;
Gelet op artikel 173 van de Grondwet aangaande retributies ten behoeve van het Lokaal Bestuur;
Gelet op het decreet houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid van 5/04/1995;
Gelet op het besluit van de Vlaamse regering van 1/06/1995 houdende de algemene en sectorale bepalingen inzake milieuhygiëne (Vlarem II);
Gelet op het decreet van 23/12/2011 betreffende het duurzaam beheer van materiaalkringlopen en afvalstoffen (Materialendecreet);
Gelet op het Vlaams reglement betreffende het duurzaam beheer van materiaalkringlopen en afvalstoffen van 17/02/2012;
Gelet op het Ministerieel besluit houdende de goedkeuring van de verlenging en van de wijzigingen die de opdrachthoudende vereniging ILvA in haar statuten heeft aangebracht op de buitengewone algemene vergadering van 22/06/2021;
Gelet op de deelname van het Lokaal Bestuur Geraardsbergen aan het opdrachthoudend samenwerkingsverband ILvA, waarbij het Lokaal Bestuur op datum van 27 april 2021 de beheersoverdracht heeft gedaan voor een hernieuwbare termijn van 18 jaar;
Gelet op het gemeenteraadsbesluit van 25 maart 2025 houdende vaststelling van het retributiereglement voor de inzameling van afval;
Gelet op de voorafgaande bespreking op de Raad van Bestuur van ILvA van 14/10/2025 en 16/12/2025;
Gelet op artikel 40 §3 van het Decreet Lokaal Bestuur van 22 december 2017 aangaande de bevoegdheid van de gemeenteraad inzake het vaststellen van gemeentelijke retributiereglementen;
Gelet op het budget opgenomen in het meerjarenplan 2026-2031 AR: 61399999 – Diverse dienstprestaties van derden – BI: 030000-Ophalen en verwerken van huishoudelijk afval;
Gelet op het budget opgenomen in het meerjarenplan 2026-2031 AR: 70030000 – Retributies voor diftar/ophaalronde – BI: 030000-Ophalen en verwerken van huishoudelijk afval;
Artikel 1:
Het retributiereglement voor de inzameling van afval van 25 maart 2025 wordt met ingang van 1 april 2026 opgeheven.
Artikel 2:
Met ingang van 1 april 2026 wordt het retributiereglement voor de inzameling van afval als volgt vastgesteld:
Artikel 1:
Een retributie wordt geheven op de inzameling van afvalstoffen waarbij het intergemeentelijke samenwerkingsverband ILvA gemachtigd is de retributie voor het Lokaal Bestuur te innen.
Artikel 2: Definitie
De retributie is verschuldigd door de aanbieder van het afval.
Onder de aanbieder van het afval wordt verstaan: een bij ILvA aangesloten gemeentelijke dienst, hierna de gemeente(n) genoemd, of de referentiepersoon van:
Afdeling 1: Recyclagepark
Artikel 3: Retributie voor de globaal aangebrachte hoeveelheid afvalstoffen
Er wordt vanaf 01 april 2026 een retributie geheven op de aanvoer van afvalstoffen op de recyclageparken van de in de desbetreffende algemene politieverordening toegelaten soorten en hoeveelheden afval.
Toegang tot het recyclagepark wordt verkregen door middel van:
Artikel 4: Kostprijs voor de globaal aangebrachte hoeveelheid
De retributie voor de globaal aangebrachte hoeveelheid wordt vastgesteld als volgt, per kalenderjaar:
Bovenvermelde tarieven worden op 1 januari van ieder jaar aangepast aan de stijging van de consumptieprijsindex. Voor aanpassing wordt de consumptieprijsindex van de maand oktober jongstleden vergeleken met deze van oktober 2024. De aanpassing aan de stijging van de consumptieprijsindex geschiedt met veelvouden van € 0,01 waarbij afronding steeds naar het effectief bereikte veelvoud van € 0,01 gebeurt.
Artikel 5: Vrijstelling retributie voor de globaal aangebrachte hoeveelheid
§1. De referentiepersoon van het gezin of het tweede verblijf wordt per kalenderjaar van het betalen van de in artikel 4 bepaalde retributie vrijgesteld voor de eerste aangebrachte 125 kg, voor zover bij een bezoek uitsluitend recycleerbaar afval wordt aangebracht.
Als ook niet-recycleerbaar afval wordt aangebracht, wordt het nog niet gebruikte deel van deze vrijstelling voorbehouden voor een volgend bezoek waarbij uitsluitend recycleerbaar afval wordt aangebracht.
§2. Elke aanbieder die enkel recycleerbare materialen aanbiedt, heeft recht op een korting van 10% op het verschuldigde bedrag zoals bepaald via de tarieven in artikel 4.
Artikel 6:
Indien tijdens een bezoek aan het recyclagepark uitsluitend afvalstoffen, waarvoor een aanvaardingsplicht geldt, worden aangebracht, zijn de in artikel 5 bedoelde gezinnen tijdens het hele kalenderjaar vrijgesteld van de in dit retributiereglement vastgelegde retributies, onder de uitdrukkelijke voorwaarde dat deze afvalstof niet samen met andere afvalstoffen wordt aangeboden.
Artikel 7: Hechtgebonden asbest
Bijkomend wordt de aanvoer van 200 kg hechtgebonden asbest per aanbieder per kalenderjaar gratis aanvaard op voorwaarde dat deze afvalstof niet samen met ander afval wordt aangeboden.
Artikel 8: Berekening te betalen retributie
De te betalen retributie wordt voor elk bezoek bepaald aan de hand van twee wegingen van de aanbieder met zijn voertuig of met een ter beschikking gestelde kruiwagen in het geval de aanbieder te voet is, een eerste maal bij het binnenrijden van het recyclagepark, een tweede maal bij het buitenrijden. Het verschil tussen de tweede en de eerste weging is de grondslag van de retributie.
Artikel 9: Betaling retributie
§1. De retributie wordt overeenkomstig artikel 13 voor het verlaten van het recyclagepark betaald door middel van een provisierekening. Wanneer de provisierekening onvoldoende saldo bevat om de volledig verschuldigde retributie te betalen, kan het deel dat niet betaald kan worden door middel van de provisierekening ter plaatse betaald worden, door middel van bancontact.
§2. Bezoek aan het recyclagepark is niet mogelijk van zodra de provisierekening een saldo vertoont lager dan € 0,00. Het is mogelijk in dit geval het saldo op de provisierekening ter plaatse aan te zuiveren, aan de ingangszuil van het recyclagepark.
Afdeling 2: Beschikbaar stellen van recipiënten, aanbieden van afvalcontainers, verkoop van compostvaten en inzamelen van restfractie via ondergrondse containers.
Artikel 10:
Er wordt vanaf 01 april 2026 een retributie geheven op het beschikbaar stellen van recipiënten bestemd voor het ophalen van huishoudelijk afval, op de verkoop van compostvaten en het inzamelen van huishoudelijk afval via ondergrondse containers, en voor het verlenen van een aantal dienstverleningen in het kader van afvalinzameling en- verwerking.
Artikel 11: Bedrag retributie
De retributie wordt als volgt samengesteld:
11.1. Voor de verkoop van zakken:
11.2. Aanbieden van de restfractie en GFT-afval:
11.2.1. Voor het aanbieden van restfractie enerzijds een forfaitaire kost van € 0,30 per aanbieding van een container van 40 liter of 140 liter, € 0,60 per aanbieding van een container van 240 liter, € 1,20 per aanbieding van een container van 500 liter, € 1,75 per aanbieding van een container van 750 liter en € 2,35 per aanbieding van een container van 1050 liter, en anderzijds voor elk containervolume een variabele kost van € 0,30 per aangeboden kilogram restfractie. De te betalen retributie wordt voor elke aanbieding bepaald aan de hand van twee wegingen van de aangeboden afvalcontainer, een eerste maal voor de lediging ervan, een tweede maal na de lediging ervan. Het verschil tussen de tweede en de eerste weging is de grondslag van de retributie.
11.2.2. Voor het aanbieden van GFT-afval enerzijds een forfaitaire kost van € 0,30 per aanbieding van een container van 40 liter of 140 liter, € 0,60 per aanbieding van een container van 240 liter, en anderzijds voor elk containervolume een variabele kost van € 0,15 per aangeboden kilogram GFT. De te betalen retributie wordt voor elke aanbieding bepaald aan de hand van twee wegingen van de aangeboden afvalcontainer, een eerste maal voor de lediging ervan, een tweede maal na de lediging ervan. Het verschil tussen de tweede en de eerste weging is de grondslag van de retributie.
11.2.3. Jaarlijks worden de volgende tarieven op 1 januari van ieder jaar aangepast aan de stijging van de consumptieprijsindex.
- De forfaitaire kost per aanbieding van een container voor het aanbieden van restfractie;
- De forfaitaire kost per aanbieding van een container voor het aanbieden van GFT-afval;
- De variabele kost per aangeboden kilogram GFT-afval;
Jaarlijks worden de volgende tarieven op 1 januari van ieder jaar aangepast aan de stijging van de consumptieprijsindex, vermeerderd met de door ILvA verschuldigde milieuheffing (per kilogram) voor het storten en verbranden van huishoudelijke afvalstoffen.
- De variabele kost per aangeboden kilogram restfractie;
11.2.4. De in 11.2.3. genoemde aanpassing aan de stijging van de levensduurte geschiedt met veelvouden van € 0,05 waarbij afronding steeds naar het effectief bereikte veelvoud van € 0,05 gebeurt.
11.2.5. Voor de in 11.2.3. en 11.2.4. genoemde aanpassing worden jaarlijks de consumptieprijsindex van de maand oktober jongstleden vergeleken met deze van oktober 2024.
11.2.6. Het maximale gewicht van de inhoud van een aangeboden container bedraagt:
|
|
40 liter |
140 liter |
240 liter |
| GFT |
15 kilogram |
70 kilogram |
110 kilogram |
| Restfractie |
15 kilogram |
60 kilogram |
110 kilogram |
11.3. Ondergrondse containers
11.3.1. Voor het gebruik van de ondergrondse containers voor restfractie: een retributie van € 1,20 per inworp met een volume van maximaal 30 liter. Jaarlijks wordt deze retributie op 1 januari van ieder jaar aangepast aan de stijging van de consumptieprijsindex, vermeerderd met de door ILvA verschuldigde milieuheffing (per kilogram) voor het storten en verbranden van huishoudelijke afvalstoffen. Voor aanpassing wordt de consumptieprijsindex van de maand oktober jongstleden vergeleken met deze van oktober 2024. De aanpassing aan de stijging van de levensduurte geschiedt met veelvouden van € 0,05 waarbij afronding steeds naar het effectief bereikte veelvoud van € 0,05 gebeurt.
11.3.2. Voor het gebruik van de ondergrondse containers voor PMD een retributie van € 0,125 per inworpvolume van 30 liter.
11.3.3. Alle ondergrondse containers worden bediend met een door ILvA ter beschikking gestelde afvalpas. De referentiepersoon van het gezin of van het tweede verblijf die voor het aanbieden van huishoudelijk afval van een ondergrondse container gebruik dient te maken, wordt één afvalpas gratis ter beschikking gesteld.
11.3.4. Voor de aankoop van een afvalpas voor het bedienen van de ondergrondse containers: € 5,00.
11.4. Sloten
Voor de aankoop van een containerslot met twee sleutels voor een restfractiecontainer: € 35,00.
11.5. Voor het ophalen van grofvuil, snoeiafval en tuinafval aan huis:
11.5.1. Voor grofvuil
11.5.2. Voor snoeiafval en tuinafval
11.5.3. Jaarlijks worden de retributies vermeld in 11.5.1. op 1 januari van ieder jaar aangepast aan de stijging van de consumptieprijsindex, vermeerderd met de door ILvA verschuldigde milieuheffing (per kilogram) voor het storten en verbranden van huishoudelijke afvalstoffen. Voor aanpassing wordt de consumptieprijsindex van de maand oktober jongstleden vergeleken met deze van oktober 2024. De aanpassing aan de stijging van de levensduurte geschiedt met veelvouden van € 0,50 waarbij afronding steeds naar het effectief bereikte veelvoud van € 0,50 gebeurt.
11.5.4. Jaarlijks worden de retributies vermeld in 11.5.2. op 1 januari van ieder jaar aangepast aan de stijging van de consumptieprijsindex. Voor aanpassing wordt de consumptieprijsindex van de maand oktober jongstleden vergeleken met deze van oktober 2024. De aanpassing aan de stijging van de consumptieprijsindex geschiedt met veelvouden van € 0,20 waarbij afronding steeds naar het effectief bereikte veelvoud van € 0,20 gebeurt.
11.6. Evenementen van verenigingen en gemeenten:
Verenigingen en gemeenten kunnen naar aanleiding van een evenement recipiënten voor de afvalinzameling aanvragen. Hiervoor wordt een leverkost aangerekend, afhankelijk van het volume, alsook een verwerkingskost per kilogram ingezameld afval, afhankelijk van de fractie.
Indien onvoldoende goed werd gesorteerd, wordt in elk geval de verwerkingskost van “restfractie” aangerekend. Verlies of schade van ontleende materialen wordt op de ontlener verhaald.
| Product |
|
Volume |
Leverkost |
Verwerkingskost per kg |
|
|
|
|
|
|
| Restcontainer |
|
240 liter |
€ 5,00 |
€ 0,30 |
|
|
|
500 liter |
€ 10,00 |
€ 0,30 |
|
|
|
1050 liter |
€ 20,00 |
€ 0,30 |
| Afvaleiland |
Rest + PMD |
480 liter |
€ 5,00 |
€ 0,30 voor de restfractie |
| Glas |
|
240 liter |
€ 5,00 |
- |
| PMD |
|
240 liter |
€ 5,00 |
- |
| Papier & karton |
|
240 liter |
€ 5,00 |
- |
|
|
|
500 liter |
€ 10,00 |
- |
Jaalijks wordt de in 11.6. vermelde verwerkingskost per kg op 1 januari van ieder jaar aangepast aan de stijging van de consumptieprijsindex. Voor de restfractie wordt deze tevens vermeerderd met de door ILvA verschuldigde milieuheffing (per kilogram) voor het storten en verbranden van huishoudelijke afvalstoffen. Voor aanpassing wordt de consumptieprijsindex van de maand oktober jongstleden vergeleken met deze van oktober 2024. De aanpassing aan de stijging van de levensduurte geschiedt met veelvouden van € 0,05 waarbij afronding steeds naar het effectief bereikte veelvoud van € 0,05 gebeurt.
11.7. Composteren
11.7.1. Een door ILvA ter beschikking gestelde GFT-container kan gratis geruild worden voor een compostvat met beluchtingsstok.
11.7.2. Voor de aankoop van een compostvat: 20 euro.
11.7.3. Voor de aankoop van een compostbak: 70 euro. Voor de aankoop van een aanbouwmodule: 58 euro.
11.7.4. Voor de aankoop van een beluchtingsstok: 5 euro.
11.7.5. Na het afstaan van een gratis door ILvA ter beschikking gestelde GFT-container of het ruilen van een gratis door ILvA ter beschikking gestelde GFT-container voor een compostvat het opnieuw aanvragen van een GFT-container: € 50,00 of gratis als de gezinssamenstelling dusdanig is gewijzigd dat de aanvraag gerechtvaardigd is.
11.7.6. Voor het afhalen van compost op het recyclagepark: € 4,00 per zak van 40 liter. Afhalen van compost in bulk bij de composteringsinstallatie in Geraardsbergen: € 10 per begonnen schijf van 500 kg.
11.8. Asbest
11.8.1. Voor verkoop aan gemeenten, verenigingen, tweede verblijvers en gezinnen, van platen- en kuubzakken voor het inzamelen van hechtgebonden asbest: € 30 per zak, waarbij maximaal 5 platen- of kuubzakken per kalenderjaar en per adres kunnen worden besteld. De platen- en kuubzakken kunnen door de aanbieder ervan na betaling worden afgehaald op het gekozen recyclagepark, tijdens de openingsuren, en op vertoon van het betalingsbewijs. De platen- en kuubzakken worden geleverd met twee sets van persoonlijke beschermingsmiddelen en een infobrochure.
Per kalenderjaar en per adres heeft de aanbieder recht op één gratis inzameling van maximaal 5 aangekochte platen- en kuubzakken. Voor bijkomende inzamelingen wordt een retributie van € 90 aangerekend, ongeacht het aantal platen- en kuubzakken. Deze retributie van € 90 wordt tevens aangerekend als de platen- of kuubzakken op het aangegeven moment niet of niet correct zijn aangeboden door de aanbieder.
11.9. Andere dienstverlening in het kader van afvalinzameling en verwerking
11.9.1. Voor het ruilen van een gratis door ILvA ter beschikking gestelde GFT-container of restfractiecontainer voor een ander volume GFT-container of restfractiecontainer:
- de eerste wissel binnen het eerste jaar na ontvangst van de container is gratis;
- vanaf de tweede wissel: € 50,00 of gratis als de gezinssamenstelling dusdanig is gewijzigd dat de aanvraag gerechtvaardigd is.
11.9.2. Voor het ter beschikking stellen van kunststof zakken (1,5m³) voor piepschuimtransport:
€ 45,00 per bundel van 5 zakken.
11.9.3. Voor het ter beschikking stellen van een ‘recyclageparkkaart niet-particulieren’ aan gemeenten, verenigingen, bedrijven voor toegang op het recyclagepark: € 40,00. Het ter beschikking stellen van één ‘recyclageparkkaart particulieren’ aan gezinnen en tweede verblijvers is gratis. De wissel van een ter beschikking gestelde recyclageparkkaart particulieren of niet particulieren kost € 5,00.
11.9.4. Voor de aankoop van maximaal één bijkomende container per leveradres en per fractie:
| 40 en 140 liter |
€ 40 |
| 240 liter |
€ 60 |
Artikel 12: Verschuldigdheid retributie
De volgende retributies zijn verschuldigd bij:
De andere retributies vermeld in dit reglement zijn verschuldigd meteen na uitvoering van de bijhorende dienstverlening.
Artikel 13: Provisierekening
§1. Onverminderd de bepalingen in de artikelen 9 en 12 van dit retributiereglement kunnen, met uitzondering van de aankoop van blauwe PMD-zakken en biozakjes, het ter beschikking stellen van kunststof zakken voor piepschuimtransport, de aankoop van compostvaten, compostbakken en beluchtingsstokken, de retributies vermeld in dit reglement enkel betaald worden door middel van een door ILvA ter beschikking gestelde provisierekening.
§2. De provisierekening kan steeds op het eigen initiatief van de hieraan gekoppelde referentiepersoon worden aangezuiverd via overschrijving van een saldo op de provisierekening. De eerste betalingsuitnodiging voor de provisierekening bedraagt € 35,00.
§3. Wanneer het resterende saldo op de provisierekening van de referentiepersoon de eerste limiet van € 12,50 bereikt – d.w.z. wanneer het saldo gelijk aan of kleiner dan € 12,50 wordt – zal aan de referentiepersoon een eerste betalingsuitnodiging worden gezonden. Dit laat de gebruiker toe tijdig de nodige betalingen te laten uitvoeren, opdat de dienstverlening niet in het gedrang zou komen.
§4. Wanneer het resterende saldo op de provisierekening van de referentiepersoon geen krediet meer bevat – d.w.z. wanneer het saldo kleiner wordt dan € 0,00 – zal vervolgens de referentiepersoon een betalingsuitnodiging worden toegezonden, met een betaaltermijn van 14 dagen.
Het aanbieden van de restfractie en GFT-afval blijft net als het gebruik van ondergrondse containers mogelijk tot verstrijken van de betaaltermijn. De referentiepersoon en het eventueel daaraan gekoppelde gezin, vereniging, tweede verblijf of bedrijf zal van zodra het resterende saldo op de provisierekening van de referentiepersoon geen krediet meer bevat, d.w.z. als het saldo kleiner is dan € 0,00, echter geen gebruik meer kunnen maken van de andere dienstverlening zoals beschreven in dit retributiereglement tot wanneer het saldo op de provisierekening opnieuw € 0,00 of meer bedraagt.
