Gelet op het voorliggend ontwerp van het meerjarenplan 2026-2031;
Overwegende dat het decreet van 22 december 2017 over het Lokaal Bestuur bepaalt dat de meerjarenplannen van de lokale besturen starten in het tweede jaar na de lokale verkiezingen en dat ze lopen tot het einde van het jaar na de daaropvolgende verkiezingen en dit meerjarenplan dus opgemaakt wordt voor de periode van 2026 tot en met 2031;
Overwegende dat voor het einde van het jaar dat volgt op de gemeenteraadsverkiezingen een meerjarenplan wordt vastgesteld;
Overwegende dat het meerjarenplan bestaat uit:
- een strategische nota,
- een financiële nota en
- een toelichting;
Overwegende dat de gemeenten en de OCMW's een geïntegreerd aangepast meerjarenplan hebben met hun eigen bevoegdheden voor de vaststelling ervan;
Overwegende dat zowel de gemeenteraad als de raad voor maatschappelijk welzijn eerst zijn eigen deel van het meerjarenplan moet vaststellen;
Overwegende dat de gemeenteraad daarna het deel van het meerjarenplan dat de raad voor maatschappelijk welzijn heeft vastgesteld, kan goedkeuren, waardoor het meerjarenplan definitief is vastgesteld;
Overwegende dat de goedkeuring van de gemeenteraad nodig is omdat de gemeente de financiële gevolgen moet dragen van de keuzes die de raad voor maatschappelijk welzijn maakt;
Overwegende dat de opmaak van het meerjarenplan 2026-2031 een complexe evenwichtsoefening was: enerzijds wilden we inspelen op de vele strategische uitdagingen waarmee ons lokaal bestuur te maken heeft, anderzijds moesten we rekening houden met een reeks externe factoren die onze beleidsruimte aanzienlijk beperkten. Dit alles met voortdurende aandacht voor het realiseren van een structureel gezond financieel evenwicht;
Overwegende dat het overzicht van de kredieten (schema M3) de kredieten vaststelt voor het volgend boekjaar;
Gelet op het decreet van 22 december 2017 over het Lokaal Bestuur;
Gelet op het besluit van de Vlaamse Regering van 30 maart 2018 over de beleids- en de beheerscyclus (BVR BBC), en latere wijzigingen;
Gelet op het ministrieel besluit van 26 juni 2018 tot vaststelling van de modellen en de nadere voorschriften van de beleidsrapporten, de rekeningstelsels en de digitale rapportering van de beleids- en beheerscyclus van de lokale en provinciale besturen;
Gelet op de Omzendbrief KBBJ/ABB 2025/1 betreffende de strategische meerjarenplannen 2026-2031 van de lokale en provinciale besturen volgens de beleids- en beheerscyclus;
Artikel 1:
Het meerjarenplan 2026-2031 - deel OCMW vast te stellen.
Artikel 2:
Dit besluit bekend te maken conform de bepalingen van het Decreet Lokaal Bestuur.
Gelet op het besluit van de gemeenteraad en de raad voor maatschappelijk welzijn van 3 juni 2025 waarbij de jaarrekening 2024 van het Lokaal bestuur Geraardsbergen werd vastgesteld en goedgekeurd;
Overwegende dat de jaarrekening 2024 digitaal werd overgemaakt aan de toezichthoudende overheid op 12 juni 2025;
Gelet op de brief van het Agentschap Binnenlands Bestuur houdende de goedkeuring van de jaarrekening 2024 door de gouverneur op 5 november 2025;
Overwegende dat deze goedkeuring ter kennisname werd voorgelegd aan de gemeenteraad op 25 november 2025;
Gelet op artikelen 241, 243, 260-262 van het decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017;
Gelet op het besluit van de Vlaamse Regering van 30 maart 2018 over de beleids- en beheerscyclus van de lokale en de provinciale besturen, en in het bijzonder de artikelen 17 tot en met 26;
Gelet op het ministerieel besluit van 26 juni 2018 tot vaststelling van de modellen en de nadere voorschriften van de beleidsrapporten, de rekeningenstelsels en de digitale rapportering van de beleids- en beheerscyclus van de lokale en de provinciale besturen, en in het bijzonder de artikelen 2 tot en met 4;
Gelet op artikel 332, §1 van het decreet over het lokaal bestuur;
Gelet op het besluit van de gemeenteraad en de raad voor maatschappelijk welzijn van 3 juni 2025 waarbij de jaarrekening 2024 van het Lokaal bestuur Geraardsbergen werd vastgesteld en goedgekeurd,
Enig artikel:
Kennis te nemen van het besluit van de gouverneur van 5 november 2025 houdende de goedkeuring van de jaarrekening over het financieel boekjaar 2024 van het Lokaal Bestuur Geraardsbergen.
Gelet op de financiële toestand van het Lokaal Bestuur Geraardsbergen en de wettelijke verplichting om een financieel evenwicht te handhaven;
Overwegende dat het Lokaal Bestuur Geraardsbergen over de nodige financiële middelen dient te beschikken om de haar opgelegde taken, vastgesteld in het meerjarenplan 2026-2031, naar behoren te kunnen vervullen;
Overwegende dat een debiteurenbeheer nodig is om een gezonde financiële organisatie te behouden;
Overwegende dat het aangewezen is om eenvormige factuurvoorwaarden en invorderingsmodaliteiten op te stellen voor alle uitgaande facturen;
Overwegende dat sommige ontvangsten niet binnen de vooropgestelde termijn worden betaald;
Overwegende dat debiteuren nalaten de door hen verschuldigde bedragen tijdig te voldoen; dat het groot aantal herinneringsbrieven en aangetekende zendingen de administratieve en verzendingskosten aanzienlijk verhogen;
Overwegende dat het aanvaardbaar is om deze kosten te verhalen op diegenen die laattijdig betalen zodat deze kosten niet volledig ten laste vallen van de gemeenschap;
Overwegende dat debiteuren bij elke factuur en elke betalingsherinnering verwittigd worden van het feit dat het niet tijdig betalen kosten met zich zal meebrengen;
Gelet op de regels voor de invordering van onbetaalde facturen van een consument, bepaald in het boek XIX “Schulden van de consument” in het Wetboek van economisch recht;
Overwegende dat een eerste herinnering steeds kosteloos moet zijn;
Overwegende dat moet rekening gehouden worden met een maximumbedrag van 20 euro als het verschuldigde saldo lager dan of gelijk aan 150 euro is; dat om de kosten uniform te houden voor alle herinneringen en aanmaningen van de gemeente, er voor alle openstaande schulden, ongeacht het bedrag en ongeacht de schuldenaar, rekening gehouden wordt met het maximumbedrag van 20 euro;
Gelet op het boek XIX Schulden van de consument van het wetboek van economisch recht;
Gelet op de desbetreffende artikelen van het decreet lokaal bestuur;
Gelet op het budget opgenomen in het meerjarenplan 2026-2031 AR: 70500000-Overige dienstprestaties - BI: 011100-Fiscale en financiële diensten;
Enig artikel:
Met ingang van 1 januari 2026 tot en met 31 december 2031 wordt het retributiereglement factuurvoorwaarden en invorderingskosten niet-fiscale ontvangsten als volgt vastgesteld:
Artikel 1: factuurvoorwaarden
Elke dienst is verantwoordelijk voor de correcte en tijdige facturatie van de leveringen en prestaties in overeenstemming met de goedgekeurde retributie- en tariefreglementen.
Indien mogelijk gebeurt de facturatie en de inning van de retributie voor of tegelijk met het verstrekken van de prestatie. Indien dit niet mogelijk is, wordt de uitgaande factuur zo snel mogelijk na het verstrekken van de prestatie verstuurd.
De factuurwaarden zijn de volgende:
De facturen zijn betaalbaar binnen een termijn van 30 kalenderdagen volgend op de factuurdatum.
Het Vast Bureau kan steeds weigeren nog diensten te verstrekken indien de retributies die verschuldigd zijn niet werden betaald.
Artikel 2: invorderingsprocedure
Eerste aanmaning
Indien uit nazicht van de boekhouding blijkt dat de oorspronkelijke factuur niet of onvolledig werd betaald binnen de vastgestelde termijn van 30 kalenderdagen volgend op de factuurdatum, wordt de debiteur aan de hand van een eerste herinnering uitgenodigd het verschuldigde bedrag te betalen binnen een termijn van 15 kalenderdagen vanaf de verzending van de eerste herinnering.
Tweede en laatste aanmaning
Bij niet of onvolledige betaling van de oorspronkelijke factuur binnen de vastgestelde termijn van de eerste aanmaning (15 kalenderdagen vanaf de verzending), wordt een tweede en laatste aanmaning aangetekend verzonden. Hierbij wordt een laatste betalingstermijn van 14 kalenderdagen verleend aan de debiteur om de factuur alsnog te betalen.
Indien de niet-fiscale schuldvordering na de tweede aanmaning niet betaald is en niet betwist wordt, vaardigt de financieel directeur een dwangbevel uit dat betekend wordt bij gerechtsdeurwaardersexploot. De gerechtsdeurwaarder staat in voor de verdere opvolging, waarbij deze alle gemaakte kosten aanrekent aan de debiteur.
Tarieven
Invorderingskosten voor het opmaken en verzenden van
Bij gedeeltelijke betaling worden eerst de eventuele aangerekende invorderingskosten aangezuiverd en vervolgens de verschuldigde hoofdsom.
