Terug
Gepubliceerd op 22/12/2025

Besluit  Gemeenteraad

di 16/12/2025 - 20:00

Vaststellen van het algemeen politiereglement Geraardsbergen/Lierde en bekrachtiging van het protocol 'niet-verkeer'.

Aanwezig: Jimmy Colman Villamayor, Voorzitter gemeenteraad
Fernand Van Trimpont, Burgemeester
Ann Panis, Bram De Geeter, Veerle Mertens, Stephan De Prez, Rudy Frederic, Griet Blaton, Patricia Flamez, Schepenen
Emma Van der Maelen, Ilse Roggeman, Rurik Van Landuyt, Hans De Gent, Paul Pardon, Karla Bronselaer, Jef Van der Mynsbrugge, Patrick De Bodt, Bram De Pril, Jens Rottiers, Filip Pletinckx, Johan Sirjacobs, Manu Lion, Vince Gaublomme, Jana Vanderlinden, Lena Moulart, Anja Ritserveldt, Jonas Hanssens, Karel De Moyer, Leen Duffeleer, Raadsleden
Veerle Alaert, Algemeen Directeur
Verontschuldigd: Krist Matthys, Sofie Gommers, Raadsleden
Feiten, context en argumentatie

Overwegende dat het lokaal bestuur tot taak heeft om, ten behoeve van haar inwoners, te voorzien in een goede politie, meer bepaald betreffende de openbare veiligheid en vlotte doorgang op de openbare wegen, de openbare netheid en gezondheid, en de openbare rust en overlast;

Overwegende dat een periodieke bijwerking van het uniform lokaal politiereglement opportuun is, omwille van de wijzigingen in de hogere wetgevingen, alsmede omwille van de aanpassing aan de maatschappelijke evolutie;

Overwegende dat het aangewezen blijft om binnen de meergemeentezone over een uniform algemeen politiereglement met betrekking tot de handhaving van de openbare orde en de beteugeling van diverse vormen van maatschappelijke overlast te beschikken, teneinde de politie toe te laten op eenvormige wijze op te treden op het ganse grondgebied van de politiezone Geraardsbergen/Lierde;

Gelet op het meerjarenplan van Lokaal Bestuur Geraardsbergen dat als beleidsdoelstelling inzet op een veilige stad waar getracht wordt een hoger veiligheidsgevoel te bereiken en een veilige omgeving te creëren voor alle inwoners;

Overwegende dat de wet van 11 december 2023, gepubliceerd in het Belgisch Staatsblad op 29 december 2023, in werking trad op 8 januari 2024 en onder andere de wet van 24 juni 2013 betreffende de gemeentelijke administratieve sancties wijzigde;

Overwegende dat de wetswijziging het mogelijk maakt om het boetebedrag voor administratieve en gemengde inbreuken gepleegd door meerderjarigen op te trekken naar maximaal 500 euro; dat de boete nog steeds proportioneel moet zijn in functie van de zwaarte van de feiten en eventuele herhaling; dat hardleerse overtreders strenger kunnen worden aangepakt; dat de slagkracht van lokale besturen hierdoor versterkt wordt;

Overwegende dat het parket van Oost-Vlaanderen reeds enige jaren aandringt op het ondertekenen van het protocolakkoord "niet-verkeer" te ondertekenen; dat dit lange tijd werd tegengehouden aangezien de voorwaarden voor de politie te divers waren; dat het parket vorig jaar de bedragen van het nadeel van de misdrijven heeft geüniformiseerd, waardoor het voor de politie duidelijker is geworden wanneer er mag worden overgegaan tot het opstellen van een GAS-pv; dat het protocolakkoord de afspraken regelt tussen de sanctionerend ambtenaar en het openbaar ministerie voor de afhandeling van de gemengde inbreuken; dat het protocolakkoord de sanctionerend ambtenaar de mogelijkheid biedt om sneller op te treden bij gemengde inbreuken; 

Overwegende dat het protocolakkoord geldt voor alle lokale besturen in het gerechtelijk arrondissement Oost-Vlaanderen, afdeling Oudenaarde;  dat het protocolakkoord gemeentelijke administratieve sancties voorziet vanaf de leeftijd van 14 jaar; dat de minimumleeftijd voor minderjarigen bijgevolg verlaagd wordt van 16 jaar naar 14 jaar; dat er slechts zeer weinig dossiers worden opgemaakt lastens minderjarigen; dat de maximumboete voor minderjarigen behouden blijft; dat bemiddeling verplicht wordt aangeboden bij minderjarige overtreders; 

Overwegende dat het lokaal bestuur sinds 1 november 2008 een overeenkomst heeft met de POD Maatschappelijke Integratie met het oog op het inzetten van een voltijdse bemiddelaar in het kader van de gemeentelijke administratieve sancties voor het gerechtelijke arrondissement Oost-Vlaanderen, afdeling Oudenaarde; dat het lokaal bestuur in 2023 het Charter "Steden en gemeenten voor bemiddeling" tekende; dat dit getuigt van het belang dat het lokaal bestuur hecht aan het toepassen van de bemiddelingsprocedure; 

Overwegende dat de administratieve geldboetes kunnen worden opgelegd aan minderjarigen vanaf de leeftijd van 14 jaar; dat voorafgaand het advies moet worden ingewonnen van de jeugdraden van de betrokken gemeenten;

Gelet op het schriftelijk advies van de jeugdraad van Geraardsbergen van 7 november 2025 met betrekking tot het ontwerp van algemeen politiereglement;

Gelet op de nota vanuit de werkgroep Kindvriendelijke Stad van 25 november 2025;

Gelet op het schriftelijk advies van de jeugdraad van Lierde van 22 november 2025 met betrekking tot het ontwerp van algemeen politiereglement;

Overwegende dat er een identiek algemeen politiereglement wordt aangenomen voor de meergemeentezone; dat er een advies noodzakelijk is van de raad van de politiezone;

Gelet op het advies van de politieraad van de politiezone Geraardsbergen/Lierde van 11 december 2025 met betrekking tot het ontwerp van algemeen politiereglement;

Overwegende dat artikel 2, §1, van de wet van 24 juni 2013 betreffende de gemeentelijke administratieve sancties aan de gemeenteraad de keuzevrijheid laat politiestraffen of administratieve sancties te bepalen voor overtredingen van zijn reglementen of verordeningen;

Overwegende dat het administratief strafbaar stellen van overtredingen het lokaal bestuur de mogelijkheid biedt sneller te reageren op problemen van lokale aard;

Juridisch kader

Gelet op de wet van 24 juni 2013 betreffende de gemeentelijke administratieve sancties;

Gelet op het koninklijk besluit van 21 december 2013 tot vaststelling van de minimumvoorwaarden inzake selectie, aanwerving, opleiding en bevoegdheid van de ambtenaren en personeelsleden die bevoegd zijn tot vaststelling van inbreuken die aanleiding kunnen geven tot de oplegging van een gemeentelijke administratieve sanctie;

Gelet op het koninklijk besluit van 21 december 2013 tot vaststelling van de kwalificatie- en onafhankelijkheidsvoorwaarden van de ambtenaar belast met de oplegging van de administratieve geldboete en tot inning van de boetes in uitvoering van de wet betreffende de gemeentelijke administratieve sancties;

Gelet op het koninklijk besluit van 21 december 2013 tot vaststelling van de bijzondere voorwaarden betreffende het register van de gemeentelijke administratieve sancties ingevoerd bij artikel 44 van de wet van 24 juni 2013 betreffende de gemeentelijke administratieve sancties;

Gelet op het koninklijk besluit van 21 december 2013 tot vaststelling van de nadere voorwaarden en het model van het protocolakkoord in uitvoering van artikel 23 van de wet betreffende de gemeentelijke administratieve sancties;

Gelet op het koninklijk besluit van 28 januari 2014 houdende de minimumvoorwaarden en modaliteiten voor de bemiddeling in het kader van de wet betreffende de gemeentelijke administratieve sancties;

Gelet op het koninklijk besluit van 9 maart 2014 betreffende de gemeentelijke administratieve sancties voor de overtredingen betreffende het stilstaan en parkeren en voor de overtredingen betreffende de verkeersborden C3 en F103, vastgesteld met automatisch werkende toestellen;

Gelet op de aanwijzing van een sanctionerend ambtenaar vastgesteld door de gemeenteraad in zitting van 28 april 2020;

Gelet op het algemeen politiereglement vastgesteld door de gemeenteraad in zitting van 10 november 2020;

Gelet op het protocolakkoord "verkeer" bekrachtigd op de gemeenteraad in zitting van 10 november 2020; 

Gelet op de nieuwe gemeentewet, artikelen 119 en 135 §2;

Gelet op het decreet over het lokaal bestuur, artikel 40 §3,

Financieel kader

Overwegende dat het budget voorzien is op volgende budgetsleutel: 

    • algemene rekening 73900000 
    • beleidsitem 048000 'Bestuurlijke preventie'
Besluit

Artikel 1:
Het algemeen politiereglement als volgt goed te keuren:

Algemeen politiereglement Geraardsbergen/Lierde

Algemene bepalingen

Artikel 1:
Waar mensen met elkaar samenleven, zijn er duidelijke afspraken en regels nodig.
Dit reglement wil bijdragen tot de leefbaarheid in Geraardsbergen door het voorzien van sancties en maatregelen voor vormen van overlast.

Artikel 2:
Dit reglement is van toepassing op het grondgebied van Geraardsbergen en op iedereen die zich op het grondgebied bevindt, ongeacht hun woonplaats of nationaliteit.