§5. Als de referentiepersoon na verzending van ten minste één kosteloze herinnering nalaat het provisiekrediet aan te zuiveren, zal een aangetekende aanmaning aan de betreffende referentiepersoon worden toegezonden. In deze aangetekende aanmaning worden de volgende bijkomende kosten verrekend:
§6. De financieel directeur kan hierna, overeenkomstig artikel 177 van het decreet over het lokaal bestuur, een dwangbevel uitvaardigen, geviseerd en uitvoerbaar verklaard door het college van burgemeester en schepenen om de retributie in te vorderen.
§7. Bij afmelding van een referentiepersoon of bij vaststellen van een overlijden van een referentiepersoon wordt de dienstverlening stopgezet. Het nog beschikbare krediet wordt ten vroegste zes weken na stopzetten van de dienstverlening teruggestort op het rekeningnummer dat laatst werd gebruikt voor het storten van krediet op de provisierekening.
Afdeling 3: Weghalen en/of opkuisen van achtergelaten afval.
Artikel 14:
Er wordt een retributie geheven op het weghalen en/of opkuisen door het lokaal bestuur van afval achtergelaten op niet-reglementaire plaatsen of tijdstippen, of in niet-reglementaire recipiënten.
De retributie is verschuldigd door de persoon die de afvalstoffen achtergelaten heeft.
Desgevallend zijn diegenen die daartoe opdracht of toelating gaven en/of eigenaar van de afvalstoffen zijn, hoofdelijk aansprakelijk voor de betaling van de retributie.
Het tarief van de retributie wordt als volgt vastgesteld:
De retributie moet betaald worden binnen de twee maanden na de toezending van de factuur.
Artikel 15:
Afschrift van deze beslissing toe te sturen aan het opdrachthoudend intergemeentelijk samenwerkingsverband Land van Aalst voor Milieu.
Gelet op de financiële toestand van het Lokaal Bestuur Geraardsbergen en de wettelijke verplichting om een financieel evenwicht te handhaven;
Overwegende dat het Lokaal Bestuur Geraardsbergen over de nodige financiële middelen dient te beschikken om de haar opgelegde taken, vastgesteld in het meerjarenplan 2026-2031, naar behoren te kunnen vervullen;
Overwegende dat de gemeenten bevoegd zijn voor de aanleg en het onderhoud van openbare rioleringen, de bouw en de exploitatie van kleinschalige rioolwaterzuiveringsinstallaties;
Overwegende dat sommige gebouwen te ver liggen van het rioleringsnet en dat het economisch niet verantwoord is om tot aan deze bewuste gebouwen riolering aan te leggen;
Overwegende dat deze gebouwen daarom ingetekend zijn op het zoneringsplan als individueel te optimaliseren buitengebied;
Overwegende dat hier een eigen waterzuivering moet geplaatst worden om het afvalwater te zuiveren;
Overwegende dat het plaatsen van een IBA in de eerste plaats een verplichting is van de eigenaar van de woning;
Overwegende dat, voor een goed zuiveringsresultaat, het van belang is dat de IBA’s technisch van goede kwaliteit zijn, beschikken over een keuring, correct geplaatst worden en in gebruik genomen en onderhouden worden;
Overwegende dat het Lokaal Bestuur dit kan garanderen door een collectieve aanpak voor de plaatsing, het onderhoud en de exploitatie in te voeren;
Overwegende dat de invoering van deze collectieve aanpak en het ontwerp van overeenkomst tussen de stad en de eigenaar(s) met daarin alle voorwaarden werd goedgekeurd bij gemeenteraadsbesluit van 5 juli 2022;
Overwegende dat de collectieve aanpak inhoudt dat het Lokaal Bestuur de IBA aankoopt, plaatst en onderhoudt als dienstverlening naar de burger;
Overwegende dat, volgend uit het gelijkheids- en billijkheidsprincipe, de gemeenschap met deze dienstverlening bijdraagt in de aansluiting van de woningen gelegen in het individueel te optimaliseren buitengebied, naar analogie met de kosten die de gemeenschap draagt voor de aansluiting van woningen gelegen in centraal gebied en collectief te optimaliseren buitengebied via de uitvoering van rioleringsprojecten;
Overwegende dat om redenen van billijkheid en gelijkheid het daarom aangewezen is dat ook de eigenaar(s) van een gebouw waar een IBA moet geplaatst worden een eenmalige retributie betalen die van dezelfde grootteorde is als de gemiddelde kost voor een standaard huisaansluiting;
Overwegende dat, bij de keuze voor de plaatsing, het onderhoud en de exploitatie van een IBA door het Lokaal Bestuur, de saneringsbijdrage die de eigenaar betaalt via de waterfactuur aan het Lokaal Bestuur toekomt om de kosten voor het onderhoud van de installatie te dekken;
Overwegende dat in het gemeenteraadsbesluit van 16 december 2025 niet werd verwezen naar de correcte aanvangsindex;
Overwegende dat de basisretributie van 2500,00 euro al verschillende jaren werd geïndexeerd;
Gelet op de verordening, daterend van 5 juli 2022, waarin het indexmechanisme werd opgenomen; meer bepaald is de retributie onderworpen aan de gezondheidsindex en wordt als volgt berekend: de basisindex is die van mei 2022, zijnde 120,25 (basis 2013 = 100) en de nieuwe index is deze van de maand december voorafgaand aan de datum van de ingebruikname van de IBA;
Overwegende dat de correcte aanvangsindex moet opgenomen worden in het retributiereglement, dit in overeenstemming met de voorgaande jaren en zoals goedgekeurd in de verordening van 5 juli 2022;
Overwegende dat het lokaal bestuur, in het kader van rioleringswerken, optreedt als btw-plichtige; dat bijgevolg de retributie moet behandeld worden als een btw-belastbare handeling;
Overwegende dat in het retributiereglement bijgevolg de tarieven moeten opgenomen worden exclusief BTW;
Overwegende dat een retributie een kostendekkende vergoeding betreft die de overheid vordert als tegenprestatie voor de levering van een bijzondere dienst aan een derde in diens persoonlijk belang of de toestemming voor een rechtstreeks bijzonder voordeel;
Overwegende dat een retributie gekoppeld is aan een concrete dienst die zelf wordt aangevraagd door de heffingsplichtigen of waar zij direct gebruik van maken;
Overwegende dat het bijgevolg redelijk is om een retributie te vragen als tegenprestatie voor de verleende dienst;
Gelet op het gemeenteraadsbesluit van 5 juli 2022 betreffende de aanpassingen van het besluit van 14 april 2015 aangaande het goedkeuren van de gemeentelijke verordening betreffende de lozing van huishoudelijk afvalwater, de verplichte aansluiting op de openbare riolering en de afkoppeling van hemelwater afkomstig van particuliere woningen of van niet uitsluitend voor bewoning dienende gebouwen en goedkeuren van het ontwerp van overeenkomst tussen de stad en de eigenaar(s) met daarin de voorwaarden betreffende de collectieve aanpak voor het plaatsen, onderhoud en exploitatie van een IBA;
Gelet op het gemeenteraadsbesluit van 16 december 2025 houdende vaststelling van het retributiereglement voor het collectief plaatsen van IBA’s, individuele behandeling van afvalwater 2026-2031;
Gelet op het decreet lokaal bestuur van 22 december 2017, artikel 40 § 3, houdende vaststelling van de gemeentelijke reglementen;
Gelet op het budget opgenomen in het meerjarenplan 2026-2031 AR: 70093000–Andere retributies inzake afvalwater – BI: 031000-Beheer van regen- en afvalwater;
Artikel 1:
Het retributiereglement, daterend van 16 december 2025, voor het collectief plaatsen van IBA’s, individuele behandeling van afvalwater 2026-2031 wordt opgeheven met ingang van 25 februari 2026.
Artikel 2:
Met ingang van 25 februari 2026 tot en met 31 december 2031 wordt het retributiereglement voor het collectief plaatsen van IBA’s, individuele behandeling van afvalwater, als volgt vastgesteld:
Artikel 1: voorwerp en tarieven
Voor het leveren en plaatsen van een IBA zal een éénmalige retributie verschuldigd zijn van 2.500 euro. Deze retributie is voor een IBA van een ééngezinswoning tot 5 inwoners equivalenten (IE). De meerkost voor het aansluiten van meer dan 5 IE zal verrekend worden aan de eigenaar. De retributie is verschuldigd door de aanvrager van de IBA.
De tarieven zijn exclusief BTW
Artikel 2: indexatie
De retributie voor het aanvragen van een IBA wordt jaarlijks geïndexeerd volgens de gezondheidsindex. De aanvangsindex is de gezondheidsindex van mei 2022, zijnde 120,25 (basis 2013=100). De aanpassing gebeurt op basis van de volgende formule:
Nieuw tarief = huidig bedrag X gezondheidsindex van de maand december voorafgaand aan de datum van de ingebruikname van de IBA / Aanvangsindex.
Artikel 3: betalingsvoorwaarden
Alle retributies zijn ondeelbaar verschuldigd en dienen te worden betaald na toezending van een factuur.
Het college van burgemeester en schepenen kan steeds weigeren nog diensten te verstrekken indien de retributies die verschuldigd zijn niet werden betaald.
Artikel 4: minnelijke invorderingsprocedure
Indien de factuur niet of onvolledig werd betaald binnen de termijn van dertig kalenderdagen volgend op de factuurdatum, wordt de debiteur aan de hand van een eerste herinnering uitgenodigd het verschuldigde bedrag te betalen binnen een termijn van vijftien kalenderdagen vanaf de verzending van de eerste en laatste herinnering.
Artikel 5: gedwongen invorderingsprocedure
Er is geen bijzondere procedure voorzien voor de invordering van retributies.
Artikel 177 van het decreet lokaal bestuur is eveneens van toepassing op de invordering van retributies: met het oog op de invordering van de fiscale en niet-fiscale ontvangsten kan de financieel directeur een dwangbevel uitvaardigen, geviseerd en uitvoerbaar verklaard door het college van burgemeester en schepenen, om onbetwiste en opeisbare niet-fiscale schuldvorderingen in te vorderen. Het dwangbevel wordt betekend bij deurwaardersexploot.
Een dwangbevel kan door het college van burgemeester en schepenen alleen worden geviseerd en uitvoerbaar verklaard worden als de schuld opeisbaar, vaststaand en zeker is. De schuldenaar moet bovendien vooraf aangemaand zijn met een aangetekende brief, met een brief die afgegeven wordt tegen ontvangstbewijs, of via een elektronische melding van gegevens die voldoet aan de voorwaarden, vermeld in artikel 2281 van het burgerlijk wetboek, en die een bewijs oplevert van deze melding, van het tijdstip waarop ze is verricht en van de authenticiteit en de integriteit van de verwerkte gegevens.
De gemeente zal administratieve kosten aanrekenen voor die aangetekende brief, zoals bepaald in het retributiereglement factuurvoorwaarden en invorderingskosten niet-fiscale ontvangsten. De kosten zijn ten laste van de schuldenaar en kunnen ook ingevorderd worden via het dwangbevel.
Bij betwisting van de schuldvordering zijn de gewone burgerlijke rechtbanken bevoegd.
Overwegende dat de Stad Geraardsbergen naar jaarlijkse traditie het Krakelingenfeest organiseert;
Overwegende dat dit evenement erkend is als Vlaams Immaterieel Cultureel Erfgoed en is opgenomen op de Representatieve Lijst van het Immaterieel Cultureel Erfgoed van de Mensheid van UNESCO;
Overwegende dat een belangrijk onderdeel van dit evenement de historische stoet door het stadscentrum is met meer dan 1000 participanten;
Overwegende dat een groot deel van deze participanten inwoners, verenigingen en scholen of andere organisaties van Geraardsbergen betreffen;
Overwegende dat het lokaal bestuur met dit subsidiereglement de participatie aan de Krakelingenstoet wil stimuleren en ondersteunen, en tegelijk de waardevolle inzet van de participanten erkennen;
Overwegende dat de participant hiertoe een aanvraag moet indienen;
Overwegende dat het reglement de verschillende modaliteiten weergeeft zoals de voorwaarden en de procedure rond de aanvraag tot subsidie;
Gelet op artikel 40 van het decreet lokaal bestuur;
Overwegende dat voor deze uitgave de nodige middelen werden voorzien in het exploitatiebudget van het meerjarenplan 2026-2031 op budgetsleutel: AR 64900000, beleidsitem 071000, kostenplaats "KRAKELINGEN";
Artikel 1:
Het subsidiereglement betreffende de toekenning van subsidies voor participanten aan de Krakelingenstoet als volgt goed te keuren en in werking te laten treden vanaf 25 februari 2026:
Artikel 1: Doel
Het lokaal bestuur wil met dit subsidiereglement de deelname aan de Krakelingenstoet stimuleren en ondersteunen, en tegelijk de waardevolle inzet van de participanten erkennen.
Artikel 2: Definities
- Krakelingenstoet: Historische stoet door het stadscentrum georganiseerd door het lokaal bestuur Geraardsbergen tijdens het krakelingenfeest.
- Participant: Er zijn meerdere vormen van participatie aan de Krakelingenstoet:
Artikel 3: Doelgroep
De participatie aan de Krakelingenstoet staat open voor verschillende vormen van participanten:
- individuele personen,
- feitelijke verenigingen of vzw’s,
- scholen of andere organisaties.
Binnen elke van deze categorieën kan een aanvraag tot subsidiëring worden ingediend.
Een participant die deelneemt via een vereniging, school of organisatie en waarvoor deze groep reeds een subsidie ontvangt, kan voor dezelfde deelname geen afzonderlijke subsidie als natuurlijk persoon aanvragen.
Artikel 4: Voorwaarden voor subsidiëring
De participant moet effectief hebben deelgenomen aan de Krakelingenstoet en een waardevolle inzet hebben geleverd. Dit houdt minstens in dat:
- de deelname een bijdrage aan het historisch karakter of de kwaliteit van de stoet heeft gehad,
- de door de organisator vastgelegde afspraken (die bezorgd worden aan de participanten bij inschrijving) inzake kledij, gedrag, timing en positionering werden nageleefd.
Artikel 5: Subsidiebedrag
Voor de deelname aan de Krakelingenstoet worden de volgende subsidiebedragen vastgesteld:
- €10 per figurant,
- €50 per begeleider, commentator of jurylid.
Indien een participant deelneemt in de vorm van een vereniging, school of andere organisatie, zullen de subsidiebedragen van alle binnen deze groep geregistreerde figuranten en begeleiders samengevoegd worden tot één totaalbedrag, dat vervolgens wordt uitbetaald aan de betrokken vereniging, school of organisatie.
Artikel 6: Aanvraag
De subsidie moet schriftelijk aangevraagd worden bij de administratie van het Lokaal Bestuur Geraardsbergen binnen de vastgelegde termijn, die loopt vanaf de dag van de stoet tot en met 1 april van het jaar waarin de stoet heeft plaatsgevonden. Aanvragen buiten deze termijn worden niet in behandeling genomen.
De aanvraag gebeurt op basis van het aanvraagformulier, ter beschikking gesteld door het Lokaal Bestuur Geraardsbergen. Om ontvankelijk te zijn dient het aanvraagformulier volledig, naar waarheid ingevuld en ondertekend te zijn.
De subsidieaanvraag dient bezorgd te worden aan het Lokaal Bestuur Geraardsbergen: Cultuurdienst, Markt 9A, 9500 Geraardsbergen of via krakelingen@geraardsbergen.be .
Artikel 7: Beslissing
De ingediende aanvragen worden gecontroleerd op ontvankelijkheid, het correcte aantal deelnemers en op het voldoen aan de in dit reglement vastgelegde voorwaarden.
Op basis van deze beoordeling neemt het College van Burgemeester en Schepenen een gemotiveerd besluit tot het al dan niet toekennen van de subsidie.
Artikel 8: Betaling
De uitbetaling van de subsidie gebeurt op basis van het toekenningsbesluit van het College van Burgemeester en Schepenen.
De subsidie wordt uitbetaald aan de natuurlijke persoon, vereniging, school of organisatie op de bankrekening die werd vermeld op het aanvraagformulier. De betaling gebeurt maximaal binnen één maand na het toekenningsbesluit van het College van Burgemeester en Schepenen.
Artikel 9: Gegevens
De gegevens van de participant zullen uitsluitend worden gebruikt voor het beoordelen van de aanvraag en voor het uitvoeren van de betaling van de subsidie.
Artikel 10: Inwerkingtreding
Het reglement treedt in werking op 25 februari 2026 en loopt tot en met 31 december 2031.
Overwegende het succes van het subsidiereglement voor het chippen en onvruchtbaar maken van huiskatten, zoals vastgesteld door de gemeenteraad van 27 februari 2024;
Overwegende dat er een beperkt aantal wijzigingen in het nieuw voorgestelde subsidiereglement worden opgenomen;
Overwegende dat het lokaal bestuur Geraardsbergen via dit reglement gezinnen blijvend financieel wil ondersteunen door het toekennen van een subsidie bij het onvruchtbaar maken (sterilisatie of castratie) en/of chippen van hun huiskat;
Overwegende dat het lokaal bestuur hiermee streeft naar het op termijn verminderen van de kattenpopulatie op een diervriendelijke manier;
Overwegende dat het reglement de verschillende modaliteiten weergeeft zoals de voorwaarden en de procedure rond de aanvraag tot subsidie;
Overwegende dat de eigenaar van de kat hiertoe een aanvraag moet indienen; dat de behandelende dierenarts een deel van de aanvraag moet invullen; dat na goedkeuring de eigenaar een subsidie zal ontvangen;
Gelet op artikel 40 van het decreet lokaal bestuur;
Gelet op het subsidiereglement voor het chippen en onvruchtbaar maken van huiskatten, zoals vastgesteld door de gemeenteraad van 27 februari 2024;
Overwegende dat dit een budgettaire impact heeft;
Overwegende dat de nodige kredieten zijn opgenomen in het meerjarenplan 2026-2031 op volgende budgetsleutel: AR 64900000 en BI 047000,
Enig artikel:
Het subsidiereglement voor het chippen en onvruchtbaar maken van huiskatten als volgt goed te keuren:
Artikel 1: Doel
Het Lokaal Bestuur Geraardsbergen streeft ernaar om op termijn de kattenpopulatie op een diervriendelijke manier te verminderen. Door middel van een subsidie voor het chippen en onvruchtbaar maken van huiskatten stimuleert het Lokaal Bestuur Geraardsbergen gezinnen om aan die doelstelling bij te dragen. De toekenning van de subsidie geschiedt binnen de grenzen van de voorziene budgetten in het meerjarenplan en volgens de bepalingen van dit reglement.
Artikel 2: Definities
Artikel 3: Doelgroep
De aanvrager van de subsidie dient gedomicilieerd te zijn in de stad Geraardsbergen op het ogenblik van de ingreep om zijn/haar huiskat te chippen en onvruchtbaar te maken bij een erkende dierenarts.
Artikel 4: Subsidiebedrag
Het toe te kennen subsidiebedrag bestaat uit 2 onderdelen:
- 4.1: een subsidie van 20,00 euro voor het registreren en chippen van de huiskat
- 4.2: een subsidie van 15,00 euro voor de castratie van een kater en een subsidie van 30,00 euro voor de sterilisatie van een kattin.
Wanneer de ingreep onder 4.1 en 4.2 samen wordt uitgevoerd, wordt het subsidiebedrag in één keer uitgekeerd (35,00 voor een kater en 50,00 euro voor een kattin).
Anders zijn volgende voorwaarden van toepassing:
- de subsidie onder 4.1 wordt enkel uitgekeerd als de aanvrager kan aantonen dat de ingreep onder 4.2 (het onvruchtbaar maken van de kat) eerder werd uitgevoerd.
- de subsidie onder 4.2 wordt enkel uitgekeerd als de aanvrager kan aantonen dat de ingreep onder 4.1 (het chippen en registreren van de kat) eerder werd uitgevoerd.
Er wordt een subsidie toegekend voor 1 huiskat per kalenderjaar per gezin.