Gelet op de financiële toestand van het Lokaal Bestuur Geraardsbergen en de wettelijke verplichting om een financieel evenwicht te handhaven;
Overwegende dat het Lokaal Bestuur Geraardsbergen over de nodige financiële middelen dient te beschikken om de haar opgelegde taken, vastgesteld in het meerjarenplan 2026-2031, naar behoren te kunnen vervullen;
Gelet op de behoefte van ouders om, in de nabijheid van de woonomgeving, kwaliteitsvolle opvang te hebben van baby’s en peuters;
Gelet op de noodzaak aan kwaliteitsvolle zorg, opvang en opvoeding van alle kinderen in een veilige, gezonde en pedagogisch verantwoorde omgeving;
Overwegende dat het Lokaal Bestuur een ouderbijdrage wenst te vragen voor het dekken van de verblijfskosten;
Gelet op de verplichting om een retributiereglement vast te stellen en niet enkel een tariefbepaling;
Overwegende dat een retributie een kostendekkende vergoeding betreft die de overheid vordert als tegenprestatie voor de levering van een bijzondere dienst aan een derde in diens persoonlijk belang of de toestemming voor een rechtstreeks bijzonder voordeel;
Overwegende dat een retributie gekoppeld is aan een concrete dienst die zelf wordt aangevraagd door de heffingsplichtigen of waar zij direct gebruik van maken;
Overwegende dat het bijgevolg redelijk is om een retributie te vragen als tegenprestatie voor de verleende dienst;
Gelet op artikel 78 van het decreet lokaal bestuur van 22 december 2017;
Gelet op het budget opgenomen in het meerjarenplan 2026-2031 AR: 70070000-Dagvergoeding kinderopvang – BI: 094501-KDV Zonnestraal;
Gelet op het budget opgenomen in het meerjarenplan 2026-2031 AR: 70289999-Verkoop diverse roerende goederen – BI: 094501-KDV Zonnestraal;
Enig artikel:
Met ingang van 1 januari 2026 tot en met 31 december 2031 wordt het retributiereglement kinderdagverblijf Zonnestraal als volgt vastgesteld:
Artikel 1: voorwerp en tarieven
Er wordt een retributie geheven op de opvang, opvoeding en begeleiding van baby’s en peuters.
De financiële bijdrage van het gezin wordt berekend op het gezamenlijk belastbaar beroepsinkomen. Het inkomenstarief wordt berekend via het berekeningsinstrument op de website van Kind en Gezin. Het attest inkomenstarief wordt bezorgd aan de kinderopvang.
Waarborg
De inschrijving is pas definitief na het betalen van een waarborg. Er wordt een waarborg van 50 euro betaald voor de inschrijving. De waarborg wordt terugbetaald aan het einde van de opvangtermijn, mits het naleven van volgende voorwaarden:
Bij het niet betalen van de facturen of bij schade, kan deze waarborg gedeeltelijk of volledig worden ingehouden.
Tarieven voor opvang
Voor opvang van je kind betaal je het inkomenstarief of individueel verminderd tarief voor:
Tarieven:
Tarieven extra kosten
Artikel 2: indexatie
De retributies voor de extra kosten worden jaarlijks op 1 januari geïndexeerd volgens de gezondheidsindex. De aanvangsindex is de gezondheidsindex van december 2025. De aanpassing gebeurt op basis van de volgende formule:
Nieuw tarief = huidig bedrag X gezondheidsindex van de maand december die aan de aanpassing voorafgaat / Aanvangsindex.
Het nieuwe bedrag, bekomen na indexatie, wordt afgerond op het dichtste veelvoud van één tiende. Als twee veelvouden even dicht liggen, wordt het bedrag afgerond naar boven.
Artikel 3: betalingsvoorwaarden
Alle retributies zijn ondeelbaar verschuldigd en dienen op het ogenblik van de aanvraag te worden betaald na toezending van een factuur.
Het vast bureau kan steeds weigeren nog diensten te verstrekken indien de retributies die verschuldigd zijn niet werden betaald.
Artikel 4: minnelijke invorderingsprocedure
Indien de factuur niet of onvolledig werd betaald binnen de termijn van dertig kalenderdagen volgend op de factuurdatum, wordt de debiteur aan de hand van een eerste herinnering uitgenodigd het verschuldigde bedrag te betalen binnen een termijn van vijftien kalenderdagen vanaf de verzending van de eerste en laatste herinnering.
Artikel 5: gedwongen invorderingsprocedure
Er is geen bijzondere procedure voorzien voor de invordering van retributies.
Artikel 177 van het decreet lokaal bestuur is eveneens van toepassing op de invordering van retributies: met het oog op de invordering van de fiscale en niet-fiscale ontvangsten kan de financieel directeur een dwangbevel uitvaardigen, geviseerd en uitvoerbaar verklaard door het vast bureau, om onbetwiste en opeisbare niet-fiscale schuldvorderingen in te vorderen. Het dwangbevel wordt betekend bij deurwaardersexploot.
Een dwangbevel kan door het vast bureau alleen worden geviseerd en uitvoerbaar verklaard worden als de schuld opeisbaar, vaststaand en zeker is. De schuldenaar moet bovendien vooraf aangemaand zijn met een aangetekende brief, met een brief die afgegeven wordt tegen ontvangstbewijs, of via een elektronische melding van gegevens die voldoet aan de voorwaarden, vermeld in artikel 2281 van het burgerlijk wetboek, en die een bewijs oplevert van deze melding, van het tijdstip waarop ze is verricht en van de authenticiteit en de integriteit van de verwerkte gegevens.
De gemeente zal administratieve kosten aanrekenen voor die aangetekende brief, zoals bepaald in het retributiereglement factuurvoorwaarden en invorderingskosten niet-fiscale ontvangsten. De kosten zijn ten laste van de schuldenaar en kunnen ook ingevorderd worden via het dwangbevel.
Bij betwisting van de schuldvordering zijn de gewone burgerlijke rechtbanken bevoegd.
Gelet op de financiële toestand van het Lokaal Bestuur Geraardsbergen en de wettelijke verplichting om een financieel evenwicht te handhaven;
Overwegende dat het Lokaal Bestuur Geraardsbergen over de nodige financiële middelen dient te beschikken om de haar opgelegde taken, vastgesteld in het meerjarenplan 2026-2031, naar behoren te kunnen vervullen;
Overwegende dat in de fietsotheek iedereen een fiets kan ontlenen voor kinderen van 2 tot 12 jaar;
Overwegende dat kinderen van 12 tot 18 jaar maximaal 1 jaar gebruik kunnen maken van de fietsen in de fietsotheek; dat dit hun de tijd geeft om gedurende dit jaar op zoek te gaan naar een eigen fiets;
Gelet op de verplichting om een retributiereglement vast te stellen en niet enkel een tariefbepaling;
Overwegende dat een retributie een kostendekkende vergoeding betreft die de overheid vordert als tegenprestatie voor de levering van een bijzondere dienst aan een derde in diens persoonlijk belang of de toestemming voor een rechtstreeks bijzonder voordeel;
Overwegende dat een retributie gekoppeld is aan een concrete dienst die zelf wordt aangevraagd door de heffingsplichtigen of waar zij direct gebruik van maken;
Overwegende dat het bijgevolg redelijk is om een retributie te vragen als tegenprestatie voor de verleende dienst;
Gelet op artikel 78 van het decreet lokaal bestuur van 22 december 2017;
Gelet op het budget opgenomen in het meerjarenplan 2026-2031 AR: 70072000-Overige retributies inzake onderwijs-, kinder en jeugdwerking – BI: 094400-Huis van het Kind;
Enig artikel:
Met ingang van 1 januari 2026 tot en met 31 december 2031 wordt het retributiereglement fietsotheek als volgt vastgesteld:
Artikel 1: voorwerp en tarieven
Er wordt een retributie geheven op het ontlenen van een fiets in de fietsotheek.
Waarborg
Er wordt een waarborg betaald van 50 euro per ontleende fiets.
De waarborg wordt terugbetaald na controle door de fietshersteller. De waarborg kan gedeeltelijk of volledig worden ingehouden:
Tarieven lidmaatschap
Artikel 2: indexatie
De retributie wordt jaarlijks op 1 januari geïndexeerd volgens de gezondheidsindex. De aanvangsindex is de gezondheidsindex van december 2025. De aanpassing gebeurt op basis van de volgende formule:
Nieuw tarief = huidig bedrag X gezondheidsindex van de maand december die aan de aanpassing voorafgaat / Aanvangsindex.
Het nieuwe bedrag, bekomen na indexatie, wordt afgerond op het dichtste veelvoud van één tiende. Als twee veelvouden even dicht liggen, wordt het bedrag afgerond naar boven.
Artikel 3: betalingsvoorwaarden
Alle retributies zijn ondeelbaar verschuldigd en dienen op het ogenblik van de aanvraag te worden betaald.
Het vast bureau kan steeds weigeren nog diensten te verstrekken indien de retributies die verschuldigd zijn niet werden betaald.
Artikel 4: minnelijke invorderingsprocedure
Indien de factuur niet of onvolledig werd betaald binnen de termijn van dertig kalenderdagen volgend op de factuurdatum, wordt de debiteur aan de hand van een eerste herinnering uitgenodigd het verschuldigde bedrag te betalen binnen een termijn van vijftien kalenderdagen vanaf de verzending van de eerste en laatste herinnering.
Artikel 5: gedwongen invorderingsprocedure
Er is geen bijzondere procedure voorzien voor de invordering van retributies.
Artikel 177 van het decreet lokaal bestuur is eveneens van toepassing op de invordering van retributies: met het oog op de invordering van de fiscale en niet-fiscale ontvangsten kan de financieel directeur een dwangbevel uitvaardigen, geviseerd en uitvoerbaar verklaard door het vast bureau, om onbetwiste en opeisbare niet-fiscale schuldvorderingen in te vorderen. Het dwangbevel wordt betekend bij deurwaardersexploot.
Een dwangbevel kan door het vast bureau alleen worden geviseerd en uitvoerbaar verklaard worden als de schuld opeisbaar, vaststaand en zeker is. De schuldenaar moet bovendien vooraf aangemaand zijn met een aangetekende brief, met een brief die afgegeven wordt tegen ontvangstbewijs, of via een elektronische melding van gegevens die voldoet aan de voorwaarden, vermeld in artikel 2281 van het burgerlijk wetboek, en die een bewijs oplevert van deze melding, van het tijdstip waarop ze is verricht en van de authenticiteit en de integriteit van de verwerkte gegevens.
De gemeente zal administratieve kosten aanrekenen voor die aangetekende brief, zoals bepaald in het retributiereglement factuurvoorwaarden en invorderingskosten niet-fiscale ontvangsten. De kosten zijn ten laste van de schuldenaar en kunnen ook ingevorderd worden via het dwangbevel.
Bij betwisting van de schuldvordering zijn de gewone burgerlijke rechtbanken bevoegd.
