Gelet op het besluit van de gemeenteraad van 30 december 2019 houdende de vaststelling van het subsidiereglement voor jeugdwerkinitiatieven voor de periode 2020-2025;
Gelet op het besluit van de gemeenteraad van 30 december 2019 houdende de vaststelling van het subsidiereglement voor jeugdhuizen voor de periode 2020-2025;
Gelet op het actieplan 'Kindvriendelijke Geraardsbergen 2020 - 2025' waarbij participatie 1 van de pijlers is;
Gelet op het verslag van vergadering van de Giesbaargse Jeugwerkdraad van 14 april 2025 houdende de toelichting van het nieuwe reglement;
Gelet op het kaderreglement voor de erkenning en de werkingssubsidies van verenigingen in Geraardsbergen, in de raadszitting van heden goedgekeurd;
Overwegende dat dit kaderreglement, dat de criteria vastlegt voor de erkenning en de toekenning van werkingssubsidies aan verenigingen in Geraardsbergen, weliswaar in werkingssubsidies voorziet, maar de brede waaier aan hedendaagse noden van jeugdhuizen en jeugdverenigingen niet volledig kan opvangen;
Overwegende dat het 'kaderreglement werkingsubsidies verenigingen' enkel werkingsubsidies voor verenigingen omvat;
Gelet op artikel 40 van het decreet lokaal bestuur;
Gelet op het gemeenteraadsbesluit van 30 december 2019 houdende de vaststelling van het subsidiereglement voor jeugdwerkinitiatieven voor de periode 2020-2025;
Gelet op het gemeenteraadsbesluit van 30 december 2019 houdende de vaststelling van het subsidiereglement voor jeugdhuizen voor de periode 2020-2025;
Gelet op het actieplan 'Kindvriendelijke Geraardsbergen 2020 - 2025' waarbij participatie 1 van de pijlers is;
Gelet op het decreet over het jeugd- en kinderrechtenbeleid en de ondersteuning van het jeugdwerk van 23 november 2023;
Overwegende dat er voor het toekennen van deze toelage budget voorzien wordt binnen het werkingsbudget Jeugdwerkinitiatieven (AR 64900000 BI 075000);
Enig artikel:
De gemeenteraad stelt het subsidiereglement voor jeugdwerkinitiatieven als volgt vast:
Artikel 1:
Binnen de perken van de in het budget ingeschreven begrotingskredieten kan het stadsbestuur subsidies verlenen aan jeugdwerkinitiatieven in Geraardsbergen.
Artikel 2: Algemene voorwaarden
• De jeugddienst organiseert jaarlijks een subsidiedag vóór 31 januari. Op deze dag bezorgt het jeugdwerkinitiatief de volledig ingevulde aanvraagformulieren vergezeld van de juiste bewijsstukken aan de jeugddienst, met het oog op verdeling van de subsidies. Dit geldt voor alle aanvragen met uitzondering van de aanvragen voor kadervorming.
• De jeugddienst verwerkt de aanvragen en formuleert een advies aan het college van burgemeester en schepenen (CBS). De subsidies, met uitzondering de subsidies voor kadervorming, worden per kwartaal uitbetaald. De stad verbindt zich ertoe, na een positief besluit van het CBS, de subsidies van het eerste kwartaal binnen de maand te betalen.
• Wanneer de gevraagde gegevens niet tijdig worden overgemaakt of niet met de werkelijkheid stroken, kan het stadsbestuur de toelage weigeren of geheel of gedeeltelijk intrekken.
• Bij betwisting wordt een controleorgaan bij elkaar geroepen, dat bestaat uit 2 medewerkers van de jeugddienst, de schepen van jeugd en de voorzitter van de jeugdraad. Dit orgaan formuleert een advies aan het CBS.
• Het jeugdwerkinitiatief kan voor de gevraagde subsidie niet worden gesubsidieerd op grond van een ander stedelijk reglement van welke aard ook, noch op grond van een nominatieve inschrijving in de begroting.
• Van elk jeugdwerkinitiatief dat in de loop van een werkjaar stopt met elke actieve werking vervallen de subsidies.