Artikel 5: Aanvraag
De subsidie moet schriftelijk aangevraagd worden bij de administratie van de stad Geraardsbergen en dit maximaal drie maand na de chirurgische ingreep. De aanvraag gebeurt op basis van het aanvraagformulier van de stad Geraardsbergen. Om ontvankelijk te zijn, dient het volledig ingevulde en ondertekende aanvraagformulier de volgende gegevens te vermelden:
Het volledig ingevulde en ondertekende subsidieaanvraagformulier dient verstuurd of bezorgd te worden aan stad Geraardsbergen: Dienst milieu, Weverijstraat 20, 9500 Geraardsbergen of via milieu@geraardsbergen.be.
De subsidie zal betaald worden na de bestudering van het aanvraagdossier en het besluit van het College van Burgemeester en Schepenen.
Als het aantal aanvragen het voorziene budget overschrijdt, zal op basis van de datum van indiening van de aanvraag de subsidie toegekend worden volgens het principe “eerst aangevraagd, eerst behandeld”.
Wanneer de subsidieaanvraag onvolledig is, neemt het lokaal bestuur Geraardsbergen contact op met de aanvrager waarin wordt meegedeeld dat de aanvraag onvolledig is en dat de nodige aanvullende informatie moet worden overgemaakt binnen een termijn van 1 maand.
Artikel 6: Beslissing
De subsidie kan geweigerd worden indien de verantwoordelijke niet voldoet aan de door de stad Geraardsbergen vereiste voorwaarden. In dit geval zal de verantwoordelijke een schrijven ontvangen met de reden van weigering.
Artikel 7: Betaling
De subsidie wordt uitbetaald aan de verantwoordelijke binnen de drie maanden na indiening van het volledig ingevulde en ondertekende aanvraagformulier en dit binnen de grenzen van de voorziene budgetten in het meerjarenplan.
Artikel 8: Gegevens
De gegevens zullen uitsluitend worden gebruikt voor het beoordelen van de aanvraag van een subsidie voor het chippen, steriliseren of castreren van huiskatten en voor het uitvoeren van de betaling van de subsidie.
Artikel 9: Inwerkingtreding
Het reglement treedt in werking op 25 februari 2026.
Gelet op het besluit van het college van burgemeester en schepenen van 11 december 2023 houdende het project 'Herinrichting Den Bleek', goedkeuren bestek, raming, gunningswijze en aanduiden firma's;
Gelet op het besluit van het college van burgemeester en schepenen van 15 januari 2024 houdende het goedkeuren van een vergunningsaanvraag van De Watergroep via GIPOD in de Guilleminlaan (aanleg waterleiding Den Bleek);
Overwegende dat De Watergroep een waterleiding legt en er een erfdienstbaarheid dient gevestigd te worden van aan de ingang via Guilleminlaan tot aan het dokhuis;
Gelet op het besluit van de gemeenteraad van 16 december 2025 houdende de principiële goedkeuring voor het vestigen van de erfdienstbaarheid op Den Bleek, Guilleminlaan 4A, waarin de percelen 41018A0507/00L002 en 41018A0508/00S000 vermeld worden, maar gewijzigd wordt aangezien het perceel 41018A0508/00S000 eigendom is van het OCMW Geraardsbergen;
Overwegende dat deze erfdienstbaarheid , met een breedte van 5 meter loopt over de percelen:
- 41018A0508/00N000 - eigendom van de stad
- 41018A0507/00L002 - eigendom van de stad
Overwegende dat deze erfdienstbaarheid werd uitgetekend in een opmetingsplan door de landmeter;
Gelet op de omzendbrief KB/ABB 2019/3 - transacties van onroerende goederen door lokale en provinciale besturen en door besturen van erkende erediensten;
Gelet op artikel 34, 41 en 42 van het decreet lokaal bestuur;
BI 005000 - AR 26000000,
Artikel 1:
De wijziging van de gemeenteraadsbeslissing van 16 december 2025 principieel goed te keuren om op volgende percelen op Den Bleek, Guilleminlaan 4A, een erfdienstbaarheid te vestigen met een breedte van 5 meter, volgens het opmetingsplan van 21 november 2025 van de landmeter-expert, voor De Watergroep:
- 41018A0508/00N000
- 41018A0507/00L002
Artikel 2:
Het college van burgemeester en schepenen te machtigen tot de verdere uitvoering van dit dossier en het aanstellen van een notaris.
Overwegende dat op 12 augustus 2025 het Agentschap voor Natuur en Bos vroeg om twee percelen aan te kopen in Zandbergen, kadastraal gekend als afdeling 12 sectie B nrs 345 en 349A, beide eigendom van het lokaal bestuur Geraardsbergen;
Gelet op punt 3.2 "mededinging en transparantie" van de omzendbrief KB/ABB 20L9/3 dat bepaalt dat transacties van onroerende goederen door lokale en provinciale besturen door besturen van de erkende erediensten stelt dat er alleen om redenen van algemeen belang kan worden aanvaard dat de transactie zonder concurrentie verloopt, dat dit voldoende moet gemotiveerd worden door het bestuur;
Overwegende dat deze percelen in de Dendervallei liggen en in teken van het T.OP Denderproject aangekocht wensen te worden, dat de Dendervallei belangrijke uitdagingen kent op vlak van demografie, economie, mobiliteit, open ruimte en klimaat, dat dit een geïntegreerde aanpak en samenwerking vraagt tussen Vlaamse, provinciale en lokale actoren, dat dit project als maatschappelijke doelstellingen heeft om de omgevingskwaliteit in de Dendervallei te verbeteren, de effecten van de klimaatverandering te temperen en de economische groei te stimuleren, dat hierdoor de transactie zonder concurrentie kan verlopen:
Overwegende dat perceel afdeling 12 sectie B nr 345, 16,8 are is, vrij van gebruik;
Overwegende dat perceel afdeling 12 sectie B nr 349A, 13,70 are is en verpacht wordt;
Overwegende dat de pachter op 16 december 2025 verklaart afstand te doen van al de pachtrechten voor het perceel afdeling 12 sectie B nr 349A, na het tekenen van de aankoopakte;
Overwegende dat beide percelen geschat worden op 8.328 euro, volgens het schattingsverslag van 7 november 2025;
Gelet op het decreet lokaal bestuur van 22 december 2017, artikel 40, §1 en §2 en artikel 41§11;
Gelet op de omzendbrief KB/ABB 20L9/3 - transacties van onroerende goederen door lokale en provinciale besturen door besturen van de erkende erediensten;
Ontvangst in te schrijven in het budget onder 005000/26000000/IP OVERIGPATRIM/VASTGOED,
Artikel 1
Principieel akkoord te gaan met de verkoop van volgende percelen te Zandbergen aan het Agentschap Natuur en Bos, in teken van het T.OP Denderproject, voor 8.328 euro:
- Afdeling 12 sectie B nr 345, 16,8 are, vrij van gebruik
- Afdeling 12 sectie B nr 349A, 13,70 are, met akkoord van eindigen pachtrechten na tekenen van de verkoopakte
Artikel 2
Het college van burgemeester en schepenen te machtigen tot de verdere uitvoering van dit dossier en het aanstellen van een notaris.
Gelet op de vraag van 6 januari 2026 van de instrumenterend notaris waarbij er verzocht wordt om voor een verkaveling te Zavelstraat z/n een stuk grond kosteloos af te staan aan het lokaal bestuur Geraardsbergen:
- kadastraal gekend als afdeling 4 (Overboelare) sectie B deel van nummer 721B
- met gereserveerd perceelsidentificatienummer 962D (ID: 41056 B 0962/00 D000 P0000)
- met een oppervlakte van 17 ca 80 dma
- voorafgaandelijke perceelsidentificatie van 18 ca
Gelet op de omgevingsvergunning, OMV_2024136308 van 18 februari 2019, verleend door het college van burgemeester en schepenen van 31 maart 2025, waarbij volgende voorwaarde gesteld wordt:
Het deel van de gemeenteweg nr 38 dat ongeveer loodrecht op de as van de Zavelstraat zal aantakken en 1 meter breed is, dient vrij en onbelast en zonder kosten voor de stad volgens de geëigende procedure gratis aan de stad worden afgestaan;
Gelet op het proces-verbaal van opmeting, opgemaakt op 27 oktober 2025, door de landmeter-expert, met aanduiding van de rooilijn en de opsplitsing;
Gelet op het besluit van het college van burgemeester en schepenen tot verlenen van de omgevingsvergunning, OMV_2024136308 van 18 februari 2019;
Gelet op het bodemattest van 5 december 2025 voor het perceel, kadastraal gekend als afdeling 4 (Overboelare) sectie B nummer 721/00B000;
Gelet op de samenvatting van PRECAD, afgeleverd op 5 november 2025;
Gelet op de vastgoedinlichtingen voor overdracht van 10 december 2025;
Gelet op de ontwerpakte van kosteloze grondafstand, opgemaakt door de instrumenterend notaris;
Overwegende dat de genoemde eigenaar met het verzoek tot overdracht zich definitief en onherroepelijk verbindt de genoemde gronden kosteloos over te dragen aan de stad;
Gelet op het decreet lokaal bestuur van 22 december 2017,
Geen financiële impact,
Artikel 1
Voor de verkaveling te Zavelstraat z/n een stuk grond kosteloos op te nemen bij het openbaar domein en er een bestemming van openbaar nut aan te geven:
- kadastraal gekend als afdeling 4 (Overboelare) sectie B deel van nummer 721BP0000
- met gereserveerd perceelsidentificatienummer 962DP0000
- met een oppervlakte van 17 ca 80 dma
- voorafgaandelijke perceelsidentificatie van 18 ca
- OMV_2024136308
Artikel 2
De ontwerpakte van kosteloze grondafstand goed te keuren.
Artikel 3:
Alle kosten, rechten en erelonen van deze akte, met inbegrip de kosten die betrekking hebben op de leveringsplicht van de overdrager, zijn voor rekening van de overdrager. Deze overdracht is kosteloos, alle lasten inbegrepen.
Overwegende dat de Vlaamse Maatschappij Sociaal Wonen (VMSW) een samenwerkingsovereenkomst met het lokaal bestuur en met de woonmaatschappij Dender Zuid wenst af te sluiten. Het lokaal bestuur wordt gevraagd deze overeenkomst mee te ondertekenen, ook al heeft de lokale overheid geen financieel aandeel. Het lokaal bestuur wordt betrokken omdat zij de regisseur is van het lokaal woonbeleid en ook betrokken is bij de vergunningsaanvraag. Bovendien doet de gemeente via het Lokaal Woonoverleg (LWO) de belofte om de infrastructuur (gedeeltelijk) in te lijven in het openbaar domein. De samenwerkingsovereenkomst is een manier om afspraken te maken over de werfopvolging en de financiering.
Overwegende dat deze overeenkomst de derde fase betreft van dit sociaal huisvestingsproject 'Rodendries' gelegen tussen de Dagmoedstraat en Ooievaarsnest, de ontwikkeling van het binnengebied. Deze fase voorziet om in het binnengebied een aantal blokken met woningen te bouwen, alsook een toekomstige groene publieke ruimte.
Overwegende dat het lokaal bestuur geen enkele financiële verplichting heeft in dergelijk project. In de overeenkomst (artikel 15) verbindt het lokaal bestuur zich wel ertoe de grond waarin- of waarop de wegenis-, riolerings- en omgevingswerken zijn aangelegd over te nemen binnen de termijn en volgens de bepalingen zoals voorzien in artikel 5.66 van het Besluit Vlaamse Codex Wonen (VCW). Deze overname is kosteloos maar houdt op termijn wel een structurele onderhoudskost (voornamelijk groenonderhoud) in van wat bij de publieke ruimte zal worden ingelijfd.
Bevoegdheid van de gemeenteraad volgens het Decreet Lokaal bestuur, artikels 2 §2 en 41;
Vlaamse Codex Wonen, Boek 5, Deel 2, Titel 3, Hoofdstuk 2, Afdeling 1, artikel 5.66;
Enig artikel:
De samenwerkingsovereenkomst met de VMSW en Woonmaatschappij Dender Zuid voor de aanleg van wegen-, riolerings- en omgevingswerken in de Rodendries (fase 3 binnengebied) als volgt goed te keuren:
Artikel 1: Aanduiding aanbestedende overheid
De VMSW en haar partners beslissen de hoger beschreven werken en diensten in het algemeen belang samen te voegen en de VMSW aan te duiden om in gezamenlijke naam bij de gunning en de uitvoering van de opdrachten als aanbestedende overheid op te treden, overeenkomstig art. 48 van de wet van 17 juni 2016 inzake overheidsopdrachten.
Artikel 2: Studie, leiding en toezicht van de werken
Als aanbestedende overheid zal de VMSW de gunning van de opdracht(en) voor de studie en de leiding van de gezamenlijke werken organiseren conform de wetgeving overheidsopdrachten, aan de hand van één of meerdere overeenkomsten met één of meerdere ontwerpers.
Overeenkomstig artikel 3 van de ereloonovereenkomst, die terug te vinden is in de bijlage bij deze samenwerkingsovereenkomst treden de andere betalende partijen rechtstreeks toe tot deze ereloonovereenkomst door het ondertekenen van een samenwerkingsovereenkomst en het betekenen van deze getekende samenwerkingsovereenkomst aan de partijen en aan de ontwerper. De ontwerper moet dan geen bijkomende ereloonovereenkomst afsluiten met de partners. De ontwerper maakt per betalende partij aparte facturen op en dient deze in bij elke betalende partij.
De partijen staan in voor de goedkeuring van studie en de uitvoering voor het deel van de werken dat volledig of gedeeltelijk te hunnen laste is. De partners nemen tegenover de aanbestedende overheid de verantwoordelijkheid voor de uitvoering, de technische bepalingen die zij ter zake in het bestek laten inlassen, en alle wijzigingen of bijwerken die tijdens de uitvoering van de opdracht noodzakelijk blijken en verband houden met de uitvoering van de werken te hunnen laste. De leidend ambtenaar wordt aangesteld door de VMSW en is belast met de leiding der werken. Dit betekent dat hij alleen gemachtigd is om – voor alle werken, wie ze ook ten laste neemt – opdrachten te geven aan de aannemer, proces-verbaal van ingebrekestelling op te maken, proces-verbaal van voorlopige en definitieve oplevering der werken op te maken, de werken te schorsen, vorderingsstaten te adviseren, verrekeningen op te maken en voor te stellen, eventuele maatregelen van ambtswege voor te stellen, enz.
Alle taken die niet uitdrukkelijk aan de leidend ambtenaar werden toegekend conform het Modelbestek Wegenbouw van de VMSW, komen aan de VMSW toe als aanbestedende overheid. Alvorens belangrijke beslissingen te nemen (schorsing der werken, nemen ambtshalve maatregelen,…) worden de partners bevraagd en wordt er een gezamenlijk standpunt ingenomen.
Voor beslissingen die betrekking hebben op het deel van de werken ten laste van de partners zal de leidende ambtenaar voorafgaandelijk aan zijn beslissing, advies vragen aan die partners. Indien er geen tegenstrijdigheden kunnen uit voortvloeien is dit advies bindend. In elk geval dient dit advies te worden gegeven binnen een termijn die noodzakelijk is voor de vlotte vooruitgang der werken. De partners dragen de volledige verantwoordelijkheid, ook financieel, voor onder meer het tijdig verlenen van dit advies. De partijen dragen het ereloon van de ontwerper op het deel der werken te hunnen laste. De VMSW staat in voor het toezicht op de werken die geheel of gedeeltelijk ten laste van het Vlaamse Gewest zijn. De partners kunnen op eigen kosten bijkomend toezicht op de werken laten uitvoeren.
Artikel 3: Veiligheidscoördinatie
Als aanbestedende overheid zal de VMSW, in overeenstemming met de overheidsopdrachtenwetgeving en het koninklijk besluit van 25 januari 2001 betreffende de tijdelijke of mobiele bouwplaatsen, één gemeenschappelijke veiligheidscoördinator - ontwerp en één gemeenschappelijke veiligheidscoördinator - verwezenlijking aanstellen. Indien vereist volgens voormeld koninklijk besluit, wordt de veiligheidscoördinatie voor de woningbouw en de infrastructuur samengevoegd in één overeenkomst met de gemeenschappelijke veiligheidscoördinator- ontwerp en gemeenschappelijke veiligheidscoördinator- verwezenlijking.
Alle partijen bij deze samenwerkingsovereenkomst zien er op toe dat de veiligheidscoördinator zijn opdrachten, samenhangend met hun aandeel in de samengevoegde opdrachten, te allen tijde volledig en adequaat vervult, dat hij betrokken wordt bij alle etappes van de studie en de uitvoering van de werken en dat hij alle informatie krijgt die nodig is voor de uitvoering van zijn opdrachten.
De partijen dragen de kost van de veiligheidscoördinatie op het deel der werken te hunnen laste.
Artikel 4: Aanvullende onderzoeken.
4.1 Bodemsaneringsdeskundige en technisch verslag
Als aanbestedende overheid zal de VMSW, in overeenstemming met de overheidsopdrachtenwetgeving en de wetgeving en reglementering met betrekking tot het werken met uitgegraven bodem, een bodemsaneringdeskundige aanstellen voor het opstellen van het technisch verslag overeenkomstig de standaardprocedure voor de opmaak van een technisch verslag van 20 april 2020 en latere wijzigingen. Elke partij draagt de kosten van het ereloon van de bodemsaneringdeskundige, het milieuhygiënisch bodemonderzoek, de aanvraag tot conformverklaring van het technisch verslag, extra gerelateerde prestaties door het studiebureau, … op het deel der werken dat te haren laste is, op basis van het (geraamde) aandeel in het totale volume grondverzet.
4.2. Sloopopvolgingsplan
Als aanbestedende overheid zal de VMSW, in overeenstemming met de overheidsopdrachtenwetgeving en de wetgeving en reglementering met betrekking tot het selectief slopen en de sloopopvolging, een deskundige aanstellen voor het opstellen van het sloopopvolgingsplan overeenkomstig de standaardprocedure opgesteld door OVAM alsook het eventueel actualiseren ingeval de geldigheidstermijn reeds verstreken is. Het opvragen van de conformverklaring aan een erkende sloopbeheersorganisatie is inbegrepen in de opdracht. De aanbestedende overheid voegt het conform verklaarde sloopopvolgingsplan toe aan het bestek.
Elke partij draagt de kosten van het ereloon van de deskundigen, het sloopopvolgingsplan, de aanvraag tot conformverklaring van het sloopopvolgingsplan, extra gerelateerde prestaties door het studiebureau, op het deel der werken dat te haren laste is, op basis van het (geraamde) aandeel in het totale te slopen volume.
4.3. Archeologie
Overeenkomstig de wetgeving overheidsopdrachten en conform het onroerend erfgoeddecreet zal een archeoloog worden aangesteld voor het opstellen van een archeologienota en het indienen van deze nota via het archeologieportaal bij Onroerend Erfgoed voor aktename. De partijen komen onderling overeen wie de aanstellling doet.
Deze nota zal toegevoegd worden aan de aanvraag voor de omgevingsvergunning(en).
Indien de archeologienota verder onderzoek vereist zoals bv. vooronderzoek met bodemingreep, zullen de partijen – daar een ad hoc benadering noodzakelijk is - in onderling overleg de verdere modaliteiten bepalen.
De kosten voor de archeologie zullen door de partijen gedragen worden op basis van het aandeel van oppervlaktes van de verschillende eigendommen van de partijen in het geheel.
4.4. Bronbemaling
Indien nodig wordt een deskundige aangesteld m.b.t. de opmaak van de bemalingsstudie en de beschrijving van de eventueel uit te voeren zettings- en bemalingsproef. De partijen komen onderling overeen wie de aanstellling doet.