Gelet op de financiële toestand van het Lokaal Bestuur Geraardsbergen en de wettelijke verplichting om een financieel evenwicht te handhaven;
Overwegende dat het Lokaal Bestuur Geraardsbergen over de nodige financiële middelen dient te beschikken om de haar opgelegde taken, vastgesteld in het meerjarenplan 2026-2031, naar behoren te kunnen vervullen;
Overwegende dat het lokaal bestuur maaltijden aan huis wil aanbieden aan alle inwoners van Geraardsbergen die hier nood aan hebben;
Overwegende dat hiervoor een kostendekkende vergoeding wordt gevraagd afhankelijk van het maandelijks inkomen van de aanvrager(s);
Gelet op de verplichting om een retributiereglement vast te stellen en niet enkel een tariefbepaling;
Overwegende dat een retributie een kostendekkende vergoeding betreft die de overheid vordert als tegenprestatie voor de levering van een bijzondere dienst aan een derde in diens persoonlijk belang of de toestemming voor een rechtstreeks bijzonder voordeel;
Overwegende dat een retributie gekoppeld is aan een concrete dienst die zelf wordt aangevraagd door de heffingsplichtigen of waar zij direct gebruik van maken;
Overwegende dat het bijgevolg redelijk is om een retributie te vragen als tegenprestatie voor de verleende dienst;
Gelet op artikel 78 van het decreet lokaal bestuur van 22 december 2017;
Gelet op het besluit van de raad voor maatschappelijk welzijn, daterend van 25 februari 2025, betreffende het aanpassen van de prijzen voor gebruikers voor de dienst “Thuisbezorgde maaltijden”;
Gelet op het budget opgenomen in het meerjarenplan 2026-2031 AR: 70094000-Verkoop maaltijden – BI: 094600-Thuisbezorgde maaltijden;
Artikel 1:
Het besluit van de raad voor maatschappelijk welzijn, daterend van 25 februari 2025, betreffende het aanpassen van de prijzen voor gebruikers voor de dienst “Thuisbezorgde maaltijden”, wordt opgeheven met ingang van 1 januari 2026.
Artikel 2:
Met ingang van 1 januari 2026 tot en met 31 december 2031 wordt het retributiereglement voor de gebruikers van de dienst “Thuisbezorgde maaltijden” als volgt vastgesteld:
Artikel 1: voorwerp en tarieven
Er wordt een retributie geheven op de thuisbezorgde maaltijden.
Tarieven
Voor een alleenstaande met een maandelijks inkomen lager dan 900 euro of een gezin met een maandelijks inkomen lager dan 1200 euro:
Voor een alleenstaande met een maandelijks inkomen boven 900 euro of een gezin met een maandelijks inkomen van minimaal 1200 euro:
Artikel 2: betalingsvoorwaarden
Alle retributies zijn ondeelbaar verschuldigd en dienen op het ogenblik van de aanvraag te worden betaald of na toezending van een factuur.
Het vast bureau kan steeds weigeren nog diensten te verstrekken indien de retributies die verschuldigd zijn niet werden betaald.
Artikel 3: minnelijke invorderingsprocedure
Indien de factuur niet of onvolledig werd betaald binnen de termijn van dertig kalenderdagen volgend op de factuurdatum, wordt de debiteur aan de hand van een eerste herinnering uitgenodigd het verschuldigde bedrag te betalen binnen een termijn van vijftien kalenderdagen vanaf de verzending van de eerste en laatste herinnering.
Artikel 4: gedwongen invorderingsprocedure
Er is geen bijzondere procedure voorzien voor de invordering van retributies.
Artikel 177 van het decreet lokaal bestuur is eveneens van toepassing op de invordering van retributies: met het oog op de invordering van de fiscale en niet-fiscale ontvangsten kan de financieel directeur een dwangbevel uitvaardigen, geviseerd en uitvoerbaar verklaard door het vast bureau, om onbetwiste en opeisbare niet-fiscale schuldvorderingen in te vorderen. Het dwangbevel wordt betekend bij deurwaardersexploot.
Een dwangbevel kan door het vast bureau alleen worden geviseerd en uitvoerbaar verklaard worden als de schuld opeisbaar, vaststaand en zeker is. De schuldenaar moet bovendien vooraf aangemaand zijn met een aangetekende brief, met een brief die afgegeven wordt tegen ontvangstbewijs, of via een elektronische melding van gegevens die voldoet aan de voorwaarden, vermeld in artikel 2281 van het burgerlijk wetboek, en die een bewijs oplevert van deze melding, van het tijdstip waarop ze is verricht en van de authenticiteit en de integriteit van de verwerkte gegevens.
De gemeente zal administratieve kosten aanrekenen voor die aangetekende brief, zoals bepaald in het retributiereglement factuurvoorwaarden en invorderingskosten niet-fiscale ontvangsten. De kosten zijn ten laste van de schuldenaar en kunnen ook ingevorderd worden via het dwangbevel.
Bij betwisting van de schuldvordering zijn de gewone burgerlijke rechtbanken bevoegd.
Gelet op de financiële toestand van het Lokaal Bestuur Geraardsbergen en de wettelijke verplichting om een financieel evenwicht te handhaven;
Overwegende dat het Lokaal Bestuur Geraardsbergen over de nodige financiële middelen dient te beschikken om de haar opgelegde taken, vastgesteld in het meerjarenplan 2026-2031, naar behoren te kunnen vervullen;
Gelet op de noodzaak aan een contactpunt en ontmoetingsplaats voor alle senioren van Geraardsbergen;
Overwegende dat de aangeboden dienstverlening, informatie, vorming en ontspanning tot doel hebben om vereenzaming tegen te gaan en ondersteuning te bieden;
Overwegende dat het aanbieden van deze dienstverlening bijdraagt aan het welzijn van deze doelgroep;
Overwegende dat de maretakpas het gemakkelijk maakt om de doelgroep van het lokaal dienstencentrum te identificeren en te zorgen voor een jaarlijkse update van de gegevens;
Overwegende dat de maretakpas het mogelijk maakt om een “goedkoper” tarief aan te bieden aan deze specifieke doelgroep van het lokaal dienstencentrum;
Overwegende dat het aanbieden van deze dienstverlening, informatie, vorming en het organiseren van verschillende activiteiten, een kost betekenen voor het lokaal dienstencentrum;
Overwegende dat hiervoor een beperkte kostendekkende vergoeding wordt gevraagd;
Overwegende dat het lokaal dienstencentrum zich vooral wil richten op de dienstverlening voor de eigen inwoners; dat bijgevolg een lager tarief kan gehanteerd worden voor inwoners van Geraardsbergen;
Gelet op de verplichting om een retributiereglement vast te stellen en niet enkel een tariefbepaling;
Overwegende dat een retributie een kostendekkende vergoeding betreft die de overheid vordert als tegenprestatie voor de levering van een bijzondere dienst aan een derde in diens persoonlijk belang of de toestemming voor een rechtstreeks bijzonder voordeel;
Overwegende dat een retributie gekoppeld is aan een concrete dienst die zelf wordt aangevraagd door de heffingsplichtigen of waar zij direct gebruik van maken;
Overwegende dat het bijgevolg redelijk is om een retributie te vragen als tegenprestatie voor de verleende dienst;
Gelet op artikel 78 van het decreet lokaal bestuur van 22 december 2017;
Gelet op het besluit van de raad voor maatschappelijk welzijn, daterend van 8 november 2022, betreffende de aanpassing van de aankoopprijs “maretakpas” voor de gebruikers van het dienstencentrum met ingang van 1 januari 2023;
Gelet op het budget opgenomen in het meerjarenplan 2026-2031 AR: 70090003-Inkomsten uit dienstverlening ouderenzorg – BI: 095100-Dienstencentra;
Artikel 1:
Het besluit van de raad voor maatschappelijk welzijn, daterend van 8 november 2022, betreffende de aanpassing van de aankoopprijs “maretakpas” voor de gebruikers van het dienstencentrum met ingang van 1 januari 2023, wordt opgeheven met ingang van 1 januari 2026.
Artikel 2:
Met ingang van 1 januari 2026 tot en met 31 december 2031 wordt het retributiereglement maretakpas voor de gebruikers van het dienstencentrum als volgt vastgesteld:
Artikel 1: voorwerp en tarieven
Er wordt een retributie geheven op de maretakpas.
Tarieven
Jaarlijkse prijs maretakpas
Activiteiten en infonamiddagen
Activiteiten zonder supplementaire kost voor het lokaal dienstencentrum en georganiseerde infonamiddagen worden blijvend gratis aangeboden.
Koffienamiddagen
Animatieve activiteiten
Cursussen met duurtijd 10 weken
Boodschappendienst
Artikel 2: betalingsvoorwaarden
Alle retributies zijn ondeelbaar verschuldigd en dienen op het ogenblik van de aanvraag te worden betaald of na toezending van een factuur.
Het vast bureau kan steeds weigeren nog diensten te verstrekken indien de retributies die verschuldigd zijn niet werden betaald.
Artikel 3: minnelijke invorderingsprocedure
Indien de factuur niet of onvolledig werd betaald binnen de termijn van dertig kalenderdagen volgend op de factuurdatum, wordt de debiteur aan de hand van een eerste herinnering uitgenodigd het verschuldigde bedrag te betalen binnen een termijn van vijftien kalenderdagen vanaf de verzending van de eerste en laatste herinnering.
Artikel 4: gedwongen invorderingsprocedure
Er is geen bijzondere procedure voorzien voor de invordering van retributies.
Artikel 177 van het decreet lokaal bestuur is eveneens van toepassing op de invordering van retributies: met het oog op de invordering van de fiscale en niet-fiscale ontvangsten kan de financieel directeur een dwangbevel uitvaardigen, geviseerd en uitvoerbaar verklaard door het vast bureau, om onbetwiste en opeisbare niet-fiscale schuldvorderingen in te vorderen. Het dwangbevel wordt betekend bij deurwaardersexploot.
