Gelet op de financiële toestand van het Lokaal Bestuur Geraardsbergen en de wettelijke verplichting om een financieel evenwicht te handhaven;
Overwegende dat het Lokaal Bestuur Geraardsbergen over de nodige financiële middelen dient te beschikken om de haar opgelegde taken, vastgesteld in het meerjarenplan 2026-2031, naar behoren te kunnen vervullen;
Overwegende dat er vanuit de dienst catering personeelsmaaltijden aangeboden worden;
Overwegende dat het klaarmaken van de verschillende bestellingen door de medewerkers een impact heeft op de personeelsbelasting binnen de dienst catering;
Overwegende dat het streven naar kostendekkend bereiden van de personeelsmaaltijden aangewezen is;
Gelet op de verplichting om een retributiereglement vast te stellen en niet enkel een tariefbepaling;
Overwegende dat een retributie een kostendekkende vergoeding betreft die de overheid vordert als tegenprestatie voor de levering van een bijzondere dienst aan een derde in diens persoonlijk belang of de toestemming voor een rechtstreeks bijzonder voordeel;
Overwegende dat een retributie gekoppeld is aan een concrete dienst die zelf wordt aangevraagd door de heffingsplichtigen of waar zij direct gebruik van maken;
Overwegende dat het bijgevolg redelijk is om een retributie te vragen als tegenprestatie voor de verleende dienst;
Gelet op artikel 78 van het decreet lokaal bestuur van 22 december 2017;
Gelet op het besluit van de raad voor maatschappelijk welzijn, daterend van 29 april 2025, betreffende de goedkeuring van de prijsaanpassing voor de personeelsmaaltijden met ingangsdatum 1 juni 2025;
Gelet op het budget opgenomen in het meerjarenplan 2026-2031 AR: 70094000-Verkoop maaltijden – BI: 011903-Catering;
Artikel 1:
Het besluit van de raad voor maatschappelijk welzijn, daterend van 29 april 2025, betreffende de goedkeuring van de prijsaanpassing voor de personeelsmaaltijden met ingangsdatum 1 juni 2025, wordt opgeheven met ingang van 1 januari 2026.
Artikel 2:
Met ingang van 1 januari 2026 tot en met 31 december 2031 wordt het retributiereglement op de personeelsmaaltijden als volgt vastgesteld:
Artikel 1: voorwerp en tarieven
Er wordt een retributie geheven op de personeelsmaaltijden.
Tarieven
| Broodje kaas |
3,50 euro |
| Broodje ham/hesp |
3,50 euro |
| Broodje americain-préparé |
3,50 euro |
| Broodje smos (kaas en ham/hesp) |
4,00 euro |
| Broodje krabsla |
4,00 euro |
| Broodjes tonijnsla |
3,50 euro |
| Soep van de dag |
1,40 euro |
| Warme schotel – dagmenu |
8,00 euro |
| Warme schotel – weekmenu |
8,00 euro |
| Kostprijs warme schotel (dag- of weekmenu) vanaf de tweede warme schotel per dag |
11,00 euro |
Artikel 2: betalingsvoorwaarden
Alle retributies zijn ondeelbaar verschuldigd en dienen op het ogenblik van de aanvraag te worden betaald of na toezending van een factuur.
Het vast bureau kan steeds weigeren nog diensten te verstrekken indien de retributies die verschuldigd zijn niet werden betaald.
Artikel 3: minnelijke invorderingsprocedure
Indien de factuur niet of onvolledig werd betaald binnen de termijn van dertig kalenderdagen volgend op de factuurdatum, wordt de debiteur aan de hand van een eerste herinnering uitgenodigd het verschuldigde bedrag te betalen binnen een termijn van vijftien kalenderdagen vanaf de verzending van de eerste en laatste herinnering.
Artikel 4: gedwongen invorderingsprocedure
Er is geen bijzondere procedure voorzien voor de invordering van retributies.
Artikel 177 van het decreet lokaal bestuur is eveneens van toepassing op de invordering van retributies: met het oog op de invordering van de fiscale en niet-fiscale ontvangsten kan de financieel directeur een dwangbevel uitvaardigen, geviseerd en uitvoerbaar verklaard door het vast bureau, om onbetwiste en opeisbare niet-fiscale schuldvorderingen in te vorderen. Het dwangbevel wordt betekend bij deurwaardersexploot.
Een dwangbevel kan door het vast bureau alleen worden geviseerd en uitvoerbaar verklaard worden als de schuld opeisbaar, vaststaand en zeker is. De schuldenaar moet bovendien vooraf aangemaand zijn met een aangetekende brief, met een brief die afgegeven wordt tegen ontvangstbewijs, of via een elektronische melding van gegevens die voldoet aan de voorwaarden, vermeld in artikel 2281 van het burgerlijk wetboek, en die een bewijs oplevert van deze melding, van het tijdstip waarop ze is verricht en van de authenticiteit en de integriteit van de verwerkte gegevens.
De gemeente zal administratieve kosten aanrekenen voor die aangetekende brief, zoals bepaald in het retributiereglement factuurvoorwaarden en invorderingskosten niet-fiscale ontvangsten. De kosten zijn ten laste van de schuldenaar en kunnen ook ingevorderd worden via het dwangbevel.
Bij betwisting van de schuldvordering zijn de gewone burgerlijke rechtbanken bevoegd.