Artikel 3:
Indien een inbreuk op een artikel vermeld in hoofdstuk 1, 2 of 3 van dit reglement gepleegd wordt door middel van een voertuig en de eigenlijke overtreder kan op het moment van de feiten niet worden geïdentificeerd, wordt de inbreuk geacht te zijn begaan door de houder van de kentekenplaat.
De houder van de kentekenplaat kan dit vermoeden weerleggen door met elk middel te bewijzen dat hij niet de overtreder was. In dat geval is hij verplicht de identiteit van de overtreder kenbaar te maken, behalve wanneer hij diefstal, fraude of overmacht kan bewijzen.

Artikel 4:
Dit reglement geldt met behoud van de toepassing van andere wetgeving.

Artikel 5:
Ieder die zich op een openbare plaats bevindt of in een voor het publiek toegankelijke plaats moet zich onmiddellijk schikken naar de verzoeken of bevelen van de politie met het oog op:

  • de vrijwaring van de openbare veiligheid, rust, netheid of gezondheid;

  • de bestrijding of voorkoming van overlast;

  • de vereenvoudiging van de taken van de hulpdiensten en de bijstand aan personen in gevaar;

  • de vrijwaring en het doen respecteren van een perimeter;

  • het doen naleven van de wetten, decreten, reglementen en besluiten.

Artikel 6:
Iedereen moet de bevelen van de burgemeester, gegeven krachtens de artikelen 133 tot en met 135 van de Nieuwe Gemeentewet, naleven.

Artikel 7:
De begunstigden van vergunningen moeten zich strikt houden aan de voorschriften van de vergunningen en erover waken dat het voorwerp van de vergunning geen schade kan berokkenen aan anderen, noch de openbare veiligheid, rust, gezondheid of netheid in het gedrang kan brengen.
De vergunningen worden afgegeven in de vorm van een persoonlijke en onoverdraagbare titel.
Ze kunnen op ieder moment ingetrokken worden wanneer het algemeen belang het vereist.
Niet naleving van de voorschriften van de vergunningen vormt op zich een inbreuk op het betreffende artikel en kan als dusdanig op dezelfde wijze gesanctioneerd worden.

Artikel 8:
Het lokaal bestuur is niet aansprakelijk voor de schade die kan voortvloeien uit de - al dan niet foutieve - uitvoering van de vergunning.

Artikel 9:
In dit reglement wordt verstaan onder:

  • collecte: iedere geld- en goedereninzameling op een openbare plaats.

  • consument: iedere natuurlijke persoon of rechtspersoon die, uitsluitend voor niet-beroepsmatige doeleinden, op de markt gebrachte producten of diensten verwerft of gebruikt.

  • illegale drugs: de verdovende en psychotrope stoffen zoals opgesomd in het Koninklijk besluit van 6 september 2017 in uitvoering van de Wet van 24 februari 1921.

  • kwaadaardige hond: elke hond die, wanneer hij vrij zou rondlopen, op een duidelijk en onmiskenbare dreigende wijze naar iemand toeloopt; elke hond die iemand of een ander huisdier aanvalt, bijt of verwondt.

  • manifestatie: betoging van om het even welke aard.

  • nachtwinkel: iedere vestigingseenheid waarvan de netto verkoopoppervlakte niet groter dan 150 m2 is, die geen andere activiteiten uitoefent dan de verkoop van algemene voedingswaren en huishoudelijke artikelen en die op duidelijke en permanente manier de vermelding " Nachtwinkel " draagt.

  • openbare drankgelegenheid: hiermee wordt bedoeld danszalen, cafés, herbergen, privéclubs en over het algemeen alle inrichtingen, lokalen of plaatsen, alsmede hun aanhorigheden, die al dan niet tegen betaling voor publiek toegankelijk zijn en waar dranken en/of spijzen worden verstrekt, ook al is de toegang tot bepaalde categorieën van personen beperkt.

  • openbare plaats: elke weg en zijn aanhorigheden, zowel de begane grond als het gedeelte erboven en eronder alsook de openbare gebouwen en openbare ruimten zoals parken, plantsoenen, speelpleinen, sportterreinen, parkeerplaatsen, winkelcentra.

  • openbare vergadering: iedere vergadering waar in beginsel iedereen zonder onderscheid wordt toegelaten, hetzij gratis, hetzij tegen betaling.

  • privaat bureau voor telecommunicatie: iedere voor het publiek toegankelijke vestigingseenheid voor het verlenen van telecommunicatiediensten.

  • private ingebruikname van openbare plaatsen: het gebruik van een openbare plaats voor uitsluitend privé doeleinden, waardoor het ingenomen deel van de openbare plaats aan zijn normale bestemming wordt onttrokken.

  • uitbater: de natuurlijke persoon of rechtspersoon die eigenaar is van de handelszaak (maar niet noodzakelijk van het handelspand) en voor wiens rekening en risico de instelling wordt uitgebaat.

  • voertuigwrak: ieder voertuig dat het uitzicht heeft van een motorvoertuig en dat niet meer aan het normale verkeer deelneemt of kan deelnemen.

  • woonwagen: elke verplaatsbare of mobiele constructie, zelfs indien de wielen ervan verwijderd zijn, ontworpen en/of gebruikt als permanente of tijdelijke verblijfplaats.

Hoofdstuk 1 - Openbare veiligheid en vlotte doorgang op de openbare wegen

Afdeling 1 - Manifestaties

Artikel 10:
Manifestaties zijn verboden, tenzij er een schriftelijke vergunning werd gegeven door de burgemeester.
Elke vergunning moet schriftelijk aangevraagd worden, ten minste 30 dagen vóór de vastgestelde datum van de manifestatie. De burgemeester kan op deze termijn in uitzonderlijke gevallen gemotiveerde afwijkingen toestaan. Deze aanvraag moet volgende inlichtingen bevatten: uur en plaats van manifestatie, uur van vertrek, gevolgde weg, uur en plaats van ontbinding, raming van het aantal deelnemers, voorziene organisatiemaatregelen, naam en adres van de organisatoren.
Als de organisatie gebeurt door een rechtspersoon zal haar benaming, haar rechtsvorm, het adres van haar hoofdzetel alsook de statutaire bepaling en/of beslissing van het bevoegde orgaan van de rechtspersoon die de ondertekenaar toelaat haar te vertegenwoordigen, opgegeven moeten worden.

Artikel 11:
De burgemeester moet minstens 48 uur op voorhand op de hoogte gebracht worden van openbare vergaderingen, die de openbare orde zouden kunnen in het gedrang brengen.

Artikel 12:
Het dragen of voorhanden hebben van enig voorwerp dat gebruikt kan worden om te gooien, te slaan, te steken of te verwonden, is gedurende manifestaties verboden.
Gebruik of manipulatie van voorwerpen tijdens manifestaties op zodanige wijze dat deze het vlot of veilig verloop van deze gebeurtenissen kunnen verhinderen is verboden.

Afdeling 2 – Het privaat gebruik van openbare plaatsen

Artikel 13:
Voor elke private ingebruikname van een openbare plaats is een schriftelijke vergunning van de burgemeester of zijn gemachtigde ambtenaar vereist.

Artikel 14:
Bij beëindiging van voornoemde activiteit zal de vergunninghouder desgevallend de openbare plaats herstellen in zijn oorspronkelijke staat.

Artikel 15:
Zonnetenten, luiken of andere inrichtingen, beweegbaar of vast, aan winkels en andere gebouwen bevestigd mogen de vrije doorgang van voetgangers en andere weggebruikers niet hinderen of belemmeren.

Artikel 16:
Het is verboden spandoeken, draden, toestellen of andere verbindingen, uitgaande van privé-initiatief, op of over openbare plaatsen aan te brengen, tenzij er een schriftelijke vergunning werd gegeven door de burgemeester.

Afdeling 3 –Het uitvoeren van werken

Artikel 17:
Het is verboden werken uit te voeren op, onder of boven openbare plaatsen, tenzij er een schriftelijke vergunning werd gegeven door de burgemeester.

Artikel 18:
De aannemer van bouwwerken of de bouwheer zelf, die langs openbare plaatsen bouwt, verbouwt of sloopt, moet de bouwwerf langs de straatkant van een stevige afsluiting voorzien vooraleer de werken aan te vangen.
Deze afsluiting moet aan de volgende voorwaarden voldoen:

  1. minimaal 2 meter hoog zijn;

  2. maximaal 1,50 meter uitspringen ten opzichte van de rooilijn en niet verder reiken dan de boordstenen van het trottoir of fietspad;

  3. de afloop van het water op de openbare weg niet verhinderen;

  4. indien de uitsprong voorzien door b. hiervoor, kleiner is dan 1,50 meter of indien de werken op een grotere hoogte dan 6 meter moeten gebeuren, moet op de afsluiting een afhellend vlak aangebracht worden, zodat vallende voorwerpen niet langs de straatzijde zouden vallen. Dit hellend vlak mag in geen geval over de rijbaan komen.

  5. de afsluiting moet voorzien zijn van een afdoende verlichting.

Artikel 19:
De doorgang voor voetgangers moet aan de volgende voorwaarden voldoen:

  1. de doorgang moet steeds vrij en veilig gehouden worden;

  2. indien op het trottoir geen veilige doorgang van 1 meter breedte overblijft, moet op de rijbaan een stevig en in bestendig goede staat onderhouden trottoir aangelegd worden, zodat een veilige doorgang bestaat voor de voetgangers;

  3. de rand van het trottoir zoals gesteld in artikel 19 b. moet speciaal verlicht worden om het duidelijk zichtbaar te maken voor de voetgangers en bestuurders.