De deskundige inzake de bemalingsstudie voert alle stappen uit, begrepen volgens de "Richtlijnen bemalingen ter bescherming van het milieu" van de Vlaamse Milieumaatschappij, waaronder o.a.:
• Milieutechnische en andere randvoorwaarden analyseren en synthetiseren
• Bemalingsconcept opstellen, rekening houdend met risico's en onzekerheden
• Berekeningen uitvoeren om het bemalingsdebiet, de invloedsstraal en theoretische absolute en differentiële zettingen te bepalen. Afhankelijk van de situatie zullen deze berekeningen analytisch uitgevoerd of numeriek gemodelleerd moeten worden, al dan niet tijdsafhankelijk
De kosten voor een bronbemaling voor de wegenis–, riolerings- en omgevingswerken en eventuele aanvullende studies (o.a. opmaak – en indienen van het omgevingsvergunningsaanvraagdossier op het omgevingsloket) zullen door de partijen a rato van het aandeel in de raming van de werken gedragen worden.
Artikel 5: Vergunningen en onteigeningen.
Behoudens een andersluidende afspraak tussen de partijen vraagt de VMSW de omgevingsvergunning aan voor de wegenis-, riolerings- en omgevingswerken. Desgevallend worden de omgevingsvergunningen voor de woningen en de infrastructuur gebundeld. In dit geval zal onderling worden bepaald wie de omgevingsvergunning indient. De partners staan in voor de onteigeningen die nodig zijn voor de uitvoering van de werken.
Alle kosten in verband met de vergunningen zullen door de partijen gedragen worden volgens het deel te hunnen laste.
Artikel 6: Kostenverdeling van de werken
Elke partij draagt rechtstreeks de uitvoeringskosten voor haar deel in de werken.
De VMSW subsidieert en/of neemt ten laste de kosten bestemd voor sociale woningen op (toekomstig) openbaar domein volgens de bepalingen in de Vlaamse Codex Wonen en het Besluit Vlaamse Codex Wonen.
Het subsidie- of tenlastenemingspercentage wordt bepaald op de plenaire vergadering.
Aan de op de plenaire vergadering voorgestelde subsidiepercentages kunnen evenwel geen rechten ontleend worden. De definitieve subsidie en bijhorende percentages worden pas goedgekeurd bij de budgettoewijzing, op basis van de op dat moment geldende regelgeving.
Indien de subsidiereglementering wijzigt, waardoor de voorgestelde subsidiepercentages niet meer in overeenstemming zijn met de reglementering, stelt de VMSW haar partners hiervan onverwijld in kennis.
Artikel 7: Betaling door de partijen voor hun aandeel in de kosten.
De werken ten laste van elke partij worden in de meetstaat onder afzonderlijke delen vermeld en maken het voorwerp uit van door de aannemer op te stellen afzonderlijke betalingsaanvragen en facturen.
Elke partij draagt rechtstreeks de uitvoeringskosten voor haar deel in de werken. Elke partij draagt ook de keurings-, beproevings- en opleveringskosten voor het deel van de werken dat te haren laste is.
De aannemer dient de betalingsaanvragen en vorderingsstaten in bij de leidend ambtenaar met kopie aan de aanbestedende overheid. Tezelfdertijd dient hij een afzonderlijke kopie in bij de partners voor wat betreft hun aandeel in de kosten. De leidend ambtenaar controleert de vorderingsstaat en stelt een proces-verbaal van vaststelling van vordering der werken op, dat hij binnen de 7 kalenderdagen na ontvangst van de vorderingsstaat van de aannemer digitaal bezorgt aan de VMSW en de andere betalende partners, met vermelding van het door hem aangenomen bedrag.
Na ontvangst van de door de leidende ambtenaar verbeterde en geadviseerde vorderingsstaten maken de partijen voor het aandeel te hunnen laste een betalingsaanvraag met verzoek tot facturatie op.
In geval van laattijdige betaling door een partner staat deze zelf in voor de daaruit voortvloeiende verwijlinteresten en andere schadevergoedingen, en zal deze de aanbestedende overheid volledig vrijwaren.
Artikel 8: Gunningsprocedure
De aanbestedende overheid zal de plaatsingsprocedure slechts opstarten nadat alle partijen hun goedkeuring hebben gegeven over de opdrachtdocumenten van de werken.
De aanbestedende overheid staat in voor de plaatsing van de opdracht: dit omvat de bekendmaking, de opening van de offertes, de opmaak van het gunningsverslag en de sluiting van de opdracht. Hierbij wordt wel rekening gehouden met het feit dat de opdracht één ondeelbaar geheel uitmaakt en dat alle werken dus moeten gegund worden aan de in aanmerking komende voordeligste regelmatige inschrijver voor de totaliteit der werken (alle delen samen).
De aanbestedende overheid zal de opdrachtdocumenten slechts publiceren na schriftelijke goedkeuring ervan door alle partijen. De aanbestedende overheid zal tevens de kennisgeving van de gunning en de sluiting slechts betekenen nadat de partijen hebben ingestemd met het gunningsvoorstel en op ondubbelzinnige wijze een verklaring hebben afgelegd dat zij akkoord gaan met het gedeelte der werken te hunner laste en dat zij voor de betaling ervan de nodige financiële middelen hebben voorzien.
In elk geval zullen de partners dit akkoord geven binnen de twee maanden nadat zij hierom werden verzocht. Indien binnen deze termijn geen akkoord wordt medegedeeld, dan wordt de beslissing geacht gunstig te zijn en zal de partij die verantwoordelijk is voor de vertraging de financiële gevolgen ervan ten laste gelegd worden. Ingeval een partij niet wenst te gunnen, kunnen desgevallend aan die partij de reeds gemaakte kosten ten laste gelegd worden.
Artikel 9: Borgtocht
De VMSW verzoekt de aannemer de borgtocht te stellen. Deze heeft betrekking op de totaliteit der werken. De aanbestedende overheid kan dus eventueel de borgtocht geheel of gedeeltelijk inhouden, maar zal die uiteraard geheel of gedeeltelijk aanwenden ten voordele van de partijen ten aanzien van wie de aannemer tekort geschoten is en dit in verhouding tot het aandeel van elke partij in de slecht, niet of laattijdig uitgevoerde werken.
Artikel 10: Verplaatsing van nutsleidingen
Indien het voor de realisatie van het project nodig blijkt om bepaalde bestaande nutsleidingen te verplaatsen, dient de gemeente als eigenaar en beheerder van het openbaar domein hiertoe het bevel te geven aan de betrokken vergunninghouders binnen de veertien dagen nadat de VMSW aan de gemeente kennis gegeven heeft van de noodzaak om bedoelde nutsleidingen te verplaatsen.
Dit zal gebeuren op basis van coördinatie- en werfvergaderingen, belegd door de leidend ambtenaar, met alle betrokken partijen.
Artikel 11: Geschillen
Behoudens ingeval van een zware fout of nalatigheid vanwege de aanbestedende overheid verbinden de partners zich ertoe om, met betrekking tot de werken en diensten te hunnen laste, de aanbestedende overheid volledig te vrijwaren en in alle geschillen vrijwillig tussen te komen. De aanbestedende overheid verstrekt alle inlichtingen ten behoeve van de gerechtelijke procedure.
Voor zover niet kan worden uitgemaakt of geschillen betrekking hebben op de werken ten laste van de ene of andere partij, zullen de partijen de gebeurlijke aansprakelijkheid op zich nemen op basis van het aandeel van elk van de partijen in de gezamenlijke opdracht en instaan voor de financiële gevolgen van deze aansprakelijkheid.
Artikel 12: Straffen, boetes en kortingen wegens minwaarde
De straffen, boetes en/of kortingen wegens minwaarde die duidelijk overeenstemmen met een bepaald aandeel, komen ten goede aan de betrokken partij. De andere boetes (van algemene aard) en/of kortingen wegens minwaarde die niet onmiddellijk toewijsbaar zijn aan een bepaald deel, worden pro rata van de inschrijvingsbedragen voor de verschillende delen verdeeld over de partijen.
Artikel 13: Voorlopige en definitieve oplevering – Vrijgave borgtocht
Aangezien het één globale aanneming betreft, beslist de leidend ambtenaar in samenspraak met de aanbestedende overheid, over het al dan niet toestaan van de voorlopige en de definitieve oplevering voor gans de aanneming, dus voor alle delen samen. Voor het plaatsbezoek met het oog op de voorlopige oplevering dienen alle betrokken partijen vooraf uitgenodigd te worden door de leidend ambtenaar. Iedere partij dient aldus de mogelijkheid geboden te worden om, tegensprekelijk, zijn opmerkingen te formuleren en desnoods te laten opnemen in het proces-verbaal van oplevering.
Indien de partijen oordelen dat de werken niet opgeleverd kunnen worden, geven zij hiervoor een duidelijke verantwoording.
Het is aan de leidend ambtenaar in samenspraak met de aanbestedende overheid om te beslissen of de gemaakte opmerkingen zwaarwichtig genoeg zijn om de voorlopige oplevering te weigeren, dan wel of deze kunnen worden opgenomen in het proces-verbaal van oplevering om te worden uitgevoerd binnen een welbepaalde termijn. Er zal een boete worden aangerekend per kalenderdag vertraging bij het niet voldoen aan de opmerkingen binnen de gestelde termijn.
Met het oog op de definitieve oplevering worden de betrokken partijen vooraf uitgenodigd door de leidend ambtenaar. Iedere partij wordt aldus de mogelijkheid geboden om zijn opmerkingen te formuleren.
Indien de partijen oordelen dat de werken niet definitief opgeleverd kunnen worden, geven zij hiervoor een duidelijke verantwoording. De leidend ambtenaar beslist al dan niet tot oplevering, in samenspraak met de aanbestedende overheid.
De vrijgave van de borg heeft betrekking op de volledige opdracht. De processen-verbaal van de voorlopige en de definitieve oplevering worden opgesteld door de leidend ambtenaar, die een afschrift bezorgt aan alle partijen.
Artikel 14: Waarborgperiode
Tijdens de waarborgperiode zullen de partners elk schadegeval aan de uitgevoerde werken ten gevolge van verborgen gebreken vastgesteld na de uitvoering, rapporteren aan de leidend ambtenaar, die het schadegeval zal onderzoeken. Als hij oordeelt dat de aannemer verantwoordelijk is voor de schade, zal hij hem opdracht geven tot aangepaste maatregelen en de nodige herstellingen.
Artikel 15: Overdracht naar het openbaar domein
De partijen verbinden zich ertoe de grond waarin- of waarop de wegenis -riolerings- en omgevingswerken zijn aangelegd over te dragen binnen de termijn en volgens de bepalingen zoals voorzien in artikel 5.66 van het Besluit Vlaamse Codex Wonen (VCW).
Artikel 16 : Inwerkingtreding van de overeenkomst
Deze overeenkomst treedt in werking van zodra alle partijen deze samenwerkingsovereenkomst hebben getekend.
Gelet op de aanvraag tot omgevingsvergunning met ref. OMV_2025138494 voor het verkavelen van een terrein in 1 lot voor open bebouwing + verplaatsen van een deel van gemeenteweg n°15, voor het terrein aan de Edingseweg 369 te 9500 Moerbeke, kadastraal gekend als afdeling 15, sectie B, nrs. 264D, 263C en 259C;
Overwegende dat de aanvraag betrekking heeft op een perceel bebouwd met een vrijstaande eengezinswoning met naast en achter deze woonkavel nog een onbebouwd deel; dat het terrein gelegen is in een uitloper van woongebied ten zuiden van de dorpskern van de deelgemeente Moerbeke, langs een goed uitgeruste gewestweg (N495); dat dit terrein licht afhellend is in noordwestelijke richting; dat de woning op dit terrein één bouwlaag omvat onder een hellend dak; dat het terrein paalt aan de linkerzijde aan een onbebouwde weide met daarnaast de Marke en nog verderop het museum ’t Aloam; dat op het rechts aanpalend perceel zich een open eengezinswoning bevindt, bestaande uit twee bouwlagen met een hellend dak en met aan deze woning een aangebouwd tuincentrum; dat de directe omgeving er voornamelijk wordt gekenmerkt door residentiële bebouwing, 1 à 2 bouwlagen hoog en afgewerkt met een hellend dak, afgewisseld met andere functies (tuincentrum, fietsenwinkel, huisartsenpraktijk, ...); dat dwars doorheen het te verkavelen terrein gemeenteweg n°15 loopt met een breedte van 1 meter;
Overwegende dat men met voorliggende aanvraag beoogt het deel van het terrein ten noorden van de woning te verkavelen in 1 lot voor open bebouwing, voor de oprichting van een vrijstaande eengezinswoning; dat dit lot een oppervlakte zal hebben van 7a 62ca; dat het lot met de bestaande woning een oppervlakte van 7a 90ca beslaat en uit de verkaveling wordt gesloten; dat het deel van het terrein voorbij de woonkavels, dat grotendeels in natuurgebied gelegen is, ook uit de verkaveling wordt gesloten; dat de smalle strook aan de straatzijde, voor de rooilijn, gratis wordt afgestaan; dat het bouwlot dat met voorliggende verkaveling zal worden gecreëerd schuin ten opzichte van de as van de straat wordt voorzien; dat de bouwzone de zijdelingse perceelsgrenzen zal volgen en op dezelfde afstand van de straat als de woning op het links aanpalend perceel zal worden voorzien, zijnde op ca. 7 meter achter de min. bouwlijn; dat deze bouwzone op min. 3 meter van de zijdelingse perceelsgrenzen zal komen; dat in deze zijtuin de plaatsing van een carport is toegestaan; dat ook aan weerszijden naast de woning nr. 369 een min. 3 meter brede zijdelingse strook zal liggen; dat de nieuwe woning moet bestaan uit 2 bouwlagen en een kroonlijsthoogte mag hebben van max. 6,5 meter; dat de dakhelling moet begrepen zijn tussen 0° en 45°; dat de woning een bouwdiepte mag hebben van max. 15 meter op het gelijkvloers en max. 12 meter op de verdieping; dat bij de aanvraag ook voorschriften werden gevoegd inzake reliëfwijzigingen, bijgebouwen, verhardingen en afsluitingen;
Overwegende dat dwars doorheen het te verkavelen terrein cfr. de Atlas der Buurtwegen gemeenteweg n°15 loopt met een breedte van 1 meter; dat om de verkaveling te kunnen realiseren het deel van deze gemeenteweg, dat over het te verkavelen terrein loopt, verplaatst wordt naar de noordelijke rand van het te verkavelen terrein, langs de perceelsgrens; dat de verplaatsing van deze gemeenteweg ook deel uitmaakt van de omgevingsaanvraag;
Overwegende dat de vergunningsaanvraag de verplaatsing van een gemeenteweg omvat waarvoor de gemeenteraad beslissingsbevoegdheid heeft en dat de gemeenteraad kennis moet nemen van de standpunten, opmerkingen en bezwaren die zijn ingediend tijdens het openbaar onderzoek;
Overwegende dat het ontwerp, inzonderheid het rooilijnplan, door het college van burgemeester en schepenen aan een openbaar onderzoek werd onderworpen van 8 december 2025 tot en met 6 januari 2026 op de wijze zoals bepaald volgens de regels vermeld in het besluit betreffende de omgevingsvergunning;
Overwegende dat er tijdens het openbaar onderzoek geen bezwaren werden ingediend;
Gelet op het voorwaardelijk gunstig advies van het agentschap Wegen en Verkeer van 18 december 2025;
Gelet op het voorwaardelijk gunstig advies van de provincie Oost-Vlaanderen, dienst Integraal Waterbeleid van 15 januari 2026;
Gelet op het voorwaardelijk gunstig advies van de dienst openbare werken van het Lokaal Bestuur Geraardsbergen van 2 februari 2026;
Gelet op het voorwaardelijk gunstig advies van de dienst mobiliteit van het Lokaal Bestuur Geraardsbergen van 28 januari 2026;
Gelet op het advies van 3 december 2025 van Fluvius;
Overwegende dat volgens artikel 28, §1 van het decreet houdende de gemeentewegen de verplaatsing van een gemeenteweg aanleiding geeft tot een waardevermindering of waardevermeerdering van de gronden waarop de gemeenteweg gesitueerd is; dat de vergoeding voor waardevermindering verschuldigd is door de gemeente aan de eigenaar van de grond in kwestie en dat de vergoeding voor waardevermeerdering verschuldigd is door de eigenaar van de betrokken grond en ten goede komt aan de gemeente;
Overwegende dat volgens artikel 28, §2 van het decreet houdende de gemeentewegen waardeverminderingen en waardevermeerderingen ingevolge wijzigingen of verplaatsingen van een gemeenteweg op een goed van dezelfde eigenaar door toepassing van dit decreet, worden geacht elkaar te neutraliseren; dat dit in voorliggende aanvraag het geval is; dat dit ook wordt aangegeven in het verslag van de landmeter/aanvrager;
Overwegende dat in artikel 3 en 4 van het decreet van 3 mei 2019 houdende de gemeentewegen het volgende is opgenomen:
Artikel 3.
Dit decreet heeft tot doel om de structuur, de samenhang en de toegankelijkheid van de gemeentewegen te vrijwaren en te verbeteren, in het bijzonder om aan de huidige en toekomstige behoeften aan zachte mobiliteit te voldoen.
Om de doelstelling, vermeld in het eerste lid, te realiseren voeren de gemeenten een geïntegreerd beleid, dat onder meer gericht is op:
1° de uitbouw van een veilig wegennet op lokaal niveau;
2° de herwaardering en bescherming van een fijnmazig netwerk van trage wegen, zowel op recreatief als op functioneel vlak.
Artikel 4
Bij beslissingen over wijzigingen van het gemeentelijk wegennet wordt minimaal rekening gehouden met de volgende principes:
1° wijzigingen van het gemeentelijk wegennet staan steeds ten dienste van het algemeen belang;
2° een wijziging, verplaatsing of afschaffing van een gemeenteweg is een uitzonderingsmaatregel die afdoende wordt gemotiveerd;
3° de verkeersveiligheid en de ontsluiting van aangrenzende percelen worden steeds in acht genomen;
4° wijzigingen aan het wegennet worden zo nodig beoordeeld in een gemeentegrensoverschrijdend perspectief;
5° bij de afweging voor wijzigingen aan het wegennet wordt rekening gehouden met de actuele functie van de gemeenteweg, zonder daarbij de behoeften van de toekomstige generaties in het gedrang te brengen. Daarbij worden de ruimtelijke behoeften van de verschillende maatschappelijke activiteiten gelijktijdig tegen elkaar afgewogen.
Overwegende dat men beoogt om het deel van gemeenteweg n°15 dat over het te verkavelen terrein loopt te verplaatsen naar de noordelijke rand van het te verkavelen terrein, langs de perceelsgrens; dat de aantakking van deze gemeenteweg op het openbaar domein hierdoor slechts ca. 27 meter zal verschuiven; dat de gemeenteweg momenteel aantakt op een gewestweg, voorzien van een fietspad en een groenberm, en dat dit na de verplaatsing nog steeds het geval zal zijn;
Overwegende dat door de verplaatsing van de gemeenteweg de bouwmogelijkheden op het terrein worden verruimd, met behoud van het fijnmazig netwerk van trage wegen; dat de verplaatsing dan ook ten dienste zal staan van het algemeen belang, doordat het trage wegennetwerk wordt gevrijwaard; dat de voorgestelde verplaatsing bovendien de minst ingrijpende maatregel betreft om op een kwalitatieve wijze een bijkomend bouwlot te kunnen creëren;
Overwegende dat de gemeenteweg wordt verplaatst naar de noordelijke rand van het te verkavelen terrein, langs de perceelsgrens; dat het aanpalend perceel bebouwd is met een tuincentrum met woning, met aan de straatzijde een ruime parkeerzone; dat deze zone voldoende zicht biedt op het zacht verkeer langs de gewestweg; dat de verkeersveiligheid en de ontsluiting van het aangrenzende perceel door de verplaatsing van de gemeenteweg niet in het gedrang komen;
Overwegende dat gemeenteweg n°15 geen aansluiting heeft op een gemeentewegennet van een naburige gemeente;
Overwegende dat gemeenteweg n°15 voorbij het betrokken terrein is overbouwd en daardoor momenteel niet meer functioneert als bruikbare trage weg; dat deze situatie kan wijzigen indien bepaalde trage wegen opnieuw worden opengesteld; dat gemeenteweg n°15 op dat moment opnieuw haar functie als trage verbinding zal kunnen vervullen;
Gelet op de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening, zoals vastgesteld bij besluit van 15 mei 2009 van de Vlaamse Regering, houdende de coördinatie van de decreetgeving op de ruimtelijke ordening;
Gelet op het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning, inzonderheid artikel 31 en de artikels 71 tot en met 77;
Gelet op het besluit van de Vlaamse Regering van 27 november 2015 tot uitvoering van het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning;
Gelet op het decreet van 3 mei 2019 houdende de gemeentewegen;
Gelet op het decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen;
Artikel 1:
De verplaatsing van een deel van gemeenteweg n°15, zoals voorzien in de aanvraag tot omgevingsvergunning met ref. OMV_2025138494 voor het verkavelen van een terrein in 1 lot voor open bebouwing, voor het terrein aan de Edingseweg 369 te 9500 Moerbeke, kadastraal gekend als afdeling 15, sectie B, nrs. 264D, 263C en 259C wordt goedgekeurd. Volgende last dienen te worden opgelegd in de omgevingsvergunning:
- Het nieuwe tracé van gemeenteweg n°15 over perceel nr. 259C dat 1 meter breed is dient te worden geleverd door de eigenaar van dat perceel.
