Overwegende dat het lokaal bestuur tot taak heeft om, ten behoeve van haar inwoners, te voorzien in een goede politie, meer bepaald betreffende de openbare veiligheid en vlotte doorgang op de openbare wegen, de openbare netheid en gezondheid, en de openbare rust en overlast;
Overwegende dat een periodieke bijwerking van politiereglementen opportuun is, omwille van gewijzigde omstandigheden;
Overwegende dat er in 2009 een apart politiereglement werd goedgekeurd met betrekking tot de naleving van de openingsuren van het Abdijpark; dat dit voordien geregeld werd in het algemeen politiereglement; dat dit niet meer kon worden opgenomen in het algemeen politiereglement omwille van het uniformeren van de politiereglementen van Geraardsbergen en Lierde;
Overwegende dat er de afgelopen jaren geen enkele inbreuk werd vastgesteld op het politiereglement; dat er bij de heraanleg van het Abdijpark camera's werden geplaatst; dat het park niet meer fysiek kan worden afgesloten; dat het behouden van openingsuren voor het park bijgevolg niet meer relevant is;
Gelet op de wet van 24 juni 2013 betreffende de gemeentelijke administratieve sancties;
Gelet op het politiereglement betreffende het betreden van het Abdijpark, vastgesteld door de gemeenteraad in zitting van 15 december 2009;
Gelet op de nieuwe gemeentewet, artikelen 119 en 135 §2;
Gelet op het decreet over het lokaal bestuur, artikel 40 §3,
Enig artikel:
Het politiereglement van 15 december 2009 betreffende het betreden van het Abdijpark op te heffen.
Overwegende dat bepaalde evenementen steeds een grote volkstoeloop met zich meebrengen;
Overwegende dat sommige evenementen gepaard gaan met veelvuldig alcoholgebruik en hiermee gepaard gaande overlast;
Overwegende dat er maatregelen nodig zijn om de veiligheid van bezoekers te garanderen en de openbare rust te kunnen waarborgen;
Overwegende dat burgers soms eigen drank in glazen recipiënten meebrengen naar evenementen; dat er vaak drank in glazen recipiënten gekocht worden in nachtwinkels; dat deze praktijk dient vermeden te worden om te beletten dat mensen met glas rondlopen op het openbaar domein;
Overwegende dat de aanwezigheid van flessen, glazen en glasscherven op locaties waar heel veel mensen bijeenkomen en waar alcohol wordt geconsumeerd ontegensprekelijk een veiligheidsrisico met zich meebrengt; dat mensen zich niet alleen kunnen verwonden aan scherven die op de grond liggen, maar dat glas in het ergste geval ook als wapen kan worden gebruikt bij vechtpartijen;
Overwegende dat het gebruik van herbruikbare recipiënten voor drank sinds 1 januari 2020 verplicht is voor evenementen georganiseerd door het Lokaal Bestuur;
Overwegende de beslissing van de veiligheidscel op 23 oktober 2025 dat er zich, ter vrijwaring van de openbare veiligheid en gezondheid, een verbod opdringt op het serveren in of bezitten van glazen recipiënten op bepaalde evenementen op het openbaar domein; dit om een veilig verloop van de evenementen te kunnen garanderen; dat dit politiereglement enkel van toepassing is binnen een evenementenzone; dat er bij het vastleggen van een evenementenzone rekening zal worden gehouden met duidelijke vooraf besproken parameters;
Overwegende dat klanten van horecazaken hun drank vaak nuttigen op het terras of meenemen als ze buiten de zaak willen praten of roken; dat het verbod niet geldt op terrassen binnen de zone; dat uitbaters erop moeten toezien dat de glazen niet meegenomen worden buiten het terras;
Overwegende dat het lokaal bestuur passende maatregelen moet nemen ter vrijwaring van de openbare veiligheid;
Overwegende dat artikel 2, §1, van de wet van 24 juni 2013 betreffende de gemeentelijke administratieve sancties aan de gemeenteraad de keuzevrijheid laat politiestraffen of administratieve sancties te bepalen voor overtredingen van zijn reglementen of verordeningen;
Overwegende dat het administratief strafbaar stellen van overtredingen het lokaal bestuur de mogelijkheid biedt sneller te reageren op problemen van lokale aard;
Nieuwe Gemeentewet, artikel 119 en 135 §2, 2de lid, 3° en 7°;
Overwegende dat het budget voorzien is op volgende budgetsleutel:
Artikel 1:
Het politiereglement inzake het verbod op glazen recipiënten tijdens evenementen op openbaar domein als volgt goed te keuren:
Politiereglement inzake het verbod op glazen recipiënten tijdens evenementen op openbaar domein.
Hoofdstuk 1 – Algemene bepalingen
Artikel 1:
Dit politiereglement heeft tot doel de openbare orde en de veiligheid tijdens evenementen te verzekeren.
Artikel 2:
In dit reglement wordt verstaan onder:
Artikel 3:
Dit reglement is van toepassing op elke evenementenzone gelegen op openbaar domein, zoals aangekondigd door het lokaal bestuur of opgenomen in een door het lokaal bestuur afgeleverde vergunning.
Hoofdstuk 2 – verbodsbepalingen
Artikel 4:
Tijdens evenementen is het verboden om geopende glazen recipiënten, ongeacht hun vorm en inhoud, in bezit te hebben op het openbaar domein binnen de evenementenzone.
Het verbod is niet van toepassing op de vergunde terrassen gelegen binnen de evenementenzone.
Het verbod is niet van toepassing op de afgescheiden ruimtes binnen de evenementenzone met toegangscontrole of voorbehouden aan gasten met een persoonlijke uitnodiging, zoals bepaald in de afgeleverde vergunning.
Artikel 5:
Tijdens evenementen is het verboden om drank in glazen recipiënten, ongeacht hun vorm en inhoud, te serveren op het openbaar domein binnen de evenementenzone.
Het verbod is niet van toepassing op de vergunde terrassen gelegen binnen de evenementenzone. Uitbaters van horecazaken moeten erop toezien dat de glazen recipiënten niet worden meegenomen naar de zone buiten de terrassen.
Het verbod is niet van toepassing op de afgescheiden ruimtes binnen de evenementenzone met toegangscontrole of voorbehouden aan gasten met een persoonlijke uitnodiging. Organisatoren moeten erop toezien dat de glazen recipiënten niet worden meegenomen naar de zone buiten deze ruimtes.
Artikel 6:
Dranken mogen in glazen recipiënten worden verkocht, als deze niet bestemd zijn voor onmiddellijke consumptie binnen de evenementenzone.
Hoofdstuk 3 – sancties
Artikel 7:
Inbreuken op dit reglement kunnen gesanctioneerd worden met een administratieve geldboete.
De administratieve geldboete bedraagt maximaal 500 euro en wordt opgelegd door de sanctionerend ambtenaar conform de procedure vervat in de wet van 24 juni 2013 betreffende de gemeentelijke administratieve sancties.
Artikel 2:
Het politiereglement inzake het verbod op glazen recipiënten tijdens evenementen op openbaar domein treedt in werking op 1 januari 2026.
Artikel 3:
Een afschrift van dit reglement wordt overgemaakt aan de bestendige deputatie van de provincieraad, aan de griffie van de rechtbank van eerste aanleg, aan de griffie van de politierechtbank en aan de lokale politie.
Gelet op de deelname van het Lokaal Bestuur Geraardsbergen in Landschapspark Vlaamse Ardennen vzw;
Gelet op de e-mail van 23 december 2025 van Landschapspark Vlaamse Ardennen vzw, met de vraag om de agenda en het intern regelement voor de Algemene Vergadering van het Landschapspark Vlaamse Ardennen vzw, die plaats zal vinden op 25 februari 2026 ter kennisgeving te agenderen op de gemeenteraad van januari/ februari;
Overwegende dat in de bijlage van deze mail eveneens de voorlopige begroting en toelichting alsook een power-point met activiteitenverslag 2025 werd meegestuurd;
Gelet op de beslissing van de gemeenteraad van 25 februari 2025 waar de gemeenteraad schepen Stephan De Prez aanduidde als vertegenwoordiger in de algemene vergadering van de Landschapspark Vlaamse Ardennen vzw en raadslid Rurik Van Landuyt aanduidde als plaatsvervangend vertegenwoordiger in de algemene vergadering van de Landschapspark Vlaamse Ardennen vzw;
Gelet op het decreet lokaal bestuur van 22 december 2017;
Enig artikel:
Kennis te nemen van de agenda en de bijhorende documentatie van de algemene vergadering van het landschapspark Vlaamse Ardennen van 25 februari 2026.
Gelet op de klacht van raadslid Karel De Moyer van 29 oktober 2025 tegen gemeenteraadsvoorzitter Jimmy Colman Villamayor over een vermeende schending van de deontologische code;
Overwegende dat de deontologische commissie geoordeeld heeft dat de klacht voldoet aan de voorwaarden gesteld in de deontologische code en bijgevolg ontvankelijk is;
Gelet op het verhoor van beide partijen tijdens de zitting van de deontologische commissie;
Gelet op de zitting d.d. 10 december 2025 van de deontologische commissie en het verslag dat ter kennis van de gemeenteraad moet worden gebracht ingevolge art. 8 van het huishoudelijk reglement van de deontologische commissie;
Gelet op het advies van de deontologische commissie om in deze kwestie een rechtzetting te voorzien alsook een vorming te organiseren voor de raadsleden om de deontologische code beter in de praktijk toe te passen;
Gelet op art. 58 van de deontologische code voor de gemeenteraadsleden dat bepaalt "wanneer vaststaat dat er sprake is van overtreding van een regel van de deontologische code, kan dit leiden tot een uitspraak van de gemeenteraad over de betreffende mandataris die de schending heeft begaan".
Overwegende dat de raad het advies van de deontologische commissie integraal volgt stellende dat de voorzitter van de raad een rechtzetting voorziet en dat een vorming zal georganiseerd worden voor de raadsleden om de deontologische code in de praktijk toe te passen;
Gehoord ter zitting de rechtzetting door de voorzitter van de raad Jimmy Colman Villamayor.
Gelet op het decreet lokaal bestuur van 22 december 2017, inzonderheid art. 27 en 39;
Gelet op het besluit van de gemeenteraad van 28 januari 2025 houdende vaststellen van de deontologische code voor de gemeenteraadsleden;
Gelet op het besluit van de gemeenteraad van 28 januari 2025 houdende de oprichting van een deontologische commissie en vaststellen van het huishoudelijk reglement voor de deontologische commissie;
Gelet op het besluit van de gemeenteraad van 25 februari 2025 houdende de samenstelling van de deontologische commissie;
Gelet op het besluit van de gemeenteraad van 25 november 2025 houdende de wijziging van het huishoudelijk reglement voor de deontologische commissie voor de gemeenteraadsleden;
Artikel 1:
Kennis te nemen van het verslag van de zitting van 10 december 2025 van de deontologische commissie betreffende de klacht van raadslid Karel De Moyer tegen de voorzitter van de raad Jimmy Colman Villamayor. De raad sluit zich integraal aan bij het advies van de deontologische commissie.
Artikel 2:
Akte te nemen van de rechtzetting ter zitting door voorzitter Jimmy Colman Villamayor. Een vorming voor alle raadsleden over de toepassing van de deontologische code zal georganiseerd worden.
Gelet op de financiële toestand van het Lokaal Bestuur Geraardsbergen en de wettelijke verplichting om een financieel evenwicht te handhaven;
Overwegende dat het Lokaal Bestuur Geraardsbergen over de nodige financiële middelen dient te beschikken om de haar opgelegde taken, vastgesteld in het meerjarenplan 2026-2031, naar behoren te kunnen vervullen;
Overwegende dat het Lokaal Bestuur muziekinstrumenten ter beschikking stelt aan de leerlingen, die door het Lokaal Bestuur worden aangekocht;
Overwegende dat de aankoop- en eventueel de herstellingskosten van deze muziekinstrumenten voor een gedeelte verhaald worden op de leerlingen, die van deze muziekinstrumenten gebruik maken;
Overwegende dat het Lokaal Bestuur ter ondersteuning gemeentelijke infrastructuur ter beschikking stelt;
Overwegende dat het Lokaal Bestuur lesmateriaal ter beschikking stelt aan de leerlingen, die door het Lokaal Bestuur wordt aangekocht;
Overwegende dat een retributie een kostendekkende vergoeding betreft die de overheid vordert als tegenprestatie voor de levering van een bijzondere dienst aan een derde in diens persoonlijk belang of de toestemming voor een rechtstreeks bijzonder voordeel;
Overwegende dat een retributie gekoppeld is aan een concrete dienst die zelf wordt aangevraagd door de heffingsplichtigen of waar zij direct gebruik van maken;
Overwegende dat het bijgevolg redelijk is om een retributie te vragen als tegenprestatie voor de verleende dienst;
Gelet op het decreet lokaal bestuur van 22 december 2017, artikel 40 § 3, houdende vaststelling van de gemeentelijke reglementen;
Gelet op de omzendbrief DKO/2018/03 met latere wijzigingen van de Vlaamse Regering betreffende het deeltijds kunstonderwijs waarbij onder andere de inschrijvingsvoorwaarden en toelatingsvoorwaarden worden bepaald;
Gelet op het budget opgenomen in het meerjarenplan 2026-2031 AR: 70072000-Overige retributies inzake onderwijs-, kinder en jeugdwerking – BI: 082000-Deeltijds kunstonderwijs;
Gelet op het budget opgenomen in het meerjarenplan 2026-2031 AR: 70289999-Verkoop diverse roerende goederen – BI: 082000-Deeltijds kunstonderwijs;
Gelet op het budget opgenomen in het meerjarenplan 2026-2031 AR: 70060000-Verhuur lokalen, gebouwen en gronden – BI: 082000-Deeltijds kunstonderwijs;
Enig artikel:
Met ingang van 28 januari 2026 tot en met 31 december 2031 wordt het retributiereglement op het verhuren en verkopen van muziekinstrumenten, het verhuren van lokalen van de kunstacademie en op het lesmateriaal en de activiteiten als volgt vastgesteld:
Artikel 1: verhuur en verkoop van muziekinstrumenten
Retributie op het gebruik van muziekinstrumenten, eigendom van het lokaal bestuur.