Artikel 20:
Het is verboden zonder afdoende beveiliging voor het verkeer, hetzij van uit de hoogte, hetzij van binnen gebouwen steenpuin, afbraakmaterialen of bouwstoffen op openbare plaatsen of in voertuigen of containers op openbare plaatsen te storten.

Artikel 21:
Indien het verhandelen van steenpuin, afbraakmaterialen of bouwstoffen stof verwekt, moet dit met water besproeid worden, of moeten andere afdoende middelen gebruikt worden, zodat geen stof op de openbare weg of op de naastgelegen gebouwen of eigendommen kan terechtkomen.

Artikel 22:
Het steenpuin, de afbraakmaterialen of bouwstoffen die niet binnen de afsluiting kunnen geplaatst worden, moeten onverwijld van de openbare weg verwijderd worden en mogen in geen geval na het intreden van de duisternis op openbare plaatsen achtergelaten worden, tenzij er een schriftelijke vergunning werd gegeven door de burgemeester.

Artikel 23:
De openbare plaatsen rondom de werf of werkzone moeten steeds rein gehouden worden.
Bouwstoffen, afval of ander vuil moeten zodanig op de werf geplaatst worden dat deze niet op de aangelande eigendommen kunnen terecht komen.

Artikel 24:
Onmiddellijk na het beëindigen van de werken moeten de afsluitingen verwijderd worden en moet de openbare plaats hersteld worden in zijn oorspronkelijke staat.

Artikel 25:
Buiten de daartoe aangestelde personen of deze die daartoe een schriftelijke vergunning hebben bekomen, mag niemand:

  1. de toestellen van de openbare verlichting aanraken om deze te doven of aan te steken;

  2. de kranen van het waterleidingsnet openen of sluiten;

  3. riooldeksels of roosters openen of verwijderen.

Afdeling 4 – Collecten

Artikel 26:
Iedere collecte is onderworpen aan een schriftelijke vergunning van de burgemeester.

Artikel 27:
De geldinzamelingen geschieden door middel van gesloten recipiënten.

Artikel 28:
De inzamelaars zullen een degelijk kenteken dragen, waarvan een model bij de vergunningsaanvraag wordt gevoegd.

Afdeling 5 – Het snoeien van planten of bomen

Artikel 29:
De eigenaars, huurders of gebruikers van een eigendom zijn ertoe gehouden er voor te zorgen dat de op deze eigendom groeiende planten of bomen zodanig gesnoeid worden dat geen enkel deel ervan:

  1. op minder dan 4,50 meter van de grond boven de rijweg hangt;

  2. op minder dan 2,50 meter van de grond boven de gelijkgrondse berm of boven het fietspad of trottoir hangt;

  3. de zichtbaarheid van de weggebruiker hindert;

  4. de zichtbaarheid van verkeersborden of borden van openbaar nut belemmert.

Afdeling 6 – Veiligheidsmaatregelen bij sneeuw en ijzel

Artikel 30:
Bij vriesweer is het verboden op openbare plaatsen:

  1. water te gieten of te laten vloeien;

  2. glijbanen aan te leggen;

  3. sneeuw of ijs te storten of te gooien dat afkomstig is van privé-eigendommen.

Artikel 31:
Bij sneeuwval en ijzel zijn de eigenaars, huurders of vruchtgebruikers verplicht op de trottoirs voor gebouwen en onbebouwde percelen een doorgang voor voetgangers vrij te maken en het nodige te doen om de gladheid te bestrijden.
Bij het vrijmaken van trottoirs moet de sneeuw zodanig verwijderd worden dat ze geen hinder veroorzaakt voor de weggebruikers.

Artikel 32:
Het is verboden zich op het ijs van de openbare waterlopen en stilstaande waters te begeven tenzij er een schriftelijke vergunning werd gegeven door de burgemeester.

 Afdeling 7 – Het aanbrengen van tekens van openbaar nut en huisnummers

Artikel 33:
De gebruiker en bij ontstentenis de eigenaar van gebouwen, die voor huisvesting of handels- en nijverheidsactiviteiten kunnen dienen, is gehouden deze gebouwen te nummeren.
Het toegewezen nummer moet worden aangebracht op een vanaf de straat goed zichtbare plaats. Het nummer moet vanaf deze plaats goed leesbaar zijn.

Artikel 34:
De eigenaars en gebruikers van de langs openbare plaatsen gelegen gebouwen moeten, zonder de minste vergoeding, de openbare besturen of de door hen gelaste personen toelaten alle verkeersborden en voorwerpen in stand te houden.
Onder voorwerpen wordt verstaan: signalisaties, straatnaamborden, nutsleidingen, verlichting, of eender welk voorwerp van algemeen nut uit welke materie ook vervaardigd.
Alle noodzakelijke verankeringen mogen daarvoor aangebracht worden op de buitenzijde van gevels zelfs indien deze op of achter de rooilijn opgetrokken werden.

Artikel 35:
Het is verboden de voorwerpen vermeld in artikelen 33 en 34 te bedekken, aan het zicht te onttrekken, de bereikbaarheid ervan te bemoeilijken of onmogelijk te maken.
Het verwijderen of verplaatsen van die voorwerpen, om gelijk welke reden, kan slechts gebeuren na beslissing van het college van burgemeester en schepenen.

Afdeling 8 – Woonwagens en constructies voor bewoning

Artikel 36:
Het is verboden een grond voor een beperkte tijd te gebruiken voor het plaatsen van één of meer verplaatsbare inrichtingen die voor bewoning dienen of kunnen dienen, zoals tijdelijke constructies, loodsen, woonwagens en tenten, tenzij er een schriftelijke vergunning werd gegeven door de burgemeester.

Artikel 37:
In afwijking van artikel 36 mogen uitbaters van kermisattracties en rondreizende circusartiesten die deelnemen aan door het lokaal bestuur georganiseerde of toegelaten evenementen, met hun woonwagens plaatsnemen op openbare plaatsen of op een andere hen door de burgemeester aangewezen plaats voor de duur van die evenementen en voor de periode nodig voor het opbouwen en afbreken van de attractie.

Artikel 38:
Rondreizende verplaatsbare inrichtingen die tot woning dienen of kunnen dienen, zoals woonwagens en tenten, kunnen slechts voor beperkte tijd een standplaats innemen op een privé-eigendom mits een schriftelijke vergunning van de burgemeester en na voorlegging van goedkeuring van plaatsing door de eigenaar.
De politiediensten zullen steeds toegang hebben tot de niet-afgesloten terreinen waar deze woongelegenheden zich bevinden.

Artikel 39:
Bovengenoemde personen, vermeld in artikel 37 zijn verplicht:

  1. de plaats rond en onder de wagens rein te houden;
  2. hun afval in de daarvoor voorgeschreven recipiënten van het lokaal bestuur te bergen;
  3. een doorgang van ten minste vier meter tussen de wagens of constructies te laten teneinde de doorgang van hulpverleningsdiensten mogelijk te maken.

Hoofdstuk 2 – De openbare netheid en gezondheid

Afdeling 1 – Achterlaten van afval

Artikel 40:
Het is verboden om op het grondgebied van de gemeente kleine vormen van afval achter te laten behalve op de daartoe voorziene plaatsen.

Artikel 41:
Het is verboden ander dan ter plaatse geproduceerd afval te werpen of achter te laten in of aan de openbare vuilnisbakken.

Artikel 42:
Het is verboden om andermans voertuigen, huizen, gebouwen, afsluitingen, tuinen en erven te bevuilen.

Artikel 43:
Het is verboden op het grondgebied van de gemeente voertuigwrakken achter te laten, te deponeren of te laten deponeren.

Afdeling 2 – Onderhoud van eigendommen

Artikel 44:
Elke grondeigenaar, huurder of gebruiker van een bebouwd of niet- bebouwd terrein moet het terrein of het gebouw zodanig onderhouden dat de zindelijkheid, gezondheid en veiligheid niet in het gedrang komen en er geen overlast veroorzaakt wordt aan de omliggende terreinen, buren of het openbaar domein.

Artikel 45:
De eigenaar van een niet-bewoond of niet-gebruikt gebouw moet dit zo afsluiten dat iedere toegangsmogelijkheid, zonder inbraak, onmogelijk wordt.
Ook moeten vensters, ramen, deuren, keldergaten en afvoerbuizen worden gedicht of afgesloten zodat er geen dieren kunnen binnendringen.

Afdeling 3 – toegangsverbod voor onbevoegden

Artikel 46:
Het is verboden, zonder daartoe gerechtigd te zijn, andermans leegstaande of verlaten gebouwen te betreden, ook indien men geen braak dient te plegen om zich toegang te verschaffen.

Afdeling 4 – Reinigen van de openbare weg

Artikel 47:
Iedereen die, op om het even welke wijze, een openbare plaats heeft bevuild of laten bevuilen, moet ervoor zorgen dat deze onverwijld opnieuw rein gemaakt wordt.

Artikel 48:
Het is verboden op openbare plaatsen onderhouds- of herstellingswerken uit te voeren aan voertuigen, machines of werktuigen, als die de weg kunnen bevuilen.

Afdeling 5 – Afval van standplaatsen

Artikel 49:
De uitbater van een vaste of verplaatsbare inrichting aan of langs openbare plaatsen die voedingswaren of dranken verkoopt of aanbiedt die buiten de inrichting worden verbruikt, moet op een behoorlijke wijze, duidelijk zichtbaar en goed bereikbaar, voldoende afvalrecipiënten voorzien.

Artikel 50:
Horecazaken zijn verplicht om de nodige voorzieningen te treffen zodat rokende klanten de peuken in een asbak of een soortgelijk recipiënt kunnen gooien.