Een dwangbevel kan door het vast bureau alleen worden geviseerd en uitvoerbaar verklaard worden als de schuld opeisbaar, vaststaand en zeker is. De schuldenaar moet bovendien vooraf aangemaand zijn met een aangetekende brief, met een brief die afgegeven wordt tegen ontvangstbewijs, of via een elektronische melding van gegevens die voldoet aan de voorwaarden, vermeld in artikel 2281 van het burgerlijk wetboek, en die een bewijs oplevert van deze melding, van het tijdstip waarop ze is verricht en van de authenticiteit en de integriteit van de verwerkte gegevens.
De gemeente zal administratieve kosten aanrekenen voor die aangetekende brief, zoals bepaald in het retributiereglement factuurvoorwaarden en invorderingskosten niet-fiscale ontvangsten. De kosten zijn ten laste van de schuldenaar en kunnen ook ingevorderd worden via het dwangbevel.
Bij betwisting van de schuldvordering zijn de gewone burgerlijke rechtbanken bevoegd.
Gelet op de financiële toestand van het Lokaal Bestuur Geraardsbergen en de wettelijke verplichting om een financieel evenwicht te handhaven;
Overwegende dat het Lokaal Bestuur Geraardsbergen over de nodige financiële middelen dient te beschikken om de haar opgelegde taken, vastgesteld in het meerjarenplan 2026-2031, naar behoren te kunnen vervullen;
Overwegende dat de “LDC-restaurantwerking” maaltijden op een kwalitatief hoogstaande manier aanbiedt vanuit de centrale keuken, gelegen in woonzorgcentrum Denderoord;
Overwegende dat aan partners en familieleden van bewoners van de woonzorgcentra de mogelijkheid wordt geboden om, samen met de bewoners, het middagmaal te nuttigen in het woonzorgcentrum;
Overwegende dat aan de bewoners een verjaardagdiner wordt aangeboden, zonder meerkost voor de betrokken bewoner;
Overwegende dat aan familieleden van de bewoner de mogelijkheid wordt geboden om samen met de jarige bewoner deel te nemen aan het verjaardagdiner;
Overwegende dat ook voor de andere feestmomenten (mosselfestijn, BBQ, …) de mogelijkheid wordt geboden aan families van de bewoners van het woonzorgcentrum om voor eigen rekening deel te nemen aan deze feestmomenten;
Overwegende dat ook medewerkers van het woonzorgcentrum en raadsleden, voor eigen rekening, aan deze feestmaaltijden kunnen deelnemen (met uitzondering van het mosselfestijn);
Overwegende dat het aanbieden van deze dienstverlening bijdraagt aan het welzijn van de bewoners;
Overwegende dat het aanbieden van deze dienstverlening aan familieleden, in hoofdzaak partners van de bewoners, het woonzorgcentrum toegankelijker maakt voor de omgeving en zo tegemoet komt aan één van de doelstellingen van het woonzorgdecreet;
Gelet op de verplichting om een retributiereglement vast te stellen en niet enkel een tariefbepaling;
Overwegende dat een retributie een kostendekkende vergoeding betreft die de overheid vordert als tegenprestatie voor de levering van een bijzondere dienst aan een derde in diens persoonlijk belang of de toestemming voor een rechtstreeks bijzonder voordeel;
Overwegende dat een retributie gekoppeld is aan een concrete dienst die zelf wordt aangevraagd door de heffingsplichtigen of waar zij direct gebruik van maken;
Overwegende dat het bijgevolg redelijk is om een retributie te vragen als tegenprestatie voor de verleende dienst;
Gelet op artikel 78 van het decreet lokaal bestuur van 22 december 2017;
Gelet op het besluit van de raad voor maatschappelijk welzijn, daterend van 30 september 2025, betreffende de indexatie van de dienstverleningen binnen ouderenzorg die niet opgenomen zijn in de periodiek jaarlijkse indexatie van de dagprijzen;
Gelet op het budget opgenomen in het meerjarenplan 2026-2031 AR: 70090003-Inkomsten uit dienstverlening ouderenzorg – BI: 095100-Dienstencentra;
Artikel 1:
Het besluit van de raad voor maatschappelijk welzijn, daterend van 30 september 2025, betreffende de indexatie van de dienstverleningen binnen ouderzorg die niet opgenomen zijn in de periodiek jaarlijkse indexatie van de dagprijzen, wordt opgeheven met ingang van 1 januari 2026.
Artikel 2:
Met ingang van 1 januari 2026 tot en met 31 december 2031 wordt het retributiereglement op de dienstverleningen binnen ouderenzorg die niet opgenomen zijn in de periodiek jaarlijkse indexatie van de dagprijzen als volgt vastgesteld:
Artikel 1: voorwerp en tarieven
Er wordt een retributie geheven op de dienstverleningen binnen ouderenzorg die niet opgenomen zijn in de periodiek jaarlijkse indexatie van de dagprijzen.
Tarieven maaltijden in het lokaal dienstencentrum De Maretak
Tarieven feestmaaltijden in het lokaal dienstencentrum De Maretak
Tarieven dienstverlening van het lokaal dienstencentrum De Maretak
Tarieven voor afname van maaltijden voor familie van bewoners van de woonzorgcentra
Tarieven voor deelname aan specifieke festijnen in de woonzorgcentra door familieleden, medewerkers en/of raadsleden
Artikel 2: betalingsvoorwaarden
Alle retributies zijn ondeelbaar verschuldigd en dienen op het ogenblik van de aanvraag te worden betaald of na toezending van een factuur.
Het vast bureau kan steeds weigeren nog diensten te verstrekken indien de retributies die verschuldigd zijn niet werden betaald.
Artikel 3: minnelijke invorderingsprocedure
Indien de factuur niet of onvolledig werd betaald binnen de termijn van dertig kalenderdagen volgend op de factuurdatum, wordt de debiteur aan de hand van een eerste herinnering uitgenodigd het verschuldigde bedrag te betalen binnen een termijn van vijftien kalenderdagen vanaf de verzending van de eerste en laatste herinnering.
Artikel 4: gedwongen invorderingsprocedure
Er is geen bijzondere procedure voorzien voor de invordering van retributies.
Artikel 177 van het decreet lokaal bestuur is eveneens van toepassing op de invordering van retributies: met het oog op de invordering van de fiscale en niet-fiscale ontvangsten kan de financieel directeur een dwangbevel uitvaardigen, geviseerd en uitvoerbaar verklaard door het vast bureau, om onbetwiste en opeisbare niet-fiscale schuldvorderingen in te vorderen. Het dwangbevel wordt betekend bij deurwaardersexploot.
Een dwangbevel kan door het vast bureau alleen worden geviseerd en uitvoerbaar verklaard worden als de schuld opeisbaar, vaststaand en zeker is. De schuldenaar moet bovendien vooraf aangemaand zijn met een aangetekende brief, met een brief die afgegeven wordt tegen ontvangstbewijs, of via een elektronische melding van gegevens die voldoet aan de voorwaarden, vermeld in artikel 2281 van het burgerlijk wetboek, en die een bewijs oplevert van deze melding, van het tijdstip waarop ze is verricht en van de authenticiteit en de integriteit van de verwerkte gegevens.
De gemeente zal administratieve kosten aanrekenen voor die aangetekende brief, zoals bepaald in het retributiereglement factuurvoorwaarden en invorderingskosten niet-fiscale ontvangsten. De kosten zijn ten laste van de schuldenaar en kunnen ook ingevorderd worden via het dwangbevel.
Bij betwisting van de schuldvordering zijn de gewone burgerlijke rechtbanken bevoegd.
Gelet op de financiële toestand van het Lokaal Bestuur Geraardsbergen en de wettelijke verplichting om een financieel evenwicht te handhaven;
Overwegende dat het Lokaal Bestuur Geraardsbergen over de nodige financiële middelen dient te beschikken om de haar opgelegde taken, vastgesteld in het meerjarenplan 2026-2031, naar behoren te kunnen vervullen;
Overwegende dat er aan de woonzorgcentra haarkappers verbonden zijn zodat de bewoners zich niet noodzakelijk moeten verplaatsen om naar de kapper te gaan;
Overwegende dat het aanbieden van deze dienstverlening bijdraagt aan het welzijn van de bewoners;
Overwegende dat naar de kapper gaan nooit gratis is; dat hiervoor een vergoeding gevraagd wordt aan de bewoners van de woonzorgcentra;
Gelet op de verplichting om een retributiereglement vast te stellen en niet enkel een tariefbepaling;
Overwegende dat een retributie een kostendekkende vergoeding betreft die de overheid vordert als tegenprestatie voor de levering van een bijzondere dienst aan een derde in diens persoonlijk belang of de toestemming voor een rechtstreeks bijzonder voordeel;
Overwegende dat een retributie gekoppeld is aan een concrete dienst die zelf wordt aangevraagd door de heffingsplichtigen of waar zij direct gebruik van maken;
Overwegende dat het bijgevolg redelijk is om een retributie te vragen als tegenprestatie voor de verleende dienst;
Gelet op artikel 78 van het decreet lokaal bestuur van 22 december 2017;
Gelet op het besluit van de raad voor maatschappelijk welzijn, daterend van 30 mei 2023, betreffende de goedkeuring van de indexaanpassing van de dienstverlening haarverzorging aan de bewoners van de woonzorgcentra;
Gelet op het budget opgenomen in het meerjarenplan 2026-2031 AR: 70090001-Overige tegemoetkomingen residenten – BI: 095301-WZC Denderoord;
Gelet op het budget opgenomen in het meerjarenplan 2026-2031 AR: 70090001-Overige tegemoetkomingen residenten – BI: 095302-WZC De Populier;
Artikel 1:
Het besluit van de raad voor maatschappelijk welzijn, daterend van 30 mei 2023, betreffende de goedkeuring van de indexaanpassing van de dienstverlening haarverzorging aan de bewoners van de woonzorgcentra, wordt opgeheven met ingang van 1 januari 2026.
Artikel 2:
Met ingang van 1 januari 2026 tot en met 31 december 2031 wordt het retributiereglement op de dienstverlening haarverzorging aan de bewoners van de woonzorgcentra als volgt vastgesteld:
Artikel 1: voorwerp en tarieven
Er wordt een retributie geheven op de dienstverlening haarverzorging aan de bewoners van de woonzorgcentra.