Er wordt een retributie geheven op het gebruik van muziekinstrumenten, eigendom van het lokaal bestuur. Deze retributie wordt per schooljaar en per categorie vastgesteld.
| categorie |
instrument |
tarief per schooljaar |
| categorie 1 |
accordeon, harp, contrabas |
165 euro |
| categorie 2 |
cello, hobo |
135 euro |
| categorie 3 |
digitale piano |
110 euro |
| categorie 4 |
dwarsfluit, kopers, slagwerk, klarinet, saxofoon |
80 euro |
| categorie 5 |
gitaar (flamenco, akoestisch, elektrisch, klassiek en bas), viool, kinderhoorn |
60 euro |
| categorie 6 |
Pbone, Ptrumpet, Jflute, bariton- en basukelele |
30 euro |
Het verschuldigde bedrag wordt berekend à rato van het aantal resterende maanden van het schooljaar volgens volgende formule:
Resterende maanden van het schooljaar/maanden in het schooljaar
De maand van de terbeschikkingstelling wordt als resterende maand meegeteld.
Toeslag niet-inwoners Geraardsbergen
Voor leerlingen van de kunstacademie die niet op het grondgebied van Geraardsbergen wonen, wordt een toeslag aangerekend op de hierboven vermelde tarieven.
Toeslag verlenging bruikleen
Voor leerlingen die meer dan drie jaar hetzelfde soort muziekinstrument in bruikleen nemen, wordt een toeslag aangerekend op de hierboven vermelde tarieven.
Het instrument wordt uitgeleend voor de periode van ten vroegste 1 september tot 30 juni van het volgend kalenderjaar, en dit voor maximum drie opeenvolgende schooljaren.
Voor leerlingen die tijdens de initiatiecursus reeds een instrument huurden, kan de huur van hetzelfde type instrument worden verlengd tot de volwassenmaat bereikt is.
Leerlingen die een instrument gehuurd hebben tijdens het schooljaar kunnen hier tijdens de zomervakantie blijven gebruik van maken indien zij dit instrument het volgende schooljaar opnieuw wensen te huren en de reeds aangehaalde termijnen hiermee niet overschrijden.
Bij aanvang dient een huurcontract door de leerling, of door één van de ouders, ingevuld en ondertekend te worden. Verlenging voor het volgende schooljaar gebeurt automatisch. Verlenging van gebruik na drie jaar is enkel na advies van de directie mogelijk.
Gehuurde instrumenten kunnen onder geen enkel beding doorverhuurd of onderling geruild worden.
Aanvragen worden toegezegd in chronologische volgorde, en dit zolang er instrumenten beschikbaar zijn.
De ontlener betaalt naast de jaarlijkse retributie een waarborg van 50 euro. De waarborg wordt betaald volgens de betaaltermijnen die vermeld staan op de factuur.
Snaren, vellen, alle accessoires en onderhoudsproducten zoals olie, vet en reinigingsdoekjes zijn steeds ten laste van de huurder. Ander onderhoud, of herstelling, wordt enkel uitgevoerd na advies van de directie, die een hersteller aanstelt.
Omruilen van een instrument voor een instrument van hetzelfde type, is mogelijk indien er moet gewisseld worden naar een grotere maat, of indien het instrument, ondanks normaal gebruik, defecten vertoont. Dit zolang er instrumenten beschikbaar zijn. Er wordt een omruilformulier ingevuld.
Bij teruggave wordt elk instrument nagekeken door de leerkracht of de verantwoordelijke van de academie. Het oordeel van de academie is bindend voor eventuele kosten.
De directie van de stedelijke kunstacademie behoudt het recht om het instrument voor nazicht op te vragen gedurende eerder welk moment van de huurperiode.
Wanneer de leerling tijdens het schooljaar zijn studies van het desbetreffende instrument stopzet dient het instrument binnen de 7 dagen terug binnengebracht te worden. Bij het inleveren wordt een teruggaveformulier ingevuld. Het verschuldigde of reeds betaalde huurgeld kan in dat geval onder geen enkele voorwaarde geannuleerd of terugbetaald worden.
Bij het laattijdig inleveren van een huurinstrument behoudt de stad het recht om de waarborg gedeeltelijk of volledig in te houden.
Wanneer het instrument niet binnen de 30 dagen terug binnengebracht wordt, zal de waarborg steeds volledig worden ingehouden.
Indien na 2 verwittigingen het instrument nog steeds niet werd ingeleverd zal het tegen kostprijs worden aangerekend.
In geval van beschadiging zal de kunstacademie instaan voor de herstelling van het instrument en zal de kostprijs worden aangerekend en verrekend met de waarborg. Indien de waarborg onvoldoende blijkt zal het saldo worden aangerekend.
Bij disproportionele herstelkosten of onherstelbare schade aan een instrument, zal de vervangwaarde van het instrument, welke bepaald wordt na advies van directie en leerkracht, worden aangerekend.
Bij verlies of diefstal zal de vervangwaarde worden aangerekend.
De school biedt geen verzekering aan voor de huurinstrumenten.
Houders van de UiTPAS met kansentarief betalen 20% van het volledige tarief. De waarborg en eventuele toeslagen blijven onveranderd.
De huurder verbindt zich ertoe het instrument en alle toebehoren zorgvuldig te behandelen en op een veilige plaats te bewaren.
De huurder is verantwoordelijk voor het instrument vanaf het moment van afhaling tot en met de teruggave, inclusief het transport.
Toebehoren zoals koffers, strijkstokken, schoudersteunen, mondstukken, etc. vallen onder dezelfde voorwaarden als het instrument zelf.
De huurder verbindt zich ertoe elke vorm van schade veroorzaakt aan het instrument of toebehoren te melden aan de kunstacademie.
Bij het niet naleven van deze richtlijnen kan de stad de huur stopzetten, en verdere verhuringen weigeren.
Artikel 2: lesmateriaal en activiteiten
Materiaal aangekocht via het Lokaal Bestuur en terugbetaald door de leerlingen/cursisten:
Houders van de UiTPAS met kansentarief betalen 20% van het volledige tarief.
Materiaal aangekocht door de leerling/cursist/vriendenkring van de academie:
Houders van de UiTPAS met kansentarief betalen 20% van het volledige tarief.
Uitstappen, bijwonen voorstellingen, tentoonstellingen,…: houders van de UiTPAS met kansentarief betalen 20% van het volledige tarief.
Artikel 3: verhuur lokalen van de kunstacademie
Categorieën gebruikers
| Cat. A |
Verenigingen erkend door het Lokaal Bestuur Geraardsbergen en/of aangesloten bij de adviesraad |
| Cat. B |
Verenigingen of individuele personen van Geraardsbergen maar erkend door het Lokaal Bestuur Geraardsbergen en/of aangesloten bij de adviesraad |
| Cat. C |
Alle andere aanvragers |
Tarieven
Dagdeel: 9u tot 13u / 13u tot 17u / 17u tot 21u
Extra materiaal is niet inbegrepen in het basistarief.
Artikel 4 : indexatie
De retributies worden jaarlijks op 1 januari geïndexeerd volgens de gezondheidsindex. De aanvangsindex is de gezondheidsindex van december 2025. De aanpassing gebeurt op basis van de volgende formule:
Nieuw tarief = huidig bedrag X gezondheidsindex van de maand december die aan de aanpassing voorafgaat / Aanvangsindex.
Het nieuwe bedrag, bekomen na indexatie, wordt afgerond op het dichtste veelvoud van één tiende. Als twee veelvouden even dicht liggen, wordt het bedrag afgerond naar boven.
Artikel 5 : betalingsvoorwaarden
Alle retributies zijn ondeelbaar verschuldigd en dienen te worden betaald na toezending van een factuur. Het factuurbedrag moet betaald worden binnen de termijn die op de factuur staat vermeld.
Het college van burgmeester en schepenen kan steeds weigeren nog diensten te verstrekken indien de retributies die verschuldigd zijn niet werden betaald.
Artikel 6 : minnelijke invorderingsprocedure
Indien de factuur niet of onvolledig werd betaald binnen de termijn van dertig kalenderdagen volgend op de factuurdatum, wordt de debiteur aan de hand van een eerste herinnering uitgenodigd het verschuldigde bedrag te betalen binnen een termijn van vijftien kalenderdagen vanaf de verzending van de eerste en laatste herinnering.
Artikel 7 : gedwongen invorderingsprocedure
Er is geen bijzondere procedure voorzien voor de invordering van retributies.
Artikel 177 van het decreet lokaal bestuur is eveneens van toepassing op de invordering van retributies: met het oog op de invordering van de fiscale en niet-fiscale ontvangsten kan de financieel directeur een dwangbevel uitvaardigen, geviseerd en uitvoerbaar verklaard door het college van burgemeester en schepenen, om onbetwiste en opeisbare niet-fiscale schuldvorderingen in te vorderen. Het dwangbevel wordt betekend bij deurwaardersexploot.
Een dwangbevel kan door het college van burgmeester en schepenen alleen worden geviseerd en uitvoerbaar verklaard worden als de schuld opeisbaar, vaststaand en zeker is. De schuldenaar moet bovendien vooraf aangemaand zijn met een aangetekende brief, met een brief die afgegeven wordt tegen ontvangstbewijs, of via een elektronische melding van gegevens die voldoet aan de voorwaarden, vermeld in artikel 2281 van het burgerlijk wetboek, en die een bewijs oplevert van deze melding, van het tijdstip waarop ze is verricht en van de authenticiteit en de integriteit van de verwerkte gegevens.
De gemeente zal administratieve kosten aanrekenen voor die aangetekende brief, zoals bepaald in het retributiereglement factuurvoorwaarden en invorderingskosten niet-fiscale ontvangsten. De kosten zijn ten laste van de schuldenaar en kunnen ook ingevorderd worden via het dwangbevel.
Bij betwisting van de schuldvordering zijn de gewone burgerlijke rechtbanken bevoegd.
Overwegende dat onderhoud aan de grachten en onbevaarbare waterlopen noodzakelijk is en dit op volgende locaties: Heirweg, Nuchten, Atembekestraat, Gelembekestraat, Heidestraat, Moutstraat, Bosstraat, Koppenhollestraat, Dieveketse, Embeke, Hof Van Lierstraat, Damstraat, Spekgatstraat, Eersbekeweg, Goeferdingeplein, Lindestraat, Zavelstraat, Kohoorstraat, Meerslos, Dokter Derolaan, Kalenberg, Gapenberg en Keistraat;
Overwegende dat in het kader van deze opdracht ‘Onderhoud grachten en onbevaarbare waterlopen 2026’ een bestek met nr. W/2026/001 werd opgesteld door de Centrale aankoopdienst in samenspraak met Afdeling Ruimte, dienst uitvoering;
Overwegende dat deze opdracht wordt gegund via de Openbare Procedure;
Gelet op het Decreet Lokaal Bestuur van 22 december 2017, inzonderheid artikelen 40 en 41, houdende de bevoegdheden van de gemeenteraad;
Gelet op de wet van 29 juli 1991 houdende de uitdrukkelijke motiveringsplicht van bestuurshandelingen, en latere wijzigingen;
Gelet op het Bestuursdecreet van 7 december 2018;
Gelet op het Decreet Lokaal Bestuur van 22 december 2017, meer bepaald artikelen 326 tot en met 341 houdende het bestuurlijk toezicht;
Gelet op de wet van 17 juni 2013 houdende de motivering, de informatie en de rechtsmiddelen inzake overheidsopdrachten, bepaalde opdrachten voor werken, leveringen en diensten en concessies, en latere wijzigingen;
Gelet op de wet van 17 juni 2016 en latere wijzigingen inzake overheidsopdrachten, inzonderheid artikel 36 en artikel 57;
Gelet op het koninklijk besluit van 14 januari 2013 tot bepaling van de algemene uitvoeringsregels van de overheidsopdrachten, en latere wijzigingen;
Gelet op het koninklijk besluit van 18 april 2017 houdende plaatsing overheidsopdrachten klassieke sectoren, en latere wijzigingen;
Overwegende dat de uitgave voor deze opdracht wordt geraamd op 231.955,00 euro + 48.710,55 euro (21% btw medecontractant) = 280.665,55 euro;
Overwegende dat de uitgave voor deze opdracht voorzien is in het Meerjarenplan 2026-3031, AR 61031000 Werken aan waterlopen, BI 031900 Regen- en afvalwater – Onderhoud onbevaarbare waterlopen,
Artikel 1:
Goedkeuring te verlenen aan het bestek met nr. W/2026/001 en de raming voor de opdracht ‘Onderhoud grachten en onbevaarbare waterlopen 2026’, opgesteld door de Centrale aankoopdienst in samenspraak met Afdeling Ruimte, dienst uitvoering. De lastvoorwaarden worden vastgesteld zoals voorzien in het bestek en zoals opgenomen in de algemene uitvoeringsregels van de overheidsopdrachten. De raming bedraagt 231.955,00 euro + 48.710,55 euro (21% btw medecontractant) = 280.665,55 euro.