Artikel 51:
De uitbater moet de recipiënten zelf tijdig ledigen en het recipiënt, de standplaats en de onmiddellijke omgeving van de inrichting rein houden.

Afdeling 6 – Afloop van regenwater en van afvalwater

Artikel 52:
Het is verboden in de afvoerleidingen voor regen- en afvalwater enig voorwerp te gooien of achter te laten waardoor ze kunnen verstoppen.

Afdeling 7 – Parken en plantsoenen

Artikel 53:
In openbare parken en plantsoenen is het verboden:

  1. open vuren te maken, tenzij er een schriftelijke vergunning werd gegeven door de burgemeester.

  2. zich voort te bewegen met gelijk welk vervoermiddel met of zonder motorkracht of er te paard te rijden. Dit verbod geldt niet voor de voertuigen van de hulpdiensten, voor leveranciers of voor personen die over een schriftelijke vergunning afgeleverd door de burgemeester beschikken.

  3. voor personen van ouder dan 14 jaar om de speeltoestellen te gebruiken die zich bevinden in de speeltuinen. Kinderen van minder dan 7 jaar moeten op de speelpleinen vergezeld zijn van een meerderjarige die voor hen verantwoordelijk is.

  4. te zwemmen, uitgezonderd in – door de bevoegde overheid – bewaakte en afgebakende zwemzones.

Afdeling 8 – Wildplassen

Artikel 54:
Het is verboden op openbare plaatsen en andermans eigendom te urineren of deze te bevuilen.

Afdeling 9 – Aanplakkingen

Artikel 55:
Het is verboden opschriften, affiches, beeld-, laser- en fotografische voorstellingen, vlugschriften en plakbriefjes aan te brengen op andere plaatsen dan die welke door de gemeente tot aanplakking zijn bestemd, tenzij er een schriftelijke vergunning werd gegeven door de burgemeester voor wat betreft het openbaar domein of door de eigenaar of de gebruiker voor wat betreft het privaat domein.
Bij de overtreding van dit artikel is in eerste instantie de aanbrenger van de opschriften en dergelijke verantwoordelijk, in tweede instantie de organisator en in laatste instantie de verantwoordelijke uitgever.

Artikel 56:
Het is verboden wettig aangebrachte aanplakbiljetten te beschadigen of onleesbaar te maken of te verwijderen.

Afdeling 10 - Flyers

Artikel 57:
Het is verboden flyers, strooibiljetten en ander reclamedrukwerk van welke aard dan ook (met of zonder toevoeging van staaltjes) op openbare plaatsen uit te delen, te verspreiden of te bevestigen op voertuigen, tenzij er een schriftelijke vergunning werd gegeven door de burgemeester.
De verdeler moet het uitgedeelde reclamedrukwerk dat door het publiek op de grond wordt gegooid, oprapen. Indien dit niet gebeurt, kan ambtshalve worden overgegaan tot opruiming van het openbaar domein op kosten van de overtreder.
Bij overtreding van dit artikel is in eerste instantie de verdeler verantwoordelijk. Indien de verdeler niet gekend is, is de verantwoordelijke uitgever aansprakelijk.

Afdeling 11 – Tijdelijke reclameborden en bewegwijzering

Artikel 58:
Het is verboden tijdelijke reclame- of bewegwijzeringsborden, spandoeken of soortgelijke constructies op of over het openbaar domein te plaatsen of te hangen, tenzij er een schriftelijke vergunning werd gegeven door de burgemeester.
Bij de overtreding van dit artikel is in eerste instantie de aanbrenger van de reclameborden en dergelijke verantwoordelijk, in tweede instantie de organisator en in laatste instantie de verantwoordelijke uitgever.

Afdeling 12 – Verkiezingspubliciteit

Artikel 59:
Verkiezingspubliciteit wordt geacht haar belang te hebben verloren de dag na de verkiezingen. Ze moet binnen de twee weken na afloop van de verkiezingen worden verwijderd.

Hoofdstuk 3 – De openbare rust en overlast

Afdeling 1 – Beschadigingen en vernielingen

Artikel 60:
Het is verboden rijtuigen, wagons en motorvoertuigen geheel of gedeeltelijk te vernielen of onbruikbaar te maken, met het oogmerk om te schaden.

Artikel 61:
Het is verboden om:

  • grafsteden, gedenktekens of grafstenen;

  • monumenten, standbeelden of andere voorwerpen die tot algemeen nut of tot openbare versiering bestemd zijn en door de bevoegde overheid of met haar machtiging zijn opgericht;

  • monumenten, standbeelden, schilderijen of welke kunstvoorwerpen ook, die in kerken, tempels of andere openbare gebouwen zijn geplaatst;

te vernielen, neer te halen, te verminken of te beschadigen.

Artikel 62:
Het is verboden om zonder toestemming graffiti aan te brengen op roerende of onroerende goederen.

Artikel 63:
Het is verboden andermans onroerende eigendommen opzettelijk te beschadigen.

Artikel 64:
Het is verboden om kwaadwillig één of meer bomen om te hakken of zodanig te snijden, te verminken of te ontschorsen dat zij vergaan, of om één of meer enten te vernielen.

Artikel 65:
Het is verboden om grachten te dempen, levende of dode hagen om te hakken of uit te rukken, landelijke of stedelijke afsluitingen, uit welke materialen ook gemaakt te vernielen; grenspalen, hoekbomen, of andere bomen, geplant of erkend om de grenzen tussen verschillende erven te bepalen, te verplaatsen of te verwijderen.

Artikel 66:
Het is verboden andermans roerende eigendommen opzettelijk te beschadigen of te vernielen.

Artikel 67:
Het is verboden stedelijke of landelijke afsluitingen, uit welke materialen ook gemaakt, opzettelijk te beschadigen.

Artikel 68:
Het is verboden om graszoden, aarde, stenen of andere materialen weg te nemen op plaatsen die tot het openbaar domein behoren, tenzij er een schriftelijke vergunning werd gegeven door de burgemeester.

Artikel 69:
Het is verboden om andermans planten en bloemen op eender welke manier te verwijderen, beschadigen of vernielen.

Artikel 70:
Het is verboden om voorwerpen uit om het even welk materiaal op openbare plaatsen stuk te gooien.

Afdeling 2 – Feitelijkheden en lichte gewelddaden

Artikel 71:
Feitelijkheden of lichte gewelddaden, mits niemand gewond of geslagen werd en mits de feitelijkheden niet tot de klasse van de beledigingen behoren, zijn verboden; in het bijzonder het opzettelijk, doch zonder het oogmerk om te beledigen, enig voorwerp op iemand werpen dat hem kan hinderen of bevuilen.

Afdeling 3 – Winkeldiefstal

Artikel 72:
Het is verboden zich schuldig te maken aan winkeldiefstal, dit is het bedrieglijk wegnemen van een tot een winkel behorende zaak.
Met diefstal wordt gelijkgesteld het bedrieglijk wegnemen van andermans goed voor een kortstondig gebruik.

Afdeling 4 – Dieren

Artikel 73:
De eigenaars of houders van dieren moeten alle maatregelen treffen om aanhoudend en storend lawaai te voorkomen.

Artikel 74:
Op openbare plaatsen moeten de honden aan de leiband gehouden worden.
Het dragen van een muilkorf is verplicht voor kwaadaardige honden.

Artikel 75:
Het is de houders of begeleiders van dieren verboden om hun dieren op te hitsen of niet terug te houden wanneer deze de voorbijgangers aanvallen of vervolgen, zelfs als er geen schade uit voortvloeit.

Artikel 76:
Het is verboden zich met dieren te begeven op openbare speelpleinen en sportvelden en op alle plaatsen die door de bevoegde overheid aldus zijn aangeduid.

Artikel 77:
Op openbare plaatsen en bij dreigend gevaar moeten de begeleiders of verantwoordelijken, op het eerste verzoek van de politie, hun dier verwijderen.

Artikel 78:
Het is verboden op openbare plaatsen of privé-eigendom van derden uitwerpselen van dieren achter te laten.
In voorkomend geval zijn de begeleiders verplicht het vuil te verwijderen. De begeleider van een hond moet steeds in het bezit zijn van een recipiënt voor het verwijderen van de uitwerpselen van zijn dier.

Artikel 79:
Het is verboden dieren te laten zwerven.
Iedere eigenaar of bewaker van een dier, uitgezonderd katten, moet ervoor zorgen dat het erf, hof of koer, waar het dier vrij kan rondlopen, voldoende afgesloten is zodat het dier geen toegang heeft tot openbare plaatsen of andermans eigendom.

Artikel 80:
De eigenaars of gebruikers van gebouwen zijn verplicht maatregelen te treffen om het nestelen van verwilderde duiven of andere verwilderde dieren te verhinderen.

Artikel 81:
Het houden van dieren moet gepaard gaan met de regels van goed nabuurschap.
Het is verboden vee en pluimvee te houden in delen van gebouwen die voor bewoning zijn ingericht.

Artikel 82:
Gevaarlijke of zieke loslopende dieren mogen na tussenkomst van de politie afgemaakt worden op kosten van de eigenaar.