Artikel 2:
Een afschrift van dit besluit wordt opgeladen in het omgevingsloket.
Artikel 3:
Tegen dit besluit van de gemeenteraad kan binnen de 30 dagen in het kader van een schorsend administratief beroep tegen de vergunningsbeslissing een georganiseerd administratief beroep worden ingesteld bij de Vlaamse Regering. De procedure van dit beroep verloopt volgens art. 31/1 van het Omgevingsdecreet.
Artikel 4:
Dit besluit van de gemeenteraad is nietig:
- Wanneer de omgevingsvergunning met ref. OMV_2025138494 voor het verkavelen van een terrein in 1 lot voor open bebouwing, voor het terrein aan de Edingseweg 369 te 9500 Moerbeke, kadastraal gekend als afdeling 15, sectie B, nrs. 264D, 263C en 259C niet wordt verleend, of wanneer deze in administratief of jurisdictioneel beroep wordt vernietigd;
- Wanneer het voorwerp van de omgevingsvergunning niet binnen de in de vergunning voorziene of wettelijke termijn wordt gerealiseerd.
Gelet op het besluit van het college van burgemeester en schepenen van 20 augustus 2018 over een tijdelijk verkeersreglement tot het inrichten van een schoolstraat ter hoogte van het Sint-Catharinacollege gelegen langsheen het Idegemplein;
Overwegende dat dit een proefproject van 3 september 2018 tot en met 30 november 2018 was;
Gelet op de vraag van de wijkinspecteur van de lokale politiezone Geraardsbergen/Lierde tot het opnieuw inrichten van een schoolstraat met correcte signalisatie;
Overwegende het positief overleg tussen de directie van de Dolfijne School, de lokale politiezone/Geraardsbergen Lierde en de dienst Mobiliteit op woensdag 21 januari 2026;
Overwegende dat voor het ordelijk en veilig verloop het noodzakelijk is maatregelen te treffen tot regeling van het verkeer en de bescherming van fietsers en voetgangers;
Overwegende dat de hierna voorziene maatregel een gemeenteweg betreft;
Overwegende dat de verkeersborden worden aangebracht op een nadarhekken voorzien van voldoende verlichting en ondersteund door wielen;
Overwegende dat deze nadarhekken worden geplaatst door de medewerkers van de Dolfijne School die de functie bekleden van gemachtigd opzichter;
Overwegende dat de Dolfijne School zal instaan voor de tijdig in kennis stelling van de betrokken ouders, leerkrachten, medewerkers van de school en buren;
Overwegende dat er politietoezicht zal zijn op de werking van de schoolstraat;
Gelet op de wet betreffende de politie over het wegverkeer, gecoördineerd bij koninklijk besluit van 16 maart 1968;
Gelet op het koninklijk besluit van 1 december 1975 houdende algemeen reglement op de politie van het wegverkeer en van het gebruik van de openbare weg;
Gelet op de wet van 20/10/2018, wet tot wijziging van het koninklijk besluit van 1 december 1975 houdende algemeen reglement op de politie van het wegverkeer en van het gebruik van de openbare weg, wat toegang tot schoolstraten betreft;
Gelet op het ministerieel besluit van 11 oktober 1976 waarbij de minimumafmetingen en de bijzondere plaatsingsvoorwaarden van de verkeerstekens worden bepaald;
Gelet op het decreet van 16 mei 2008 betreffende de aanvullende reglementen op het wegverkeer en de plaatsing en bekostiging van de verkeerstekens;
Gelet op het uitvoeringsbesluit van 23 januari 2009 betreffende de aanvullende reglementen op het wegverkeer en de plaatsing en bekostiging van de verkeerstekens;
Gelet op de omzendbrief MOB/2009/1 van 3 april 2009;
Gelet op de nieuwe gemeentewet van 24 juni 1988;
Gelet op het decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017;
Gelet op het besluit van de gemeenteraad van 23 mei 2017 houdende de bevoegdheidsdelegatie aan het college van burgemeester en schepenen met uitzondering van de reglementen met betrekking tot
Het uitrusten van een nadar steunend op wielen voorzien van voldoende verlichting en de vereiste verkeersborden heeft een financiële impact.
Artikel 1:
Tot het invoeren van een verkeersverbod langsheen het Idegemplein tussen huisnummers 32 en 42 op schooldagen voor het inrichten van een schoolstraat. Dit telkens van
Artikel 2:
Tot het verlenen van toelating aan de bewoners van Idegemplein 38 en 40 om tijdens de uren dat de schoolstraat wordt ingericht, van en naar hun woning te rijden.
Artikel 3:
Een afschrift van het aanvullend reglement ter kennisgeving over te maken aan de Vlaamse Overheid, Departement Mobiliteit en Openbare Werken, Afdeling Vlaams Huis Verkeersveiligheid.
Gelet op het overleg met Vlaamse Stichting Verkeerskunde, Solva, basisschool Klim Op, dorpsraad Zandbergen, lokale politiezone Geraardsbergen/Lierde en de dienst Mobiliteit van 19 februari 2024 om een antwoord te bieden om de schoolomgeving in de Benedenstraat, Jan De Coomanstraat en Middenstraat verkeersveiliger te maken;
Gelet op het actieplan dat met alle betrokken partners werd opgesteld;
Overwegende dat de drie verkeersborden F4a met veranderlijke informatie vaak niet werken;
Overwegende dat de bovenvermelde maatregelen gemeentewegen betreffen zoals bedoeld in artikel 6 van het Decreet van 16 mei 2008 betreffende de aanvullende verkeersreglementen op het wegverkeer;
Gelet op het besluit van de gemeenteraad van 30 maart 2004 en latere wijzigingen, houdende goedkeuring van het aanvullend verkeersreglement voor het hele grondgebied;
Gelet op de wet betreffende de politie over het wegverkeer, gecoördineerd bij koninklijk besluit van 16 maart 1968;
Gelet op het koninklijk besluit van 1 december 1975 houdende algemeen reglement op de politie van het wegverkeer en van het gebruik van de openbare weg;
Gelet op het ministerieel besluit van 11 oktober 1976 waarbij de minimumafmetingen en de bijzondere plaatsingsvoorwaarden van de verkeerstekens worden bepaald;
Gelet op het decreet van 16 mei 2008 betreffende de aanvullende reglementen op het wegverkeer en de plaatsing en bekostiging van de verkeerstekens;
Gelet op het uitvoeringsbesluit van 23 januari 2009 betreffende de aanvullende reglementen op het wegverkeer en de plaatsing en bekostiging van de verkeerstekens;
Gelet op het ministerieel rondschrijven van 14 mei 2002 betreffende de toepassing van de maximum snelheidsbeperking van 30 km per uur in de schoolomgeving;
Gelet op de omzendbrief MOB/2009/01 van 3 april 2009 van de Vlaamse minister van Mobiliteit, Sociale Economie en Gelijke Kansen inzake de gemeentelijke aanvullende reglementen op de politie over het wegverkeer,
Gelet op de nieuwe gemeentewet van 24 juni 1988;
Gelet op het decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017;
Gelet op het besluit van de gemeenteraad van 23 mei 2017 houdende de bevoegdheidsdelegatie aan het college van burgemeester en schepenen met uitzondering van de reglementen met betrekking tot
Het instellen van een vaste zone 30 kilometer per uur, het verwijderen en verplaatsen van verkeersborden heeft een financiële impact op de dienst technische zaken.
Artikel 1:
Tot het instellen van een vaste zone 30 in Jan De Coomanstraat, Benedenstraat en Middenstraat ter vervanging van de dynamische zone 30 in de Jan De Coomanstraat en Benedenstraat.
In het gebied begrensd door
Artikel 2:
Tot het plaatsen van het verkeersbord A23
Artikel 3:
Tot het opheffen van de volgende signalisatie:
Artikel 4:
Tot het verplaatsen van de verkeersborden:
Artikel 5:
Afschrift van dit besluit wordt ter kennisgeving aan de kennisgeving aan de Afdeling Beleid, Mobiliteit en Verkeersveiligheid, Departement Mobiliteit en Openbare Werken van de Vlaamse Overheid overgemaakt.
Overwegende dat met het oog op een nauwere samenwerking op 23 juni 2023 het eerste structureel overleg plaatsvond met alle burgemeesters en algemeen directeurs van de Denderregio (hierna genoemd Burgemeestersoverleg Denderregio);
Overwegende dat op het Burgemeestersoverleg Denderregio van 15 december 2023 werd beslist om ook de regionale samenwerking voor cultuur en vrije tijd structureel vorm te geven;
Overwegende dat een regionaal samenwerkingsverband rond vrije tijd vanaf 2027 structureel kan gesubsidieerd worden vanuit het decreet bovenlokale cultuurwerking, een decreet dat de transversale samenwerkingen wil stimuleren tussen cultuur en de domeinen erfgoed, onderwijs, sport en welzijn;
Overwegende dat de oprichting van een bovenlokaal samenwerkingsverband met rechtspersoonlijkheid noodzakelijk is om vanaf 2027 structureel gesubsidieerd te worden in het kader van het decreet bovenlokale cultuurwerking;
Overwegende dat de projectvereniging Vrijetijdsregio Dender een juridisch en organisatorisch kader biedt voor een duurzame bovenlokale samenwerking rond cultuur, vrije tijd, publiekswerking en UiTPAS;
Overwegende dat deze nieuwe projectvereniging de rechtsopvolger wordt van Projectvereniging UiTPAS Dender;
Overwegende de noodzaak om een intergemeentelijke projectvereniging op te richten om toekomstige uitdagingen voor intergemeentelijk samenwerken op vrijetijdsniveau aan te gaan;
Overwegende dat een formele samenwerkingsstructuur noodzakelijk is om het beleidsplan en bijhorende actieplan en meerjarenbegroting in te dienen bij de Vlaamse Overheid;
Overwegende dat het naast het intergemeentelijk samenwerking rond cultuur ook de insteek is om andere vrije tijdsactoren en de uitpaswerking onder te brengen in de nieuwe projectvereniging Vrije Tijd Dender;
Overwegende dat de projectvereniging Vrijetijdsregio Dender tot doel heeft de bovenlokale samenwerking tussen de deelnemende gemeenten te versterken op het vlak van cultuur, jeugd, sport, vrije tijd en publieksbereik, inclusief de gezamenlijke ontwikkeling, uitvoering en ondersteuning van de UiTPAS-werking;
Overwegende dat toetreding tot deze projectvereniging de positie van Geraardsbergen binnen de Denderregio versterkt en een efficiëntere en meer gecoördineerde inzet van middelen mogelijk maakt;
Gelet op de statuten van de projectvereniging Vrijetijdsregio Dender, waarin bepaald wordt dat de gemeenteraad drie vertegenwoordigers dient aan te duiden voor de raad van bestuur, met name
Overwegende dat het aangewezen is, met het oog op continuïteit van bestuur en behoud van expertise, om de vertegenwoordigers die momenteel zetelen in de raad van bestuur van de Projectvereniging UiTPAS Dender, voor te dragen voor de raad van bestuur van de projectvereniging Vrijetijdsregio Dender;
Gelet op het Regiodecreet van 3 februari 2023 waarmee Vlaanderen werd ingedeeld in 15 referentieregio's met als doel de geografische beperking van de regionale samenwerkingsverbanden;
Gelet op het bovenlokaal cultuurdecreet van 8 maart 2024;
Gelet op artikel 41 van het Decreet Lokaal Bestuur;
Gelet op artikel 396 van het decreet Lokaal Bestuur dat bepaalt dat twee of meer gemeenten een samenwerkingsverband met rechtspersoonlijkheid tot stand kunnen brengen om doelstellingen te verwezenlijken die behoren tot een of meer inhoudelijke samenhangende beleidsdomeinen;
Gelet op artikel 401 tot en met 412 van het decreet Lokaal Bestuur d.d. 22 december 2017 houdende de intergemeentelijke samenwerking kan een intergemeentelijk samenwerkingsverband met rechtspersoonlijkheid worden opgericht, onder de vorm van een projectvereniging;
Gelet op de voorgestelde bijdrage van Geraardsbergen aan de bovenlokale cultuurwerking van Regio Dender vanaf 2027, namelijk 29.866,14 euro waarvan 23.295,59 euro voor cultuur, zijnde de cultuurdienst en de bibliotheek, die elk de helft van dit bedrag op zich zullen nemen;
Enig artikel:
De oprichtingsakte en de statuten van de projectvereniging Vrijetijdsregio Dender als volgt goed te keuren:
HOOFDSTUK 1 – STICHTENDE LEDEN, NAAM, DOEL, ZETEL, DUUR EN VERLENGING
Art. 1 – Leden
Op grond van artikel 396 van het decreet Lokaal Bestuur kunnen twee of meer gemeenten een samenwerkingsverband met rechtspersoonlijkheid tot stand brengen om doelstellingen te verwezenlijken die behoren tot een of meer inhoudelijke samenhangende beleidsdomeinen.
Met behoud van de toepassing van andersluidende decretale bepalingen kunnen, naast gemeenten, aan het samenwerkingsverband met rechtspersoonlijkheid uitsluitend autonome gemeentebedrijven, openbare centra voor maatschappelijk welzijn en de publiekrechtelijke verenigingen ervan, andere samenwerkingsverbanden, gevormd op grond van deze titel, politiezones en hulpverleningszones deelnemen.
In toepassing van artikel 401 tot en met 412 van het decreet Lokaal Bestuur richtten de stad Aalst, gemeente Berlare, gemeente Buggenhout, gemeente Denderleeuw, stad Dendermonde, gemeente Erpe-Mere, gemeente Geraardsbergen, gemeente Hamme, gemeente Haaltert, gemeente Laarne, gemeente Lebbeke, gemeente Lede, stad Ninove, gemeente Wetteren, gemeente Wichelen en gemeente Zele een intergemeentelijk samenwerkingsverband met rechtspersoonlijkheid op, onder de vorm van een projectvereniging.
Art. 2 – Naam
De projectvereniging draagt als naam ’Vrijetijdsregio Dender’.
De Vrijetijdsregio Dender wordt beheerd door de bepalingen van het decreet Lokaal Bestuur en door deze statuten.
Art. 3 – Doel
De projectvereniging Vrijetijdsregio Dender heeft tot doel de bovenlokale samenwerking tussen de deelnemende gemeenten te versterken op het vlak van bibliotheek, cultuur, jeugd, sport, vrije tijd en publieksbereik, inclusief de gezamenlijke ontwikkeling, uitvoering en ondersteuning van de UiTPAS-werking.
De projectvereniging bevordert gezamenlijke projecten en infrastructuur, kennisdeling, publieksontwikkeling, inclusieve participatie, digitale tools en bovenlokale subsidieaanvragen.
Om haar doel te bereiken kan de projectvereniging alle initiatieven nemen die rechtstreeks of onrechtstreeks met het doel te maken hebben en/of dit kunnen bevorderen. Zij kan deelnemen en haar medewerking verlenen aan alle activiteiten die de realisatie van haar doel bevorderen. De projectvereniging kan ook alle mogelijke inkomsten verwerven om haar doelstellingen en opdrachten te realiseren.
De projectvereniging Vrijetijdsregio Dender zal, na de stopzetting van projectvereniging UiTPAS Dender op 31 augustus 2026, de taken en engagementen van deze projectvereniging integraal overnemen.
Art. 4 – Zetel
De maatschappelijke zetel van de projectvereniging is gevestigd in het gerechtelijk arrondissement Dendermonde, op het adres Werf 9 te 9300 Aalst.
Art. 5 – Duur en verlenging
De projectvereniging wordt initieel opgericht vanaf het verlijden van de oprichtingsakte tot 31 december 2031.
Overeenkomstig de modaliteiten vervat in artikel 401 van het decreet Lokaal Bestuur kan overgegaan worden tot eventuele verlengingen van het samenwerkingsverband, telkens voor de duur van de legislatuur, of korter.
De verlenging moet expliciet gebeuren door een gemeenteraadsbeslissing van elke deelnemende gemeente die het samenwerkingsverband wenst te verlengen en dit voor het verstrijken van de lopende periode.
Bij instemming van alle betrokken gemeenten kan de termijn een onbeperkt aantal keren verlengd worden, doch telkens niet langer dan voor een periode van zes jaar.
Naar aanleiding van een verlenging kunnen andere (aangrenzende) gemeenten aansluiten bij de projectvereniging. De aanvaarding van nieuwe leden dient goedgekeurd te worden door de raad van bestuur op basis van een formele beslissing en door een gemeenteraadsbeslissing van de deelnemende gemeenten.
De projectvereniging kan slechts verbintenissen aangaan voor een duur die haar bestaanstermijn overschrijdt voor zover alle maatregelen getroffen werden om er de uitvoering van te verzekeren.
HOOFDSTUK 2 – BESTUUR EN CONTROLE
Art. 6 – Bestuur van de projectvereniging
De projectvereniging wordt bestuurd door een raad van bestuur waarvan de leden worden aangesteld door de deelnemende gemeenten.
Art. 7 – Samenstelling van de raad van bestuur
De raad van bestuur bestaat uit stemgerechtigde leden en leden met raadgevende stem.
Elke deelnemende gemeente vaardigt één stemgerechtigd lid af naar de raad van bestuur. De stemgerechtigde leden zijn burgemeester, schepenen of raadsleden van de deelnemende gemeenten. Elk stemgerechtigd lid beschikt over één stem. Voor alle stemgerechtigde leden van de raad van bestuur wordt ook een plaatsvervanger aangesteld.
Elke deelnemende gemeente heeft ook een afgevaardigde met raadgevende stem in de raad van bestuur. Deze afgevaardigde is altijd een raadslid in de betrokken gemeenten, verkozen op een lijst waarvan geen enkele verkozene deel uitmaakt van het college van burgemeester en schepenen.
De leden van de raad van bestuur ontvangen geen presentiegeld.
Bij de samenstelling van de raad van bestuur wordt rekening gehouden met de onverenigbaarheid voorzien in artikel 436 van het decreet Lokaal Bestuur van 22 december 2017.
Art. 8 - Aanwezigheid zonder stemrecht in de raad van bestuur
De burgemeesters en schepenen van de deelnemende gemeenten die geen stemgerechtigd lid zijn van de raad van bestuur, kunnen de vergadering van de raad van bestuur bijwonen.
De deelnemende gemeenten kunnen per gemeente één of meerdere leden van hun administratie afvaardigen om de vergaderingen van de raad van bestuur bij te wonen.
De raad van bestuur kan elke persoon, wiens aanwezigheid hij nuttig oordeelt, uitnodigen tot het bijwonen van zijn vergaderingen. Hun aanwezigheid moet in de notulen vermeld worden. Deze personen hebben geen stemrecht.
