Gelet op de financiële toestand van het Lokaal Bestuur Geraardsbergen en de wettelijke verplichting om een financieel evenwicht te handhaven;
Overwegende dat het Lokaal Bestuur Geraardsbergen over de nodige financiële middelen dient te beschikken om de haar opgelegde taken, vastgesteld in het meerjarenplan 2026-2031, naar behoren te kunnen vervullen;
Overwegende dat de gemeenten bevoegd zijn voor de aanleg en het onderhoud van openbare rioleringen, de bouw en de exploitatie van kleinschalige rioolwaterzuiveringsinstallaties;
Overwegende dat sommige gebouwen te ver liggen om een aansluiting via de riolering te voorzien; dat deze gebouwen nooit kunnen aansluiten op de riolering;
Overwegende dat deze gebouwen ingetekend zijn op het zoneringsplan in het individueel te optimaliseren buitengebied;
Overwegende dat hier een eigen waterzuivering moet geplaatst worden om het afvalwater te zuiveren;
Overwegende dat het plaatsen van een IBA in de eerste plaats een verplichting is van de eigenaar van de woning;
Overwegende dat, voor een goed zuiveringsresultaat, het van belang is dat de IBA’s technisch van goede kwaliteit zijn, beschikken over een keuring, correct geplaatst worden en in gebruik genomen en onderhouden worden;
Overwegende dat het Lokaal Bestuur dit kan garanderen door een collectieve aanpak voor de plaatsing, het onderhoud en de exploitatie in te voeren;
Overwegende dat de invoering van deze collectieve aanpak en het ontwerp van overeenkomst tussen de stad en de eigenaar(s) met daarin alle voorwaarden werd goedgekeurd bij gemeenteraadsbesluit van 5 juli 2022;
Overwegende dat de collectieve aanpak inhoudt dat de gemeente de IBA aankoopt, plaatst en onderhoudt als dienstverlening naar de burger;
Overwegende dat door de Vlaamse Overheid, meer bepaald de Vlaamse Milieumaatschappij, wordt bepaald dat voor deze dienstverlening de burger idealiter een gelijkaardige bijdrage betaalt dan andere inwoners die aangesloten zijn op de riolering;
Overwegende dat voor deze dienstverlening een éénmalige retributie zal worden ingevoerd, in overeenstemming met de huidige gemiddelde kostprijs voor een rioolaansluiting;
Overwegende dat, bij de keuze voor de plaatsing, het onderhoud en de exploitatie van een IBA door het Lokaal Bestuur, de eigenaars ook een saneringsbijdrage voor ophaling en transport van het afvalwater betalen via hun waterfactuur; dat deze bijdrage aan het Lokaal Bestuur toekomt en de kosten voor het onderhoud van de installatie zal dekken;
Overwegende dat een retributie een kostendekkende vergoeding betreft die de overheid vordert als tegenprestatie voor de levering van een bijzondere dienst aan een derde in diens persoonlijk belang of de toestemming voor een rechtstreeks bijzonder voordeel;
Overwegende dat een retributie gekoppeld is aan een concrete dienst die zelf wordt aangevraagd door de heffingsplichtigen of waar zij direct gebruik van maken;
Overwegende dat het bijgevolg redelijk is om een retributie te vragen als tegenprestatie voor de verleende dienst;
Gelet op het gemeenteraadsbesluit van 5 juli 2022 betreffende de aanpassingen van het besluit van 14 april 2015 aangaande het goedkeuren van de gemeentelijke verordening betreffende de lozing van huishoudelijk afvalwater, de verplichte aansluiting op de openbare riolering en de afkoppeling van hemelwater afkomstig van particuliere woningen of van niet uitsluitend voor bewoning dienende gebouwen en goedkeuren van het ontwerp van overeenkomst tussen de stad en de eigenaar(s) met daarin de voorwaarden betreffende de collectieve aanpak voor het plaatsen, onderhoud en exploitatie van een IBA;
Gelet op het decreet lokaal bestuur van 22 december 2017, artikel 40 § 3, houdende vaststelling van de gemeentelijke reglementen;
Gelet op het budget opgenomen in het meerjarenplan 2026-2031 AR: 70093000–Andere retributies inzake afvalwater – BI: 031000-Beheer van regen- en afvalwater;
Enig artikel:
Met ingang van 1 januari 2026 tot en met 31 december 2031 wordt het retributiereglement voor het collectief plaatsen van IBA’s, individuele behandeling van afvalwater, als volgt vastgesteld:
Artikel 1: voorwerp en tarieven
Voor het leveren en plaatsen van een IBA zal een éénmalige retributie verschuldigd zijn van 2.500 euro. Deze retributie is voor een IBA van een ééngezinswoning tot 5 inwoners equivalenten (IE). De meerkost voor het aansluiten van meer dan 5 IE zal verrekend worden aan de eigenaar. De retributie is verschuldigd door de aanvrager van de IBA.