Artikel 83:
Op openbare plaatsen moeten de dieren die een gevaar betekenen voor het leven en de lichamelijke integriteit van personen of dieren die de openbare rust verstoren, onder controle worden gehouden door de eigenaar of de houder.
De dieren kunnen met het oog op de handhaving van de openbare rust op politiebevel aan de eigenaar of houder worden onttrokken zodat hij/zij er niet langer vrij kan over beschikken. De dieren worden op kosten van de eigenaar of houder ondergebracht in het gemeentelijk schuthok, zolang zulks met het oog op de handhaving van de openbare rust is vereist en dit gedurende een termijn van maximaal zes maanden te rekenen vanaf de dag van de onttrekking. Binnen deze termijn moet een overeenkomst worden afgesloten tussen de eigenaar of de houder van de dieren en de politie waarin wordt bepaald op welke wijze de eigenaar of houder de dieren in de voor het publiek toegankelijke plaatsen onder controle zal houden en onder welke voorwaarden hij/zij terug in het bezit kan komen van de dieren. Na ondertekening van deze overeenkomst kan de eigenaar of houder terug over de dieren beschikken. Het niet-naleven van de overeenkomst wordt beschouwd als een inbreuk op dit artikel en kan aanleiding geven tot een nieuwe onttrekking voor een termijn van maximaal zes maanden.

Artikel 84:
Het is verboden te vissen in openbare vijvers, fonteinen en bronnen waar de Wet op de riviervisserij niet van toepassing is.

Artikel 85:
Het is verboden om dieren te voederen op openbare plaatsen, uitgezonderd het voederen van zwerfkatten door de door het lokaal bestuur gemandateerde personen.
Deze personen moeten zich houden aan de voorwaarden van de overeenkomst en op elk moment hun voederpas kunnen voorleggen.

Afdeling 5 – Openbare drankgelegenheden

Artikel 86:
De exploitanten van openbare drankgelegenheden of andere openbare gelegenheden die over een terras beschikken moeten er voor zorgen dat het lawaai, door het cliënteel veroorzaakt, geen burenhinder uitmaakt.
Na 23.00 uur kan de politie de terrassen ontruimen als er gewettigde klachten zijn, tenzij er een bijzondere afwijking zou zijn toegestaan.
De klanten die geen gevolg geven aan de aanmaningen van de politie om het terras te ontruimen zijn eveneens strafbaar.

Artikel 87:
In het belang van de openbare rust en veiligheid wordt het verboden om alcoholhoudende dranken op openbare plaatsen, buiten de vergunde terrassen en andere toegelaten plaatsen speciaal bestemd voor dit doel, te gebruiken.
Het bezit van geopende recipiënten die alcoholhoudende dranken bevatten wordt gelijkgesteld met het gebruik beoogd in dit artikel.
Een uitzondering kan worden toegestaan door de burgemeester aan de organisatoren van activiteiten waarbij de inname van een afgebakende zone van de openbare plaats voorafgaandelijk werd toegestaan door het college van burgemeester en schepenen.

Afdeling 6 – Geluidshinder

Artikel 88:
Elk gerucht of rumoer bij dag is verboden, wanneer het zonder noodzaak wordt veroorzaakt, wanneer het te wijten is aan een gebrek aan voorzorg en wanneer het van aard is de rust van de inwoners te verstoren.

Artikel 89:
Het is verboden nachtgerucht of nachtrumoer te verwekken waardoor de rust van de inwoners kan verstoord worden.

Artikel 90:
De uitbaters van alle voor het publiek toegankelijke inrichtingen en de organisatoren van manifestaties, al dan niet met privaat karakter, zijn verplicht alle voorzorgsmaatregelen te nemen om te voorkomen dat de rust van de buurtbewoners wordt verstoord.
Bij overtreding van dit artikel kan de politie, na een eerste verwittiging, bij nieuwe vaststelling binnen de 6 uur, de muziekinstallaties of geluidsbronnen tijdelijk in beslag nemen.

Artikel 91:
Het is verboden gerucht of rumoer van om het even welke intensiteit te veroorzaken wanneer dit aanleiding kan geven tot samenscholingen, die van aard zijn het verkeer of de openbare orde te verstoren.

Artikel 92:
Het gebruik van geluidsversterkers, luidsprekers, muziekinstrumenten of andere geluidsinstallaties is verboden op openbare plaatsen, alsmede buiten en binnen gebouwen wanneer de uitzending bestemd is om op openbare plaatsen gehoord te worden, tenzij er een schriftelijke vergunning werd gegeven door de burgemeester.

Artikel 93:
Het verkeer met reclametoestellen en reclamewagens, het gebruik van luidsprekers, geluidsversterkers en geluidsvoortbrengende toestellen is verboden op openbare plaatsen, tenzij er een schriftelijke vergunning werd gegeven door de burgemeester.

Artikel 94:
Het is verboden geluidshinder aan boord van voertuigen te produceren die de rust en sereniteit van de buurt verstoort en waarvan de intensiteit van het geluid dat geproduceerd wordt het niveau van het straatgeluid overschrijdt.

Artikel 95:
Het is verboden om op een openbare plaats zang-, muziek- of andere voorstellingen te geven, tenzij er een schriftelijke vergunning werd gegeven door de burgemeester. Dit is ook van toepassing voor straatmuzikanten.

Artikel 96:
Het gebruik in open lucht van houtzagen, grasmaaiers of andere werktuigen aangedreven door ontploffings- en/of elektrische motoren, is toegestaan tussen 07.00 en 22.00 uur.
Op zon- en feestdagen is het gebruik hiervan verboden.
Dit artikel is niet van toepassing voor de normale exploitatie van landbouwgronden.

Artikel 97:
Het is verboden aan deuren te kloppen of te bellen met het inzicht de bewoners te storen.

Afdeling 7 – Vogelschrikkanonnen

Artikel 98:
Het gebruik van vogelschrikkanonnen voor het verjagen van vogels bij het beschermen van de akkerbouw, tuinbouw en fruitteelt is verboden, tenzij er een schriftelijke vergunning werd gegeven door de burgemeester.
De aanvraag wordt gemotiveerd en moet toelaten de mogelijke hinder van de installatie te beoordelen.
Ook het gebruik van gelijkaardige tuigen bij feestelijkheden is verboden, tenzij er een schriftelijke vergunning werd gegeven door de burgemeester.

Artikel 99:
Vogelschrikkanonnen mogen enkel opgesteld worden op een afstand van meer dan 300 meter van een woning en op een afstand van meer dan 100 meter van een openbare plaats.

Artikel 100:
Het gebruik van vogelschrikkanonnen is verboden tussen 19.00 en 08.00 uur.
Op gemotiveerd verzoek kan in de vergunning een ingekorte verbodsperiode worden bepaald.

Artikel 101:
De vergunning kan maximaal voor een duur van drie weken na mekaar worden toegestaan, uitsluitend in de periode van 15 april tot 30 juni.
Verder gebruik vereist het indienen van een nieuwe aanvraag.

Artikel 102:
De opening van het kanon moet steeds in de meest gunstige richting geplaatst worden ten aanzien van de hindergevoelige plaatsen of gebieden vermeld in artikel 96.
De tijd tussen 2 ontploffingen moet minstens 15 minuten bedragen.

Afdeling 8 – Alarmen

Artikel 103:
Voertuigen die met een alarmsysteem uitgerust zijn, mogen in geen enkel geval de buurt verstoren.
De eigenaar van een voertuig waarvan het alarm afgaat moet het alarm dadelijk uitschakelen.
Wanneer de eigenaar niet opdaagt nadat het alarm ongepast afgegaan is, mogen de politiediensten de nodige maatregelen nemen om die hinder te beëindigen op kosten en risico van de overtreder.

Afdeling 9 – Gebruik van vuurwerk en knallers

Artikel 104:
Het is verboden vuurwerk af te steken, voetzoekers te laten ontploffen, carbuurkanonnen af te vuren of wensballonnen op te laten.
In afwijking van het eerste lid kan de burgemeester voor uitzonderlijke gebeurtenissen vooraf de toestemming verlenen om op een beperkt aantal plaatsen en gedurende een beperkte periode vuurwerk af te steken, voetzoekers te laten ontploffen of carbuurkanonnen af te vuren.
Bij inbreuken op dit artikel kan de politie de pyrotechnische artikelen, de voetzoekers, de carbuurkanonnen of de wensballonnen administratief in beslag nemen en vernietigen.
De kosten verbonden aan de vernietiging van het in beslag genomen materiaal kunnen, op louter voorlegging van de factuur, verhaald worden op de eigenaar van het in beslag genomen materiaal.

Afdeling 10 – Identificeerbaarheid

Artikel 105:
Het is verboden in voor het publiek toegankelijke plaatsen het gezicht geheel of gedeeltelijk te bedekken of te verbergen, zodat men niet herkenbaar is.
Het in het voorgaande lid voorziene verbod geldt niet voor evenementen, activiteiten met commerciële doeleinden en culturele en sportieve manifestaties die de burgemeester bepaalt.

Afdeling 11 – Nachtwinkels en private bureaus voor telecommunicatie

Artikel 106:
Deze afdeling is van toepassing op alle nieuw te openen en bestaande vestigingseenheden op het grondgebied van de gemeente die, rekening houdend met de begripsomschrijvingen van artikel 5 van dit reglement, worden beschouwd als een nachtwinkel of privaat bureau voor telecommunicatie.
De bepalingen uit deze afdeling gelden onverminderd de verplichtingen waaraan de betrokken inrichtingen moeten voldoen overeenkomstig het zonaal reglement betreffende de maatregelen tot het voorkomen en bestrijden van brand in publiek toegankelijke inrichtingen zoals dit van toepassing is binnen de hulpverleningszone.