• Dit subsidiereglement kan jaarlijks aangepast worden. Aanpassingen worden, na advies van de Giesbaargse Jeugdraad, ter goedkeuring aan de gemeenteraad voorgelegd.
Artikel 3:
Elke erkende jeugdvereniging of jeugdhuis die voldoet aan de algemene voorwaarden heeft recht op een werkingssubsidie.
Om een werkingssubsidie te verkrijgen, moet een vereniging aan volgende kwalitatieve voorwaarden (A) gelijktijdig voldoen:
KWALITATIEVE VOORWAARDEN
1 De vereniging dient jaarlijks volgende verzekeringen af te sluiten:
- een verzekering burgerlijke aansprakelijkheid (BA) voor haar leden
- een verzekering lichamelijke ongevallen (LO) voor verenigingen die door de aard van hun activiteiten een hogere kans op lichamelijke letsels hebben
- een brandverzekering voor verenigingen die een eigen lokaal beheren.
2 Over een rekeningnummer beschikken op naam van de vereniging of de vertegenwoordiger(s) van de vereniging.
Jeugdverenigingen en jeugdhuizen dienen eveneens te voldoen aan de volgende specifieke voorwaarden:
1. de vereniging dient minimum 15 actieve leden te hebben, Single Point Of Control (hierna SPOC’s genaamd) inbegrepen.
2. de vereniging dient minimum 15 werkingsdagen per jaar te hebben.
3. onder leden wordt iedereen verstaan die tussen de 2,5 en 30 jaar is.
4. jeugdhuizen dienen aangesloten te zijn bij de koepelorganisatie Formaat.
5. jeugdhuizen dienen een gezamenlijke plaats te hebben voor ontmoeting/groepsactiviteiten/vorming/laagdrempelige dienst- en hulpverlening.
6. jeugdverenigingen dienen aangesloten te zijn bij een koepelorganisatie.
Artikel 4:Opstartsubsidie.
Opstartende, doch niet erkende jeugdverenigingen hebben recht op een éénmalige startsubsidie van 250 euro.
Artikel 5: Groeitrajectsubsidie voor erkende jeugdverenigingen of jeugdhuizen
§1. Elke jeugdvereniging of jeugdhuizen die voldoet aan de voorwaarden in artikel 3 heeft recht op een groeitrajectsubsidie.
§2. Het groeitraject wil jeugdverenigingen of jeugdhuizen belonen die een jaarthema uitwerken rond actuele noden. In het begin van het jaar wordt een traject uitgestippeld door de jeugdvereniging of jeugdhuizen, de jeugdraad en de jeugddienst. Op het einde van het jaar wordt het traject beoordeeld door een zelfevaluatie van de jeugdvereniging en een evaluatie door de jeugddienst. De evaluatie door de jeugddienst is negatief of positief
§3. Het voorziene bedrag wordt evenredig verdeeld over de jeugdverenigingen en de jeugdhuizen die een positieve evaluatie behaalden. Bij een negatieve evaluatie ontvangt de jeugdvereniging geen groeitrajectsubsidie.
Artikel 6: Kadervorming
§1. Aan jongeren vanaf 15 jaar, of die 15 jaar worden in het kalenderjaar waarin de kadervorming aanvangt, die een vormingscursus volgen en aan erkende jeugdverenigingen of jeugdhuizen die kadervorming organiseren kan het stadsbestuur een tussenkomst verlenen.
§2. Toekenningsvoorwaarden:
Onder kadervorming wordt verstaan:
• Cursussen die leiden tot het attest animator, hoofdanimator, instructeur of hoofdinstructeur in het jeugdwerk.
• Vervolmakingscursussen die verband houden met technieken en tot doel hebben een ruimer activiteitenaanbod aan kinderen en jongeren te kunnen bieden (bijvoorbeeld kaart en kompas, knutseltechnieken, lichamelijke expressie, speltechnieken en spelanimatie, groepstechnieken, wateranimatie, EHBO …).