Artikel 2:
Bovengenoemde opdracht wordt gegund via de openbare procedure.
Artikel 3:
De aankondiging van de opdracht wordt ingevuld, goedgekeurd en bekendgemaakt op nationaal niveau.
Overwegende dat er een selectieprocedure dient opgestart te worden voor de aanstelling van een algemeen directeur, in kader van geplande pensionering;
Overwegende dat voor de begeleiding van deze selectieprocedure een externe consultant dient aangesteld te worden met aantoonbare ervaring in directie- en managementselectie, bij voorkeur binnen een lokaal bestuur en begeleid door een senior consultant;
Overwegende dat voor deze opdracht een beschrijving werd opgesteld;
Overwegende dat wordt voorgesteld om volgende consultants aan te schrijven:
- Motmans en partners, Herkenrodesingel 8D bus 4.02 te 3500 Hasselt,
- Ascento; Stationsstraat 120 te 2800 Mechelen,
- Probis, Vliegvelddreef 9 te 1082 Brussel en
- Solvus, Moutstraat 72 te 9000 Gent;
Gelet op het Decreet Lokaal Bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen,
Gelet op het Decreet Lokaal Bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen, meer bepaald artikelen 326 tot en met 341 houdende het bestuurlijk toezicht;
Gelet op het besluit van de Vlaamse Regering van 20 januari 2023 tot vaststelling van de minimale voorwaarden van de rechtspositieregeling van het personeel van lokale en provinciale besturen, meer bepaald artikel 8;
Gelet op de wet van 29 juli 1991 houdende de uitdrukkelijke motiveringsplicht van bestuurshandelingen, en latere wijzigingen;
Gelet op het Bestuursdecreet van 7 december 2018;
Gelet op de wet van 17 juni 2013 houdende de motivering, de informatie en de rechtsmiddelen inzake overheidsopdrachten, bepaalde opdrachten voor werken, leveringen en diensten en concessies, en latere wijzigingen;
Gelet op de wet van 17 juni 2016 en latere wijzigingen inzake overheidsopdrachten, inzonderheid artikel 42, § 1, 1° a) (de goed te keuren uitgave excl. btw bereikt de drempel van 140.000,00 euro niet);
Gelet op het koninklijk besluit van 14 januari 2013 tot bepaling van de algemene uitvoeringsregels van de overheidsopdrachten, en latere wijzigingen;
Gelet op het koninklijk besluit van 18 april 2017 houdende plaatsing overheidsopdrachten klassieke sectoren, en latere wijzigingen, inzonderheid artikel 90, 1°;
Gelet op de beschrijving van deze opdracht;
Overwegende dat de kost voor deze opdracht geraamd wordt op 20 000 euro;
Overwegende dat het nodige budget voorzien in het Meerjarenplan 2026-3031 onder AR 61399999 Diverse dienstprestaties van derden – BI 011200 Personeelsdienst en vorming,
Artikel 1:
Goedkeuring te verlenen voor de opstart van een prijsvraag voor de aanduiding van een consultant belast met de selectieprocedure voor de aanstelling van een algemeen directeur.
Artikel 2:
Goedkeuring te verlenen aan de beschrijving van de opdracht en hiertoe volgende consultants aan te schrijven:
- Motmans en partners, Herkenrodesingel 8D bus 4.02 te 3500 Hasselt,
- Ascento; Stationsstraat 120 te 2800 Mechelen,
- Probis, Vliegvelddreef 9 te 1082 Brussel en
- Solvus, Moutstraat 72 te 9000 Gent.
Gelet op het bericht van de gemeente Galmaarden van 28 juni 2023 dat het Agentschap Wegen en Verkeer Vlaams-Brabant de vraag tot snelheidsverlaging 50 kilometer per uur vanaf de grens met Galmaarden tot aan de bebouwde kom van Moerbeke aan het Agentschap Wegen en Verkeer Oost-Vlaanderen zal voorleggen;
Gelet op het overleg met het Agentschap Wegen en Verkeer van 19 oktober 2023 tot het verlagen van het snelheidsregime langs N272 Pauwelstraat van 70 km/u naar 50 km/u tussen einde bebouwde kom Moerbekeplein en de grens met Galmaarden;
Gelet op het bericht van de gemeente Galmaarden van 8 februari 2024 dat Galmaarden nog een aanvullend reglement diende op te maken;
Gelet op het bericht van de gemeente Pajottegem van 13 november 2025 met een schets van het snelheidsregime ter hoogte van de gemeentegrenzen;
Gelet op het verslag van het overleg met het Agentschap Wegen en Verkeer van 27 november 2025;
Overwegende dat een aanpassing van het snelheidsregime naar 50 kilometer per uur een logische voortzetting is van het snelheidsregime in Pajottegem tussen haar grens en de bebouwde kom van Moerbeke;
Gelet op de wegverkeerswet van 16 maart 1968;
Gelet op de wegcode van 1 december 1975:
Gelet op de Nieuwe Gemeentewet van 24 juni 1988;
Gelet op het decreet betreffende de aanvullende reglementen van 16 mei 2008;
Gelet op het decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017;
Gelet op het ministerieel besluit van 11 oktober 1976 betreffende de plaatsingsvoorwaarden van de verkeerstekens;
Gelet op het uitvoeringsbesluit van 23 januari 2009 betreffende de aanvullende reglementen;
Gelet op de omzendbrief MOB/2009/1 van 3 april 2009 betreffende de gemeentelijke aanvullende reglementen;
Gelet op het besluit van de gemeenteraad van 30 maart 2004 houdende de vaststelling van het aanvullend verkeersreglement Geraardsbergen;
Gelet op het besluit van de gemeenteraad van 23 mei 2017 houdende de delegatie van bevoegdheid voor het vaststellen van aanvullende verkeersreglementen aan het college van burgemeester en schepenen met uitzondering van de reglementen met betrekking tot:
Overwegende dat de wegbeheerder instaat voor het plaatsen van de verkeersborden;
Artikel 1:
Langsheen N272 Pauwelstraat vanaf de grens met Pajottegem tot begin bebouwde kom Moerbeke de snelheid te beperken tot 50 kilometer per uur in beide richtingen. Deze verkeerssituatie wordt als volgt gesignaleerd;
Artikel 2:
Dit besluit ter goedkeuring over te maken aan het Departement Openbare Werken en Mobiliteit.
Gelet op het project handhaving zwerfvuil, waardoor het lokaal bestuur gratis een beroep kan doen op de handhavers zwerfvuil van de Openbare Vlaamse Afvalstoffenmaatschappij (OVAM);
Gelet op het project van Intercommunale Land van Aalst (ILvA), die verplaatsbare vaste camera's in Geraardsbergen inzet in de strijd tegen zwerfvuil en sluikstort;
Overwegende dat de GAS-wetgeving voorziet dat gewestelijke ambtenaren en personeelsleden van intergemeentelijke samenwerkingsverbanden vaststellingen kunnen doen van inbreuken;
Overwegende dat de aangestelde overheid of entiteit binnen haar personeelsbestand de personen aanduidt die vaststellingsbevoegdheid toegekend krijgen; dat deze personeelsleden voldoen aan de vereisten zoals bepaald in het koninklijk besluit van 21 december 2013 tot vaststelling van de minimumvoorwaarden inzake selectie, aanwerving, opleiding en bevoegdheid van de ambtenaren en personeelsleden die bevoegd zijn tot vaststelling van inbreuken die aanleiding kunnen geven tot de oplegging van een gemeentelijke administratieve sanctie;
Overwegende dat de aangestelde overheid of entiteit ervoor moet zorgen dat het lokaal bestuur kan nagaan of een persoon van wie vastgesteld werd dat deze vaststellingstaken uitoefende op het grondgebied van de stad, wel degelijk hiertoe werd aangeduid door de overheid of entiteit; dat er bijgevolg kan nagegaan worden of de vaststellingen rechtsgeldig zijn; de aangestelde overheid of entiteit houdt hiertoe een lijst bij van namen en rijksregisternummers van de vaststellers;
Gelet op de noodzaak om deze overheid of entiteit aan te wijzen met het oog op de sanctionering van overtredingen op de bepalingen van het algemeen politiereglement die binnen hun welomschreven bevoegdheid te situeren zijn; dat deze vaststellers enkel binnen de omschreven bevoegdheid mogen optreden; dat de bevoegdheden van OVAM-vaststellers beperkt worden tot controles rond zwerfvuil; dat zij niet mogen worden ingezet voor controles rond sluikstorten, analyse van camerabeelden, sensibiliserende acties, controle op het onreglementair aanbieden van huisvuil of andere afvalovertredingen; dat de bevoegdheden van ILvA-vaststellers beperkt worden tot afvalgerelateerde vormen van overlast vastgelegd op camerabeelden;
Overwegende dat er bij gemeenteraadsbesluit van 16 december 2025 een nieuw algemeen politiereglement werd goedgekeurd; dat de artikelnummers in het politiereglement veranderd zijn; dat de GAS-wet stipuleert dat de artikelen, waarvoor de vaststellers van OVAM en ILvA bevoegd zijn, limitatief moeten worden opgesomd in het aanstellingsbesluit; dat er bijgevolg een nieuw aanstellingsbesluit moet worden goedgekeurd;
Gelet op de wet van 24 juni 2013 betreffende de gemeentelijke administratieve sancties en meer in het bijzonder artikel 21 §1;
Gelet op het koninklijk besluit van 21 december 2013 tot vaststelling van de minimumvoorwaarden inzake selectie, aanwerving, opleiding en bevoegdheid van de ambtenaren en personeelsleden die bevoegd zijn tot vaststelling van inbreuken die aanleiding kunnen geven tot de oplegging van een gemeentelijke administratieve sanctie;
Gelet op het algemeen politiereglement Geraardsbergen/Lierde, goedgekeurd op de gemeenteraad van 16 december 2025, artikelen 40, 41 en 78;
Gelet op het decreet lokaal bestuur van 22 december 2017;
Artikel 1:
OVAM en ILvA respectievelijk aan te wijzen als overheid en entiteit die vaststellingen mag doen op het grondgebied van Geraardsbergen in het kader van gemeentelijke administratieve sancties.
Artikel 2:
De vaststellers mogen enkel overtredingen vaststellen op artikelen 40, 41 en 78 van het algemeen politiereglement Geraardsbergen/Lierde.
Artikel 3:
Het aanstellingsbesluit van 30 januari 2024 wordt opgeheven.
Gelet op het besluit van 3 maart 2020 betreffende het goedkeuren van de convenant tussen het Lokaal Bestuur Geraardsbergen en Vrienden van Musea Hunnegem;
Overwegende dat de voorbije werkingsjaren hebben aangetoond dat de samenwerking heeft bijgedragen aan het cultureel en toeristisch aanbod van Geraardsbergen en dat de erfgoedpartner haar rol opneemt op het vlak van publiekswerking, deelname aan bovenlokale initiatieven en een continue zorg voor het erfgoed van en op de site;
Overwegende dat de werking van Musea Hunnegem werd uitgebreid met de filmclub 'Nachtvlinders', die zal instaan voor een periodieke filmvoorstelling met gastsprekers en filmgerelateerde evenementen voor de promo van het Vlaams filmarchief, gehuisvest op deze site;
Overwegende dat de toelage werd verhoogd van € 7.500 naar € 11.500, waarvan € 4.000 voor de organisaties vanuit filmclub ‘Nachtvlinders’;
Overwegende dat met deze convenant continuïteit en verdere verankering van het museum binnen het cultuur- en toerismebeleid wordt verzekerd;
Overwegende dat het daarom aangewezen is deze bestaande convenant te verlengen voor de periode 2026-2031;
Gelet op artikel 41 van het decreet Lokaal Bestuur;
Gelet op het meerjarenplan 2026-2031 en de daaraan gekoppelde budgetten via AR: 64910000 en BI: 070000;
Enig artikel:
De convenant tussen het Lokaal Bestuur Geraardsbergen en Vrienden van Musea Hunnegem als volgt te verlengen:
Artikel 1: Partijen
Deze convenant wordt afgesloten tussen het Lokaal Bestuur Geraardsbergen en de feitelijke vereniging Vrienden van Musea Hunnegem.
• Het Lokaal Bestuur Geraardsbergen wordt vertegenwoordigd door de heer Jimmy Colman, voorzitter gemeenteraad en mevrouw Veerle Alaert, algemeen directeur.
• De feitelijke vereniging Vrienden van Musea Hunnegem, postadres Gasthuisstraat 104, 9500 Geraardsbergen, wordt vertegenwoordigd door de heer Albert Gossye, voorzitter en de heer Philippe Haegeman, coördinator.
Artikel 2: Opdracht
Deze convenant wordt afgesloten met het doel de samenwerking tussen het Lokaal Bestuur en de Musea Hunnegem te versterken op cultureel en toeristisch vlak.