Artikel 107:
De vestiging van een nachtwinkel of van een privaat bureau voor telecommunicatie is onderworpen aan een schriftelijke vergunning verleend door het college van burgemeester en schepenen.
Voor het verkrijgen van een vestigingsvergunning dient de uitbater een schriftelijke aanvraag in bij het college van burgemeester en schepenen aan de hand van een daartoe voorzien aanvraagformulier.
Binnen een termijn van 1 maand betekent het college van burgemeester en schepenen per aangetekend schrijven aan de uitbater zijn beslissing over de vestigingsvergunning.
Het college van burgemeester en schepenen kan de vergunning voor de vestiging van een nachtwinkel of van een privaat bureau voor telecommunicatie weigeren op grond van de handhaving van de openbare orde. Hiervoor baseert het college van burgemeester en schepenen zich op een advies van de korpschef van de lokale politie Geraardsbergen-Lierde met betrekking tot de mogelijke verstoring van de openbare orde door deze handelszaak en tot eventuele aanbevelingen om deze verstoring te voorkomen en - indien zulks moet worden opgemaakt op grond van de geldende regelgeving inzake brandpreventie- een brandpreventieverslag van de hulpverleningszone.
Er wordt geen vergunning voor de vestiging van een nacht-winkel verleend indien de vestigingseenheid zich bevindt binnen een perimeter van 500 meter van een bestaande nacht-winkel. Deze minimumafstand vertegenwoordigt de afstand in vogelvlucht van drempel tot drempel.
Het college van burgemeester en schepenen kan beslissen in de vestigingsvergunning bijzondere voorwaarden op te nemen met het oog op het voorkomen van verstoringen van openbare orde. De uitbater is gehouden deze voorwaarden na te leven of te doen naleven.
De vestigingsvergunning vervalt van rechtswege, op het ogenblik dat de uitbating van de inrichting voor een periode van langer dan zes maanden feitelijk onderbroken is.
De vestigingsvergunning wordt afgeleverd aan een uitbater voor een welbepaalde vestigingseenheid van nachtwinkel of privaat bureau voor telecommunicatie en kan niet worden overgedragen aan een andere uitbater of worden overgedragen naar een andere vestigingseenheid. De uitbater is verplicht alle wijzigingen in de inrichting die een verandering uitmaken ten opzichte van de veiligheid, onmiddellijk te melden aan het college van burgemeester en schepenen.

Artikel 108:
Voor elke uitbating van een nachtwinkel of privaat bureau voor telecommunicatie zoals bedoeld in artikel 5 van dit reglement, moet de uitbater schriftelijk een uitbatingsvergunning aanvragen bij het college van burgemeester en schepenen door middel van een daartoe voorzien aanvraagformulier.
Binnen een termijn van 1 maand betekent het college van burgemeester en schepenen per aangetekend schrijven aan de uitbater zijn beslissing over de uitbatingsvergunning.
Het college van burgemeester en schepenen kan de vergunning voor de vestiging van een nachtwinkel of van een privaat bureau voor telecommunicatie weigeren op grond van de handhaving van de openbare orde. Hiervoor baseert het college van burgemeester en schepenen zich op een advies van de korpschef van de lokale politie Geraardsbergen-Lierde met betrekking tot de mogelijke verstoring van de openbare orde door deze handelszaak en tot eventuele aanbevelingen om deze verstoring te voorkomen en indien zulks moet worden opgemaakt op grond van de geldende regelgeving inzake brandpreventie- een brandpreventieverslag van de hulpverleningszone.
Het college van burgemeester en schepenen kan beslissen in de uitbatingsvergunning bijzondere voorwaarden op te nemen met het oog op het voorkomen van verstoringen van openbare orde. De uitbater is gehouden deze voorwaarden na te leven of te doen naleven.
De uitbatingsvergunning vervalt van rechtswege, op het ogenblik dat de uitbating van de inrichting voor een periode van langer dan zes maanden feitelijk onderbroken is.
De uitbatingsvergunning wordt afgeleverd aan een uitbater voor een welbepaalde vestigingseenheid van nachtwinkel of privaat bureau voor telecommunicatie en kan niet worden overgedragen aan een andere uitbater of worden overgedragen naar een andere vestigingseenheid. De uitbater is verplicht alle wijzigingen in de inrichting die een verandering uitmaken ten opzichte van de veiligheid, onmiddellijk te melden aan het college van burgemeester en schepenen.
Bij vaststelling van uitbating zonder uitbatingsvergunning kan de politie de publiek toegankelijke inrichting onmiddellijk en ter plaatse sluiten.

Artikel 109:
Het is verboden alcoholhoudende dranken te verbruiken in nachtwinkels. Het bezit van geopende recipiënten die alcoholhoudende dranken bevatten wordt gelijkgesteld met het verbruik beoogd in dit artikel.

Artikel 110:
Het is verboden na 24.00 uur alcoholhoudende dranken te verkopen in nachtwinkels of er zelfs gratis aan te bieden.

Artikel 111:
In afwijking van artikel 6 c) van de Wet van 10 november 2006 betreffende de openingsuren in handel, ambacht en dienstverlening is de toegang van de consument tot de vestigingseenheid en de verkoop van producten of diensten aan de consument in de vestigingseenheid verboden na 02.00 uur.

Hoofdstuk 4 – Stilstaan en parkeren

Afdeling 1 – Overtredingen van de eerste categorie

Artikel 112:
Binnen de woonerven en de erven, is het parkeren verboden, behalve:

  • op de plaatsen die afgebakend zijn door wegmarkeringen of door een wegbedekking in een andere kleur en waar de letter “P” aangebracht is;

  • op plaatsen waar een verkeersbord het toelaat.

Artikel 113:
Op de openbare wegen voorzien van verhoogde inrichtingen, die aangekondigd zijn door de verkeersborden A14 en F87, of die op de kruispunten alleen aangekondigd zijn door de verkeersborden A14, of die gelegen zijn binnen een zone afgebakend door de verkeersborden F4a en F4b, is stilstaan en parkeren verboden op deze inrichtingen, behoudens plaatselijke reglementering.

Artikel 114:
In voetgangerszones is het parkeren verboden.

Artikel 115:
Elk stilstaand of geparkeerd voertuig moet worden opgesteld rechts ten opzichte van zijn rijrichting.
Indien het een rijbaan is met éénrichtingsverkeer, mag het evenwel langs de ene of langs de andere kant opgesteld worden.

Artikel 116:
Elk stilstaand of geparkeerd voertuig moet worden opgesteld buiten de rijbaan op de gelijkgrondse berm of, buiten de bebouwde kommen, op eender welke berm.
Indien het een berm betreft die de voetgangers moeten volgen, moet langs de buitenkant van de openbare weg een begaanbare strook van ten minste 1,50 meter breed vrijgelaten worden.
Indien de berm niet breed genoeg is, moet het voertuig gedeeltelijk op de berm en gedeeltelijk op de rijbaan opgesteld worden.
Indien er geen bruikbare berm is, moet het voertuig op de rijbaan opgesteld worden.

Artikel 117:
Elk voertuig dat volledig of ten dele op de rijbaan opgesteld is, moet zover mogelijk van de aslijn van de rijbaan geplaatst worden.

Artikel 118:
Elk voertuig dat volledig of ten dele op de rijbaan opgesteld is, moet evenwijdig met de rand van de rijbaan geplaatst worden, behoudens bijzondere plaatsaanleg.

Artikel 119:
Elk voertuig dat volledig of ten dele op de rijbaan opgesteld is, moet in één enkele file geplaatst worden.

Artikel 120:
Motorfietsen zonder zijspan of aanhangwagen mogen haaks op de rand van de rijbaan parkeren voor zover zij daarbij de aangeduide parkeermarkering niet overschrijden.

Artikel 121:
Fietsen en tweewielige bromfietsen moeten buiten de rijbaan en de parkeerzones bedoeld in artikel 75.2 van het koninklijk besluit van 1 december 1975 houdende algemeen reglement op de politie van het wegverkeer en van het gebruik van de openbare weg opgesteld worden zonder het verkeer van de andere weggebruikers te hinderen of onveilig te maken, behalve op plaatsen gesignaleerd zoals voorzien in artikel 70.2.1.3°.f van het koninklijk besluit van 1 december 1975 houdende algemeen reglement op de politie van het wegverkeer en van het gebruik van de openbare weg.

Artikel 122:
Motorfietsen mogen buiten de rijbaan en de parkeerzones bedoeld in artikel 75.2 van het koninklijk besluit van 1 december 1975 houdende algemeen reglement op de politie van het wegverkeer van het gebruik van de openbare weg opgesteld worden zonder het verkeer van de andere weggebruikers te hinderen of onveilig te maken.

Artikel 123:
Het is verboden een voertuig te laten stilstaan of parkeren op 3 meter of meer doch op minder dan 5 meter van de plaats waar de fietsers en bestuurders van tweewielige bromfietsen verplicht zijn het fietspad te verlaten om op de rijbaan te rijden of de rijbaan te verlaten om op het fietspad te rijden.

Artikel 124:
Het is verboden een voertuig te laten stilstaan of parkeren op de rijbaan op 3 meter of meer doch op minder dan 5 meter voor de oversteekplaatsen voor voetgangers en de oversteekplaatsen voor fietsers en bestuurders van tweewielige bromfietsen.

Artikel 125:
Het is verboden een voertuig te laten stilstaan of parkeren in de nabijheid van de kruispunten, op minder dan 5 meter van de verlenging van de naastbijgelegen rand van de dwarsrij-baan, behoudens plaatselijke reglementering.

Artikel 126:
Het is verboden een voertuig te laten stilstaan of parkeren op minder dan 20 meter voor de verkeerslichten op de kruispunten, behoudens plaatselijk reglementering.

Artikel 127:
Het is verboden een voertuig te laten stilstaan of parkeren op minder dan 20 meter voor de verkeerslichten buiten de kruispunten behalve voor voertuigen waarvan de hoogte, lading inbegrepen, niet meer dan 1,65 meter bedraagt, wanneer de onderkant van die verkeerslichten zich ten minste 2 meter boven de rijbaan bevindt.

