Gelet op de financiële toestand van het Lokaal Bestuur Geraardsbergen en de wettelijke verplichting om een financieel evenwicht te handhaven;
Overwegende dat het Lokaal Bestuur Geraardsbergen over de nodige financiële middelen dient te beschikken om de haar opgelegde taken, vastgesteld in het meerjarenplan 2026-2031, naar behoren te kunnen vervullen;
Overwegende dat het Lokaal Bestuur Geraardsbergen grote inspanningen levert voor veiligheid, infrastructuur, verfraaiing, afvalbeheersing en een degelijke aanleg, beheer en onderhoud van haar openbaar domein; dat personen met een tweede verblijf in de gemeente eveneens het gebruiksrecht en genot van deze infrastructuur hebben en een voordeel halen uit deze inspanningen;
Overwegende dat tweede verblijvers kunnen genieten van deze inspanningen, maar dat zij geen bijdrage leveren in de algemene financiering van de kosten;
Overwegende dat het bijgevolg gerechtvaardigd is om hiervoor een financiële tussenkomst te vragen;
Overwegende dat het Lokaal Bestuur Geraardsbergen dan ook inkomsten wenst te halen uit woongelegenheden waar niemand staat ingeschreven in het bevolkingsregister en die worden gebruikt als tweede verblijf; dat met de heffing van deze belasting ook zij bijdragen om een deel van deze kosten te financieren;
Overwegende dat de verplaatsbare constructies, die minstens zes maand van het belastingjaar opgesteld blijven om als woongelegenheid te kunnen dienen, in de loop van het belastingjaar op regelmatige basis van eigenaar wisselen; dat het bijgevolg gerechtvaardigd is om deze belasting te berekenen per kwartaal;
Gelet op het decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen; en latere wijzigingen;
Gelet op het decreet lokaal bestuur van 22 december 2017, artikel 40 § 3, houdende de vaststelling van de gemeentelijke reglementen;
Gelet op het budget opgenomen in het meerjarenplan 2026-2031 AR: 73770000-belasting op tweede verblijven – BI: 002000-Fiscale aangelegenheden;
Enig artikel:
Met ingang van 1 januari 2026 tot en met 31 december 2031 wordt een jaarlijkse gemeentebelasting gevestigd op de tweede verblijven gelegen op het grondgebied van Geraardsbergen.
Artikel 1:
§ 1. Als tweede verblijf wordt beschouwd, elke private woongelegenheid op het grondgebied van de gemeente Geraardsbergen waarvan diegene die er effectief gebruik van maakt, voor deze woongelegenheid niet is ingeschreven in de bevolkingsregisters van de gemeente Geraardsbergen, zelfs al gaat het om landhuizen, bungalows, appartementen, grote of kleine weekendhuisjes, optrekjes, chalets en alle andere vaste woongelegenheden, met inbegrip van de met chalets gelijkgestelde caravans en waarvan op basis van objectieve criteria (verbruik gas, water, elektriciteit, diftar) kan aangetoond worden dat deze effectief dienst doet als tweede verblijf.
Zijn vrijgesteld van deze belasting:
§2. Een tweede verblijf voldoet bovendien aan volgende voorwaarden:
§3. De belastingplichtige dient zelf aan te tonen dat het om een tweede verblijf gaat.
Volgende feitelijkheden en bewijsstukken kunnen hiervoor in aanmerking worden genomen:
§4. Indien wordt vastgesteld dat de woongelegenheid niet wordt gebruikt als tweede verblijf, zoals beschreven in artikel 1 § 2 en § 3, wordt de woning opgenomen op de gemeentelijke inventaris van leegstaande woningen en gebouwen.
§5. De door het College van Burgemeester en Schepenen aangestelde personeelsleden, belast met de opsporing van tweede verblijven, bezitten de onderzoeks-, controle- en vaststellingsbevoegdheden, vermeld in artikel 6 van het decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen.
Artikel 2:
De belasting is verschuldigd door de natuurlijke of rechtspersoon die de woongelegenheid gebruikt als tweede verblijf. De belastingplicht geldt ongeacht of de belastingplichtige al dan niet is ingeschreven in de bevolkingsregisters van de gemeente.
Artikel 3:
De belasting wordt vastgesteld op:
Voor een vaste constructie:
De belasting is ondeelbaar en voor het gehele aanslagjaar verschuldigd door de eigenaar op 1 januari van het aanslagjaar. Indien het verblijf in de loop van het belastingjaar betrokken wordt of kan betrokken worden, is de belasting evenwel verschuldigd voor een volledig jaar. Ontstaat de belastbare toestand echter na 30 juni van het belastingjaar dan is de belasting niet verschuldigd.