Musea Hunnegem brengt verschillende thema’s samen, waaronder de ontstaansgeschiedenis van de stad en de site, en huisvest tevens het museum en archief van de Vlaamse Film en de filmclub Nachtvlinders.
De musea bieden ook onderdak aan verschillende culturele verenigingen, zoals fotokring Focus, de Geraardsbergse stripvrienden, Wings of Memory, Waerbeke en Gerardimontium, voor vergaderingen, archief, tentoonstellingen, evenementen enz..
Het Lokaal bestuur biedt een ondersteunend kader zowel financieel, promotioneel als logistiek.
Hiertegenover staat het engagement van de feitelijke vereniging Vrienden van Musea Hunnegem om het cultureel en toeristisch aanbod van de stad mee te versterken.
Artikel 3: Duur van de overeenkomst
De duur van deze convenant loopt van 1 januari 2026 tot en met 31 december 2031. Deze convenant kan door een van beide partijen worden stopgezet, mits een tijdige en schriftelijke melding.
Artikel 4: Doelstellingen en afspraken vanwege het Museum
Door het sluiten van deze convenant verbindt de feitelijke vereniging Vrienden van Musea Hunnegem zich gedurende de looptijd van het convenant volgende doelstellingen na te streven:
- De Musea tracht binnen zijn mogelijkheden tegemoet te komen aan de vier basisfuncties van een museum: verzamelen, behoud en beheer, onderzoek en publieksgerichte functie;
- De Musea werkt samen met andere erfgoedpartners op lokaal en intergemeentelijk niveau;
- op vraag van de dienst of op eigen initiatief wordt er deelgenomen aan bovenlokale initiatieven zoals de Erfgoeddag, Open Monumentendag,…;
- het rondleiden van groepen in overleg met de dienst Toerisme en scholen;
- het maken van een beknopt actieplan voor het komende jaar en een jaarverslag met beschrijving van de activiteiten en het aantal bezoekers en afkomst;
- het zetelen in de Erfgoedcommissie;
- aanpassingen aan tarieven voor toegangsgelden en arrangementen worden gemeld aan het Lokaal Bestuur Geraardsbergen;
- de feitelijke vereniging Vrienden van Musea Hunnegem kan lid worden van een adviesraad maar kan geen verdere aanspraak maken op gemeentelijke subsidies verbonden aan dit lidmaatschap;
- de museumbeheerder is zelf verantwoordelijk voor de veiligheid van het publiek bij het organiseren van de eigen evenementen.
- de filmclub ‘Nachtvlinders’ staat in voor een periodieke filmvoorstelling met een gastspreker en organiseert filmgerelateerde evenementen voor de promotie van het Vlaams filmarchief in Geraardsbergen.
Artikel 5: Verantwoording van de museumbeheerder
Deze doelstellingen worden opgevolgd door het indienen van een beknopt jaaractieplan en een jaarverslag. Deze verantwoordingsstukken dienen uiterlijk eind februari te worden ingediend.
Het jaaractieplan omvat een omschrijving van de geplande erfgoedactiviteiten (deelname aan erfgoedprojecten of -evenementen, de organisatie van tentoonstellingen, acties met betrekking tot de museumcollectie & filmevenementen, samenwerkingsinitiatieven, schoolbezoeken, enz.), acties rond publiekswerving en een jaarbegroting.
In het jaarverslag volgt telkens de evaluatie van dit alles.
Artikel 6: Communicatie
De feitelijke vereniging Vrienden van Musea Hunnegem zal in haar promotie van activiteiten en in haar externe communicatie het stadslogo vermelden. Het college van burgemeester en schepenen, de gemeenteraadsleden en de betrokken diensten zullen tevens voor deze activiteiten worden uitgenodigd.
Artikel 7: Engagement vanwege het bestuur
Het bestuur voorziet in een jaarlijkse toelage van 11.500 euro voor de uitvoering van deze opdracht, waarvan:
• 7.500 euro voor de uitvoering van de museale verantwoordelijkheden en
• 4.000 euro voor de organisaties vanuit filmclub ‘Nachtvlinders'
De toelage wordt gestort uiterlijk 1 maand na ontvangst van het jaarverslag.
Gelet op het besluit van 3 maart 2020 betreffende het goedkeuren van de convenant tussen het Lokaal Bestuur Geraardsbergen en het museum 't Aloam;
Overwegende dat de voorbije werkingsjaren hebben aangetoond dat de samenwerking heeft bijgedragen aan het cultureel en toeristisch aanbod van Geraardsbergen en dat de erfgoedpartner haar rol opneemt op vlak van publiekswerking en en continue zorg voor het erfgoed van en op de site;
Overwegende dat met deze convenant continuïteit en verdere verankering van het museum binnen het cultuur-toerismebeleid wordt verzekerd;
Overwegende dat het daarom aangewezen is deze bestaande convenant te verlengen voor de periode 2026-2031;
Gelet op artikel 41 van het decreet Lokaal Bestuur;
Gelet op het meerjarenplan 2026-2031 en de daaraan gekoppelde budgetten via AR: 64910000 en BI: 070000;
Enig artikel:
De convenant tussen het Lokaal Bestuur Geraardsbergen en het museum 't Aloam als volgt te verlengen:
Artikel 1: Partijen
Deze convenant wordt afgesloten tussen het Lokaal Bestuur Geraardsbergen en vzw Museum ’t Aloam.
• Het Lokaal Bestuur Geraardsbergen wordt vertegenwoordigd door de heer Jimmy Colman, voorzitter gemeenteraad en mevrouw Veerle Alaert, algemeen directeur.
• De vzw Museum ’t Aloam, gelegen Edingseweg 401, 9500 Viane, wordt vertegenwoordigd door de heer Jef Merckaert.
Artikel 2: Opdracht
Deze convenant wordt afgesloten met het doel de samenwerking tussen het Lokaal Bestuur en het museum ’t Alaom te versterken op cultureel en toeristisch vlak. Het Lokaal bestuur biedt een ondersteunend kader zowel financieel, promotioneel als logistiek.
Hiertegenover staat het engagement van Museum ’t Aloam om het cultureel en toeristisch aanbod van de stad mee te versterken.
Artikel 3: Duur van de overeenkomst
De duur van deze convenant loopt van 1 januari 2026 tot en met 31 december 2031. Deze convenant kan door een van beide partijen worden stopgezet, mits een tijdige en schriftelijke melding.
Artikel 4: Doelstellingen en afspraken vanwege het Museum
Door het sluiten van deze convenant verbindt het Museuam zich gedurende de looptijd van het convenant volgende doelstellingen na te streven:
- het Museum tracht binnen zijn mogelijkheden tegemoet te komen aan de vier basisfuncties van een museum: verzamelen, behoud en beheer, onderzoek en publieksgerichte functie;
- het Museum werkt samen met andere erfgoedpartners op lokaal en intergemeentelijk niveau;
- op vraag van de dienst of op eigen initiatief wordt er deelgenomen aan bovenlokale initiatieven zoals de Erfgoeddag, de Dag van de Ambachten, Open Monumentendag, Open Molendag, ….;
- het rondleiden van groepen in overleg met de dienst Toerisme en scholen;
- het maken van een beknopt actieplan voor het komende jaar en een jaarverslag met beschrijving van de activiteiten en het aantal bezoekers en afkomst;
- het zetelen in de Erfgoedcommissie;
- aanpassingen aan tarieven voor toegangsgelden en arrangementen worden gemeld aan het Lokaal Bestuur Geraardsbergen;
- het Museum kan lid worden van een adviesraad maar kan geen verdere aanspraak maken op gemeentelijke subsidies verbonden aan dit lidmaatschap;
- de museumbeheerder is zelf verantwoordelijk voor de veiligheid van het publiek bij het organiseren van de eigen evenementen.
Artikel 5: Verantwoording van de museumbeheerder
Deze doelstellingen worden opgevolgd door het indienen van een beknopt jaaractieplan en een jaarverslag. Deze verantwoordingsstukken dienen uiterlijk eind februari te worden ingediend.
Het jaaractieplan omvat een omschrijving van de geplande erfgoedactiviteiten (deelname aan erfgoedprojecten of -evenementen, de organisatie van tentoonstellingen, acties m.b.t. de museumcollectie, samenwerkingsinitiatieven, schoolbezoeken, enz.), acties rond publiekswerving en een jaarbegroting.
In het jaarverslag volgt telkens de evaluatie van dit alles.
Artikel 6: Communicatie
Het Museum ’t Aloam zal in zijn promotie van activiteiten en in zijn externe communicatie het stadslogo vermelden. Het college van burgemeester en schepenen, de gemeenteraadsleden en de betrokken diensten zullen tevens voor deze activiteiten worden uitgenodigd.
Artikel 7: Engagement vanwege het bestuur
Het bestuur voorziet in een jaarlijkse toelage van 7.500 euro voor de uitvoering van deze opdracht.
De toelage wordt gestort uiterlijk 1 maand na ontvangst van het jaarverslag.
Gelet op het besluit van 3 maart 2020 betreffende het goedkeuren van de convenant tussen het Lokaal Bestuur Geraardsbergen en de Reuzengilde vzw;
Overwegende dat artikel 1 van de convenant 2020-2025 met Reuzengilde vzw bepaalt dat "de beheersovereenkomst wordt afgesloten voor een termijn ingaande op 1 januari 2020 en eindigend op 31 december 2025. Partijen komen overeen dat deze overeenkomst na afloop van deze termijn stilzwijgend hernieuwd wordt, telkens voor een periode van zes jaar. Dit is gelijklopend met de mandaten van de verkozen raad van bestuur plus 1 jaar.";
Overwegende dat de Reuzengilde vzw een belangrijke rol speelt in het behoud en de uitdraging van het lokaal cultureel erfgoed en dat een hernieuwing van het convenant noodzakelijk is om de continuïteit van haar werking te waarborgen; dat de convenant 2020 -2025 bijgevolg op 1 januari 2026 conform artikel 1 van de convenant 2020 -2025 stilzwijgend verlengd werd voor een periode van 6 jaar;
Overwegende dat de toelage evenwel verhoogd werd van 6.500 naar 7.500 euro om dezelfde werking te kunnen behouden;
Overwegende dat het daarom aangewezen is deze bestaande convenant te wijzigen voor de periode 2026-2031;
Gelet op artikel 41 van het decreet Lokaal Bestuur;
Gelet op het meerjarenplan 2026-2031 en de daaraan gekoppelde budgetten via AR: 64910000 en BI: 072900.
Enig artikel:
De convenant tussen het Lokaal Bestuur Geraardsbergen en de Reuzengilde vzw als volgt te wijzigen:
Artikel 1: Partijen
Deze convenant wordt afgesloten tussen het Lokaal Bestuur Geraardsbergen en Reuzengilde Geraardsbergen vzw.
• Het Lokaal Bestuur Geraardsbergen, met zetel te Weverijstraat 20, 9500 Geraardsbergen, wordt vertegenwoordigd door de heer Jimmy Colman, voorzitter gemeenteraad en mevrouw Veerle Alaert, algemeen directeur.
• De Reuzengilde Geraardsbergen vzw, met zetel te Solleveld 1, 9500 Geraardsbergen, wordt vertegenwoordigd door de heer Robin Ronsyn, voorzitter, de heren Kevin Matthijs en Samuel Goossens, ondervoorzitters, de heer Lander Van Der Linden, secretaris, de heer Steven De Langhe, penningmeester en de heer Dean De Smet, chef historiek.
Artikel 2: Voorwerp van de overeenkomst
Het Lokaal Bestuur Geraardsbergen is eigenaar van “De Geraardsbergse Reuzen” bestaande uit een aantal reuzen en attributen zoals opgesomd in bijlage 1 aan deze overeenkomst.
De vzw. ”Reuzengilde Geraardsbergen” werd door een aantal vrijwilligers opgericht met o.m. volgende doelstelling die statutair bepaald werd: het bekend maken van de Geraardsbergse Reuzenfamilie in en buiten de stad Geraardsbergen, het in stand houden van de folklore, de traditionele feestelijkheden en de toeristische eigenschappen van de Reuzenfamilie van Geraardsbergen, dit alles buiten alle politieke, godsdienstige en filosofische levensbeschouwingen.
Om haar doelstellingen te verwezenlijken zal de vzw. ”Reuzengilde Geraardsbergen” instaan voor de opleiding en het leveren van de nodige dragers om de Geraardsbergse Reuzen te dragen en laten dansen.
De vzw. ”Reuzengilde Geraardsbergen” zal voor de realisatie van haar doelstellingen actief overleggen met de stedelijke ambtenaren die bevoegd zijn voor het erfgoed en feestelijkheden en er naar streven om met de stad en andere partners te overleggen over organisatie en deelname aan evenementen, reuzenstoeten en publieke feesten.
Het Lokaal Bestuur Geraardsbergen geeft Reuzengilde Geraardsbergen vzw., die aanvaardt, de goederen omschreven in bijlage 1 in beheer. Het Lokaal Bestuur Geraardsbergen verklaart volledig eigenaar te zijn van de vermelde goederen.
Artikel 3: Duur van de overeenkomst
De beheersovereenkomst wordt afgesloten voor een termijn ingaande op 1 januari 2026 en eindigend op 31 december 2031.