Artikel 128:
Het is verboden een voertuig te laten stilstaan of parkeren op minder dan 20 meter voor de verkeersborden behalve voor voertuigen waarvan de hoogte, lading inbegrepen, niet meer dan 1,65 meter bedraagt, wanneer de onderkant van die verkeersborden zich ten minste 2 meter boven de rijbaan bevindt.

Artikel 129:
Het is verboden een voertuig te parkeren op minder dan 1 meter zowel voor als achter een ander stilstaand of geparkeerd voertuig en op elke plaats waar het voertuig het instappen in of het wegrijden van een ander voertuig zou verhinderen.

Artikel 130:
Het is verboden een voertuig te parkeren op minder dan 15 meter aan weerszijden van een bord dat een autobus-, trolleybus- of tramhalte aanwijst.

Artikel 131:
Het is verboden een voertuig te parkeren voor de inrij van eigendommen, behalve de voertuigen waarvan het inschrijvingsteken leesbaar op die inrij is aangebracht.

Artikel 132:
Het is verboden een voertuig te parkeren op elke plaats waar het voertuig de toegang tot buiten de rijbaan aangelegde parkeerplaatsen zou verhinderen.

Artikel 133:
Het is verboden een voertuig te parkeren buiten de bebouwde kommen op de rijbaan van een openbare weg waarop het verkeersbord B9 is aangebracht.

Artikel 134:
Het is verboden een voertuig te parkeren op de rijbaan wanneer deze verdeeld is in rijstroken, behalve op de plaatsen waar het verkeersbord E9a of E9b is aangebracht.

Artikel 135:
Het is verboden een voertuig te parkeren op de rijbaan langs de gele onderbroken streep, bedoeld in artikel 75.1.2.° van het koninklijk besluit van 1 december 1975 houdende algemeen reglement op de politie van het wegverkeer en van het gebruik van de openbare weg.

Artikel 136:
Het is verboden een voertuig te parkeren op rijbanen met tweerichtingsverkeer tegenover een ander stilstaand of geparkeerd voertuig, wanneer twee andere voertuigen daardoor elkaar moeilijk zouden kunnen kruisen.

Artikel 137:
Het is verboden een voertuig te parkeren op de middelste rijbaan van een openbare weg met drie rijbanen.

Artikel 138:
Het is verboden een voertuig te parkeren buiten de bebouwde kommen, langs de linkerkant van een rijbaan van een openbare weg met twee rijbanen of op de middenberm die deze rijbanen scheidt.

Artikel 139:
Het is verboden onjuiste aanduidingen op de schijf te laten verschijnen. De aanduidingen van de schijf mogen niet gewijzigd worden voordat het voertuig de parkeerplaats verlaten heeft.

Artikel 140:
Het is verboden op de openbare weg motorvoertuigen die niet meer kunnen rijden en aanhangwagens langer dan vierentwintig uur na elkaar te laten parkeren.

Artikel 141:
Binnen de bebouwde kommen is het verboden op de openbare weg auto’s, slepen en aanhangwagens met een maximale toegelaten massa van meer dan 7,5 ton langer dan acht uur na elkaar te laten parkeren, behalve op de plaatsen waar het verkeersbord E9a, E9c of E9d is aangebracht.

Artikel 142:
Het is verboden op de openbare weg reclamevoertuigen langer dan drie uur na elkaar te laten parkeren.

Artikel 143:
Het niet hebben aangebracht van de speciale kaart bedoeld in artikel 27.4.3 van het koninklijk besluit van 1 december 1975 houdende algemeen reglement op de politie van het wegverkeer en van het gebruik van de openbare weg of het door artikel 27.4.1 van hetzelfde besluit hiermee gelijkgesteld document op de binnenkant van de voorruit of, als er geen voorruit is, op het voorste gedeelte van het op een voorbehouden parkeerplaats voor persoon met een handicap geparkeerde voertuig.

Artikel 144:
Verkeersborden E1, E3, E5, E7 en van type E9 betreffende het stilstaan en het parkeren niet in acht nemen.

Artikel 145:
Verkeersbord E11 niet in acht nemen.

Artikel 146:
Het stilstaan of parkeren is verboden op markeringen van verkeersgeleiders en verdrijvingsvlakken.

Artikel 147:
Het stilstaan of parkeren is verboden op witte markeringen bedoeld in artikel 77.5 van het koninklijk besluit van 1 december 1975 houdende algemeen reglement op de politie van het wegverkeer en van het gebruik van de openbare weg die de plaatsen afbakenen waar de voertuigen moeten staan.

Artikel 148:
Het stilstaan of parkeren is verboden op de dambordmarkering die bestaat uit witte vierkanten die op de grond zijn aangebracht.

Artikel 149:
Het niet in acht nemen van het verkeersbord C3.

Artikel 150:
Het niet in acht nemen van het verkeersbord F103.

Artikel 151:
Het niet in acht nemen van het verkeersbord F111.

Afdeling 2 – Overtredingen van de tweede categorie

Artikel 152:
Het is verboden een voertuig te laten stilstaan of te parkeren op autowegen, behalve op de parkeerstroken, aangewezen door het verkeersbord E9a.

Artikel 153:
Het is verboden een voertuig te laten stilstaan of parkeren op de trottoirs en, binnen de bebouwde kommen, op de verhoogde bermen, behoudens plaatselijke reglementering.

Artikel 154:
Het is verboden een voertuig te laten stilstaan of parkeren op de fietspaden en op minder dan 3 meter van de plaats waar de fietsers en bestuurders van tweewielige bromfietsen verplicht zijn het fietspad te verlaten om op de rijbaan te rijden of de rijbaan te verlaten om op het fietspad te rijden.

Artikel 155:
Het is verboden een voertuig te laten stilstaan of parkeren op de oversteekplaatsen voor voetgangers, op de oversteekplaatsen voor fietsers en bestuurders van tweewielige bromfietsen en op de rijbaan op minder dan 3 meter voor deze oversteekplaatsen.

Artikel 156:
Het is verboden een voertuig te laten stilstaan of parkeren op de rijbaan in de onderbruggingen, in de tunnels en behoudens plaatselijke reglementering onder de bruggen.

Artikel 157:
Het is verboden een voertuig te laten stilstaan of parkeren op de rijbaan nabij de top van een helling en in een bocht wanneer de zichtbaarheid onvoldoende is.

Artikel 158:
Het is verboden een voertuig te parkeren op de plaatsen waar de voetgangers en de fietsers en bestuurders van tweewielige bromfietsen op de rijbaan moeten komen om omheen een hindernis te gaan of te rijden.

Artikel 159:
Het is verboden een voertuig te parkeren op de plaatsen waar de doorgang van spoorvoertuigen zou belemmerd worden.

Artikel 160:
Het is verboden een voertuig te parkeren wanneer de vrije doorgang op de rijbaan minder dan 3 meter breed zou worden.

Artikel 161:
Het is verboden een voertuig te parkeren op de parkeerplaatsen gesignaleerd zoals voorzien in artikel 70.2.1.3°,c van het koninklijk besluit van 1 december 1975 houdende algemeen reglement op de politie van het wegverkeer en van het gebruik van de openbare weg behalve voor de voertuigen gebruikt door personen met een handicap die in het bezit zijn van een speciale kaart zoals bedoeld in artikel 27.4.1 of 27.4.3 van het koninklijk besluit van 1 december 1975 houdende algemeen reglement op de politie van het wegverkeer en van het gebruik van de openbare weg.

Afdeling 3 – Kenbaar maken bestuurder

Artikel 162:
Voor de voormelde overtredingen wordt bij afwezigheid van de bestuurder vermoed dat deze is begaan door de houder van de kentekenplaat van het voertuig. De houder van de kentekenplaat kan dit vermoeden weerleggen door met elk middel te bewijzen dat hij niet de bestuurder was op het ogenblik van de feiten. In dat geval is hij verplicht de identiteit van de onmiskenbare bestuurder kenbaar te maken binnen dertig dagen na de kennisgeving van de overtreding, behalve wanneer hij diefstal, fraude of overmacht kan bewijzen.

Hoofdstuk 5 – Sancties en maatregelen

Afdeling 1 – Administratieve geldboete

Artikel 163:
Voor zover wetten, decreten, besluiten, algemene of provinciale verordeningen of reglementen niet in andere straffen voorzien, kunnen de inbreuken op de bepalingen van dit politiereglement bestraft worden met een administratieve geldboete.

Artikel 164:
De sanctionerend ambtenaar, bevoegd voor het opleggen van een administratieve geldboete, werd aangesteld door de gemeente en voldoet aan de voorwaarden zoals bepaald in het koninklijk besluit van 21 december 2013 tot vaststelling van de kwalificatie- en onafhankelijkheidsvoorwaarden van de ambtenaar belast met de oplegging van de administratieve geldboete en tot inning van de boetes in uitvoering van de Wet betreffende de gemeentelijke administratieve sancties.

Artikel 165:
Inbreuken op de artikelen uit Hoofdstuk 4, Afdeling 1 van dit politiereglement worden bestraft met een administratieve geldboete van 58 euro.

Artikel 166:
Inbreuken op de artikelen uit Hoofdstuk 4, Afdeling 2 van dit politiereglement worden bestraft met een administratieve geldboete van 116 euro.

