Terug
Gepubliceerd op 22/12/2025

Besluit  Gemeenteraad

di 16/12/2025 - 20:00

Vaststellen van het teruggavereglement van de opcentiemen op de onroerende voorheffing voor de aanslagjaren 2026-2031.

Aanwezig: Jimmy Colman Villamayor, Voorzitter gemeenteraad
Fernand Van Trimpont, Burgemeester
Ann Panis, Bram De Geeter, Veerle Mertens, Stephan De Prez, Rudy Frederic, Griet Blaton, Patricia Flamez, Schepenen
Emma Van der Maelen, Ilse Roggeman, Rurik Van Landuyt, Hans De Gent, Paul Pardon, Karla Bronselaer, Jef Van der Mynsbrugge, Patrick De Bodt, Bram De Pril, Jens Rottiers, Filip Pletinckx, Johan Sirjacobs, Manu Lion, Vince Gaublomme, Jana Vanderlinden, Lena Moulart, Anja Ritserveldt, Jonas Hanssens, Karel De Moyer, Leen Duffeleer, Raadsleden
Veerle Alaert, Algemeen Directeur
Verontschuldigd: Krist Matthys, Sofie Gommers, Raadsleden
Feiten, context en argumentatie

Overwegende dat het Lokaal Bestuur de opcentiemen op de onroerende voorheffing vaststelt voor de aanslagjaren 2026 tot en met 2031;

Overwegende dat het gerechtvaardigd is om een financiële bijdrage te vragen van de belanghebbenden op het grondgebied van de gemeente, gelet op de financiële toestand van het Lokaal Bestuur en de wettelijke verplichting om een financieel evenwicht te handhaven;

Overwegende dat het Lokaal Bestuur Geraardsbergen over de nodige financiële middelen dient te beschikken om de haar opgelegde taken, vastgesteld in het meerjarenplan 2026-2031, naar behoren te kunnen vervullen;

Overwegende dat het Lokaal Bestuur het ondernemerschap wil stimuleren op haar grondgebied;

Overwegende dat het bijgevolg aangewezen is aan bepaalde bedrijven een teruggave te verlenen van de opcentiemen op de onroerende voorheffing;

Juridisch kader

Gelet op artikel 464/1, 1° van het wetboek van de inkomstenbelastingen 1992;

Gelet op artikel 2.1.4.0.2 en artikel 3.1.0.0.4 van het decreet van 13 december 2013 houdende de Vlaamse Codex Fiscaliteit;

Gelet op het Decreet Lokaal Bestuur van 22 december 2017, artikel 40 en 41;

Gelet op het gemeenteraadsbesluit van 16 december 2025 houdende vaststelling van de opcentiemen op de onroerende voorheffing voor de aanslagjaren 2026 tot en met 2031 waarin het aantal opcentiemen wordt vastgesteld op 981,62 opcentiemen en waarbij aan bedrijven gedurende 5 jaar teruggave kan verleend worden van de gemeentelijke opcentiemen;

Financieel kader

Gelet op het budget opgenomen in het meerjarenplan 2026-2031 AR: 73000000-Opcentiemen onroerende voorheffing – BI 002000-Fiscale aangelegenheden;

Besluit

Enig artikel:

Voor de aanslagjaren 2026 tot en met 2031 zal:

1. Aan de nieuwe bedrijven gedurende vijf jaar teruggave verleend worden van de gemeentelijke opcentiemen op de onroerende voorheffing, op voorwaarde dat de betrokken bedrijven tot uiterlijk twee maanden na de verzending van het betrokken aanslagbiljet een daartoe strekkende verzoek tot belastingteruggave indienen bij het college van burgemeester en schepenen van de gemeente en de nodige bewijsstukken voorleggen.

Van deze teruggave kunnen niet genieten:

  • De bedrijven die zich binnen het grondgebied van de gemeente verplaatsen;
  • De bedrijven gesticht door wijziging, samenvoeging of splitsing, juridisch of op andere wijze, van bestaande bedrijven in de gemeente.

2. Aan bedrijven, die uitbreiding hebben genomen met als gevolg een vermeerdering van het kadastraal inkomen der bedrijfsgebouwen en bedrijfsterreinen wordt, met betrekking tot en met uitbreiding verband houdend kadastraal inkomen, eveneens gedurende vijf jaren teruggave verleend van de gemeentelijke opcentiemen op de onroerende voorheffing, onder de volgende voorwaarden:

  • In de loop van het belastingjaar aangeslagen worden op basis van een kadastraal inkomen dat minstens 20% hoger ligt dan dit van het jaar waarin de uitbreiding geschiedde;
  • Tot uiterlijk twee maanden na aflevering van het betrokken aanslagbiljet een verzoek om belastingteruggave indienen bij het college van burgemeester en schepenen van de gemeente en de nodige bewijsstukken voorleggen.

3. Van de in dit artikel bedoelde teruggave van belasting zijn uitgesloten de bedrijven waarvan de uitbreiding enkel het gevolg is van inbreng of opslorping van de in het lokaal bestuur bestaande bedrijven.

4. De bovenstaande vijfjarige periode neemt een aanvang op 1 januari van het jaar volgend op de ingebruikneming of de uitbreiding van de bedrijven.