Partijen komen overeen dat deze overeenkomst na afloop van deze termijn stilzwijgend hernieuwd wordt, telkens voor een periode van zes jaar. Dit is gelijklopend met de mandaten van de verkozen raad van bestuur plus 1 jaar.
Elke partij kan de overeenkomst beëindigen op het einde van een zesjaarlijkse periode mits zij hiervan minstens zes maanden voor het beëindigen van de lopende zesjaarlijkse periode per aangetekend schrijven kennis geeft aan de andere partij.
Artikel 4: Eigendomsrechten en gebruiksrecht
Het Lokaal Bestuur Geraardsbergen blijft eigenaar van de Geraardsbergse reuzen, maar verleent aan de Reuzengilde Geraardsbergen vzw het volledige gebruiksrecht van de goederen.
Het recht van gebruik zal vervallen en Het Lokaal Bestuur Geraardsbergen zal gerechtigd zijn het gebruiksrecht op te zeggen van zowel de reuzen en attributen als van de ter beschikking gestelde depotinfrastructuur in alle gevallen van niet-uitvoering door de Reuzengilde van Geraardsbergen van de verbintenissen bepaald in deze overeenkomst, en onder meer bij wangebruik, gebrek aan onderhoud, en afstand en overdracht van gebruik aan derden van zowel de geleende goederen als de depotinfrastructuur.
Artikel 5: Staat van de goederen, behoud en beheer
De Reuzen en attributen worden aan ‘Reuzengilde Geraardsbergen vzw’ toevertrouwd in de staat zoals beschreven in bijlage 1.
De Reuzengilde verbindt er zich toe om zorg te dragen voor de Geraardsbergse Reuzen, en dit volgens de richtlijnen die gelden voor het behoud en beheer van dergelijke goederen. Hiertoe zal het Lokaal Bestuur Geraardsbergen de adviezen van de Reuzengilde Geraardsbergen vzw in overweging nemen.
De Reuzengilde is gehouden om de Geraardsbergse Reuzen uitsluitend te gebruiken in overeenstemming met de activiteiten en het doel bepaald in de statuten van ‘Reuzengilde Geraardsbergen vzw’
Het Lokaal Bestuur Geraardsbergen zal een aangepaste apart afsluitbare depotinfrastructuur ter beschikking stellen die dergelijk behoud en beheer mogelijk maakt. Reuzengilde Geraardsbergen vzw zal op elk ogenblik toegang hebben tot deze infrastructuur en mag ook het materiaal in eigendom van de vzw hierin onder brengen. Hiertoe zullen de personen van het bestuur een sleutel ontvangen van de depotinfrastructuur. Zij tekenen hiervoor een ontvangstverklaring en betalen een waarborg van € 25. Bij verlies van een sleutel, moet dit binnen de 24u gemeld worden aan Het Lokaal Bestuur Geraardsbergen. Het Lokaal Bestuur Geraardsbergen heeft het recht te allen tijde de Geraardsbergse Reuzen te bezichtigen teneinde zich ervan te vergewissen dat de Reuzengilde Geraardsbergen aan zijn verplichtingen voldoet. Zonder een permanente toegang tot de depotinfrastructuur, is het bestuur niet in staat deze opdracht uit te voeren.
Het Lokaal Bestuur Geraardsbergen heeft het recht te allen tijde de Geraardsbergse Reuzen te bezichtigen teneinde zich ervan te vergewissen dat de Reuzengilde Geraardsbergen vzw aan zijn verplichtingen voldoet.
Artikel 6: Evenementen, reuzenstoeten, uitstappen initiatieven en activiteiten
De Reuzengilde Geraardsbergen vzw mag alle handelingen stellen welke rechtstreeks of onrechtstreeks met het doel, zoals in artikel 1 beschreven en die statutair bepaald werd, betrekking hebben en mag deelnemen aan alle activiteiten welke met het doel verband houden.
De activiteitenkalender met plaatselijke activiteiten, binnenlandse en buitenlandse uitstappen in functie van citymarketing wordt jaarlijks door de Reuzengilde Geraardsbergen vzw opgesteld en informatief voorgelegd aan het college van burgemeester en schepenen. De aanvragen gericht aan het Lokaal Bestuur Geraardsbergen, worden bezorgd aan de Raad van Bestuur van Reuzengilde Geraardsbergen vzw. De Raad van Bestuur zal dit behandelen en al dan niet opnemen in de kalender. Zij nemen dan ook het verdere contact met de aanvrager op zich.
De Reuzengilde Geraardsbergen vzw engageert zich jaarlijks met de Geraardsbergse reuzen op te stappen in de historische stoet van Krakelingen en de stoet van de Processie van Plaisance. Naast deze twee folkloristische activiteiten, kan het Lokaal Bestuur Geraardsbergen geen activiteiten opleggen aan de Reuzengilde Geraardsbergen vzw, maar wel voorleggen om in onderling overleg op te nemen in de kalender.
Het Lokaal Bestuur Geraardsbergen zal aangepast vervoer voorzien voor uitstappen en reuzenstoeten buiten Geraardsbergen en dit tot maximaal 8 keer per jaar. De Reuzengilde Geraardsbergen vzw geeft de activiteitenkalender in het begin van het kalenderjaar door en zorgt dat de technische dienst tijdig de concrete informatie ontvangt van elke activiteit waarbij logistieke steun nodig is. Indien de Stad niet in de mogelijkheid is om het vervoer zelf te doen naar het buitenland, dan zal De Reuzengilde Geraardsbergen vzw een aanvraag indienen naar het CBS met de vraag de kost voor het transport van de Reuzen op te nemen. Het CBS zal dit, afhankelijk van de beschikbare middelen in het kader van citymarketing, al dan niet goedkeuren.
Artikel 7: Werkingsbudget
Het Stadsbestuur voorziet in een jaarlijkse toelage van 7500 euro voor de uitvoering van de opdrachten in deze convenant. Betreffende het nodige budget voor het onderhoud van de Geraardsbergse reuzen en attributen, kleine herstellingen, voor de ondersteuning, onkosten en bedanking van de dragers, voor de organisatie van activiteiten en uitstappen, voor de administratieve en promotionele kosten en voor al de initiatieven gerelateerd aan de uitvoering van deze convenant en in overeenkomst met de statuten.
Bij investeringen, zijnde nieuwe initiatieven of vernieuwing van bepaalde onderdelen of attributen van de Geraardsbergse Reuzen en/of Reuzengilde, zal een budget voorzien worden binnen de stadsbegroting.
Artikel 8: Verantwoording
De uitvoering van deze convenant wordt opgevolgd door het indienen van een beknopt jaaractieplan en een jaarverslag. Deze verantwoordingsstukken dienen uiterlijk eind januari te worden ingediend. De uitbetaling gebeurt vóór 31 maart.
Het jaaractieplan omvat een omschrijving van de geplande activiteiten, borgingsacties, specifieke projecten, geplande onderhoudswerken en een jaarbegroting.
In het jaarverslag volgt telkens de evaluatie van dit alles.
Artikel 9: Verzekering
Het Lokaal Bestuur Geraardsbergen zal de depotinfrastructuur en de inboedel verzekeren voor eigenaarsrisico’s en zal de Geraardsbergse Reuzen verzekeren voor eigen schade.
Tevens zal Het Lokaal Bestuur Geraardsbergen een verzekering ‘burgerlijke aansprakelijkheid’ en ‘lichamelijke ongevallen’ afsluiten voor de reuzendragers. Dit zowel voor activiteiten binnen en buiten Geraardsbergen alsook voor oefenmomenten.
Artikel 10: Schade of verlies
De Reuzengilde Geraardsbergen vzw zal Stad Geraardsbergen onmiddellijk en schriftelijk of elektronisch in kennis stellen van elk verlies of elke relevante beschadiging of wijziging aan de toestand van de Geraardsbergse Reuzen.
De Reuzengilde Geraardsbergen vzw is verantwoordelijk tegenover Het Lokaal Bestuur Geraardsbergen voor elk verlies, diefstal, nadeel, waardeverlies of schade teweeggebracht door de Reuzengilde Geraardsbergen vzw aan de Geraardsbergse Reuzen.
Artikel 11: Wederzijdse loyaliteiten regeling van geschillen
Het Lokaal Bestuur Geraardsbergen is bekend met de doelstellingen van Reuzengilde Geraardsbergen vzw en wil die ook respecteren. Reuzengilde Geraardsbergen zal zich loyaal opstellen ten aanzien van het beleid van Het Lokaal Bestuur Geraardsbergen.
Eventuele geschillen waarvoor de beide partijen geen regeling in der minne vinden, worden beslecht voor de rechtbank van Gent.
Deze overeenkomst wordt opgemaakt op twee exemplaren te Geraardsbergen op 27 januari 2026.
Gelet op het goedkeuren van de indiening van het subsidiedossier intergemeentelijke samenwerking (IGS) lokaal woonbeleid met SOLVA als initiatiefnemer 2026-2031 door de gemeenteraad 30 september 2025;
Gelet op de goedkeuring van een dienstverleningsovereenkomst met Solva voor het uitvoeren van woningkwaliteitsonderzoeken door de gemeenteraad op 28 maart 2023;
Overwegende dat een actualisatie van dat model zich opdringt, enerzijds omwille van de uniformisering van de dienstverleningsovereenkomsten van SOLVA, anderzijds omdat er in de aan te passen dienstverleningsovereenkomst stond dat gemeenten recht hebben op een gratis basispakket woningcontroles;
Overwegende dat vanaf 2026 de subsidies voor de projecten intergemeentelijke samenwerking lokaal woonbeleid met SOLVA als initiatiefnemer afnemen, dat alle woningcontroles vanaf dan bijgevolg betalend worden;
Overwegende dat ook de regeling voor de erkenning van de woningcontroleurs een aanpassing vraagt van de dienstverleningsovereenkomsten; dat de loutere aanstelling door een burgemeester niet meer volstaat om als woningcontroleur op te treden; dat "Wonen in Vlaanderen" nu ook zal voorzien in een evaluatie- en coachingssysteem voor erkende woningcontroleurs;
Overwegende dat de voornaamste wijzigingen aan het model van dienstverleningsovereenkomst de volgende zijn:
- Het wegvallen van het gratis basispakket woningcontroles.
Omdat vanaf 2026 de subsidies voor de projecten intergemeentelijke samenwerking lokaal woonbeleid met SOLVA als initiatiefnemer afnemen, worden alle woningcontroles vanaf dan betalend. In het model wordt het hoofdstuk over het gratis basispakket woningcontroles weggelaten.
- Het gelijkschakelen van de kostprijs van de hercontrole aan die van de eerste controle.
"Wonen in Vlaanderen" heeft nu duidelijk gesteld dat bij een hercontrole van de woning de woningcontroleur de woning opnieuw volledig moet inspecteren op alle mogelijke gebreken. Het is noodzakelijk dat de woningcontroleur altijd ter plaatse gaat. Een door de eigenaar overgemaakte foto van het herstelde gebrek is niet voldoende.
Daarom is het werk voor een hercontrole gelijk aan dat van een eerste woningcontrole en is een aanpassing van het huidig tarief van de hercontrole noodzakelijk. In de huidige dienstverleningsovereenkomst bedraagt de kostprijs van een hercontrole de helft van een eerste controle.
Het model van de dienstverleningsovereenkomst legt de kostprijs voor zowel een conformiteitsonderzoek (eerste controle) als een hercontrole vast op het tarief voor 2 uur prestatie van een medewerker SOLVA. Dat bedraagt momenteel 174 euro (87 euro per uur).
- De uitsluiting van de aansprakelijkheid van de werknemer in sommige situaties.
Op 1 januari 2025 traden de nieuwe bepalingen van het Burgerlijk Wetboek over buitencontractuele aansprakelijkheid in werking. Daardoor wordt het, in sommige situaties, mogelijk dat een opdrachtgever de werknemer van zijn medecontractant rechtstreeks aanspreekt voor een fout die ook de niet-nakoming van een contractuele verbintenis vormt. De opdrachtgever die benadeelde is van de schade zal zich dan niet enkel tot de werkgever kunnen richten, maar ook tot de werknemer. Het invoegen van een bepaling in de dienstverleningsovereenkomst kan die aansprakelijkheid van de werknemer ten opzichte van de opdrachtgever, uitsluiten.
- De integratie van de gewijzigde regelgeving over de erkenning en beroepskwalificatie van de woningcontroleurs.
Om als woningcontroleur erkend te zijn, moet de woningcontroleur nu een beroepskwalificatie verwerven via een opleidings- (voor nieuwe woningcontroleurs en voor woningcontroleurs met beperkte ervaring) of EVC-traject (voor ervaren woningcontroleurs).
De regeling waarbij een loutere aanstelling door een burgemeester volstond om als woningcontroleur op te treden, geldt niet langer.
Het model van dienstverleningsovereenkomst integreert die wijziging.
- De uniformisering van deze dienstverleningsovereenkomst met die van de andere dienstverleningsovereenkomst van SOLVA.
Het model van dienstverleningsovereenkomst voor uitvoering woningcontroles tracht zoveel mogelijk aan te sluiten bij de andere dienstverleningsovereenkomsten van SOLVA. Dit maakt het eenvoudiger om bij wijzigingen in de regelgeving de dienstverleningsovereenkomsten aan te passen.