Tarieven
Artikel 2: betalingsvoorwaarden
Alle retributies zijn ondeelbaar verschuldigd en dienen op het ogenblik van de aanvraag te worden betaald of na toezending van een factuur.
Het vast bureau kan steeds weigeren nog diensten te verstrekken indien de retributies die verschuldigd zijn niet werden betaald.
Artikel 3: minnelijke invorderingsprocedure
Indien de factuur niet of onvolledig werd betaald binnen de termijn van dertig kalenderdagen volgend op de factuurdatum, wordt de debiteur aan de hand van een eerste herinnering uitgenodigd het verschuldigde bedrag te betalen binnen een termijn van vijftien kalenderdagen vanaf de verzending van de eerste en laatste herinnering.
Artikel 4: gedwongen invorderingsprocedure
Er is geen bijzondere procedure voorzien voor de invordering van retributies.
Artikel 177 van het decreet lokaal bestuur is eveneens van toepassing op de invordering van retributies: met het oog op de invordering van de fiscale en niet-fiscale ontvangsten kan de financieel directeur een dwangbevel uitvaardigen, geviseerd en uitvoerbaar verklaard door het vast bureau, om onbetwiste en opeisbare niet-fiscale schuldvorderingen in te vorderen. Het dwangbevel wordt betekend bij deurwaardersexploot.
Een dwangbevel kan door het vast bureau alleen worden geviseerd en uitvoerbaar verklaard worden als de schuld opeisbaar, vaststaand en zeker is. De schuldenaar moet bovendien vooraf aangemaand zijn met een aangetekende brief, met een brief die afgegeven wordt tegen ontvangstbewijs, of via een elektronische melding van gegevens die voldoet aan de voorwaarden, vermeld in artikel 2281 van het burgerlijk wetboek, en die een bewijs oplevert van deze melding, van het tijdstip waarop ze is verricht en van de authenticiteit en de integriteit van de verwerkte gegevens.
De gemeente zal administratieve kosten aanrekenen voor die aangetekende brief, zoals bepaald in het retributiereglement factuurvoorwaarden en invorderingskosten niet-fiscale ontvangsten. De kosten zijn ten laste van de schuldenaar en kunnen ook ingevorderd worden via het dwangbevel.
Bij betwisting van de schuldvordering zijn de gewone burgerlijke rechtbanken bevoegd.
Gelet op de financiële toestand van het Lokaal Bestuur Geraardsbergen en de wettelijke verplichting om een financieel evenwicht te handhaven;
Overwegende dat het Lokaal Bestuur Geraardsbergen over de nodige financiële middelen dient te beschikken om de haar opgelegde taken, vastgesteld in het meerjarenplan 2026-2031, naar behoren te kunnen vervullen;
Overwegende dat er vanuit de dienst catering personeelsmaaltijden aangeboden worden;
Overwegende dat het klaarmaken van de verschillende bestellingen door de medewerkers een impact heeft op de personeelsbelasting binnen de dienst catering;
Overwegende dat het streven naar kostendekkend bereiden van de personeelsmaaltijden aangewezen is;
Gelet op de verplichting om een retributiereglement vast te stellen en niet enkel een tariefbepaling;
Overwegende dat een retributie een kostendekkende vergoeding betreft die de overheid vordert als tegenprestatie voor de levering van een bijzondere dienst aan een derde in diens persoonlijk belang of de toestemming voor een rechtstreeks bijzonder voordeel;
Overwegende dat een retributie gekoppeld is aan een concrete dienst die zelf wordt aangevraagd door de heffingsplichtigen of waar zij direct gebruik van maken;
Overwegende dat het bijgevolg redelijk is om een retributie te vragen als tegenprestatie voor de verleende dienst;
Gelet op artikel 78 van het decreet lokaal bestuur van 22 december 2017;
Gelet op het besluit van de raad voor maatschappelijk welzijn, daterend van 29 april 2025, betreffende de goedkeuring van de prijsaanpassing voor de personeelsmaaltijden met ingangsdatum 1 juni 2025;
Gelet op het budget opgenomen in het meerjarenplan 2026-2031 AR: 70094000-Verkoop maaltijden – BI: 011903-Catering;
Artikel 1:
Het besluit van de raad voor maatschappelijk welzijn, daterend van 29 april 2025, betreffende de goedkeuring van de prijsaanpassing voor de personeelsmaaltijden met ingangsdatum 1 juni 2025, wordt opgeheven met ingang van 1 januari 2026.
Artikel 2:
Met ingang van 1 januari 2026 tot en met 31 december 2031 wordt het retributiereglement op de personeelsmaaltijden als volgt vastgesteld:
Artikel 1: voorwerp en tarieven
Er wordt een retributie geheven op de personeelsmaaltijden.
Tarieven
| Broodje kaas |
3,50 euro |
| Broodje ham/hesp |
3,50 euro |
| Broodje americain-préparé |
3,50 euro |
| Broodje smos (kaas en ham/hesp) |
4,00 euro |
| Broodje krabsla |
4,00 euro |
| Broodjes tonijnsla |
3,50 euro |
| Soep van de dag |
1,40 euro |
| Warme schotel – dagmenu |
8,00 euro |
| Warme schotel – weekmenu |
8,00 euro |
| Kostprijs warme schotel (dag- of weekmenu) vanaf de tweede warme schotel per dag |
11,00 euro |
Artikel 2: betalingsvoorwaarden
Alle retributies zijn ondeelbaar verschuldigd en dienen op het ogenblik van de aanvraag te worden betaald of na toezending van een factuur.
Het vast bureau kan steeds weigeren nog diensten te verstrekken indien de retributies die verschuldigd zijn niet werden betaald.
Artikel 3: minnelijke invorderingsprocedure
Indien de factuur niet of onvolledig werd betaald binnen de termijn van dertig kalenderdagen volgend op de factuurdatum, wordt de debiteur aan de hand van een eerste herinnering uitgenodigd het verschuldigde bedrag te betalen binnen een termijn van vijftien kalenderdagen vanaf de verzending van de eerste en laatste herinnering.
Artikel 4: gedwongen invorderingsprocedure
Er is geen bijzondere procedure voorzien voor de invordering van retributies.
Artikel 177 van het decreet lokaal bestuur is eveneens van toepassing op de invordering van retributies: met het oog op de invordering van de fiscale en niet-fiscale ontvangsten kan de financieel directeur een dwangbevel uitvaardigen, geviseerd en uitvoerbaar verklaard door het vast bureau, om onbetwiste en opeisbare niet-fiscale schuldvorderingen in te vorderen. Het dwangbevel wordt betekend bij deurwaardersexploot.
Een dwangbevel kan door het vast bureau alleen worden geviseerd en uitvoerbaar verklaard worden als de schuld opeisbaar, vaststaand en zeker is. De schuldenaar moet bovendien vooraf aangemaand zijn met een aangetekende brief, met een brief die afgegeven wordt tegen ontvangstbewijs, of via een elektronische melding van gegevens die voldoet aan de voorwaarden, vermeld in artikel 2281 van het burgerlijk wetboek, en die een bewijs oplevert van deze melding, van het tijdstip waarop ze is verricht en van de authenticiteit en de integriteit van de verwerkte gegevens.
De gemeente zal administratieve kosten aanrekenen voor die aangetekende brief, zoals bepaald in het retributiereglement factuurvoorwaarden en invorderingskosten niet-fiscale ontvangsten. De kosten zijn ten laste van de schuldenaar en kunnen ook ingevorderd worden via het dwangbevel.
Bij betwisting van de schuldvordering zijn de gewone burgerlijke rechtbanken bevoegd.
Gelet op de financiële toestand van het Lokaal Bestuur Geraardsbergen en de wettelijke verplichting om een financieel evenwicht te handhaven;
Overwegende dat het Lokaal Bestuur Geraardsbergen over de nodige financiële middelen dient te beschikken om de haar opgelegde taken, vastgesteld in het meerjarenplan 2026-2031, naar behoren te kunnen vervullen;
Gelet op de noodzaak aan een laagdrempelig contactpunt en ontmoetingsplaats voor kwetsbare mensen van alle leeftijden uit het centrum en de deelgemeenten van Geraardsbergen;
Overwegende dat de aangeboden diensten, infomomenten en activiteiten tot doel hebben om vereenzaming tegen te gaan, mensen te ondersteunen om hun leven goed te organiseren en de integratie van deze doelgroep binnen het reguliere sociale netwerk en verenigingsleven te bevorderen;
Gelet op de verplichting om een retributiereglement vast te stellen en niet enkel een tariefbepaling;
Overwegende dat een retributie een kostendekkende vergoeding betreft die de overheid vordert als tegenprestatie voor de levering van een bijzondere dienst aan een derde in diens persoonlijk belang of de toestemming voor een rechtstreeks bijzonder voordeel;
Overwegende dat een retributie gekoppeld is aan een concrete dienst die zelf wordt aangevraagd door de heffingsplichtigen of waar zij direct gebruik van maken;
Overwegende dat het bijgevolg redelijk is om een retributie te vragen als tegenprestatie voor de verleende dienst;
Gelet op artikel 78 van het decreet lokaal bestuur van 22 december 2017;
Gelet op het budget opgenomen in het meerjarenplan 2026-2031 AR: 70094000-Verkoop maaltijden – BI: 090902-Wijkcentrum De Poort;
Gelet op het budget opgenomen in het meerjarenplan 2026-2031 AR: 70688888-Inkomsten evenementen en organisaties – BI: 090902-Wijkcentrum De Poort;
Enig artikel:
Met ingang van 1 januari 2026 tot en met 31 december 2031 wordt het retributiereglement Wijkcentrum De Poort als volgt vastgesteld:
Artikel 1: voorwerp en tarieven
Er wordt een retributie geheven op het gebruik van de diensten van het Wijkcentrum De Poort.
Tarieven maaltijden
Personen in financiële begeleiding (cliënten sociale dienst en schuldhulp):
Personen zonder financiële begeleiding
Tarieven wasmachines en droogkasten
Andere diensten
Artikel 2: indexatie
De retributie wordt jaarlijks op 1 januari geïndexeerd volgens de gezondheidsindex. De aanvangsindex is de gezondheidsindex van december 2025. De aanpassing gebeurt op basis van de volgende formule:
Nieuw tarief = huidig bedrag X gezondheidsindex van de maand december die aan de aanpassing voorafgaat / Aanvangsindex.