Voor een verplaatsbare constructie:
De belasting wordt berekend per kwartaal en elk gedeelte ervan wordt voor een volledig kwartaal geteld.
Artikel 4:
Aan de belastingplichtige wordt jaarlijks een voorstel van aangifte toegestuurd. De belastingplichtigen zijn ertoe gehouden jaarlijks het voorstel van aangifte te ondertekenen en in te dienen bij het Lokaal Bestuur Geraardsbergen uiterlijk op 31 december van het aanslagjaar.
Indien dit voorstel van aangifte onjuistheden of onvolledigheden bevat, moet de belastingplichtige het verbeterde voorstel van aangifte, samen met de nodige bewijsstukken, indienen uiterlijk op 31 december van het aanslagjaar.
De belastingplichtige die geen aangifteformulier heeft ontvangen, is gehouden, uiterlijk op 31 december van het aanslagjaar, aan het Lokaal Bestuur Geraardsbergen de voor de aanslag noodzakelijke gegevens ter beschikking te stellen.
Artikel 5:
Bij gebrek aan aangifte binnen de gestelde termijn in dit reglement, of ingeval van onjuiste, onvolledige of onnauwkeurige aangifte zal de belasting van ambtswege ingekohierd worden mits inachtneming van de in artikel 7 van het decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen voorziene bepalingen.
De ambtshalve in te kohieren belasting wordt geheven op basis van de elementen waarover het Lokaal Bestuur beschikt.
Artikel 6:
De belasting wordt ingevorderd bij wege van een kohier dat vastgesteld en uitvoerbaar verklaard wordt door het College van Burgemeester en Schepenen.
De belasting moet betaald worden binnen twee maanden na de verzending van het aanslagbiljet.
Artikel 7:
De belastingschuldige kan bezwaar indienen bij het College van Burgemeester en Schepenen, Weverijstraat 20, 9500 Geraardsbergen of via email naar belastingen@geraardsbergen.be Het bezwaarschrift moet schriftelijk worden ingediend, ondertekend en gemotiveerd zijn en op straffe van verval worden ingediend binnen een termijn van drie maanden te rekenen vanaf de derde werkdag volgend op de datum van de verzending van het aanslagbiljet of vanaf de kennisgeving van de aanslag.
Als het aanslagbiljet verzonden werd via elektronische weg, geldt de datum van de elektronische verzending als datum van zijn verzending. Als het bestuur en de belastingschuldige hetzelfde informatiesysteem gebruiken om berichten elektronisch uit te wisselen, wordt het aanslagbiljet geacht ontvangen te zijn op het tijdstip waarop het aanslagbiljet toegankelijk wordt voor de belastingschuldige.
De belastingschuldige of zijn vertegenwoordiger die gehoord wil worden, moet dit uitdrukkelijk vermelden in het bezwaarschrift.
Van het bezwaarschrift wordt een ontvangstmelding afgegeven, binnen de vijftien kalenderdagen na de indiening ervan.
Artikel 8:
Het College van Burgemeester en Schepenen doet binnen een termijn van zes maanden te rekenen vanaf de datum van ontvangst van het bezwaarschrift, uitspraak op basis van een met redenen omklede beslissing. Die termijn van zes maanden wordt met drie maanden verlengd als de betwiste aanslag ambtshalve werd gevestigd.
Het College van Burgemeester en Schepenen kan bij zijn beslissing de betwiste belasting, belastingverhoging of administratieve geldboete niet vermeerderen. De beslissing van het College van Burgemeester en Schepenen wordt met een aangetekende brief betekend aan de belastingschuldige en, in voorkomend geval, zijn vertegenwoordiger en wordt tevens ter kennis gebracht van de financieel directeur. Deze aangetekende brief vermeldt de instantie waarbij een beroep kan worden ingesteld, evenals de ter zake geldende termijn en vormen.
De beslissing van het College van Burgemeester en Schepenen is onherroepelijk wanneer het beroep niet tijdig bij de bevoegde instantie is ingesteld.
Artikel 9:
Bij gebrek aan een minnelijke betaling binnen de uiterste datum van betaling wordt tot gedwongen invordering van de belasting overgegaan bij middel van een dwangschrift uitgevaardigd door de financieel directeur die belast is met de inning van de schuldvordering.
Bij betwisting kan de schuldvordering ook burgerrechtelijk worden ingevorderd. Bij deze geschillen of betwisting zijn enkel het Vredegerecht Geraardsbergen/Brakel en/of de Rechtbank van Eerste Aanleg te Gent bevoegd.