Art. 9 – Aanwijzing voorzitter, ondervoorzitter en verslaggever
Binnen de raad van bestuur wordt tijdens de eerste vergadering na de oprichting of verlenging, of na toetreding van een nieuwe gemeente, met gewone meerderheid, onder de stemgerechtigde bestuurders een voorzitter en een ondervoorzitter gekozen. Bij afwezigheid van de voorzitter wordt de vergadering voorgezeten door de ondervoorzitter.
Bij afwezigheid van zowel de voorzitter als de ondervoorzitter wordt de vergadering voorgezeten door de jongste stemgerechtigde die optreedt als waarnemend voorzitter.
Uit de personeelsleden van de projectvereniging of van de deelnemende gemeenten wordt een verslaggever aangeduid op voordracht van de deelnemers. De verslaggever maakt het verslag op en staat in voor de praktische organisatie van de vergaderingen.
Het mandaat van voorzitter en ondervoorzitter loopt gelijk met de oprichtings- of verlengingstermijn van de projectvereniging en is hernieuwbaar. Het mandaat van voorzitter en ondervoorzitter neemt een einde met het mandaat van de bestuurder. De benoemde vervanger beëindigt de termijn van het voorzitter- of ondervoorzitterschap.
Art. 10 – Beëindiging van het mandaat
Alle bestuurders zijn van rechtswege ontslagnemend bij verlies van hun openbaar mandaat, uitgezonderd ingeval van algehele vernieuwing van de gemeenteraden. In voorkomend geval duiden de gemeenten in de loop van de maand januari volgend op het jaar van de verkiezing tot algehele vernieuwing van de gemeenteraden, de nieuwe bestuurders aan. Zij treden aan op 1 februari daaropvolgend.
De bestuurders blijven evenwel bestuurder tot het moment dat er in hun vervanging is voorzien.
Ingeval van overlijden, rechtsonbekwaamheid of ontslag van een bestuurder, voorziet de deelnemende gemeente die hij of zij vertegenwoordigde in zijn vervanging. De aldus benoemde bestuurder beëindigt het mandaat van de overleden, rechtsonbekwame of ontslagnemende bestuurder die hij of zij vervangt.
Het mandaat van een bestuurder wordt eveneens beëindigd als de respectievelijke gemeenteraad die hij vertegenwoordigt zijn mandaat intrekt. Op dezelfde gemeenteraad waarop het mandaat in de raad van bestuur wordt beëindigd, dient de nieuwe bestuurder te worden aangeduid.
Het mandaat van een bestuurder wordt eveneens beëindigd bij van rechtswege verlies van zijn of haar openbaar mandaat in de gemeenteraad. De gemeenteraad die hij of zij vertegenwoordigt, stelt een opvolger aan.
Art. 11 – Belangenconflicten en onverenigbaarheden
In toepassing van artikel 439 van het decreet Lokaal Bestuur is het elke bestuurder of zijn plaatsvervanger van de projectvereniging verboden:
Aanwezig te zijn bij de beraadslaging of besluit over zaken waarbij hij of zij een rechtstreeks belang heeft of waarbij zijn of haar bloedverwanten tot en met de vierde graad een persoonlijk en rechtstreeks belang hebben. Dit verbod strekt niet verder dan bloed- en aanverwanten tot de tweede graad, wanneer het gaat om voordrachten van kandidaten, benoemingen, afzettingen en schorsingen; rechtstreeks of onrechtstreeks deel te nemen aan overeenkomsten afgesloten met de projectvereniging; als advocaat, notaris of zaakwaarnemer op te treden in rechtsgedingen tegen de projectvereniging. Het is hem of haar verboden, in dezelfde hoedanigheid, ten behoeve van de projectvereniging te pleiten, raad te geven of op te treden in enige betwisting, tenzij dit kosteloos gebeurt; op te treden als raadsman van een personeelslid in tuchtzaken.
Wordt van rechtswege als ontslagnemend en niet hernoembaar beschouwd, de bestuurder of plaatsvervanger die handelt tegen het verbod, opgelegd door dit artikel.
De raad van bestuur spreekt van rechtswege de vervallenverklaring uit, bij een met redenen omkleed besluit.
Art. 12 – Frequentie van vergadering, uitnodiging en agenda
De raad van bestuur vergadert na oproeping door de voorzitter, bij diens afwezigheid door de ondervoorzitter, of op verzoek van twee stemgerechtigde bestuurders, minstens twee keer per jaar of zo vaak als het belang van de projectvereniging vereist.
Behalve in spoedeisende gevallen worden, door de voorzitter de oproepingen minstens twee weken voor de vergaderdatum verzonden aan de bestuurders, de genodigden en hun vertegenwoordigers. Bij afwezigheid van de voorzitter gebeurt dit door de ondervoorzitter.
In spoedeisende gevallen kan de termijn vastgesteld voor de uitnodiging herleid worden tot twee werkdagen voor de vergaderdatum.
De uitnodiging vermeldt de datum, het uur en de plaats van de vergadering. De uitnodiging bevat eveneens de agenda. Punten kunnen worden toegevoegd aan de agenda, schriftelijk ter attentie van de voorzitter van de raad van bestuur, uiterlijk 7 dagen voor de vergadering.
De vergaderingen worden gehouden op de plaats in de oproepingsbrief vermeld.
Het verslag van de vorige vergadering, eventueel de rekening en het budget met toelichting, het jaarverslag en andere documenten voor de geplande vergadering worden voorafgaandelijk aan de vergadering aan de bestuurders, de genodigden en hun vertegenwoordigers bezorgd. De deelnemende gemeenten en hun vertegenwoordigers kunnen punten toevoegen aan de agenda.
Art. 13 – Sectoraal schepenoverleg
De schepenen van de deelnemende gemeenten bevoegd voor de domeinen waarop de projectvereniging werkzaam is, kunnen zich verenigen in een sectoraal schepenoverleg.
Het sectoraal schepenoverleg heeft tot opdracht de voorbereiding en inhoudelijke afstemming van de dossiers die aan de raad van bestuur worden voorgelegd te coördineren.
Zij hebben geen beslissingsbevoegdheid, maar kunnen adviezen bezorgen aan de raad van bestuur.
Het sectoraal schepenoverleg biedt de mogelijkheid om alle betrokken schepenen, ook zij die geen deel uitmaken van de raad van bestuur, op structurele wijze te informeren, overleg te laten voeren en voorstellen te formuleren. De werking, samenstelling en vergaderfrequentie worden vastgelegd in een huishoudelijk reglement.
Art. 14 – Openbaarheid en notulen
De vergaderingen van de raad van bestuur zijn niet openbaar. De gedetailleerde notulen worden ondertekend door de voorzitter of ondervoorzitter of waarnemend voorzitter van de vergadering.
De notulen van de vergaderingen worden uiterlijk één maand na de vergadering bezorgd aan de leden van de raad van bestuur.
De gedetailleerde notulen, waarbij het stemgedrag van de individuele leden en alle documenten waar in de notulen naar verwezen wordt, gevoegd zijn, liggen ter inzage van de gemeenteraadsleden op het secretariaat van de deelnemende gemeenten, met behoud van de decretale bepalingen over de openbaarheid van bestuur.
Art. 15 – Bevoegdheden en taken van de raad van bestuur
De raad van bestuur heeft uitsluitend de bevoegdheid tot het nemen van beslissingen die kaderen binnen het doel van de projectvereniging zoals omschreven in artikel 3.
De raad van bestuur is bevoegd voor alle aangelegenheden die niet uitdrukkelijk bij wet of in deze statuten aan een orgaan van de deelnemende gemeenten is voorbehouden.
De raad van bestuur is verantwoordelijk voor het bestuur van de projectvereniging. Hij is bevoegd voor alle handelingen, zonder uitzondering, van bestuur en van beschikking, met inbegrip van het vervreemden, zelfs om niet, van roerende of onroerende goederen en van het hypothekeren, van het lenen en uitlenen, voor om het even welke termijn. Hij is bevoegd voor alle handels-, verzekerings- en bankverrichtingen, inclusief het opheffen van hypotheken.
De raad van bestuur heeft onder meer de bevoegdheid tot het nemen van de volgende beslissingen:
het opstellen van een huishoudelijk reglement over de werkingsmodaliteiten van de raad van bestuur dat bij deze statuten wordt gevoegd, en dat gewijzigd kan worden bij eenvoudige beslissing met gewone meerderheid van de stemgerechtigde leden van de raad van bestuur; de benoeming van een accountant; de formele vaststelling van het personeelskader van de projectvereniging, de gunning van overheidsopdrachten met inachtneming van de wettelijke bepalingen daaromtrent; de vaststelling van het budget en de budgetwijzigingen die worden onderworpen aan de goedkeuring van de gemeenteraden van de deelnemende gemeenten; de vaststelling van de jaarrekeningen die samen met het activiteitenverslag en het verslag van de accountant aan de gemeenteraden van de deelnemende gemeenten voor en nadien bij de Nationale Bank van België worden neergelegd.
Art. 16 – Vertegenwoordiging
De raad van bestuur vertegenwoordigt de projectvereniging in alle gerechtelijke en buitenrechtelijke akten en handelingen. Hij treedt op als eiser of verweerder in alle rechtsgedingen en beslist over het al dan niet aanwenden van rechtsmiddelen.
Tegenover derden volstaat, opdat de projectvereniging geldig vertegenwoordigd zou zijn, de handtekening van de voorzitter of minstens één andere stemgerechtigde bestuurder, in zover deze daartoe speciaal werd gemachtigd door de raad van bestuur.
Art. 17 – Aansprakelijkheid
De bestuurders of hun plaatsvervangers kunnen geen enkele persoonlijke verantwoordelijkheid dragen ten aanzien van de verbintenissen aangegaan door de projectvereniging. Zij zijn overeenkomstig het gemeen recht verantwoordelijk voor de vervulling van de hun opgedragen taak en aansprakelijk zonder hoofdelijkheid voor de tekortkomingen in de normale uitoefening van hun bestuur.
Art. 18 – Quorum, stemrecht en wijze van beslissing
Om geldig te beraadslagen en te beslissen is een aanwezigheidsquorum vastgesteld op de gewone meerderheid van het aantal bestuurders of hun plaatsvervangers, zowel in het geheel als in de groep van de door de gemeenten benoemde bestuurders of hun plaatsvervangers. Van dit aanwezigheidsquorum wordt afgeweken voor een tweede vergadering die volgt op een onvoldoende samengestelde eerdere vergadering, en/of voor zover het gaat om punten die voor de tweede maal op de agenda voorkomen.
Deze bepaling geldt niet voor de voorstellen tot statutenwijziging en aanvaarding van toetredingen van nieuwe leden.
De voor de beslissingen vereiste meerderheid is steeds de gewone meerderheid die bereikt moet worden zowel in het geheel als in de groep van de door de gemeenten benoemde bestuurders of hun plaatsvervangers. Bij staking van stemmen is de stem van de voorzitter doorslaggevend.
De tweede oproeping gebeurt overeenkomstig de bepalingen in artikel 12. In deze tweede oproep wordt er uitdrukkelijk gewezen op het feit dat de raad van bestuur de punten die voor de tweede maal op de agenda voorkomen zal kunnen beraadslagen en beslissen, ongeacht het aantal aanwezige bestuurders of plaatsvervangers.
Art. 19 – Statutenwijziging
De wijziging van de statuten kan slechts geschieden mits voorafgaandelijke goedkeuring door alle gemeenteraden van de deelnemende en toegetreden gemeenten.
Om geldig te beraadslagen en te beslissen over een statutenwijziging is een aanwezigheidsquorum vastgesteld op twee derde meerderheid van het aantal bestuurders of hun plaatsvervangers.
De beslissingen tot statutenwijziging van de projectvereniging dienen genomen te worden met voltalligheid van stemmen, waarbij de bestuurders stemmen overeenkomstig het mandaat dat door hun gemeenteraad is gegeven.
Ingeval het vereiste aantal niet aanwezig is, kan de raad van bestuur een tweede raad van bestuur samenroepen. Op deze tweede vergadering kan geldig beslist worden, ongeacht het aantal aanwezigen en zulks met voltalligheid van stemmen.
HOOFDSTUK 3 – FINANCIEEL BEHEER
Art. 20 – Financiering
De financiering van de projectvereniging gebeurt door middel van jaarlijkse werkingsbijdrage van de deelnemende gemeenten, middelen voortvloeiend uit de eigen werking van de projectvereniging, giften, sponsoring, subsidies en eventuele andere toegelaten inkomsten.
Voor het werkingsjaar 2027 wordt de werkingsbijdrage voor elk deelnemende gemeente vastgelegd op:
0,675 euro per inwoner voor het beleidsdomein cultuur
0,10 euro per inwoner voor de UiTPAS-werking,
0,08 euro per inwoner voor het beleidsdomein jeugd.
Deze bijdragen wordt berekend op basis van het officiële inwonersaantal van 2025 zoals gepubliceerd door Statistiek Vlaanderen en gelden voor de hele lopende periode.
De raad van bestuur kan, indien dit noodzakelijk of wenselijk is voor de werking, een wijziging, aanpassing, verfijning of indexering van het jaarlijkse bedrag per inwoner of een herberekening op basis van een geactualiseerd inwonersaantal voorstellen. Een dergelijke wijziging kan enkel worden doorgevoerd na de uitdrukkelijke goedkeuring van alle deelnemende gemeenten.
Art. 21 – Boekhouding, budget en jaarrekeningen
De boekhouding wordt gevoerd overeenkomstig de wetgeving op de boekhouding van de ondernemingen en met naleving van de richtlijnen die de overheid uitvaardigt met betrekking tot de boekhoudkundige verrichtingen.
Het budget wordt goedgekeurd op uiterlijk 31 december van het jaar dat eraan voorafgaat.
De raad van bestuur keurt de jaarrekening vergezeld van het activiteitenverslag van het afgelopen jaar goed uiterlijk op 30 mei na het verstreken boekjaar.
Art. 22 – Financiële controle
De raad van bestuur geeft opdracht aan een onafhankelijke accountant die de controle op de financiële toestand uitvoert en hierover jaarlijks rapporteert.
Art. 23 – Controle door gemeenteraden en neerlegging bij Nationale Bank
De jaarrekening, vergezeld van het activiteitenverslag en het verslag van de accountant wordt binnen de dertig dagen na haar voorlopige vaststelling door de raad van bestuur overgemaakt aan de deelnemende gemeenten.
De gemeenteraden nemen kennis van de in het eerste lid bedoelde stukken van de jaarrekening.
Nadien wordt de jaarrekening door de raad van bestuur neergelegd bij de Nationale Bank van België.
HOOFDSTUK 4 – LEDEN
Art. 24 – Toetreding nieuwe leden
Andere steden en gemeenten dan diegene vermeld in artikel 1 kunnen slechts in het eerste jaar van de nieuwe legislatuur toetreden tot de projectvereniging.
De stappen die een nieuw toetredend lid moet ondernemen zijn:
Een aanvraag, in de vorm van een gemeenteraadsbeslissing, te richten aan de voorzitter van de raad van bestuur. Het verzoek tot toetreding wordt dan als agendapunt gevoegd op de eerstvolgende raad van bestuur.
Op de eerstvolgende raad van bestuur wordt beslist over een voorlopige aanvaarding.
De bestaande deelnemende gemeenten bespreken het verzoek tot toetreding in hun respectievelijke college van burgemeester en schepenen, en aanvaarden het al dan niet principieel.
Alle deelnemende gemeenten agenderen de toetreding via aanpassing van de statuten op de respectievelijke gemeenteraden.
De raad van bestuur stemt over de nieuwe statuten.
De toetreding neemt een aanvang wanneer de bovenstaande procedure werd doorlopen.
HOOFDSTUK 5 – ONTBINDING EN VEREFFENING
Art. 25 – Ontbinding
Op verzoek van alle deelnemende gemeenten en aan de hand van de daartoe strekkende gemeenteraadsbeslissingen, kan de raad van bestuur met eenparigheid van stemmen de vervroegde ontbinding van de projectvereniging beslissen.
Bij de ontbinding op grond van het voorgaand lid of door het verstrijken van de periode waarvoor de projectvereniging werd opgericht, desgevallend verlengd, wordt de projectvereniging ontbonden en wijst de raad van bestuur die de ontbinding vaststelt, de vereffenaars aan. De raad van bestuur vervalt op het ogenblik van de ontbinding.
Art. 26 – Vereffening
In geval van ontbinding van de projectvereniging worden de activa, na aanzuivering van de eventuele passiva, overgedragen aan de deelnemende gemeenten in verhouding tot de betaalde financiële bijdragen.
Bij de ontbinding van de projectvereniging zullen de eventueel in gebruik gegeven goederen worden teruggegeven aan de eigenaars, in zoverre hun rechten daarop kunnen bewezen worden.
In geval van ontbinding van de projectvereniging worden de resterende activa waar geen enkele deelnemende gemeente rechten op kan doen gelden, overgedragen aan een vereniging of organisatie met een gelijkaardig doel vooraf bepaald door de raad van bestuur, of aan een goed doel eveneens vooraf bepaald door de raad van bestuur.
Na aanzuivering van alle ontvangsten en lasten en ook van de kosten der liquidatie of bewaring welke voor deze regeling gedaan worden, wordt het netto-actief evenredig verdeeld onder alle deelnemende gemeenten.
Gelet op de goedkeuring van de oprichtingsakte van de projectvereniging Vrije Tijd Dender door de gemeenteraad van heden en op de goedkeuring tot toetreding tot deze projectvereniging door het Lokaal Bestuur Geraardsbergen, zoals beslist door de gemeenteraad van heden;
Overwegende dat de projectvereniging per legislatuur verlengbaar is; dat het doel van de projectvereniging Vrijetijdsregio Dender het versterken van de bovenlokale samenwerking tussen de deelnemende gemeenten op het vlak van bibliotheek, cultuur, jeugd, sport, vrije tijd en publieksbereik is, inclusief de gezamenlijke ontwikkeling, uitvoering en ondersteuning van de UiTPAS- werking;
Overwegende dat de projectvereniging wordt bestuurd door een raad van bestuur waarvan de leden worden aangesteld door de deelnemende gemeenten; dat de raad van bestuur bestaat uit stemgerechtigde leden en leden met raadgevende stem; dat elke deelnemende gemeente één stemgerechtigd lid afvaardigt naar de raad van bestuur; dat de stemgerechtigde leden de burgemeester, schepenen of raadsleden van de deelnemende gemeenten zijn; dat elk stemgerechtigd lid beschikt over één stem;
Overwegende dat er voor alle stemgerechtigde leden van de raad van bestuur ook één plaatsvervanger wordt aangesteld;
Overwegende dat elke deelnemende gemeente ook een afgevaardigde met raadgevende stem in de raad van bestuur heeft; dat deze afgevaardigde altijd een raadslid in de betrokken gemeenten is, verkozen op een lijst waarvan geen enkele verkozene deel uitmaakt van het college van burgemeester en schepenen;
Overwegende dat het aangewezen is, met het oog op continuïteit van bestuur en behoud van expertise, om de vertegenwoordigers die momenteel zetelen in de raad van bestuur van de Projectvereniging UiTPAS Dender, voor te dragen voor de raad van bestuur van de projectvereniging Vrijetijdsregio Dender;
Overwegende dat het opportuun is de schepen bevoegd voor cultuur voor te dragen als stemgerechtigd lid van deze projectvereniging;
Overwegende dat hiertoe volgende vertegenwoordigers worden voorgedragen: schepen Ann Panis als stemgerechtigd lid van de raad van bestuur, schepen Griet Blaton als plaatsvervangend stemgerechtigd lid van de raad van bestuur, en raadslid Ilse Roggeman als afgevaardigde met raadgevende stem in de raad van bestuur;
Gelet op het Regiodecreet van 1 februari 2023 waarmee Vlaanderen werd ingedeeld in 15 referentieregio's met als doel de geografische beperking van de regionale samenwerkingsverbanden;
Gelet op het bovenlokaal cultuurdecreet van 8 maart 2024;
Gelet op artikel 41 van het Decreet Lokaal Bestuur;
Gelet op artikel 396 van het decreet Lokaal Bestuur dat bepaalt dat twee of meer gemeenten een samenwerkingsverband met rechtspersoonlijkheid tot stand kunnen brengen om doelstellingen te verwezenlijken die behoren tot een of meer inhoudelijke samenhangende beleidsdomeinen;
Gelet op artikel 401 tot en met 412 van het decreet Lokaal Bestuur d.d. 22 december 2017 houdende de intergemeentelijke samenwerking kan een intergemeentelijk samenwerkingsverband met rechtspersoonlijkheid worden opgericht, onder de vorm van een projectvereniging;
Enig artikel:
Schepen Ann Panis aan te duiden als stemgerechtigd lid voor de raad van bestuur van de projectvereniging Vrije Tijd Dender.