Het nieuwe bedrag, bekomen na indexatie, wordt afgerond op het dichtste veelvoud van één tiende. Als twee veelvouden even dicht liggen, wordt het bedrag afgerond naar boven.
Artikel 3: betalingsvoorwaarden
Alle retributies zijn ondeelbaar verschuldigd en dienen op het ogenblik van de aanvraag te worden betaald of na toezending van een factuur.
Het vast bureau kan steeds weigeren nog diensten te verstrekken indien de retributies die verschuldigd zijn niet werden betaald.
Artikel 4: minnelijke invorderingsprocedure
Indien de factuur niet of onvolledig werd betaald binnen de termijn van dertig kalenderdagen volgend op de factuurdatum, wordt de debiteur aan de hand van een eerste herinnering uitgenodigd het verschuldigde bedrag te betalen binnen een termijn van vijftien kalenderdagen vanaf de verzending van de eerste en laatste herinnering.
Artikel 5: gedwongen invorderingsprocedure
Er is geen bijzondere procedure voorzien voor de invordering van retributies.
Artikel 177 van het decreet lokaal bestuur is eveneens van toepassing op de invordering van retributies: met het oog op de invordering van de fiscale en niet-fiscale ontvangsten kan de financieel directeur een dwangbevel uitvaardigen, geviseerd en uitvoerbaar verklaard door het vast bureau, om onbetwiste en opeisbare niet-fiscale schuldvorderingen in te vorderen. Het dwangbevel wordt betekend bij deurwaardersexploot.
Een dwangbevel kan door het vast bureau alleen worden geviseerd en uitvoerbaar verklaard worden als de schuld opeisbaar, vaststaand en zeker is. De schuldenaar moet bovendien vooraf aangemaand zijn met een aangetekende brief, met een brief die afgegeven wordt tegen ontvangstbewijs, of via een elektronische melding van gegevens die voldoet aan de voorwaarden, vermeld in artikel 2281 van het burgerlijk wetboek, en die een bewijs oplevert van deze melding, van het tijdstip waarop ze is verricht en van de authenticiteit en de integriteit van de verwerkte gegevens.
De gemeente zal administratieve kosten aanrekenen voor die aangetekende brief, zoals bepaald in het retributiereglement factuurvoorwaarden en invorderingskosten niet-fiscale ontvangsten. De kosten zijn ten laste van de schuldenaar en kunnen ook ingevorderd worden via het dwangbevel.
Bij betwisting van de schuldvordering zijn de gewone burgerlijke rechtbanken bevoegd.
Gelet op de beslissing van de raad voor maatschappelijk welzijn van 28 april 2020 waarbij een overeenkomst werd afgesloten met De Knoop vzw om de begeleiding te voorzien van leefloongerechtigden op vlak van activering in de sociale moestuin;
Gelet op de beslissing van de raad voor maatschappelijk welzijn van 24 september 2024 waarbij de overeenkomst verlengd werd tem 31 december 2025;
Overwegende dat er vanuit de dienst activering toeleiding is naar de sociale moestuin van leefloongerechtigden en dit aanzien wordt als een laagdrempelig activeringstraject waarbij de focus enerzijds ligt op het aanbieden van oefenkansen Nederlands aan de anderstalige cliënten en anderzijds op het verwerven van de nodige arbeidsattitude encompetenties;
Overwegende dat de samenwerking met vzw De Knoop als positief wordt ervaren door de dienst activering;
Overwegende dat het project sociale moestuin een belangrijke waarde heeft in ons activeringsaanbod en er meer cliënten kunnen bereikt worden door deze laagdrempelige vorm van activering verder aan te bieden;
Overwegende dat dergelijke samenwerking kadert in het nieuwe meerjarenplan en meer bepaald binnen de doelstellingen 'iedereen mee' en 'ondernemend Geraardsbergen';
Gelet op de overlegmomenten met de coördinator van vzw De Knoop op 15 oktober en 26 november 2025 waarin de modaliteiten van een nieuwe samenwerkingsovereenkomst werden besproken en overlopen;
Gelet op artikel 77 van het decreet lokaal bestuur.
Budget van 22.500 euro per jaar te voorzien op BI 090400 en AR 61399999 voor de periode van 1 januari 2026 tem 31 december 2031.
Enig artikel:
Voor de periode van 1 januari 2026 tem 31 december 2031 met vzw De Knoop een samenwerkingsovereenkomst af te sluiten in functie van de coördinatie van de sociale moestuin te Geraardsbergen als volgt:
Artikel 1 - Partijen
Het OCMW van Geraardsbergen, vertegenwoordigd door de heer Jimmy Colman Villamayor, voorzitter raad voor maatschappelijk welzijn, en mevrouw Veerle Alaert, algemeen directeur, hierna genoemd “OCMW Geraardsbergen”,
en
vzw De Knoop, vertegenwoordigd door Licorice Leroy, coördinator, hierna genoemd De Knoop vzw
zijn overeengekomen als volgt :
Artikel 2 – Voorwerp, inhoud en duur van de overeenkomst
Deze overeenkomst beschrijft de modaliteiten van het ter beschikking stellen door vzw De Knoop van een begeleider voor de sociale moestuin in Geraardsbergen en eventueel ook de stadsboerderij te Hunnegem.
Rol en tijdsbesteding begeleider
De begeleider zal voor 8u per week, verdeeld over 2 halve dagen per week, werkzaam zijn in Geraardsbergen en uitsluitend instaan voor de begeleiding van de cliënten van de sociale dienst. Daarnaast zal de begeleider ook 4 uur per week tijd besteden aan het vervullen van administratieve opdrachten zoals daar zijn: evaluatie, opvolging afwezigheden, telefonische bereikbaarheid, rapportage, personeelsadministratie, teamoverleg, intervisie,….
De begeleider staat in voor het begeleiden en ondersteunen van de cliënten die actief zijn binnen de sociale moestuin. De begeleider rapporteert minstens op maandelijkse basis aan de dienst activering en maakt daarbij een overzicht van de aanwezigheden alsook verleent hij/zij feedback over de evolutie in het traject. De arbeidstrajectbegeleiders vanuit de dienst activering zullen via beurtrol 1 keer per maand aanwezig zijn in de sociale moestuin.
Afwezigheid begeleider
Als de begeleider langer dan 1 maand afwezig is door ziekte, zal vzw De Knoop alle inspanningen leveren om vervanging te voorzien in samenspraak met het OCMW Geraardsbergen of wordt de uitbetaling stopgezet voor de duur van de afwezigheid ingevolge ziekte die langer dan één maand duurt.
Doelgroep
De doelgroep bestaat exclusief uit cliënten van de sociale dienst, enkel op doorverwijzing vanuit de dienst activering kan deelgenomen worden aan de activiteiten van de sociale moestuin. Doel van dit specifiek activeringstraject is enerzijds het aanbieden van oefenkansen Nederlands specifiek voor de anderstaligen en anderzijds het werken aan de nodige arbeidsattitude en competenties, alsook het inzetten op het wegwerken van drempels die een verdere activering nog in de weg staan. Dit activeringstraject wordt dan ook aanzien als een doorgroeitraject, waarmee wordt bedoeld dat van zodra de betrokken deelnemers meer dan 2 halve dagen kunnen presteren in een activeringstraject zij dienen door te stromen naar een andere werkplaats. Op die manier kan dan plaats worden gemaakt voor nieuwe deelnemers.
Op specifieke vraag (van de begeleider, arbeidstrajectbegeleider of cliënt) of bij noodzaak kan er steeds overleg gepland worden tussen de begeleider van de moestuin en de arbeidstrajectbegeleider van de dienst activering.
Maximaal 10 cliënten kunnen tegelijk begeleid worden binnen deze overeenkomst.
Communicatie
Om een efficiënte en vlotte communicatie en opvolging van de activeringstrajecten binnen de sociale moestuin te kunnen garanderen zal een teamsgroep opgericht worden met volgende leden:.
In deze teamsgroep zal ook de rapportering van de trajecten van de deelnemers via individuele verslagen kunnen opgevolgd worden.
In het kader van privacy en GDPR zal de cliënt op voldoende wijze geïnformeerd worden over bovenstaande werkwijze en zal gevraagd worden aan de cliënt om zijn geïnformeerde toestemming te verlenen zodat relevante gegevens, uitsluitend met betrekking tot het traject binnen de sociale moestuin, tussen vzw De Knoop en de dienst activering met elkaar kunnen gedeeld worden.
Plaats overeenkomst
Het OCMW van Geraardsbergen stelt een perceel in de Boelarestraat 23 en de Gasthuisstraat 104 te Geraardsbergen ter beschikking om de sociale moestuin te ontwikkelen.
Deze overeenkomst gaat in op 1 januari 2026 en loopt tot en met 31 december 2031 en is de verlenging en vernieuwing van de convenant 2025, zoals beslist op de raad voor maatschappelijk welzijn van 24 september 2024.
Artikel 3 – Financiële modaliteiten
Het OCMW Geraardsbergen financiert het project met € 22.500 jaarlijks. Hierin zijn alle kosten van de werking vervat zoals ook de vervoerskosten en het werkmateriaal. Dit zal betaald worden op basis van 3-maandelijkse facturatie naar het OCMW Geraardsbergen. Het bedrag van 22.500 euro per jaar kan niet overschreden worden.
In de facturatie wordt een duidelijke opsplitsing gemaakt tussen de werkingskosten en de loonkosten.
De rapportage van het voorbije werkjaar zal aan het OCMW bezorgd worden vóór 15 mei van elk jaar en jaarlijks in de maand juni geagendeerd worden op de raad voor maatschappelijk welzijn ter kennisname.
Artikel 4 – Ontbinding convenant
Deze convenant kan door elke partij aangetekend opgezegd worden met een opzegtermijn van 6 maanden.