Artikel 167:
Inbreuken op de overige artikelen uit dit politiereglement kunnen worden bestraft met een administratieve geldboete van maximaal 500 euro.
Minderjarigen die de volle leeftijd van 14 jaar hebben bereikt op het tijdstip van de feiten kunnen gestraft worden met een administratieve geldboete van maximaal 175 euro.
De omvang van de administratieve geldboete is proportioneel in functie van de zwaarte van de feiten die haar verantwoorden en in functie van eventuele herhaling.
De administratieve geldboete wordt verhoogd in geval van herhaling, zonder dat deze boete het wettelijke voorziene maximum mag overschrijden. Herhaling bestaat wanneer de overtreder reeds werd gesanctioneerd voor eenzelfde inbreuk binnen de vierentwintig maanden voorafgaand aan de nieuwe vaststelling van de inbreuk.

Artikel 168:
De louter administratieve overtredingen begaan door volwassen personen die geen woonplaats of vaste verblijfplaats hebben in België, zullen aanleiding geven tot de onmiddellijke betaling van een administratieve geldboete. Deze boete bedraagt 25 euro per inbreuk en 100 euro wanneer er vier of meer inbreuken werden begaan.
De overtreder heeft steeds het recht dit voorstel te weigeren.
De onmiddellijke betaling van de administratieve geldboete gebeurt door middel van een bankkaart, kredietkaart, via een overschrijving of in geld en leidt tot het einde van de gehele procedure. Bijgevolg kan er na de onmiddellijke betaling van een administratieve boete geen enkele andere administratieve sanctie opgelegd worden.

Artikel 169:
Het opleggen van een administratieve sanctie stelt de overtreder niet vrij van de toepassing van retributie- en/of belastingreglementen.
Alle door het lokaal bestuur gemaakte kosten worden steeds teruggevorderd van de overtreder.

Afdeling 2 – GAS-bemiddeling

Artikel 170:
GAS-bemiddeling kan worden voorgesteld als alternatieve maatregel voor de administratieve geldboete.
GAS-bemiddeling is een maatregel die het voor de overtreder mogelijk maakt om, door tussenkomst van een bemiddelaar, de veroorzaakte schade te herstellen of te vergoeden of om het conflict te doen bedaren.

Artikel 171:
De bemiddelaar wordt aangesteld door het lokaal bestuur en voldoet aan de voorwaarden zoals bepaald in het koninklijk besluit van 28 januari 2014 houdende de minimumvoorwaarden en modaliteiten voor de bemiddeling in het kader van de Wet betreffende de gemeentelijke administratieve sancties.

Artikel 172:
Het bemiddelingsdossier wordt door de sanctionerend ambtenaar aangemeld bij de bemiddelaar.

Artikel 173:
De sanctionerend ambtenaar vermeldt het bemiddelingsaanbod en de contactgegevens van de bemiddelaar in zijn opstartbrief.
Bij minderjarigen, die de volle leeftijd van 14 jaar hebben bereikt op het tijdstip van de feiten, wordt de beslissing inzake het opleggen van een administratieve geldboete steeds voorafgegaan door een bemiddelingsaanbod.
Bij meerderjarigen kan de bemiddeling facultatief worden aangeboden.

Artikel 174:
Enkele weken na de verzending van de aangetekende opstartbrief neemt de bemiddelaar zelf contact op met de overtreder.
Bij minderjarigen krijgt iedere titularis die het ouderlijk gezag heeft over de minderjarige tevens een kopie van het bemiddelingsaanbod. Ook de advocaat wordt op de hoogte gebracht van het aanbod.
Dit geldt uiteraard niet wanneer de overtreder reeds gereageerd heeft op het eerste bemiddelingsaanbod in de aangetekende opstartbrief van de sanctionerend ambtenaar.

Artikel 175:
Indien de overtreder positief reageert op het bemiddelingsaanbod, neemt de bemiddelaar contact op met het slachtoffer en informeert naar de bereidheid om deel te nemen aan de bemiddelingsprocedure.
Als het slachtoffer niet bereid is om te bemiddelen kan de bemiddeling alsnog worden opgestart via de inschakeling van een gemeentelijk vertegenwoordiger mits akkoord van de sanctionerend ambtenaar.

Artikel 176:
De bemiddeling en dus ook de communicatie tussen de betrokken partijen kan rechtstreeks of onrechtstreeks gebeuren.
Hierbij wordt rekening gehouden met de algemene beginselen van de bemiddeling, zoals opgenomen in het koninklijk besluit van 28 januari 2014 houdende de minimumvoorwaarden en modaliteiten voor de bemiddeling in het kader van de Wet betreffende de gemeentelijke administratieve sancties.
De bemiddelaar tracht de betrokkenen te bewegen tot een herstel of vergoeding van de schade in de meest brede betekenis van het woord. Dit betekent dat zo veel als mogelijk tegemoet gekomen wordt aan de noden van alle betrokkenen.
De bemiddelaar probeert, indien de betrokkenen hiertoe bereid zijn, een dialoog tussen hen tot stand te brengen.
De betrokken partijen trachten zelf tot een overeenkomst te komen.
Minderjarigen mogen tijdens de bemiddeling begeleid worden door iedere titularis die het ouderlijk gezag heeft over hen.
Ook de advocaat kan aanwezig zijn tijdens de bemiddelingsprocedure

Artikel 177:
Na het afsluiten van het bemiddelingsdossier rapporteert de bemiddelaar het resultaat aan de sanctionerend ambtenaar zoals bepaald in artikel 5 van het koninklijk besluit van 28 januari 2014 houdende de minimumvoorwaarden en modaliteiten voor de bemiddeling in het kader van de Wet betreffende de gemeentelijke administratieve sancties.

Artikel 178:
De sanctionerend ambtenaar houdt rekening met het resultaat van de bemiddeling, of met de stand van zaken van de bemiddeling, indien blijkt dat de bemiddeling niet afgerond kan worden vóór het verstrijken van de termijn zoals voorzien in artikel 26, §2 van de Wet van 24 juni 2013 betreffende de gemeentelijke administratieve sancties.

Afdeling 3 – Administratieve schorsing, opheffing en sluiting

Artikel 179:
Het college van burgemeester en schepenen beslist over de administratieve schorsing of opheffing van een door het lokaal bestuur verleende toestemming of vergunning en/of over een tijdelijke of definitieve administratieve sluiting van een instelling.

Artikel 180:
De administratieve schorsing, opheffing of sluiting moet worden voorafgegaan door een schriftelijke waarschuwing dat er een inbreuk werd vastgesteld en dat een sanctie zal opgelegd worden bij een volgende inbreuk of bij handhaving van de inbreuk.
De waarschuwing wordt aangetekend verstuurd en moet een uittreksel bevatten van het overtreden reglement.

Artikel 181:
Indien de betrokkene zich niet houdt aan de opgelegde instructies, dan wordt deze per aangetekende brief verwittigd dat er aanwijzingen zijn dat er nog steeds een inbreuk is en dat het college overweegt om een sanctie op te leggen.
Er wordt meegedeeld waar en wanneer het dossier kan worden ingekeken, waar en wanneer de betrokkene zal worden gehoord, en dat hij zich mag laten bijstaan of vertegenwoordigen door een raadsman.

Artikel 182:
Bij het opleggen van een administratieve schorsing, opheffing of sluiting, moet het college rekening houden met de ernst van de gevolgen van de overtreding.

Artikel 183:
De opgelegde sanctie wordt met een aangetekende brief ter kennis gebracht van de overtreder.

Afdeling 4 – Bestuursdwang

Artikel 184:
Wie de bepalingen van dit reglement overtreedt, moet de situatie onmiddellijk regulariseren en alles rechtzetten overeenkomstig met wat in de betrokken bepaling is vastgelegd.
Indien de overtreder de zaken niet onmiddellijk in orde brengt, kan het lokaal bestuur dit doen of laten doen op kosten en op risico van de overtreder.

Afdeling 5 – Bestuurlijke inbeslagname

Artikel 185:
Materiaal, goederen of voorwerpen waarmee de bepalingen van het algemeen politiereglement worden overtreden of geschonden, kunnen door de politie of de bevoegde ambtenaren ambtshalve worden verwijderd en in beslag genomen worden op kosten en op risico van de overtreder.

Hoofdstuk 6 – Slotbepalingen

Artikel 186:
Het huidig politiereglement treedt in werking op 1 januari 2026 en heft het algemeen politiereglement van Lokaal Bestuur Geraardsbergen van 10 november 2020 op.
Overtredingen gepleegd vóór de inwerkingtreding van huidig politiereglement blijven onderworpen aan de bepalingen van het algemeen politiereglement van 10 november 2020.
De protocolakkoorden verkeer en niet-verkeer worden in bijlage gevoegd aan dit reglement.

Artikel 2: 
Het protocol" niet-verkeer", af te sluiten tussen de procureur des Konings en het college van burgemeester en schepenen, wordt bekrachtigd.

Artikel 3:
De protocolakkoorden "verkeer" en "niet-verkeer worden als bijlage toegevoegd aan het algemeen politiereglement. 

Artikel 4:
Het huidig politiereglement treedt in werking op 1 januari 2026 en heft het algemeen politiereglement van Lokaal Bestuur Geraardsbergen van 10 november 2020 op.
Overtredingen gepleegd vóór de inwerkingtreding van huidig politiereglement blijven onderworpen aan de bepalingen van het algemeen politiereglement van 10 november 2020.

Artikel 5:
Een afschrift van dit reglement wordt overgemaakt aan de bestendige deputatie van de provincieraad, aan de griffie van de rechtbank van eerste aanleg, aan de griffie van de politierechtbank en aan de lokale politie.

Tevens zal een afschrift worden overgemaakt aan het parket van de procureur des Konings.