Het model wordt daarom aangepast op volgende punten:
› de invoeging van een bepaling over uitoefening van het gezag door SOLVA als werkgever;
› de gerechtigdheid tot facturering van de btw indien achteraf blijkt dat die nog moest gefactureerd worden;
› de beklemtoning dat het gaat om een inspanningsverbintenis;
› de toepassing van verwijlintresten;
› het onafhankelijk bestaan van de bepalingen van de overeenkomst bij aantasting van de geldigheid, nietigheid of onuitvoerbaarheid van andere bepalingen van de overeenkomst;
› de bepaling over de vrijwaring van SOLVA door de opdrachtgever.
Gelet op het Burgerlijk Wetboek, artikel 6.3;
Gelet op het decreet lokaal bestuur, artikel 41;
Gelet op de Vlaamse Codex Wonen van 2021, artikel 3.1 tot en met 3.5;
Gelet op het Besluit Vlaamse Codex Wonen van 2021, artikel 3.1 tot en met 3.10/1;
Gelet op de goedkeuring van een dienstverleningsovereenkomst met Solva voor het uitvoeren van woningkwaliteitsonderzoeken door de gemeenteraad op 28 maart 2023;
Overwegende dat er budget voorzien is op 61399999 Diverse dienstprestaties van derden 062900 Overig woonbeleid om de kostprijs aan SOLVA te betalen;
Enig artikel:
De dienstverleningsovereenkomst met SOLVA voor het uitvoeren van woningcontroles als aan te passen:
ARTIKEL 1: VOORWERP VAN DE OVEREENKOMST
Conform het Decreet van 22 december 2017 over het lokaal bestuur en conform haar statuten, heeft SOLVA tot doel om duidelijk omschreven ondersteunende diensten te verlenen aan haar leden, voor verschillende beleidsdomeinen.
In het kader van deze dienstverlening geeft DE OPDRACHTGEVER aan SOLVA de opdracht voor het uitvoeren van conformiteitsonderzoeken van woningen.
SOLVA zal volgende diensten verlenen:
Het onderzoek ter plaatse van de woning met het oog op het opstellen van het technisch verslag voor hetzij:
een vooronderzoek of een conformiteitsonderzoek in het kader van de administratieve procedure ongeschikt- en/of onbewoonbaarverklaring;
een conformiteitsonderzoek in het kader van de procedure voor de afgifte van het conformiteitsattest van een woning;
de hercontrole in het kader van de administratieve procedure ongeschikt- en/of onbewoonbaarverklaring en de procedure voor de afgifte van het conformiteitsattest.
De input van het technisch verslag in de softwaretoepassing VLOK van Wonen in Vlaanderen.
ARTIKEL 2: TOEWIJZING EN AANVAARDING VAN DE OPDRACHT
De toewijzing en aanvaarding van deze opdracht gebeuren onder voorwaarde van een positieve beslissing daaromtrent door de bevoegde beslissingsorganen van SOLVA en van DE OPDRACHTGEVER. DE OPDRACHTGEVER bezorgt SOLVA kopie van het door het bevoegde beslissingsorgaan genomen besluit over de toewijzing. Het bevoegde beslissingsorgaan van SOLVA kan de eigenlijke aanvaarding van de opdracht steeds weigeren, in geval van schending van het Decreet van 22 december 2017 over het lokaal bestuur, van de statuten van SOLVA of van de bepalingen uit onderhavige dienstverleningsovereenkomst voor zover daarvan niet conform art. 3.1 is afgeweken. SOLVA bezorgt DE OPDRACHTGEVER kopie van het genomen besluit dienaangaande.
De toewijzing van de opdracht door DE OPDRACHTGEVER aan SOLVA is niet onderworpen aan de wetgeving overheidsopdrachten, op grond van de in-house-vrijstelling uit art. 30 Wet Overheidsopdrachten van 17 juni 2016.
ARTIKEL 3: ALGEMENE BEPALINGEN BIJ DE REALISATIE VAN DE OPDRACHT
3.1 Toepassing en afwijking van de dienstverleningsovereenkomst
De realisatie door SOLVA van de in artikel 1 vermelde opdracht is steeds onderworpen aan de bepalingen van onderhavige dienstverleningsovereenkomst. De eventuele nietigheid van één of meer bepalingen van deze dienstverleningsovereenkomst doet geen afbreuk aan de geldigheid van de overige bepalingen, maar alleen aan de ongeldige bepalingen. Van de dienstverleningsovereenkomst kan in onderling akkoord tussen SOLVA en DE OPDRACHTGEVER worden afgeweken. In voorkomend geval worden de afwijkingen van de dienstverleningsovereenkomst opgenomen in een addendum, dat wordt voorgelegd aan het bevoegde beslissingsorgaan van DE OPDRACHTGEVER en de raad van bestuur van SOLVA.
3.2 Samenwerking - overleg - informatie - besluitvorming
Gedurende de gehele realisatie van de opdracht werken SOLVA en DE OPDRACHTGEVER op constructieve en loyale wijze samen met elkaar alsook met de derden die betrokken worden bij de realisatie van de opdracht. SOLVA en DE OPDRACHTGEVER plegen hierbij zoveel als nodig onderling overleg en wisselen steeds en onverwijld alle informatie uit waarover zij beschikken en die relevant kan zijn voor de realisatie van de opdracht.
SOLVA en DE OPDRACHTGEVER laten de voor de realisatie van de opdracht noodzakelijke beslissingen van hun bevoegde beslissingsorganen binnen een zo kort mogelijke termijn nemen.
3.3 Communicatie
Voor de realisatie van de opdracht duidt SOLVA een projectverantwoordelijke aan, die optreedt als contactpersoon voor SOLVA. Gedurende de gehele realisatie van de opdracht verlopen de formele contacten tussen SOLVA en DE OPDRACHTGEVER via de projectverantwoordelijke. Hij is de eerste gesprekspartner en verantwoordelijk voor de voortgang en de kwaliteit van de opdracht en de coördinatie binnen SOLVA.
Alle communicatie in verband met de realisatie van de opdracht geschiedt uitsluitend in het Nederlands. Alle mededelingen die noodzakelijk of nuttig zijn in het kader van de realisatie van de opdracht zullen schriftelijk worden gedaan op de exploitatiezetel van SOLVA of door middel van elektronische communicatie op het e-mailadres van de door SOLVA aangeduide projectverantwoordelijke. Eventuele ingebrekestellingen of andere officiële kennisgevingen zullen steeds aangetekend gebeuren.
3.4 Inspanningen
SOLVA levert alle redelijke inspanningen om de haar toegewezen opdracht volledig en correct uit te voeren. Partijen erkennen en bevestigen dat enige termijnen en/of deadlines die worden opgegeven, louter een middelenverbintenis betreffen in hoofde van SOLVA.
3.5 Intellectuele eigendomsrechten
De resultaten en producten van de opdracht zijn eigendom van SOLVA en DE OPDRACHTGEVER, waarover beide partijen vrij mogen beschikken.
3.6 Gegevensbescherming
3.6.1 Verwerking van persoonsgegevens
SOLVA verwerkt persoonsgegevens voor DE OPDRACHTGEVER. Deze verwerking geschiedt enkel en alleen met oog op de goede uitvoering van deze dienstverleningsovereenkomsten en betreft enkel persoonsgegevens die hiervoor nodig zijn. SOLVA verwerkt de persoonsgegevens enkel binnen de Europese Economische Ruimte.
Elke andere verwerking van persoonsgegevens is strikt verboden, behoudens in geval van uitdrukkelijke opdracht door DE OPDRACHTGEVER bij wettelijke verplichting hiertoe. SOLVA brengt DE OPDRACHTGEVER onmiddellijk in kennis indien een instructie een inbreuk op de Algemene Verordening Gegevensbescherming of andere toepasselijke wetgeving dreigt in te houden.
Beide partijen komen overeen dat met betrekking tot de persoonsgegevens die door SOLVA voor de OPDRACHTGEVER worden verwerkt onder de overeenkomst, de OPDRACHTGEVER ‘de verwerkingsverantwoordelijke’ is en SOLVA ‘de verwerker’, zoals bedoeld in de Algemene Verordening Gegevensbescherming.
Met betrekking tot de verwerking van deze persoonsgegevens, handelt SOLVA uitsluitend in opdracht van de OPDRACHTGEVER, die de uiteindelijke verantwoordelijke is voor de verwerking van de betreffende persoonsgegevens.
Aangezien SOLVA dient te werken in de softwareapplicatie VLOK van het agentschap Wonen in Vlaanderen en geen verantwoordelijkheid draagt voor de werking van deze softwareapplicatie, draagt zij geen verantwoordelijkheid voor de technische en organisatorische beveiligingsmaatregelen verband houdend met deze applicatie. Deze verantwoordelijkheid berust bij de desbetreffende overheid.
3.6.2 Duur
De duur van de verwerking van persoonsgegevens loopt samen met de duur van onderhavige dienstverleningsovereenkomst. Na beëindiging van deze dienstverleningsovereenkomst blijven de volgende alinea en de artikels 3.6.3 , 3.6.5 , 3.6.6 , 3.6.7 en 3.6.8 van kracht.
Bij oplevering van de opdracht of opzegging van de overeenkomst zal SOLVA alle verwerkte persoonsgegevens onverwijld verwijderen of anonimiseren, tenzij opslag van de persoonsgegevens wettelijk verplicht is. Op schriftelijk verzoek van DE OPDRACHTGEVER bij de oplevering van de opdracht of opzegging van de overeenkomst maakt SOLVA aan DE OPDRACHTGEVER kopie over van de verwerkte persoonsgegevens. De hieraan verbonden kosten zijn voor rekening van DE OPDRACHTGEVER.
3.6.3 Beveiliging
SOLVA treft alle passende technische en organisatorische beveiligingsmaatregelen die nodig zijn om de persoonsgegevens te beveiligen, rekening houdend met de stand van de techniek en de kost voor beveiliging. In het bijzonder zal SOLVA de persoonsgegevens beveiligen tegen vernietiging, verlies, vervalsing, ongeoorloofde verspreiding of toegang en elke andere vorm van onwettige verwerking.
3.6.4 Vertrouwelijkheid
SOLVA verbindt zich er uitdrukkelijk toe het vertrouwelijk karakter en de veiligheid van de persoonsgegevens die zij verwerkt te waarborgen. SOLVA maakt zich sterk dat alle personeelsleden of aangestelden die toegang hebben tot de persoonsgegevens het vertrouwelijk karakter en de veiligheid van deze persoonsgegevens zullen respecteren.
3.6.5 Onderaanneming en subverwerkers
Het is aan SOLVA toegestaan om andere verwerkers aan te stellen om persoonsgegevens te verwerken in het kader van deze overeenkomst. SOLVA sluit met deze verwerker een overeenkomst, waarin dezelfde verplichtingen inzake gegevensbescherming worden opgelegd als die welke in onderhavige overeenkomst zijn opgenomen.
3.6.6 Bijstand
SOLVA zal DE OPDRACHTGEVER alle informatie verstrekken en alle bijstand verlenen die noodzakelijk is en/of redelijkerwijze mag verwacht worden, opdat DE OPDRACHTGEVER in staat zou zijn om haar verplichtingen uit de Algemene Verordening Gegevensbescherming – in het bijzonder haar verplichtingen uit hoofdstuk 3 en uit artikels 32 t.e.m. 36 van voormelde Verordening, na te komen.
3.6.7 Controle
DE OPDRACHTGEVER heeft op elk ogenblik het recht om de verwerking van persoonsgegevens door SOLVA te controleren. SOLVA stelt hiertoe alle informatie die nodig is ter beschikking.
3.6.8 Aansprakelijkheid
SOLVA is slechts aansprakelijk voor de schade die door verwerking is veroorzaakt wanneer bij de verwerking niet is voldaan aan de specifiek tot verwerkers gerichte verplichtingen van de Algemene Verordening Gegevensbescherming of buiten dan wel in strijd met de rechtmatige instructies van DE OPDRACHTGEVER is gehandeld. SOLVA wordt van voormelde aansprakelijkheid vrijgesteld indien bewezen wordt dat zij op geen enkele wijze verantwoordelijk is voor het schadeveroorzakende feit.
Wanneer SOLVA eventuele schade heeft vergoed, kan SOLVA op DE OPDRACHTGEVER of andere verwerkingsverantwoordelijken of verwerkers die bij de verwerking waren betrokken, het deel van de schadevergoeding verhalen dat overeenkomt met hun deel van de aansprakelijkheid voor de schade.
3.7 Gezag
Partijen erkennen en bevestigen dat het gezag met betrekking tot de personeelsleden van SOLVA exclusief toebehoort aan SOLVA als werkgever.
Derhalve zal de OPDRACHTGEVER er zich van onthouden om gezag uit te oefenen over de personeelsleden.
ARTIKEL 4: UITVOERING VAN DE OPDRACHT
4.1 Erkenning en beroepskwalificatie woningcontroleurs
De woningcontroleurs van SOLVA beschikken over de nodige beroepskwalificatie.
Om als woningcontroleur erkend te zijn, moet de woningcontroleur een beroepskwalificatie verwerven via een opleidings- (voor nieuwe woningcontroleurs en voor woningcontroleurs met beperkte ervaring) of EVC-traject (voor ervaren woningcontroleurs).
De woningcontroleurs van SOLVA zullen ook de nodige vervolgopleidingen volgen. Wonen in Vlaanderen voorziet in een evaluatie- en coachingssysteem voor erkende woningcontroleurs waarin zelfevaluatie en ondersteuning van de erkende woningcontroleurs centraal staan.