Schepen Griet Blaton aan te duiden als plaatsvervangend stemgerechtigd lid voor de raad van bestuur van de projectvereniging Vrije Tijd Dender.
Raadslid Ilse Roggeman aan te duiden als lid met raadgevende stem voor de raad van bestuur van de projectvereniging Vrije Tijd Dender.
Gelet op het Regiodecreet van 1 februari 2023 waarbij Vlaanderen werd ingedeeld in 15 regio’s waarbinnen de toekomstige samenwerkingsverbanden tussen de gemeenten op het vlak van cultuur en vrije tijd zich vanaf 2027 moeten situeren;
Gelet op de indeling van Geraardsbergen bij Regio Dender door dit bovenvermeld decreet;
Gelet op het besluit van Burgemeester en Schepenen van 15 april 2024, waarbij naar de aanloop van een structurele samenwerking in de referentieregio de deelname van Geraardsbergen aan twee tijdelijke en bovenlokale cultuurprojecten met een looptijd van twee jaar werd goedgekeurd;
Gelet op de vraag van de coördinator van het samenwerkingsverband voor cultuurcentra en bibliotheken Dijk92 en trekker van het project voor bovenlokale cultuurwerking Regio Dender, in een mail van 1 december 2025 aan alle deelnemende gemeenten van Regio Dender om het actieplan vanaf 2027 voor Regio Dender, met bijhorende financiering, goed te keuren;
Gelet op de managementsamenvatting beleidsplan bovenlokale cultuur 2027-2032;
Overwegende dat vanaf 2027 Geraardsbergen uit het samenwerkingsverband Route42 stapt, omdat Route42 zich in Regio Vlaamse Ardennen bevindt en Geraardsbergen werd ingedeeld bij Regio Dender, waardoor de jaarlijkse bijdrage van 7039,60 euro aan Route42 vanaf 2027 komt te vervallen;
Gelet op het regiodecreet van 3 februari 2023;
Gelet op het decreet bovenlokaal cultuurbeleid van 8 maart 2024;
Gelet op het decreet lokaal bestuur van 22 december 2017;
Gelet op de voorgestelde bijdrage van Geraardsbergen aan de bovenlokale cultuurwerking van Regio Dender vanaf 2027, nl. 29.866,14 euro waarvan 23.295,59 euro voor cultuur, zijnde de cultuurdienst en de bibliotheek, die elk de helft van dit bedrag op zich zullen nemen;
Overwegende dat zowel de bibliotheek als de cultuurdienst voldoende budget hebben voorzien vanaf 2027 voor deze bijdrage, de bibliotheek op de begroting van het AGB (AR 61399999) en de cultuurdienst op de begroting van het Lokaal Bestuur AR61405000 - BI 011999;
Enig artikel:
Het actieplan met bijhorende financiering voor de termijn 2027-2032 goed te keuren.
Overwegende dat de uitrol van OverKop naar alle 60 eerstelijnszones als ambitie werd geformuleerd in het 'crisis- en investeringsplan voor de jeugdhulp' van de Vlaamse Regering met middelen die op lange termijn zijn gegarandeerd;
Gelet op de subsidieoproep 'Oproep OverKop - uitbreiding 2024, Vroeg en Nabij: naar een OverKophuis in elke eerstelijnszone' van Opgroeien;
Overwegende dat een OverKop-huis een fijne laagdrempelige plek is waar jongeren elkaar kunnen ontmoeten, waar ze ook terechtkunnen als ze willen babbelen over kleine of grote zorgen, met een nauwe samenwerking tussen de OverKopwerking en welzijnswerkers;
Overwegende dat Stad Geraardsbergen samen met Stad Ninove, Eerstelijnszone Dender-Zuid en heel wat andere welzijnspartners op 12 januari 2024 een dossier indienden voor twee OverKophuizen in de eerstelijnszone en dat dit dossier werd goedgekeurd;
Overwegende dat in oktober 2024 OverKophuis Geraardsbergen en OverKophuis Ninove de deuren openden;
Overwegende dat Eerstelijnszone Dender-Zuid deel uitmaakt van het OverKopnetwerk Denderstreek Meetjesland en dat stad Aalst penhouder is voor het netwerk;
Overwegende dat de toegekende subsidies binnen het OverKopnetwerk worden verdeeld onder de verschillende eerstelijnszones met een OverKophuis;
Overwegende dat Stad Geraardsbergen de middelen voor de uitwerking van twee OverKophuizen in Eerstelijnszone Dender-Zuid zal ontvangen en dat hiervoor een samenwerkingsovereenkomst wordt afgesloten tussen Stad Aalst, Stad Geraardsbergen en Stad Ninove;
Overwegende dat de vorige samenwerkingsovereenkomst afliep op 31 december 2025;
Gelet op het decreet lokaal bestuur van 22 december 2017;
Gelet op het besluit van de Vlaamse Regering houdende de wijziging van het besluit van de Vlaamse Regering van 5 maart 2021 over de financiering van vernieuwend aanbod in de preventieve gezinsondersteuning, met het oog op de subsidiëring voor het jaar 2026 van OverKop goedgekeurd op de Vlaamse Regering van 19 december 2025 ;
Gelet op de positieve beslissing van de uitbreiding OverKop Denderstreek Meetjesland van Opgroeien van 6 mei 2024;
Gelet op het goedkeuren van het samen met Eerstelijnszone Dender-Zuid en Lokaal Bestuur Ninove indienen van een subsidieaanvraag voor de oproep 'OverKop uitbreidingsmiddelen 2024 door het college van burgemeester en schepenen op 18 december 2023;
Gelet op de samenwerkingsovereenkomst tussen stad Aalst, stad Ninove en stad Geraardsbergen betreffende de uitbouw van een OverKopwerking in ELZ Dender Zuid goedgekeurd op 28 mei 2024 en afgelopen op 31 december 2025;
Gelet op het addendum bij de samenwerkingsovereenkomst tussen Stad Aalst, stad Ninove en stad Geraardsbergen betreffende de uitbouw van een OverKopwerking in ELZ Dender Zuid goedgekeurd op 25 februari 2025 en afgelopen op 31 december 2025;
Overwegende dat er een subsidie van 116.535,82 euro werd toegekend voor de verdere uitbouw van de OverKophuizen in Geraardsbergen en Ninove;
Overwegende dat stad Geraardsbergen deze middelen zal ontvangen;
Overwegende dat elke eerstelijnszone 2.000 euro betaalt aan Stad Aalst als vergoeding voor de coördinatiefunctie die Stad Aalst opneemt in het OverKopnetwerk Denderstreek Meetjesland;
Enig artikel:
De samenwerkingsovereenkomst tussen Stad Aalst, Stad Geraardsbergen en Stad Ninove betreffende de uitbouw van een OverKopwerking in de Eerstelijnszone Dender Zuid als volgt goed te keuren:
Samenwerkingsovereenkomst tussen Stad Aalst, stad Ninove en stad Geraardsbergen betreffende de uitbouw van een OverKopwerking in ELZ Dender Zuid.
Tussen de hierna vermelde partijen:
Enerzijds de stad Aalst, met zetel te 9300 Aalst, Werf 9, KBO-nummer 0207.437.468, voor wie optreden de heer David Coppens, voorzitter gemeenteraad, en de heer Wim Leerman, algemeen directeur, optredend in uitvoering van het besluit van de gemeenteraad van 3 maart 2026.
Anderzijds de stad Geraardsbergen, met zetel te 9500 Geraardsbergen, Weverijstraat 20, KBO-nummer 0207.485.374, voor wie optreden de heer Jimmy Colman Villamayor , voorzitter gemeenteraad, en mevrouw Nathalie Marck, algemeen directeur wnd. en de stad Ninove, met zetel te 9400 Ninove, Centrumlaan 100, KBO-nummer 0207.441.527, voor wie optreden de heer Guy D’haeseleer, voorzitter gemeenteraad, en mevrouw Katlijn Copriau, algemeen directeur wordt onderhavige samenwerkingsovereenkomst gesloten.
Tussen partijen wordt uiteen gezet hetgeen volgt:
Artikel 1: voorwerp van de overeenkomst
Deze samenwerkingsovereenkomst tussen de stad Aalst, stad Geraardsbergen en stad Ninove kadert binnen het lokaal sociaal beleid grondgebied Aalst 2026-2031, alsook de uitbreidingsoproep ‘OverKophuizen’ van het Agentschap Opgroeien d.d. 27/10/2023 waarbij het aanvraagdossier van stad Geraardsbergen en stad Ninove als laureaat uit de bus kwam (beslissing van Agentschap Opgroeien d.d. 16/02/2024). Partijen zullen hiertoe volgend initiatief organiseren ter uitvoering van de opdracht:
➢ Realiseren van een OverKophuis en -netwerk in eerstelijnszone Dender Zuid.
Artikel 2: Duur van de overeenkomst
§1. Deze overeenkomst treedt met terugwerkende kracht in werking op 1 januari 2026 en loopt tot en met 31 december 2026 , en kan telkens stilzwijgend met één jaar worden verlengd zolang de Vlaamse subsidies worden toegekend en stad Aalst de penhouder blijft van het OverKopnetwerk Denderstreek-Meetjesland.
§2. In het geval dat stad Aalst niet meer de penhouder is voor de OverKopwerking in eerstelijnszone Dender-Zuid wordt deze overeenkomst automatisch beëindigd.
§3. Deze samenwerkingsovereenkomst is onlosmakelijk verbonden met de erkenning en subsidiëring van de OverKopwerking in eerstelijnszone Dender-Zuid door Agentschap Opgroeien. Deze samenwerkingsovereenkomst komt automatisch tot een einde wanneer ook deze bovenlokale erkenning en subsidiëring aflopen.
§4. De samenwerkingsovereenkomst kan gedurende de looptijd steeds door beide partijen opgezegd worden met een aangetekende brief en met inachtneming van een opzegtermijn van 3 maanden.
Artikel 3: verbintenissen Stad Aalst en Stad Geraardsbergen en Stad Ninove i.f.v. realiseren van een lokale OverKophuis en -netwerk
› Stad Geraardsbergen en stad Ninove nemen de verantwoordelijkheid op om binnen de eigen eerstelijnszone een OverKophuis en -netwerk op te zetten conform het concept en bijhorende doelstellingen en ambities zoals geformuleerd in het aanvraagdossier dat werd goedgekeurd door Agentschap Opgroeien. Stad Geraardsbergen en stad Ninove houden zich aan de voorwaarden die door Agentschap Opgroeien worden opgelegd met betrekking tot de uitbouw van een OverKophuis-en netwerk binnen de eerstelijnszone.
› Stad Geraardsbergen en stad Ninove sluiten voor de eigen OverKopwerking de nodige samenwerkingsovereenkomsten af met de betrokken lokale en regionale partners die zullen ingezet worden voor de operationele uitrol van het OverKophuis op het eigen grondgebied.
› Stad Geraardsbergen en stad Ninove staan voor de eigen lokale OverKopwerking in voor afstemming en rapportering naar het lokale beleid, financiële opvolging, afsluiten van nodige verzekeringen en communicatie.
› Stad Aalst, stad Geraardsbergen en stad Ninove nemen samen met de andere OverKopwerkingen in het werkingsgebied Denderstreek-Meetjesland het initiatief om minimaal 2x/jaar een stuurgroep OverKop Denderstreek-Meetjesland te organiseren, waar plaats is voor uitwisseling en afstemming. Deze bijeenkomsten gaan middels een beurtrol door in een OverKophuis. Stad Aalst staat in voor de algemene organisatie en opvolging van deze stuurgroep.
› Stad Aalst, stad Geraardsbergen en stad Ninove zijn elk centrale aanspreekpunten voor het Agentschap Opgroeien m.b.t. de eigen OverKopwerking. Stad Aalst staat evenwel in voor de gebundelde jaarlijkse financiële en inhoudelijke rapportering naar Agentschap Opgroeien. Stad Geraardsbergen en stad Ninove leveren hiertoe de nodige inhoudelijke en financiële input aan m.b.t. de OverKopwerking in ELZ Dender-Zuid zoals bepaald door de stuurgroep Denderstreek-Meetjesland en volgens de richtlijnen van Agentschap Opgroeien.
› Stad Aalst staat in voor de coördinatie van het OverKopnetwerk Denderstreek-Meetjesland, waartoe de OverKopwerking in ELZ Dender-Zuid behoort. Stad Aalst is het centrale aanspreekpunt voor Agentschap Opgroeien. Stad Aalst zorgt in die hoedanigheid voor doorstroom van relevante communicatie vanuit Agentschap Opgroeien naar stad Geraardsbergen en stad Ninove en signalen van stad Geraardsbergen en stad Ninove naar Agentschap Opgroeien. Stad Aalst neemt als coördinator van het OverKopnetwerk Denderstreek-Meetjesland deel aan relevante overlegmomenten georganiseerd door Agentschap Opgroeien zoals de Vlaamse Stuurgroep OverKop.
Artikel 4: Financiële verbintenissen.
Financiële verbintenissen
§1. Stad Aalst ontvangt als penhouder voor de OverKopwerkingen in het volledige werkingsgebied Denderstreek-Meetjesland in 2026 een totale Vlaamse subsidie a rato van € 712 215.07. Per eerstelijnszone is er een basisfinanciering van € 118 535,82. Elke eerstelijnszone draagt hiervan € 2 000 af aan stad Aalst als vergoeding voor de coördinatorfunctie die stad Aalst opneemt. Stad Aalst mag de door de eerstelijnszone Dender-Zuid verschuldigde vergoeding inhouden van het door te storten bedrag en zal bijgevolg € 116 535,82 doorstorten aan stad Geraardsbergen en stad Ninove voor de OverKopwerking in eerstelijnszone Dender-Zuid.
§2. Deze subsidie wordt uitbetaald op rekening op naam van stad Geraardsbergen met vermelding van ‘OverKopwerking Dender-Zuid’, de schijf en het kalenderjaar van de subsidie.
§3. Voor de besteding van de Vlaamse subsidie dienen de richtlijnen te worden gevolgd zoals omschreven door Agentschap Opgroeien.
§4. De subsidie wordt uitbetaald in 2 schijven van 50% (tegen 15 februari en tegen 1 augustus van het lopend kalenderjaar).
§5. Tussentijdse indexeringen van de subsidie door het Agentschap Opgroeien worden door de stad Aalst doorgestort aan stad Geraardsbergen en stad Ninove.
Infrastructurele verbintenissen
§6. Stad Geraardsbergen en stad Ninove stellen een locatie gratis ter beschikking voor de OverKopwerking in de eigen eerstelijnszone.
Artikel 5: Opvolging en toezicht
5.1. Bestuurlijke controle
Vanuit stad Aalst wordt deze samenwerkingsovereenkomst opgevolgd vanuit de regierol lokaal sociaal beleid, tel. 053 77 93 00, oproepsociaalbeleid@aalst.be.
Vanuit stad Geraardsbergen en stad Ninove wordt deze samenwerkingsovereenkomst opgevolgd vanuit, dienst Samenleving stad Geraardsbergen, 054 31 62 10, samenleving@geraardsbergen.be.
5.2. Financiële en inhoudelijke controle
§1. De stuurgroep OverKop Denderstreek-Meetjesland staat in voor het vastleggen van de nodige afspraken betreffende de inhoudelijke en financiële rapportage van de OverKopwerkingen in werkingsgebied Denderstreek-Meetjesland, en dit volgens de richtlijnen en deadlines van Agentschap Opgroeien. Elke OverKopwerking in het werkingsgebied houdt zich aan deze afspraken. Stad Aalst staat in voor het verzamelen en bundelen van de verschillende verslagen tot één geheel en indiening van het gebundelde verslag bij Agentschap Opgroeien. Stad Geraardsbergen en stad Ninove staan in voor de inhoudelijke en financiële rapportage van de OverKopwerking in ELZ Dender-Zuid.
§2. Indien Agentschap Opgroeien op basis van de jaarlijkse verslaggeving de Vlaamse subsidies volledig of gedeeltelijk zou intrekken dan moet de lokale OverKopwerking waarop de intrekking betrekking heeft dit bedrag terugstorten.
§3. Indien Agentschap Opgroeien bijkomende informatie opvraagt met betrekking tot de inhoudelijke of financiële rapportage van de OverKopwerking in eerstelijnszone Dender-Zuid zullen stad Geraardsbergen en stad Ninove deze tijdig en volledig bezorgen aan stad Aalst.
5.3. Wijzigingen aan de interne werking
Wijzigingen aan de interne werking van stad Geraardsbergen en stad Ninove die geen impact hebben op de opdracht of het budget (zoals wijziging aan de statuten, maatschappelijke zetel, voorzitter ...) worden ter kennisgeving aan het college van burgemeester en schepenen van stad Aalst voorgelegd door team Lokaal Sociaal Beleid. Stad Geraardsbergen en stad Ninove verbinden zich ertoe deze wijzingen uiterlijk 30 kalenderdagen na invoering door te geven aan stad Aalst via oproepsociaalbeleid@aalst.be.
Artikel 6: Communicatie
Stad Geraardsbergen en stad Ninove zorgt ervoor dat bij elke communicatie i.k.v. de lokale OverKopwerking de opgelegde richtlijnen vanuit Agentschap Opgroeien worden nageleefd.
Bij bovenlokale communicatie wordt steeds gecommuniceerd vanuit het samenwerkingsverband ‘Denderstreek-Meetjesland’.
Artikel 7: Toepasselijk recht
Deze overeenkomst wordt beheerst door het Belgisch recht. De rechtbanken van het gerechtelijk arrondissement Oost-Vlaanderen zijn uitsluitend bevoegd om kennis te nemen van iedere betwisting tussen partijen inzake het bestaan, de geldigheid en de interpretatie van deze overeenkomst, die niet op een minnelijke wijze kunnen opgelost worden.
Artikel 8: Engagementen op het gebied van werkwijze
§1. Stad Geraardsbergen en stad Ninove oefenen dit project op een kwaliteitsvolle manier uit. Stad Aalst, stad Geraardsbergen en stad Ninove hanteren bedrijfseconomisch verantwoorde principes, waaronder een maximale kostentransparantie en -responsabilisering, evenwel zonder hierbij afbreuk te doen aan dit project. Stad Geraardsbergen en stad Ninove zullen zich bij de uitoefening van dit project nauwgezet houden aan de beginselen van behoorlijk bestuur en verder aan alle toepasselijke regelgeving zoals onder meer de richtlijnen vanuit Agentschap Opgroeien met betrekking tot OverKop, GDPR-bepalingen bij de verwerking van persoonsgegevens, de principes van de wetgeving overheidsopdrachten en de bepalingen van het decreet over het lokaal bestuur.
§2. Stad Geraardsbergen en stad Ninove zullen inzake dienstverlening rekening houden met de algemene principes die richting geven aan good governance en de uitvoering ervan zoals het gelijkheidsbeginsel, non-discriminatiebeginsel, zuinigheidsbeginsel, redelijkheidsbeginsel, integriteit, verantwoording, vertrouwelijkheid van informatie, transparantie…enz.
Artikel 9: Relativiteit van clausules
ln geval één of andere clausule of gedeelte ervan ongeldig, onwettelijk, onuitvoerbaar onder het toepasselijke recht wordt verklaard, blijven de overige clausules of gedeelten ervan rechtsgeldig en uitvoerbaar. Partijen beraadslagen binnen de maand na verzoek van de meest gerede partij om de onwettige of onuitvoerbare clausules te vervangen door geldige clausules die zoveel als mogelijk de initiële bedoeling van partijen nastreven.