Op vraag van één van de partijen en mits uitdrukkelijk akkoord van de andere partij kan deze overeenkomst op elk moment gewijzigd worden. Aanvullingen en/of wijzigingen op deze overeenkomst zijn pas geldig indien zij schriftelijk zijn vastgelegd en door beide partijen zijn ondertekend. Bij problemen die zich in het kader van de uitvoering van deze overeenkomst voordoen tussen vzw De Knoop en OCMW Geraardsbergen worden deze bij voorkeur in eerste instantie opgelost in onderlinge dialoog.
Gelet op de goedkeuring van de OCMW-raad op 10 november 2020 voor de opstart fietsotheek vanuit Huis van het Kind;
Overwegende dat gezinnen en scholen hier regelmatig gebruik van maken, dat er 47 fietsen in 2025 ontleend werden;
Overwegende dat het vorige reglement geen einddatum had maar dat op basis van de ervaring in de werking een aanpassing nodig is in het huishoudelijk reglement van de fietsotheek zodat we strenger kunnen optreden bij het fout of beschadigd inleveren van fietsen;
Overwegende dat de inkomsten van de fietsotheek zijn opgenomen in het retributiereglement;
Gelet op het decreet lokaal bestuur van 22 december 2019;
Voor het onderhoud van de fietsen is 500 euro voorzien onder BI 094400 AR 61500100.
Artikel 1:
Het reglement van de fietsotheek als volgt vast te stellen:
1 Algemene omschrijving
1.1 Locatie: De fietsotheek is een dienst van het Huis van het Kind, een organisatie van het Lokaal Bestuur Geraardsbergen, en is gevestigd binnen de locatie van het Huis van het Kind, Kattestraat 27, 9500 Geraardsbergen.
1.2 Doelgroep: In de fietsotheek kan iedereen een fiets ontlenen voor kinderen van 2 tot 12 jaar. Kinderen tussen 12 en 18 jaar kunnen maximaal 1 jaar gebruik maken van de fietsen van de fietsotheek. Dit geeft hen de tijd om gedurende dat jaar te zoeken naar een eigen fiets.
2 Openingsuren
De fietsotheek werkt enkel op afspraak en is minstens 1 woensdagnamiddag per maand open.
3 Lidmaatschap
3.1 Ieder gezin kan zich inschrijven als lid van de fietsotheek
3.2 Men wordt gebruiker na ondertekening van het contract en betaling van het lidgeld / waarborg vastgelegd in het retributiereglement.
3.3 Het contract heeft een looptijd van 1 jaar. Indien de fiets na afloop van deze termijn niet tijdig wordt ingeleverd, wordt bij het opstellen van een nieuw contract de aanvangsdatum vastgesteld op de einddatum van het vooorgaande contract.
4. Uitleenbepalingen
4.1 Wie een lidgeld betaald heeft, kan een fiets ontlenen
4.2 De fiets mag gedurende lange tijd ontleend worden en gedurende de looptijd van het contract ingeruild worden voor een andere fiets.
5 Terugbrengen
5.1 De fiets blijft ten allen tijde eigendom van de fietsotheek.
5.2. Indien de geleende fiets in goede staat teruggebracht wordt, kan een andere fiets gekozen worden.
5.3. Indien binnen hetzelfde gezin 3 maal een beschadigde fiets wordt ingeleverd, kan een schorsing van minimaal 6 maanden worden opgelegd.
5.3 Wanneer de fiets definitief wordt teruggebracht (afsluiting contract) vindt er steeds een controle plaats door een fietshersteller. Op basis van de controle door de fietshersteller wordt de waarborg geheel of gedeeltelijk terugbetaald. Indien de fiets niet in orde is, worden de noodzakelijke onderhouds- en herstelkosten aan de ontlener aangerekend of verrekend met de waarborg.
Indien uit de vastgestelde controle blijkt dat er onvoldoende zorg wordt gedragen voor de fiets, kunnen we bijkomende voorwaarden opleggen zoals een verplichte tweemaandelijkse controle van de fiets of een (tijdelijke) schorsing.
6 Gebruik van de fiets
6.1 De ouders of voogd van het kind zijn verantwoordelijk voor het ontleende materiaal.
6.2 De gebruiker mag niets veranderen aan de fiets.
6.3 De gebruiker zorgt ervoor dat de fiets gedurende zijn/haar uitleenperiode de fiets niet wordt blootgesteld aan situaties zoals vandalisme of diefstal. Zo zorgt hij/zij ervoor dat de fiets ten allen tijde op den veilige en berschermde plaats, met een goed slot, wordt vastgemaakt.
6.4 De gebruiker engageert zich ertoe om de fiets bij defect ter controle binnen te brengen. Indien mogelijk zal er een vervangfiets worden aangeboden. Eventuele herstelkosten zullen verrekend worden met de waarborg.
7 Naleven reglement
Indien er aanwijzingen zijn van grove of herhaaldelijke inbreuken op dit reglement of andere gemaakte afspraken, kan de organisatie de overeenkomst opzeggen zonder inachtneming van een opzegperiode en vervalt het gebruik zonder recht op een schadevergoeding.
Wanneer rekeningen niet worden betaald, kan geen fiets worden gebruikt, totdat deze worden vereffend.
Gelet op de samenwerking tussen Huis van het Kind en LIGO die reeds 9 jaar loopt;
Overwegende dat LIGO de instantie is met de nodige expertise in de ondersteuning van laaggeletterde gezinnen;
Overwegende dat LIGO een ruime dienstverlening kan uitbouwen volgens de lokale noden van laaggeletterde gezinnen met jonge kinderen over verschillende thema's heen;
Overwegende dat we in de toekomst een samenwerking met LIGO kunnen uitbouwen voor de ondersteuning van de groepswerking wereldmama's, voor een groepswerking Nederlands oefenen met je kind op woensdagnamiddag en voor sessies rond smartschool gebruik bij anderstalige ouders;
Overwegende dat bovengenoemde werkingen passen binnen het verdere actieplan van Huis van het Kind en de noden binnen flankerend onderwijs;
Overwegende dat LIGO een ondersteuning kan bieden naar laaggeletterde ouders toe op verschillende levensdomeinen die een raakvlak hebben met Huis van het Kind zoals opvoedingsondersteuning, toeleiding naar kinderopvang, onderwijs, vrijetijd, ...
Gelet op het decreet lokaal bestuur van 22 december 2017;
Gelet op de erkenning van het Huis van het Kind Geraardsbergen en de missie en visie goedgekeurd door de raad voor maatschappelijk werk van 24 februari 2016;
Voor deze samenwerking is een budget van 10.000 euro voorzien binnen BI 094400 Huis van het Kind en dit voor de volledige legislatuur.
Enig artikel:
De verlenging van de samenwerking tussen LIGO en Huis van het Kind goed te keuren voor de periode van 2026-2031.
Gelet op het subsidiereglement gezinsvriendelijke activiteiten dat in voege is sinds 2019 en waarvan de aanpassingen zijn goedgekeurd door de OCMW raad in januari 2023;
Gelet op de einddatum van het huidige subsidiereglement zijnde 31 december 2025;
Overwegende dat deze subsidie als heel zinvol wordt geëvalueerd door de gezinsraad;
Overwegende dat er met de vernieuwing nog meer ingezet wil worden op de noden in onze stad, zijnde een aanbod voor jonge kinderen;
Overwegende dat met dit vernieuwde subsidiereglement de burgers, verenigingen worden gestimuleerd om in te zetten op de organisatie van kindvriendelijke ontmoetingsmomenten;
Overwegende dat de goedkeuring van deze subsidies in de toekomst niet meer zal gebeuren door de gezinsraad, maar wel door een medewerker van Huis van het Kind en zal voorgelegd worden op een college van burgemeester en schepenen;
Gelet op het decreet lokaal bestuur van 19 december 2019;
Voor deze subsidie is jaarlijks 5000 euro voorzien binnen BI 094400 van Huis van het Kind.
Enig artikel:
Het vernieuwde subsidiereglement gezinsvriendelijke activiteiten als volgt vast te stellen voor de legislatuur 2026-2031:
Subsidiereglement : gezins- en kindvriendelijke activiteiten met focus op een aanbod naar gezinnen met kinderen tussen 0 - 6 jaar en/of tieners
artikel 1: Doel van de subsidie
Het lokaal bestuur Geraardsbergen wil, binnen de perken en de kredieten, initiatieven ondersteunen die bijdragen aan een gezins- en kindvriendelijke stad.
Deze subsidie stimuleert burgers, verenigingen en andere lokale actoren om:
- laagdrempelige en inclusieve activiteiten te organiseren
- die gericht zijn op gezinnen met jonge kinderen (0 - 6 jaar) of een aanbod geven aan tieners
- om sociale en informele netwerken rond gezinnen te bouwen
artikel 2: Doelgroep van de subsidie
de subsidie richt zich tot:
- alle organisatoren met uitzondering van kinderopvanginitiatieven, scholen, oudercomités en commerciële organisaties
- met de focus op jonge kinderen (0 - 6 jaar) en hun gezin
- met de focus op tieners (12 - 18 jaar)
artikel 3: Voorwaarden
Om in aanmerking te komen voor de subsidie, moet de kind- en gezinsvriendelijke activiteit voldoen aan volgende voorwaarden:
- publiek karakter: de activiteit moet openstaan voor alle gezinnen en kinderen. Ze mag niet enkel toegankelijk zijn op uitnodiging of voor leden van een bepaalde groep. De activiteit bevordert de interactie tussen kinderen/tieners én gezinnen die elkaar anders niet zouden ontmoeten.
- toegankelijkheid: de activiteit vindt plaats op een veilige en toegankelijke locatie gelegen op grondgebied Geraardsbergen. De deelnameprijs mag maximaal 10 euro per deelnemer bedragen en niet duurder zijn dan de aangeboden activiteit, tenzij anders gemotiveerd (vb bij aanbieden van een workshop door lesgever).
- doelgroep: de activiteit richt zich hoofdzakelijk op gezinnen met kinderen jonger dan 6 jaar en/of tieners (12 - 18 jaar). Activiteiten, materialen en aanbod zijn afgestemd op deze doelgroep.
- inhoud: de activiteit draagt bij aan spel, ontmoeting, creativiteit en ontspanning. Er is ruimte voor ontmoeting tussen gezinnen en tieners.
