Gelet op de financiële toestand van het Lokaal Bestuur Geraardsbergen en de wettelijke verplichting om een financieel evenwicht te handhaven;
Overwegende dat het Lokaal Bestuur Geraardsbergen over de nodige financiële middelen dient te beschikken om de haar opgelegde taken, vastgesteld in het meerjarenplan 2026-2031, naar behoren te kunnen vervullen;
Overwegende dat een inname van het openbaar domein voor het plaatsen van terrassen extra kosten veroorzaakt voor het Lokaal Bestuur; meer bepaald voor de administratieve afhandeling van de aanvraag en op het gebied van afvalbeheersing;
Overwegende dat de plaatsing van een terras een uitbreiding van de handelszaak betekent en een vergroting van de exploitatiemogelijkheid;
Overwegende dat het Lokaal Bestuur bijgevolg deze kosten wenst te verhalen op de aanvrager of de begunstigde van de dienstverlening;
Overwegende dat een retributie een kostendekkende vergoeding betreft die de overheid vordert als tegenprestatie voor de levering van een bijzondere dienst aan een derde in diens persoonlijk belang of de toestemming voor een rechtstreeks bijzonder voordeel;
Overwegende dat een retributie gekoppeld is aan een concrete dienst die zelf wordt aangevraagd door de heffingsplichtigen of waar zij direct gebruik van maken;
Overwegende dat het bijgevolg redelijk is om een retributie te vragen als tegenprestatie voor de verleende dienst;
Gelet op het politiereglement aangaande de inname van het openbaar domein voor het opstellen van een horecaterras;
Gelet op het Decreet Lokaal Bestuur van 22 december 2017, artikel 40 § 3, houdende de vaststelling van de gemeentelijke reglementen;
Gelet op het budget opgenomen in het meerjarenplan 2026-2031 AR: 70055000-Terassen, tafels, stoelen-Retributie gebruik openbaar domein en publieke middelen – BI: 050000-Handel en middenstand;
Enig artikel:
Met ingang van 1 januari 2026 tot en met 31 december 2031 wordt het retributiereglement privatieve inname van het openbaar domein voor het opstellen van een terras als volgt vastgesteld:
Hoofdstuk 1: Definities
Artikel 1:
In dit reglement wordt verstaan onder:
Hoofdstuk 2: Retributie
Artikel 2: voorwerp
Er wordt een retributie geheven voor elke private inname van het openbaar domein voor het opstellen van een terras.
De retributie is verschuldigd door de vergunninghouder.
Als een foutieve of laattijdige aanvraag werd ingediend of als geen aanvraag werd ingediend, zal de retributie ambtshalve gevestigd worden lastens de rechtspersoon of natuurlijke persoon die het openbaar domein voor het opstellen van een terras inneemt en, als deze niet gekend is, lastens de eigenaar(s) van het onroerend goed.
Allen zijn hoofdelijk gehouden tot het betalen van de retributie.
Artikel 3: tarieven
1° De retributie wordt vastgesteld voor een permanent terras op 250 euro per jaar voor zover de oppervlakte kleiner is of gelijk aan 10 vierkante meter. Voor permanente terrassen die de oppervlakte van 10 vierkante meter overschrijden, wordt per jaar 250 euro vermeerderd met 10 euro per extra vierkante meter vastgesteld.
2° De retributie wordt vastgesteld voor een zomerterras op 125 euro voor zover de oppervlakte kleiner is of gelijk aan 10 vierkante meter. Voor zomerterrassen die de oppervlakte van 10 vierkante meter overschrijden, wordt per jaar 125 euro vermeerderd met 5 euro per extra vierkante meter vastgesteld.
Voor het berekenen van de retributie wordt een begonnen vierkante meter beschouwd als een volledige vierkante meter en een begonnen lopende meter wordt als een volledige lopende meter beschouwd.
Hoofdstuk 3: indexatie, betalingsvoorwaarden en invorderingsprocedure
Artikel 4: indexatie
De retributie wordt jaarlijks op 1 januari geïndexeerd volgens de gezondheidsindex. De aanvangsindex is de gezondheidsindex van december 2025. De aanpassing gebeurt op basis van de volgende formule:
Nieuw tarief = huidig bedrag X gezondheidsindex van de maand december die aan de aanpassing voorafgaat / Aanvangsindex.
Het nieuwe bedrag, bekomen na indexatie, wordt afgerond op het dichtste veelvoud van één tiende. Als twee veelvouden even dicht liggen, wordt het bedrag afgerond naar boven.
Artikel 5: betalingsvoorwaarden
Alle retributies zijn ondeelbaar verschuldigd na toezending van een factuur.
Het college van burgemeester en schepenen kan steeds weigeren nog diensten te verstrekken indien de retributies die verschuldigd zijn niet werden betaald.
Artikel 6: minnelijke invorderingsprocedure
Indien de factuur niet of onvolledig werd betaald binnen de termijn van dertig kalenderdagen volgend op de factuurdatum, wordt de debiteur aan de hand van een eerste herinnering uitgenodigd het verschuldigde bedrag te betalen binnen een termijn van vijftien kalenderdagen vanaf de verzending van de eerste en laatste herinnering.
Artikel 7: gedwongen invorderingsprocedure
Er is geen bijzondere procedure voorzien voor de invordering van retributies.
Artikel 177 van het decreet lokaal bestuur is eveneens van toepassing op de invordering van retributies: met het oog op de invordering van de fiscale en niet-fiscale ontvangsten kan de financieel directeur een dwangbevel uitvaardigen, geviseerd en uitvoerbaar verklaard door het college van burgemeester en schepenen, om onbetwiste en opeisbare niet-fiscale schuldvorderingen in te vorderen. Het dwangbevel wordt betekend bij deurwaardersexploot.
Een dwangbevel kan door het college van burgmeester en schepenen alleen worden geviseerd en uitvoerbaar verklaard worden als de schuld opeisbaar, vaststaand en zeker is. De schuldenaar moet bovendien vooraf aangemaand zijn met een aangetekende brief, met een brief die afgegeven wordt tegen ontvangstbewijs, of via een elektronische melding van gegevens die voldoet aan de voorwaarden, vermeld in artikel 2281 van het burgerlijk wetboek, en die een bewijs oplevert van deze melding, van het tijdstip waarop ze is verricht en van de authenticiteit en de integriteit van de verwerkte gegevens.
De gemeente zal administratieve kosten aanrekenen voor die aangetekende brief, zoals bepaald in het retributiereglement factuurvoorwaarden en invorderingskosten niet-fiscale ontvangsten. De kosten zijn ten laste van de schuldenaar en kunnen ook ingevorderd worden via het dwangbevel.
Bij betwisting van de schuldvordering zijn de gewone burgerlijke rechtbanken bevoegd.
Hoofdstuk 4: Overgangsbepalingen
Artikel 8:
Vergunninghouders die op het ogenblik van de inwerkingtreding een geldige vergunning hebben voor de private inname van het openbaar domein, blijven voor de duur van de vergunning gehouden aan de bepalingen van het retributiereglement dat geldig was op het ogenblik van het afleveren van de vergunning.
Artikel 9:
Indien een vergunning op het moment van de inwerkingtreding van dit reglement wordt verlengd, wordt deze beschouwd als een nieuwe vergunning en gelden de tarieven van dit besluit.