Artikel 2: indexatie
De retributie voor het aanvragen van een IBA wordt jaarlijks op 1 januari geïndexeerd volgens de gezondheidsindex. De aanvangsindex is de gezondheidsindex van december 2025. De aanpassing gebeurt op basis van de volgende formule:
Nieuw tarief = huidig bedrag X gezondheidsindex van de maand december die aan de aanpassing voorafgaat / Aanvangsindex.
Het nieuwe bedrag, bekomen na indexatie, wordt afgerond op het dichtste veelvoud van één tiende. Als twee veelvouden even dicht liggen, wordt het bedrag afgerond naar boven.
Artikel 3: betalingsvoorwaarden
Alle retributies zijn ondeelbaar verschuldigd en dienen te worden betaald na toezending van een factuur.
Het college van burgemeester en schepenen kan steeds weigeren nog diensten te verstrekken indien de retributies die verschuldigd zijn niet werden betaald.
Artikel 4: minnelijke invorderingsprocedure
Indien de factuur niet of onvolledig werd betaald binnen de termijn van dertig kalenderdagen volgend op de factuurdatum, wordt de debiteur aan de hand van een eerste herinnering uitgenodigd het verschuldigde bedrag te betalen binnen een termijn van vijftien kalenderdagen vanaf de verzending van de eerste en laatste herinnering.
Artikel 5: gedwongen invorderingsprocedure
Er is geen bijzondere procedure voorzien voor de invordering van retributies.
Artikel 177 van het decreet lokaal bestuur is eveneens van toepassing op de invordering van retributies: met het oog op de invordering van de fiscale en niet-fiscale ontvangsten kan de financieel directeur een dwangbevel uitvaardigen, geviseerd en uitvoerbaar verklaard door het college van burgemeester en schepenen, om onbetwiste en opeisbare niet-fiscale schuldvorderingen in te vorderen. Het dwangbevel wordt betekend bij deurwaardersexploot.
Een dwangbevel kan door het college van burgemeester en schepenen alleen worden geviseerd en uitvoerbaar verklaard worden als de schuld opeisbaar, vaststaand en zeker is. De schuldenaar moet bovendien vooraf aangemaand zijn met een aangetekende brief, met een brief die afgegeven wordt tegen ontvangstbewijs, of via een elektronische melding van gegevens die voldoet aan de voorwaarden, vermeld in artikel 2281 van het burgerlijk wetboek, en die een bewijs oplevert van deze melding, van het tijdstip waarop ze is verricht en van de authenticiteit en de integriteit van de verwerkte gegevens.
De gemeente zal administratieve kosten aanrekenen voor die aangetekende brief, zoals bepaald in het retributiereglement factuurvoorwaarden en invorderingskosten niet-fiscale ontvangsten. De kosten zijn ten laste van de schuldenaar en kunnen ook ingevorderd worden via het dwangbevel.
Bij betwisting van de schuldvordering zijn de gewone burgerlijke rechtbanken bevoegd.