Gelet op het subsidiereglement lokale besturen oefenkansen Nederlands georganiseerd van het Agentschap Integratie en Inburgering gelanceerd op 23 september 2025;
Gelet op de projectaanvraag ingediend door het lokaal bestuur Geraardsbergen en goedgekeurd door het Agentschap Integratie en Inburgering op 19 december 2025;
Overwegende dat deze overeenkomst tot doel heeft om de inhoudelijke en financiële afspraken en verbintenissen vast te leggen;
Overwegende dat de overeenkomst in werking treedt op 01/03/2026 en loopt tot 31/08/2026;
Gelet op het decreet betreffende het Vlaamse integratie- en inburgeringsbeleid van 7 juni 2013, gewijzigd bij het Decreet van 1 maart 2022;
Gelet op het decreet lokaal bestuur van 22 december 2017;
Overwegende dat lokaal bestuur Geraardsbergen deel uit maakt van categorie 2 en 30.000 euro subsidie kan ontvangen en er een cofinanciering van 30.000 euro voorzien wordt;
Overwegende dat de cofinanciering is voorzien binnen het goedgekeurde meerjarenplan onder de actie AC 431 "We zetten in op taalstimulering van het Nederlands";
Enig artikel:
De samenwerkingsovereenkomst met het Agentschap Integratie en Inburgering als volgt goed te keuren:
Het Agentschap Integratie & Inburgering en de begunstigde worden hierna individueel aangeduid als een “Partij” en gezamenlijk als de “Partijen”.
Overwegende dat:
1. Het Agentschap Integratie & Inburgering op 23/09/2025 de projectoproep “Oefenkansen Nederlands” heeft gelanceerd (hierna de “Projectoproep”).
2. De projectaanvraag van de Begunstigde (hierna het “Project”) werd goedgekeurd door het Agentschap Integratie & Inburgering op 19/12/2025, onder voorbehoud van het tijdig en correct indienen van de inhoudelijke en/of financiële herwerkingen zoals meegedeeld bij de communicatie op 19/12/2025.
3. De partijen hebben beslist om in het kader van het Project deze samenwerkingsovereenkomst af te sluiten (hierna de “Overeenkomst”).
Vooraf
Het Agentschap Integratie & Inburgering lanceert in het najaar van 2025 een projectoproep gericht aan lokale besturen in Vlaanderen. We ondersteunen initiatieven die anderstaligen de kans geven om Nederlands te oefenen in realistische, toegankelijke en betekenisvolle contexten.
Deze oproep wil lokale besturen stimuleren om in te zetten op één of meerdere van de volgende doelstellingen:
• De kwaliteit van het aanbod oefenkansen verhogen;
• Het aanbod oefenkansen verduurzamen;
• Het aanbod oefenkansen verbreden;
• Nieuwe oefenkansen opzetten;
• Een visie rond oefenkansen ontwikkelen.
Met deze oproep wil de Vlaamse Regering een voldoende kwalitatief en duurzaam verankerd aanbod aan oefenkansen Nederlands in Vlaanderen voorzien. Daarbij is het belangrijk dat het aanbod en de organisatie van de oefenkansen Nederlands ook na het wegvallen van de subsidies aan de lokale besturen duurzaam verankerd blijft in een wijzigende context. De subsidieoproep is goedgekeurd door de Vlaamse Regering op 14/07/2025.
Artikel 1 – Voorwerp van de overeenkomst
§1. De overeenkomst heeft tot doel de subsidie te regelen van het Agentschap Integratie & Inburgering aan de Begunstigde voor het uitvoeren van het Project. Deze overeenkomst legt de inhoudelijke en financiële afspraken en verbintenissen tussen de Partijen vast.
§2. De Begunstigde erkent in dit kader kennis te hebben genomen van de Projectoproep en het bijhorende subsidiereglement, zoals aangehecht als Bijlage 1 bij deze Overeenkomst.
Artikel 2 – Duurtijd van de overeenkomst
De Overeenkomst treedt in werking op 01/03/2026 en loopt tot 31/08/2028.
Artikel 3 – Beleidskader
De Overeenkomst sluit aan op de decretale opdracht van het Agentschap Integratie & Inburgering, meer specifiek op de artikels 43 en 44 van het Decreet betreffende het Vlaamse integratie- en inburgeringsbeleid van 7 juni 2013, gewijzigd bij het Decreet van 1 maart 2022, waarin opgenomen is dat het Agentschap Integratie & Inburgering
taalbeleidsprojecten, taalbeleidsacties en taalpromotie-acties kan opzetten.
Artikel 4 – Projectaanvraag
De Begunstigde erkent dat het Project uitgevoerd zal worden overeenkomstig de goedgekeurde projectaanvraag, waarbij tevens uitdrukkelijk rekening wordt gehouden met de opmerkingen en feedback van de jury van de projectoproep (hierna gezamenlijk de “Projectaanvraag”). De Projectaanvraag is als Bijlage 2 bij deze overeenkomst opgenomen. Begunstigden die verplicht één of meerdere negatief beoordeelde criteria moeten herwerken (zoals meegedeeld in de communicatie van 19 december 2025), sturen deze op via mail naar nederlandsoefenen@integratie-inburgering.be voor de uiterste ondertekenen datum van de samenwerkingsovereenkomst. De herwerking maakt integraal deel uit van de Projectaanvraag.
Artikel 5 – Projectbegroting
§1. De Partijen hebben kennisgenomen van de projectbegroting zoals ingediend door de Begunstigde in het kader van de Projectaanvraag. De ingediende begroting werd goedgekeurd door het Agentschap Integratie &Inburgering mits eventueel beperkte wijzigingen door de jury van de Projectoproep (hierna de “Projectbegroting”). De Projectbegroting maakt deel uit van de Projectaanvraag, opgenomen als Bijlage 2.
Begunstigden die verplicht zijn de begroting te herwerken (zoals meegedeeld in de communicatie van 19 december 2025), sturen deze op via mail naar nederlandsoefenen@integratie-inburgering.be voor de uiterste ondertekenen datum van de samenwerkingsovereenkomst. De herwerking maakt integraal deel uit van de
Projectaanvraag.
§2. De Begunstigde erkent bij uitvoering van het Project de Projectbegroting te zullen naleven.
Artikel 6 – Projectsubsidie
De subsidiecategorie waartoe de Begunstigde behoort is afhankelijk van het procentueel aantal inwoners met een buitenlandse herkomst of stijging van het aantal inwoners met een buitenlandse herkomst met meer dan 20 procentpunten tussen 2000 en 2024 in hun lokaal bestuur. De Begunstigde maakt deel uit van Categorie 2.
CATEGORIE 1: De Begunstigde ontvangt, in uitvoering van de Overeenkomst, maximaal volgende subsidie van het Agentschap Integratie & Inburgering voor het Project: 15.000 EUR (vijftienduizend euro) (hierna de “Projectsubsidie). De Begunstigde voorziet een cofinanciering van 15.000 EUR (vijftienduizend euro). De Projectsubsidie wordt door het Agentschap Integratie & Inburgering toegekend in overeenstemming met de bepalingen van het besluit van de Vlaamse Regering van 14 juli 2025 betreffende de algemene regels inzake subsidiëring.
CATEGORIE 2: De Begunstigde ontvangt, in uitvoering van de Overeenkomst, maximaal volgende subsidie van het Agentschap Integratie & Inburgering voor het Project: 30.000 EUR (dertigduizend euro) (hierna de “Projectsubsidie). De Begunstigde voorziet een cofinanciering van 30.000 EUR (dertigduizend euro). De Projectsubsidie wordt door het Agentschap Integratie & Inburgering toegekend in overeenstemming met de bepalingen van het besluit van de Vlaamse Regering van 14 juli 2025 betreffende de algemene regels inzake subsidiëring.
CATEGORIE 3: De Begunstigde ontvangt, in uitvoering van de Overeenkomst, maximaal volgende subsidie van het Agentschap Integratie & Inburgering voor het Project: 60.065,91 EUR (zestigduizend vijfenzestig euro en eenennegentig cent) (hierna de “Projectsubsidie). Na toekenning van de subsidiemiddelen aan de hoogst scorende dossiers bleef er een restbudget van 2.834 EUR over. Conform het subsidiereglement (onderdeel 4.2.3 – Jureringsprocedure) wordt dit resterende bedrag proportioneel verdeeld onder de 43 geselecteerde indieners uit categorie drie. Elk van deze dossiers ontvangt een bijkomend bedrag van 65,91 EUR bovenop het subsidiebedrag van 60.000 EUR, waardoor het totale toegekende bedrag per dossier 60.065,91 EUR bedraagt. De Begunstigde voorziet een cofinanciering van 60.000 EUR (zestigduizend euro). De cofinanciering is begrensd tot 60.000 euro. De Projectsubsidie wordt door het Agentschap Integratie & Inburgering toegekend in overeenstemming met de bepalingen van het besluit van de Vlaamse Regering van 14 juli 2025 betreffende de algemene regels inzake subsidiëring.
Artikel 7 – Samenstelling en aanwending van de subsidie
§1. De Projectsubsidie dient als tegemoetkoming in de betaling van alle kosten die betrekking hebben op de uitvoering van het Project door de Begunstigde en zoals opgenomen in de Projectbegroting.
§2. De Begunstigde zorgt ervoor dat de uitgaven binnen de Projectbegroting blijven in elke vooropgestelde subcategorie (namelijk werkingskosten en personeelskosten). Budgetverschuivingen tussen de verschillende subcategorieën van de Projectbegroting zijn toegestaan op voorwaarde dat de Projectsubsidie, zoals opgenomen in artikel 6 van de Overeenkomst, niet wordt overschreden. Budgetverschuivingen van meer dan tien procent (10%) moeten worden meegedeeld en gemotiveerd aan het Agentschap Integratie & Inburgering tijdens rapportagemomenten. Op andere momenten worden budgetverschuivingen als onontvankelijk verklaard.
§3. Voor verdere richtlijnen en voorwaarden van de samenstelling van de subsidie wordt verwezen naar het subsidiereglement (Bijlage 1), dat integraal van toepassing is op deze overeenkomst. De verklaring op eer (Bijlage 4) dient, indien van toepassing, getekend te worden ter bewijs van bijkomende personeelsinzet voor het subsidiebedrag en om dubbelfinanciering uit te sluiten.
Artikel 8 – Rapportering
Voor de richtlijnen en voorwaarden van de rapportering wordt verwezen naar het subsidiereglement (Bijlage 1), dat integraal van toepassing is op deze overeenkomst. Voor de tussentijdse rapportage dient de Begunstigde de rapportagesjablonen (Bijlage 3) ingevuld in te dienen via nederlandsoefenen@integratie-inburgering.be. Voor de eindrapportage volgt verdere communicatie bij de uitbetaling van de tweede schijf in mei 2027.
Artikel 9 – Uitbetaling van de Projectsubsidie
§1. De Projectsubsidie, zoals vermeld in artikel 6, wordt uitbetaald op rekeningnummer van de Begunstigde op naam van met de mededeling SUBSIDIEOPROEP OEFENKANSEN
NEDERLANDS Geraardsbergen. Dit gebeurt op de wijze bepaald in dit artikel 9 van de Overeenkomst.
§2. De uitbetaling zal het volgende schema volgen:
1. Het Agentschap Integratie & Inburgering betaalt een eerste schrijf van 40 % (veertig procent) aan de Begunstigde nadat het Agentschap Integratie & Inburgering een ondertekende versie van de samenwerkingsovereenkomst heeft ontvangen. De betaling zal plaatsvinden tussen maart-april 2026.
2. Het Agentschap Integratie & Inburgering betaalt een tweede schrijf van 40 % (veertig procent) aan de Begunstigde na indiening van de Begunstigde en goedkeuring door het Agentschap Integratie & Inburgering van de tussentijdse rapportage van 2027 (over de periode 01/03/2026 – 31/12/2026). De uitbetaling zal plaatsvinden in 05/2027.
3. Het Agentschap Integratie & Inburgering betaalt de derde schijf van 20% (twintig procent) aan de Begunstigde na indiening van de Begunstigde en goedkeuring door het Agentschap Integratie & Inburgering van de eindrapportage. De uitbetaling zal plaatsvinden in 12/2028.
§3. Indien de Begunstigde (i) niet tijdig de rapportering indient en/of (ii) een onvoldoende of onvolledige rapportering indient en/of (iii) de aanwending van de subsidie voor de doeleinden van oproep niet (voldoende) motiveert, heeft het Agentschap Integratie & Inburgering de mogelijkheid om:
• De tweede of derde schijf niet of slechts gedeeltelijk uit te betalen;
• De reeds betaalde eerste, tweede of derde schijf volledig of gedeeltelijk terug te vorderen.
Het Agentschap Integratie & Inburgering beschikt hierbij over een discretionaire beslissingsbevoegdheid.
Artikel 10 - Vast contactpersoon
§1. In het kader van een vlotte informatieoverdracht voorziet de Begunstigde minstens één vaste contactpersoon.
§2. In het geval de Begunstigde een intergemeentelijk samenwerkingsverband is, voorziet elke gemeente binnen het intergemeentelijk samenwerkingsverband één vast contactpersoon. Daarbovenop voorziet het intergemeentelijk samenwerkingsverband bijkomend één contactpersoon.
Artikel 11 – Aansprakelijkheid
§1. Partijen zijn jegens elkaar enkel aansprakelijk voor schade die het gevolg is van herhaalde lichte fouten, zware fouten en opzettelijke fouten of deze van hun hulppersonen bij uitvoering van deze Overeenkomst. Partijen zijn jegens elkaar niet aansprakelijk voor lichte fouten onder voorbehoud van hetgeen bepaald is in artikel 13 § 1 van
de Overeenkomst dat ook toepassing vindt op niet-herhaalde lichte fouten.
Worden geacht een zware fout uit te maken:
- De miskenning door de Begunstigde van artikel 7 § 4 van de Overeenkomst
- De niet-correcte uitvoering van het Project conform hetgeen beschreven is in de Projectaanvraag (art. 4) en zoals gehecht als Bijlage 2 van deze Overeenkomst Voormelde lijst van zware fouten is niet limitatief.
§2. Bij de vaststelling van een fout in de zin van § 1 zal het Agentschap Integratie & Inburgering aanspraak kunnen maken op een schadevergoeding die overeenstemt met het volledige bedrag van de aan de Begunstigde toegekende subsidie. In elk geval heeft het Agentschap Integratie & Inburgering recht op een hogere schadevergoeding wanneer zij aantoont dat de door haar geleden schade groter uitvalt dan dit bedrag.
Behoudens in geval van bedrog kunnen Partijen enkel in de zin van § 1 aansprakelijk worden gesteld voor directe gevolgschade.
§3. Partijen komen, in afwijking van artikel 6.3, §1 BW, overeen dat zij tegenover elkaar geen buitencontractuele aansprakelijkheidsvordering kunnen instellen, maar elkaar enkel contractueel kunnen aanspreken.
Partijen komen, in afwijking van artikel 6.3, §2 BW, overeen dat zij elkaars hulppersonen niet buitencontractueel kunnen aanspreken.
Artikel 12 - Communicatie
§1. In elke externe communicatie over het Project door de Begunstigde vermeldt de Begunstigde de financiële steun van het Agentschap Integratie & Inburgering. Voorbeelden van externe communicatie zijn, zonder daartoe beperkt te zijn, flyers, folders, websites, artikels in gemeentelijk magazine, sociale media …
§2. Alle informatie- en publiciteitsmateriaal gericht naar het grote publiek omvat:
• de branding van het project oefenkansen Nederlands1;
• het logo van het Agentschap Integratie & Inburgering;
• het logo van ‘Vlaanderen is divers’;
• een verwijzing naar de ondersteuning van het project door toevoeging van de volgende bewoording: "met de steun van het Agentschap Integratie & Inburgering” op een afdoende zichtbare plek doorheen het informatie- en publiciteitsmateriaal;
• Voor kleine communicaties, zoals op sociale media, volstaat de vermelding: ‘met de steun van het Agentschap Integratie & Inburgering’;
• De banner met de logo’s vind je terug in verschillende bestandsformaten op https://www.integratieinburgering.be/nl/over-ons/voorstellingstekst-en-logo
§3. In geen geval is het Agentschap Integratie & Inburgering verantwoordelijk voor de informatie die in die publicatie of bekendmaking wordt opgenomen. Als de Begunstigde een politiek standpunt inneemt, moet worden vermeld dat hierin slechts de mening van de Begunstigde wordt weergegeven en dat het Agentschap Integratie & Inburgering hier niet voor verantwoordelijk is.
Artikel 13 - Beëindiging overeenkomst (ontbinding en opzegging)
§1. Indien één der Partijen op toerekenbare wijze in gebreke blijft om één of meerdere verplichtingen uit deze Overeenkomst na te leven, kan de andere Partij deze tekortkoming formeel te melden door middel van een aangetekende ingebrekestelling waarin de toerekenbare niet-nakomingen ondubbelzinnig worden opgelijst, voor zover deze ingebrekestelling nog nuttig kan gebeuren. De in gebreke gestelde Partij beschikt vervolgens over een termijn van één maand, te rekenen vanaf de datum van verzending van de ingebrekestelling, om alsnog aan haar contractuele verplichtingen te voldoen. Indien de tekortkoming na het verstrijken van deze termijn niet is hersteld, is de andere Partij gerechtigd de ontbinding van de Overeenkomst buitengerechtelijk na te streven via aangetekend schrijven. Alle kosten en schade die uit deze ontbinding voortvloeien, komen ten laste van de Partij die in gebreke is gebleven.
§2. Het Agentschap Integratie & Inburgering kan de Overeenkomst steeds buitengerechtelijk beëindigen in geval
van (uitdrukkelijk ontbindend beding):
• Herhaalde lichte fout, zware fout of opzettelijke fout van de Begunstigde in de zin van artikel 11 § 1 van deze
Overeenkomst;
• Betrokkenheid van de Begunstigde in een procedure tot ontbinding, faillissement of vereffening.
§3. De Begunstigde kan ten allen tijde de overeenkomst opzeggen door middel van een aangetekend schrijven, mits het respecteren van een opzegtermijn van twee (2) maanden. De opzegtermijn vangt aan op de 1e dag van de maand volgend op de maand waarin de opzegbrief is verzonden. Er wordt in onderling overleg bepaald welk
subsidiebedrag de Begunstigde in dat geval toegekend krijgt, op basis van gepresteerde activiteiten.
Artikel 14 - Geschillen
De Partijen zullen zich inspannen om geschillen te voorkomen. In geval van een geschil of een interpretatieconflict met betrekking tot een bepaling van de Overeenkomst of de uitvoering ervan, zullen de Partijen proberen om hun geschil of interpretatieconflict in der minne te regelen. Als er geen minnelijke regeling kan worden getroffen, zal eender welk geschil beslecht worden door de Rechtbanken van het gerechtelijk arrondissement Brussel. Het Belgisch recht zal van toepassing zijn. De branding wordt op een later moment gecommuniceerd. Vanaf deze beschikbaar is, dient deze vermeld te worden op alle informatie- en publiciteitsmateriaal.
Artikel 15 – Bijlages
De Bijlages bij deze Overeenkomst maken integraal deel uit van deze Overeenkomst.
Artikel 16 – Slotbepalingen
§1. Op initiatief van één van de Partijen en na akkoord van alle Partijen kan de Overeenkomst aangepast worden en opnieuw voorgelegd worden aan de respectievelijke bestuursorganen van de Partijen. Elke wijziging aan deze Overeenkomst wordt als bijlage aan de huidige Overeenkomst gevoegd.
§2. De Overeenkomst wordt beheerst door en moet geïnterpreteerd worden overeenkomstig het Belgisch recht.
Enig artikel:
De notulen van de gemeenteraad van 27 januari 2026 zijn goedgekeurd.
De voorzitter sluit de zitting op 24/02/2026 om 22:31.
Namens Gemeenteraad,
Nathalie Marck
Algemeen Directeur waarnemend
Jimmy Colman Villamayor
Voorzitter gemeenteraad