• Cursussen die leiden tot een betere werking van de jeugdvereniging (bijvoorbeeld cursus over opvolgen van financiën, personen met een beperking integreren in de leiding, milieubewuster omgaan in de jeugdvereniging of jeugdhuizen, omgaan met drugs of alcohol …).
• De cursussen zijn georganiseerd door of in samenwerking met erkende landelijke koepels voor jeugdwerk.
• De cursus een heeft een minimumduur van 4 uur werkelijke vorming. Indien de kadervorming een cyclisch karakter heeft, is de vormingstijd tenminste 2 uur per onderdeel en tenminste 8 uur in totaal.
§3. De aanvragen om toelage gebeuren via het daartoe bestemde formulier of via een attest van deelname, uitgekeerd door de organiserende instantie met vermelding van gevolgde uren, datum, erkenningsnummer en betalingsbewijs van het inschrijvingsgeld.
§4. De aanvraag om toelage voor het volgen van kadervorming moet gebeuren door de belanghebbende jongere zelf. De aanvraag om toelage voor de organisatie van kadervorming gebeurt door de jeugdvereniging. De bezoldigde kaderleden van jeugdverenigingen of jeugdhuizen kunnen geen aanspraak maken op een toelage voor kadervorming als deze vorming in opdracht van de werkgever gebeurt.
§5. De toelage bedraagt 100% van de inschrijvingskosten met een maximum van 75 euro voor een weekendcursus en 125 euro voor een drie-of meerdaagse cursus. Per cursist wordt maximum 250 euro per jaar uitgekeerd. De toelage voor het zelf organiseren van cursussen bedraagt 100% van de werkelijke kostprijs, met een maximum van 125 euro per vereniging per jaar.
§6. Binnen de perken van de in het budget ingeschreven begrotingskredieten kan het lokaal bestuur een financiële tussenkomst verlenen jongeren uit Geraardsbergse Jeugdwerkinitiatieven of jongeren die inwoner zijn van Geraardsbergen. Indien het krediet ontoereikend zou zijn, zullen de toegekende bedragen proportioneel verminderd worden.
Artikel 7: Infrastructuurfonds
§1. Aan erkende jeugdverenigingen kan de stad een subsidie verlenen voor infrastructuurwerken.
§2. Erkende jeugdverenigingen die eigenaar zijn van hun gebouwen of die het gebouw in erfpacht hebben kunnen de subsidie aanvragen voor investeringen om de eigen werking te verbeteren of om de algemene veiligheid van de leden te verzekeren. Werken in functie van de verhuur van het gebouw komen niet aanmerking.
§3. Erkende jeugdverenigingen die hun lokalen huren kunnen de subsidie aanvragen voor onbelangrijke inwendige verbeteringswerken (bijvoorbeeld schilderen en behangen), verbeteringswerken bedoeld om het lokaal geschikt te maken voor de bestemming en kleine herstellingswerken. Deze werken mogen alleen uitgevoerd worden indien dit conform het huurcontract verloopt. Herstellingen ten gevolge van ouderdom of normale slijtage en grotere herstellingen (bijvoorbeeld dak, muren) komen niet in aanmerking.
§4. Erkende jeugdverenigingen of jeugdhuizen kunnen een subsidie aanvragen voor de aankoop van duurzame materialen.
§5. Het voorziene bedrag wordt proportioneel verdeeld onder de verschillende aanvragers op basis van de offertes van de uit te voeren werken. Bij de aanvragen worden infrastructuursubsidies vanuit andere kanalen in mindering gebracht. Maximum 30% gaat naar eenzelfde vereniging, tenzij er een overschot is, dan wordt deze proportioneel verdeeld.
§6. Na het toepassen van de verdeelsleutel en het vaststellen van de te verdelen toelagen krijg(t)(en) de begunstigde(n) een voorschot van 70 % op de goedgekeurde toelage. Het saldo wordt het volgende jaar betaald na vaststelling van de beëindiging van de voorziene werken en na controle van de betreffende facturen.
§7.Het stadsbestuur voert een controle uit op de uitgevoerde werken en op de uit te voeren werken vóór 31 maart.