4.2 Annulatie woningcontrole door aanvrager
Een aanvrager heeft het recht om de woningcontrole 24 uur op voorhand te annuleren. Een laattijdige annulering van de woningcontrole wordt gelijkgesteld met het niet verlenen van de toegang.
4.3 Aanwezigheid bewoner of eigenaar bij woningcontroles
De woningcontroleur van SOLVA zal de woning niet alleen betreden. Afhankelijk van de procedure is er steeds een aanwezigheid nodig van een bewoner, eigenaar, of iemand die gemachtigd is toegang te verlenen. De woningcontroleur zal de woning enkel betreden als er een getekend toestemmingsformulier voor de toegang tot de woning aanwezig is.
4.4 Communicatie
VLOK
Het aanmaken en versturen van de technische verslagen zal gebeuren in de softwareapplicatie VLOK. Deze applicatie wordt gratis ter beschikking gesteld door het agentschap Wonen in Vlaanderen.
Binnen de VLOK-toepassing verleent de OPDRACHTGEVER:
aan de woningcontroleur van SOLVA de rol van woningcontroleur;
aan één personeelslid van SOLVA de rol van dossierbeheerder.
Aanschrijven eigenaars
Om SOLVA toe te laten de bijkomende werklast intern optimaal te verdelen, stelt de OPDRACHTGEVER SOLVA onmiddellijk in kennis van initiatieven die een aanzienlijke stijging van het aantal aanvragen voor conformiteitsonderzoeken kunnen veroorzaken (bijvoorbeeld infoavonden, het aanschrijven van eigenaars in het kader van het verplicht conformiteitsattest).
4.5 Fotodossier
In het kader van de dienstverlening zal de woningcontroleur foto’s nemen van de gecontroleerde woning en de mogelijk vastgestelde gebreken. SOLVA voegt deze foto’s toe aan het technisch verslag in de softwareapplicatie VLOK.
4.6 Procedure met indicatieve termijnen
Beide partijen zijn de volgende procedure met indicatieve termijnen overeengekomen:
Na ontvangst van het volledige aanvraagdossier, zal SOLVA binnen een termijn van 30 kalenderdagen het technisch verslag opstellen en dit aan de OPDRACHTGEVER overmaken. Indien het door toedoen van de aanvrager en eventuele bewoners niet mogelijk is om tijdig een afspraak te plannen of een onderzoek uit te voeren, wordt de termijn verlengd.
Na ontvangst van het volledige aanvraagdossier, neemt SOLVA binnen een termijn van 10 werkdagen contact op met de aanvrager voor het vastleggen van een afspraak. Indien SOLVA er na 3 telefonische pogingen op afzonderlijke werkdagen en één poging per e-mail (voor zover er een e-mailadres werd opgegeven door de aanvrager) niet in slaagt om een afspraak vast te leggen met de aanvrager voor een controle ter plaatse, dan wordt de OPDRACHTGEVER hiervan op de hoogte gebracht en stopt SOLVA dit dossier.
Aanvragen voor het opstellen van een technisch verslag gebeuren door de OPDRACHTGEVER op een door SOLVA te bepalen wijze. Indien SOLVA beschikt over een softwarematige afsprakentool voor woningcontroles, dan gebruikt de OPDRACHTGEVER die (gratis) afsprakentool.
Indien het gaat om een procedure voor de afgifte van een conformiteitsattest, wordt de eigenaar op de hoogte gebracht van de woningcontrole. De OPDRACHTGEVER bezorgt naast de contactgegevens van eventuele bewoners (e-mail en telefoonnummer), ook de contactgegevens van de eigenaar (e-mail en telefoonnummer).
Indien de toegang van de te controleren woning niet werd toegestaan aan SOLVA (afwezigheid aanvrager of geen toegang verleend op twee tijdstippen die met de aanvrager werden afgesproken – laattijdige annulering wordt gelijkgesteld met het niet verlenen van de toegang), dan wordt de OPDRACHTGEVER hiervan op de hoogte gebracht en stopt SOLVA dit dossier.
4.7 Contactpersoon
Elke partij zal één contactpersoon aanduiden die de contacten met de andere partij zal onderhouden over de uitvoering van deze overeenkomst. Deze personen zijn meer bepaald verantwoordelijk voor het algemeen toezicht op het nakomen van de verplichtingen door SOLVA en de OPDRACHTGEVER uit hoofde van deze overeenkomst.
De contactpersonen zullen beschikbaar zijn voor het voeren van overleg teneinde een efficiënte uitvoering van de overeenkomst mogelijk te maken.
Elke partij kan op elk ogenblik door een schriftelijke kennisgeving aan de andere partij, de door haar aangestelde contactpersoon vervangen door een andere persoon.
ARTIKEL 5: BETALING VAN DE OPDRACHT
5.1 Prijsbestanddeel
DE OPDRACHTGEVER betaalt aan SOLVA een prijs voor de realisatie van de opdracht. Deze prijs is gebaseerd op de uurloontarieven van medewerker van SOLVA zoals vastgesteld door de raad van bestuur van SOLVA op 25 oktober 2022.
Op datum van deze overeenkomst bedraagt de kostprijs voor woningcontroles 174 euro voor een conformiteitsonderzoek, een vooronderzoek of een hercontrole (= 2u prestatie per huisbezoek, voorbereiding en naverwerking conformiteitsattest). Indien SOLVA de controle ter plaatse niet kan uitvoeren door het tweemaal niet verlenen van de toegang (waarbij laattijdige annulering gelijkgesteld wordt met het niet verlenen van de toegang), dan wordt 87 euro (= 1u prestatie) aangerekend.
Het bovenvermelde uurloontarief is onderhevig aan de evolutie van de wedden van het overheidspersoneel. Wanneer de spilindex voor de overheidswedden bereikt wordt, worden de overheidswedden 2 maanden later met 2% verhoogd. Het uurtarief dat door SOLVA toegepast wordt, volgt deze stijging in de loonkosten door een automatische herziening van het uurloontarief.
Zoals goedgekeurd door de raad van bestuur van SOLVA op 6 december 2022 wordt ook de kostprijs van de woningcontroles automatisch aangepast bij elke stijging van 2% van de overheidswedden.
Bij de facturatie past SOLVA de tarieven toe, zoals deze gelden op het ogenblik dat de daarmee overeenstemmende kosten effectief gemaakt werden.
De prestaties die SOLVA aan DE OPDRACHTGEVER zal leveren zullen door deze laatste uitsluitend aangewend worden in het kader van activiteiten die buiten de werkingssfeer van de BTW vallen of van de BTW zijn vrijgesteld op grond van artikel 44, §1 en/of §2 van het WBTW. Mochten deze diensten uitzonderlijk toch al dan niet gedeeltelijk voor aan BTW onderworpen diensten worden aangewend of voor handelingen die op grond van artikel 44, §3 van het WBTW zijn vrijgesteld, dan zal DE OPDRACHTGEVER hiervan uiterlijk bij de bestelling van deze diensten melding maken aan SOLVA, zodat SOLVA over deze diensten BTW kan aanrekenen aan DE OPDRACHTGEVER. Indien achteraf (nadat een bepaalde schijf werd gefactureerd) blijkt dat BTW moest worden aangerekend en zulks niet gebeurde, dan zal SOLVA gerechtigd zijn deze BTW alsnog te factureren aan de OPDRACHTGEVER.
5.2 Betalingsmodaliteiten
De opdrachtprijs wordt door SOLVA per trimester berekend en gefactureerd.
Indien in de boekhouding van SOLVA bedragen zijn opgenomen op een rekening-courant ten gunste van DE OPDRACHTGEVER kan de opdrachtprijs betaald worden door aftrek van het op de rekening-courant vermelde bedrag. In dit geval bezorgt DE OPDRACHTGEVER kopie aan SOLVA van het besluit van het bevoegde beslissingsorgaan, waarin met de aftrek van de rekening-courant wordt toegestemd. In de mate dat het op de rekening-courant vermelde bedrag ontoereikend is om de prijs voor de opdracht integraal te betalen, zal DE OPDRACHTGEVER zelf instaan voor betaling van het saldo, met inachtneming van de hierna volgende modaliteiten.
Indien gemeenten in het kader van de cofinanciering van 20% van de subsidie IGS lokaal woonbeleid een bedrag voor de uitvoering van woningcontroles voorafgaand hebben betaald, kan de opdrachtprijs betaald worden door aftrek van het bedrag van die cofinanciering.
De OPDRACHTGEVER beschikt over een betalingstermijn van 60 kalenderdagen, na ontvangst van de factuur.
Bij niet-tijdige betaling van de gehele factuur of een deel ervan, is de OPDRACHTGEVER van rechtswege gehouden tot betaling van verwijlinteresten aan de interestvoet zoals voorzien in de wet van 2 augustus 2002 betreffende de bestrijding van de betalingsachterstand bij handelstransacties, te rekenen vanaf de vervaldag, op elk onbetaald gelaten bedrag tot de datum van volledige betaling.
ARTIKEL 6: WIJZIGING VAN HET VOORWERP VAN DE OVEREENKOMST
SOLVA en DE OPDRACHTGEVER kunnen de aard en/of de omvang van de toegewezen opdracht wijzigen tijdens de realisatie ervan.
Telkens wanneer de OPDRACHTGEVER het voornemen heeft om een opdracht te wijzigen, deelt deze dit voornemen onverwijld aan SOLVA mee. SOLVA en de OPDRACHTGEVER overleggen vervolgens over de concrete, inhoudelijke aard, draagwijdte en gevolgen van de door te voeren wijzigingen. Op vraag van de OPDRACHTGEVER maakt SOLVA een bijkomend planproces en geraamde tijdsbesteding omtrent de voorgenomen wijzigingen. Na voormeld overleg beslist het bevoegde beslissingsorgaan van de OPDRACHTGEVER over de effectieve wijziging van de opdracht. De OPDRACHTGEVER bezorgt SOLVA kopie van het door het bevoegde beslissingsorgaan genomen besluit over de wijziging. In geval van wijziging wordt de aanvaarding van de wijziging geagendeerd op de eerstvolgende vergadering van de raad van bestuur van SOLVA. De raad van bestuur van SOLVA kan de aanvaarding van de wijziging steeds weigeren, in geval van schending van het Decreet van 22 december 2017 over het lokaal bestuur, van de statuten van SOLVA of van onderhavige dienstverleningsovereenkomst voor zover daarvan niet conform art. 3.2 is afgeweken. SOLVA bezorgt de OPDRACHTGEVER kopie van de door haar raad van bestuur genomen besluit dienaangaande.
De in art. 5 vermelde principes omtrent de betaling van de opdrachten zijn onverkort van toepassing, zowel op het vóór de wijziging gerealiseerde deel als op het na de wijziging nog te realiseren deel van de opdracht.
ARTIKEL 7: BEËINDIGING OVEREENKOMST
SOLVA heeft het recht deze overeenkomst met onmiddellijke ingang en zonder opzegtermijn of -vergoeding en onverminderd enig recht op schadeloosstelling te beëindigen, mits kennisgeving per aangetekende brief (en de beslissing van SOLVA’s bevoegde beslissingsorgaan aangehecht) ingeval:
van een schending door de OPDRACHTGEVER van het Decreet van 22 december 2017 over het lokaal bestuur, van de statuten van SOLVA of van deze overeenkomst, indien de schending kan worden hersteld maar dit niet gebeurt binnen de in de (aangetekende) ingebrekestelling vermelde termijn, of
van een ernstige wanprestatie van de OPDRACHTGEVER (bv. middels schending van het Decreet van 22 december 2017 over het lokaal bestuur, van de statuten van SOLVA of van deze overeenkomst), indien de tekortkoming niet meer kan worden hersteld.
ARTIKEL 8: BUITENCONTRACTUELE AANSPRAKELIJKHEID WERKNEMER
De partijen komen overeen dat het herstel van de schade veroorzaakt door de niet-nakoming van een contractuele verbintenis door een werknemer van SOLVA, binnen de wettelijke grenzen enkel grond is voor een contractuele of buitencontractuele aansprakelijkheidsvordering tegen de hoofdschuldenaar en geen grond voor een buitencontractuele aansprakelijkheidsvordering tegen de werknemer van SOLVA, zelfs niet wanneer de gebeurtenis die aan de oorsprong ligt van de schade ook een onrechtmatige daad vormt.
ARTIKEL 9: AANVANG EN DUUR
De overeenkomst neemt een aanvang op 1 januari 2026 en wordt gesloten voor bepaalde duur, namelijk de duur van de deelname aan het intergemeentelijk samenwerkingsproject lokaal woonbeleid voor de lokale beleidscyclus 2026-2031 met SOLVA als initiatiefnemer.
ARTIKEL 10: ALGEMENE BEPALINGEN
10.1 Onafhankelijk bestaan van de bepalingen
Indien een of meerdere bepalingen van deze overeenkomst, om welke reden ook, nietig, ongeldig of onuitvoerbaar worden bevonden, zal de geldigheid, de wettelijkheid of de uitvoerbaarheid van de andere bepalingen van deze overeenkomst niet worden aangetast.
In dat geval zullen Partijen naar best vermogen en in gezamenlijk overleg deze ongeldige of nietige bepaling vervangen door een geldige bepaling die zo nauw mogelijk aansluit bij de initiële bedoeling van Partijen.