- uitsluitingen: komen niet in aanmerking:
* privéfeesten
* activiteiten met een commercieel of winstgevend doel
* activiteiten met een discriminerend karakter die ingaan tegen de waarden van inclusie en gelijkheid
- locatie en timing: de activiteit vindt plaats op grondgebied Geraardsbergen en binnen de correcte timing van de subsidieaanvraag
artikel 4: Subsidiebedrag
- het subsidiebedrag bedraagt 250 euro per activiteit
- een organisator kan maximaal 2 subsidieaanvragen per kalenderjaar ontvangen binnen dit reglement
- de aanvrager mag voor hetzelfde evenement geen andere subsidie vanuit het lokaal bestuur Geraardsbergen ontvangen
- per evenement kan slechts één keer de subsidie aangevraagd worden, ook al wordt deze door verschillende verenigingen georganiseerd.
artikel 5: Procedure
- aanvraag: de aanvraag gebeurt via het aanvraagformulier van het lokaal bestuur, ten minste vier weken voor de activiteit
- beoordeling: de aanvragen worden op basis van de voorwaarden binnen het subsidiereglement beoordeeld door de stuurgroep van kindvriendelijke stad waarin medewerkers zetelen vanuit het lokaal bestuur Geraardsbergen
- toekenning: het vast bureau neemt op basis van de beoordeling een beslissing rond de toekenning van de werkingssubsidie
- uitbetaling: de subsidie wordt uitbetaald na uitvoering van de activiteit, op basis van een korte evaluatie en bewijsstukken (vb foto's, deelnemerslijst, communicatie) die nagestuurd wordt ten laatste 2 weken na de activiteit.
artikel 6: Verplichtingen van de organisator
de organisator:
- vermeldt in de communicatie dat de activiteit ondersteund wordt door het lokaal bestuur en gebruikt het logo van Huis van het Kind.
- staat in voor de nodige verzekering van deelnemers en vrijwilligers,
- verleent, indien gevraagd, medewerking aan promotie of verslaggeving door het lokaal bestuur Geraardsbergen of Huis van het Kind.
artikel 7: Controle en terugvordering
het lokaal bestuur behoudt zich het recht om:
- de uitvoering van de activiteit te controleren
- de subsidie geheel of gedeeltelijk terug te vorderen indien blijkt dat de voorwaarden niet werden nageleefd
In geval van fraude of valse verklaringen in hoofde van de aanvrager, kan het lokaal bestuur Geraardsbergen beslissen om de toekenning van de subsidie te schorsen en in de toekomst geen subsidie meer toe te staan aan de aanvrager en het verleende subsidiebedrag terug te vorderen.
artikel 8: Slotbepalingen
- dit reglement treedt in werking op 01 januari 2026 en eindigt op 31 december 2031.
- het college van Burgemeester en Schepenen is belast met de uitvoering ervan, aanpassingen kunnen tussentijds goedgekeurd worden door de OCMW raad.
Gelet op het ondersteuningsreglement kinderopvang zoals goedgekeurd door de OCMW-raad op 20 december 2017 met latere wijzigingen, dat als doel heeft extra kinderopvang te stimuleren in Geraardsbergen, onder meer via de mogelijkheid voor startende opvanginitiatieven voor baby's en peuters om onder bepaalde voorwaarden een opstartpremie en een locatiepremie aan te vragen;
Overwegende dat de laatste wijziging van dit reglement 31 december 2025 als einddatum heeft;
Overwegende dat meerdere onthaalouders, samenwerkende onthaalouders en groepsopvang jaarlijks gebruik maken van de ondersteunende subsidiëring via dit reglement; dat het daarom wenselijk is dit ondersteuningsreglement kinderopvang te verlengen;
Overwegende dat het Lokaal Bestuur Geraardsbergen blijvend wil inzetten op het stimuleren van kinderopvang;
Gelet op de voorliggende verlenging van het ondersteuningsreglement kinderopvang; waarin artikel 6 dat bepaalt dat "De premies zoals bepaald in dit reglement zullen uitbetaald worden binnen de perken van het goedgekeurde budget." bijkomend wordt opgenomen;
Gelet op het decreet lokaal bestuur van 22 december 2019;
Voor dit ondersteuningsreglement is jaarlijks 14.000 euro voorzien binnen BI 094400 van Huis van het Kind;
Enig artikel:
Het huidige ondersteuningsreglement kinderopvang als volgt te verlengen tot en met einde 2026:
Gelet op het besluit van de raad voor maatschappelijk welzijn van 08 november 2022 waar voor het laatst de huurprijs in het huishoudelijk reglement 'doorgangswoningen Lokaal Bestuur Geraardsbergen' werd gewijzigd;
Overwegende dat de bijdrage die aan de bewoners wordt gevraagd, sinds november 2022 niet meer werd aangepast in verhouding met de huidige tarieven die gelden voor huur en energieverbruik;
Overwegende dat de bijdrage volgende kosten omvat: huur woning, gas, elektriciteit, water, brandverzekering en huisvuilophaling;
Overwegende dat de beperkte bijdrage die gevraagd wordt ertoe bijdraagt dat bewoners moeilijk te motiveren zijn om de doorgangswoning te verlaten gezien het grote verschil met huren op de reguliere woonmarkt;
Overwegende dat personen die beroep doen op een doorgangswoning zich in een zeer precaire leefsituatie bevinden waardoor de bijdrage niet kan verhoogd worden tot de reguliere prijzen voor huur en energie en de administratie voorstelt om de verhoging te beperken tot 100 euro per maand;
Overwegende dat de doorstroom in de doorgangswoningen vertraagd wordt doordat er onmiddellijk een doorgangswoning voor maximum 6 maanden wordt toegekend, verlengbaar met nogmaals 6 maanden;
Overwegende dat het beperken van de verhuurtermijn en de kortere opvolging van telkens een verlenging van 2 maanden kan bijdragen dat bewoners intensiever opgevolgd kunnen worden in hun zoektocht naar een nieuwe huisvesting zodat de doorstroom in de doorgangswoningen kan versneld worden;
Gelet op artikel 1, samen te lezen met hoofdstuk IV van de organieke wet van 8 juli 1976 betreffende de openbare centra voor maatschappelijk welzijn, waarbij deze in het kader van haar opdracht, cliënten tijdelijk onderdak kan verschaffen in een doorgangswoning als dienstverlening in natura;
Gelet op het decreet lokaal bestuur van 22 december 2017;
verhoging van de inkomsten in verhouding met de bezetting
BI 093000
AR 70100000
Artikel 1:
Goedkeuren van de wijziging in artikel 4 van het huishoudelijk reglement 'doorgangswoning Lokaal Bestuur Geraardsbergen':
Art. 4
De dienstverlening wordt toegekend voor de hoogstnoodzakelijke tijd en in ieder geval voor maximum 4 maanden. Een verlenging van het verblijf is een beslissing via het bijzonder comité voor de sociale dienst nadat de cliënt gehoord werd. Deze verlenging kan voor maximaal 2 maanden worden toegestaan. De maximale duur van het verblijf kan in totaal 12 maanden bedragen.
Artikel 2:
Goedkeuren van de wijziging in artikel 6 van het huishoudelijk reglement 'doorgangswoning Lokaal Bestuur Geraardsbergen':
Art. 6
De maandelijkse bijdrage hangt af van de gezinssamenstelling en het al dan niet bemeubeld zijn van de woning:
| gezinssamenstelling |
alleen |
koppel/ |
koppel 1 kind / |
koppel 2 kind/ alleen 3 kind |
Koppel 3 kind/ |
Vanaf Koppel 4 kind/ |
Bijdrage inboedel |
| Stikte 68 |
x |
x |
700 |
750 |
800 |
800 |
100 |
| Overpoort 86 |
600 |
650 |
X |
X |
X |
X |
50 |
| Kampstraat 11 groot |
x |
X |
700 |
750 |
800 |
800 |
100 |
| Kampstraat 11 klein |
600 |
650 |
700 |
X |
x |
x |
50 |
| Vooruitzichtstraat 19 |
600 |
650 |
700 |
750 |
X |
X |
75 |
| Vooruitzichtstraat 13 |
600 |
650 |
700 |
750 |
X |
X |
75 |
| Vooruitzichtstraat 15 |
600 |
650 |
700 |
750 |
X |
X |
75 |
| Vooruitzichtstraat 17 |
600 |
650 |
700 |
750 |
X |
X |
75 |
De vermelde prijs omvat zowel de kosten voor de woning als de kosten van een normaal verbruik van energie en water evenals de kosten verbonden aan de afval-ophaling, zijnde de GFT en de restfractie. De bewoner dient de kosten verbonden aan de PMD-ophaling zelf te betalen. Indien het verbruik van energie en water abnormaal hoog zijn, wordt een toeslag gevraagd overeenkomstig het meerverbruik. Indien de kosten verbonden aan de afval-ophaling abnormaal hoog zijn, wordt een toeslag gevraagd overeenkomstig de meerkost.
Indien slechts een gedeelte van de maand werd verbleven, wordt de bijdrage voor die maand berekend voor het aantal verblijfdagen voor die maand.
Gelet op de gift van de voedselbank Oost-Vlaanderen (VBO) aan Wijkcentrum De Poort in de vorm van 45 cadeaubonnen van € 25 van het Kruidvat;
Overwegende dat deze bedeeld kunnen worden onder de rechthebbenden aan de voedselbedeling van het OCMW;
Gelet op het decreet lokaal bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen;
Gelet op de schenking van 45 cadeaubonnen van 25 euro;
Overwegende dat deze schenking voor De Poort worden geboekt op budgetsleutel: 74700000 - 090999 - AP23 WD 01 - AC23 WD 01 01,
Enig artikel:
De schenking van 45 aankoopbonnen van 25 euro voor het Kruidvat, geschonken door de Voedselbank Oost-Vlaanderen, te aanvaarden en te bedelen onder de rechthebbenden aan de voedselherverdeling van het OCMW.
Enig artikel:
De notulen van de OCMW-raad van 25 november 2025 zijn goedgekeurd.
Namens Raad voor Maatschappelijk Welzijn,
Veerle Alaert
Algemeen Directeur
Jimmy Colman Villamayor
Voorzitter OCMW-raad