10.2 Wijzigingen
Deze overeenkomst kan slechts gewijzigd worden middels schriftelijk akkoord tussen de Partijen, ondertekend door hun gemachtigde vertegenwoordigers, tenzij elders anders aangegeven in deze overeenkomst.
10.3 Geschillen en bevoegde rechtbank
De OPDRACHTGEVER zal SOLVA schadeloosstellen voor en vrijwaren tegen alle vorderingen, kosten, aansprakelijkheid, boetes, vergoedingen, interesten, belastingen, of eisen in verband met de uitvoering van de opdracht, tenzij deze te wijten zouden zijn aan opzet of een zware fout van SOLVA of de niet-nakoming door SOLVA van essentiële verbintenissen die het voorwerp van de overeenkomst uitmaken. De OPDRACHTGEVER zal desgevallend op eerste verzoek van SOLVA vrijwillig tussenkomen in eventuele gerechtelijke of administratieve procedures die lastens SOLVA zouden worden ingesteld in verband met de uitvoering van de opdracht.
De OPDRACHTGEVER zal op eerste verzoek van SOLVA vrijwillig tussenkomen in eventuele gerechtelijke of administratieve procedures die lastens SOLVA zouden gevoerd worden in het kader van de uitvoering van de overeenkomst.
Indien tussen SOLVA en DE OPDRACHTGEVER geschillen ontstaan over de uitvoering van de overeenkomst leveren zij – met inachtneming van de in art. 3 vermelde principes - alle redelijke inspanningen om deze in der minne tot een aanvaardbare oplossing te komen, rekening houdend met de wederzijdse gerechtvaardigde belangen.
Voor zover ze niet minnelijk zouden kunnen geregeld worden, vallen alle geschillen met derden of met DE OPDRACHTGEVER over de uitvoering van de overeenkomst onder de toepassing van het Belgisch recht en onder de uitsluitende bevoegdheid van de rechtbanken van het gerechtelijk arrondissement Oost-Vlaanderen, afdeling Oudenaarde.
Gelet op het projectsubsidiereglement voor culturele en erfgoedprojecten, goedgekeurd door de gemeenteraad op 10 november 2020 en verlengd op 29 april 2025;
Overwegende dat het projectsubsidiereglement de voorbije jaren heeft bijgedragen aan een divers en kwalitatief cultureel aanbod;
Overwegende dat een voortzetting van het projectsubsidiereglement is aangewezen om initiatiefnemers blijvend te ondersteunen;
Overwegende dat in het meerjarenplan 2026-2031 de budgetten voor projectsubsidies werden voorzien;
Overwegende dat de bedragen voor een subsidie werden aangepast aan de nieuwe budgettaire context;
Overwegende dat de termijn voor de aanvraag van een projectsubsidie van 4 weken naar minstens 6 weken voor het evenement werd gebracht;
Overwegende dat uit de praktijk blijkt dat verenigingen op basis van een begroting ernaar streven om een aanvraag te doen binnen de hoogste subsidiecategorie;
Overwegende dat het daarom aangewezen is om de beoordelingswijze en de toepassing van de criteria uit te werken, zodat projecten op een onderbouwde manier kunnen worden beoordeeld en aan de juiste categorie kunnen worden toegewezen;
Gelet op artikel 40 van het decreet Lokaal Bestuur;
Overwegende dat de toekenning van subsidies opgenomen werd in het meerjarenplan 2026-2031 in het budget AR 64900000 BI 073900.
Enig artikel:
Het projectsubsidiereglement, voor iedereen die een cultureel of erfgoedproject wil organiseren dat bijdraagt aan de culturele rijkdom, creativiteit of verbondenheid in Geraardsbergen, als volgt goed keuren:
Artikel 1 – Doelgroep en criteria
Iedereen die een cultureel of erfgoedproject wil organiseren dat bijdraagt aan de culturele rijkdom, creativiteit of verbondenheid in Geraardsbergen, kan een subsidie aanvragen.
De aanvrager:
- woont in Geraardsbergen of heeft er als vereniging zijn zetel of actieve werking;
- is de hoofdorganisator van het project;
- kan maximaal één project per kalenderjaar indienen;
- mag ook een aanvraag indienen als hij/zij reeds andere subsidies ontvangt
(werkingssubsidies, nominatieve, provinciale of Vlaamse subsidies).
Komen niet in aanmerking:
- privé-initiatieven;
- commerciële activiteiten;
- projecten met een uitgesproken eenzijdig politiek of levensbeschouwelijk karakter.
Het project:
- vindt plaats op het grondgebied van Geraardsbergen;
- is publiek toegankelijk;
- hanteert democratische toegangsprijzen en past het vrijetijdstarief toe;
- vermeldt in alle communicatie dat het project wordt gerealiseerd met steun van het Lokaal Bestuur Geraardsbergen en de Cultuurraad.
Na goedkeuring wordt het stadslogo en het logo van de Cultuurraad gebruikt.
Artikel 2 – Project
Een project is meer dan een louter artistiek product. Het speelt in op een maatschappelijke, sociale, culturele of artistieke nood en bevat vernieuwende elementen in inhoud en aanpak.
Het project:
- geeft een impuls aan het culturele of erfgoedlandschap van de stad;
- verhoogt de kwaliteit van het culturele aanbod;
- draagt bij aan creativiteit, culturele rijkdom en gemeenschapszin;
- stimuleert de participatie van doelgroepen die drempels ervaren om aan cultuur deel te nemen.
Mogelijke doelstellingen:
- versterking van het verenigingsleven en de lokale culturele dynamiek
- samenwerking tussen verschillende (culturele) partners;
- ontmoeting en verbinding tussen inwoners en deelgemeenten;
- inclusieve participatie;
- experiment en nieuwe vormen van artistieke expressie.
Artikel 3 – Aanvraag
Een projectsubsidie kan doorlopend worden aangevraagd:
-via het thuisloket van Stad Geraardsbergen;
-per e-mail via cultuur@geraardsbergen.be;
-via de Cultuurdienst
Wie niet digitaal kan werken, kan op verzoek een begeleid invulmoment krijgen.
Timing
De aanvraag moet minstens 6 weken vóór de start van het project worden ingediend.
Het dossier bevat minimaal
- identificatiegegevens van de aanvrager;
- een korte beschrijving van het project
(wat, wanneer, waar, doel en doelgroep)
- een toelichting over de gewenste ondersteuning vanuit de cultuurraad;
- een realistische en evenwichtige begroting (inkomsten en uitgaven).
Onvolledige dossiers worden niet behandeld.
Artikel 4 – Beoordeling en advies
De beoordeling gebeurt op basis van het ingediende dossier, een eventuele toelichting door de aanvrager en een gezamenlijke evaluatie door de jury.
De aanvragen worden beoordeeld door een jury, samengesteld uit-3 leden van de Cultuurraad, 2 externe deskundigen en een medewerker van de Cultuurdienst.
De jury evalueert de projecten op vijf inhoudelijke criteria, en kent daarbij een score op 10 punten per criterium toe.
Beoordelingscriteria:
- inhoudelijke kwaliteit: artistieke of erfgoedmatige waarde, samenhang, voorbereiding, en inhoudelijke diepgang;
- vernieuwend karakter: nieuwe aanpak, frisse / innovatieve presentatie, originaliteit, creatieve samenwerking of experimenteel karakter;
- lokale verankering: samenwerking met lokale cultuurpartners & netwerken, bewoners & verenigingen;
- participatie en publieksbereik: betrokkenheid van inwoners, doelgroepen of publiek, toegankelijkheid & inclusie van minderheidsgroepen;
- uitvoerbaarheid en realisme:duidelijke planning, haalbare middelen, financieel evenwicht, efficiënt gebruik van subsidie.
In het aanvraagformulier voor de projectsubsidie zullen de vijf beoordelingscriteria als hulp voor de aanvragers via enkele vragen bij elk criterium nader toegelicht worden.
Totaal behaald aantal punten: x / 50
Gemiddelde (totaal)score: x / 10.
Bij een gelijk aantal punten zijn de beoordelingscriteria ‘inhoudelijke kwaliteit’ en ‘vernieuwend karakter’ doorslaggevend.
Het gemiddelde van de totaalscore bepaalt de uiteindelijke subsidie categorie. Dit gemiddelde wordt samen met een korte motivatie opgenomen in het juryverslag.
De jury formuleert een gemotiveerd advies, dat na goedkeuring door de Raad van Bestuur wordt voorgelegd aan het College van Burgemeester en Schepenen.
Initiatiefnemers kunnen hun dossier verder komen toelichten, hetzij op eigen verzoek hetzij op verzoek van de Raad van Bestuur van de Cultuurraad.
Artikel 5 – Subsidiebedragen en uitbetaling
Er zijn drie subsidiecategorieën:
De jury beoordeelt of de aangevraagde categorie passend is en kan deze aanpassen op basis van de gescoorde criteria verder beschreven in het huishoudelijk reglement.
Uitbetaling:
- 40 % voorschot na goedkeuring door het College;
- 60 % saldo na indiening en goedkeuring van het financieel verslag met bewijsstukken (facturen of onkostennota’s).
Bij onvoldoende beschikbare middelen kan het saldo pro rata worden verminderd.
Indien er budget over is na het toekennen van de subsidiebedragen, dan wordt dit restbedrag toegevoegd bij het budget voor de toekenning van de werkingssubsidies.
Artikel 6 - Toelichting bij de totaalscore & aanpassing van de subsidiecategorie
score 7–10 = Uitstekend / zeer goed = Bevestigd –het project voldoet volledig aan de criteria en blijft in de aangevraagde subsidie categorie.
Score 5–6 = Goed = Open voor feedback – het project is waardevol, maar kan inhoudelijk of organisatorisch versterkt worden.
Score 3–4 = Matig = Één categorie lager – het project wordt gesteund, maar in een lagere subsidiecategorie toegekend.
Score 0–2 = Onvoldoende = Afgewezen – project voldoet niet aan de basiscriteria voor kwaliteit of vernieuwing, er wordt geen subsidie toegekend.
Artikel 7 – Rapportage en controle
Na afloop van het project dient de aanvrager volgende documenten in:
-een inhoudelijk eindverslag
-een financiële verantwoording
-enkele foto’s van het project
De stad kan controles uitvoeren en bijkomende informatie opvragen. Bij foutieve of misleidende informatie kan de subsidie worden teruggevorderd of het kan leiden tot uitsluiting van toekomstige subsidies.
Artikel 8 – Beschikbare middelen
Subsidies worden toegekend binnen de kredieten die jaarlijks worden voorzien in de begroting van Lokaal Bestuur Geraardsbergen.
Artikel 9 – Betwisting
Betwistingen worden behandeld door het College van Burgemeester en Schepenen na advies van de Cultuurraad.
Artikel 10 – Inwerkingtreding
Dit reglement treedt in werking op 1 februari 2026 en geldt tot en met 31 december 2031.
Gelet op het reglement voor de toekenning van basis- en werkingssubsidies voor socio-culturele verenigingen aangesloten bij de Cultuurraad, goedgekeurd door de gemeenteraad op 15 december 2020;
Overwegende dat het reglement afliep op 31 december 2024;
Overwegende dat het wenselijk en noodzakelijk is om de continuïteit van de ondersteuning van culturele verenigingen te waarborgen;
Overwegende dat een nieuw reglement vereist is teneinde de werkingssubsidies 2025 te kunnen uitbetalen in 2026;
Overwegende dat dit reglement van toepassing blijft tot 31 augustus 2026 om ook de werkingssubsidies voor de periode 01 januari 2026 tot 31 augustus 2026 onder de vroegere voorwaarden te kunnen uitbetalen;
Overwegende dat de bepalingen en voorwaarden van het reglement ongewijzigd behouden blijven;
Gelet op artikel 40 van het decreet Lokaal Bestuur;
Overwegende dat de toekenning van de subsidies opgenomen werd in AR 64900000 EN BI 073900 van het MJP 2020-2025,
Artikel 1:
Het reglement voor de toekenning van basis- en werkingssubsidies voor socio-culturele verenigingen aangesloten bij de Cultuurraad goed te keuren, teneinde de werkingssubsidies voor het jaar 2025 te kunnen uitbetalen evenals de werkingssubsidies voor de periode 01 januari 2026 tot 31 augustus 2026.
Artikel 2:
Het nieuwe reglement voor de toekenning van basis- en projectsubsidies als volgt goed te keuren:
Artikel 1: MotiverÍng en periode
Na evaluatie van het reglement voor de verdeling van de basis- en activiteitensubsidies, wordt op aandringen van de Raad van Bestuur van de Cultuurraad het reglement vernieuwd. Uit de evaluatie bleek dat de aanvraag voor een activiteitensubsidie veel te ingewikkeld is - activiteiten moeilijk in een hokje te plaatsen - en veel bewijslast vraagt. Het nieuwe reglement moet eenvoudig en objectief toepasbaar zijn.
In dit reglement worden twee soorten subsidies verdeeld:
- de basissubsidie: is niet meer gelijk voor iedereen; er is een onderscheid tussen socio-culturele verenigingen en amateurkunstenverenigingen; de premie is een vast bedrag; wat overblijft van deze subsidiepot wordt verdeeld via de werkingssubsidie;
- de werkingssubsidie: vervangt de vroegere activiteitensubsidie; uitvoering via een puntensysteem, gebaseerd op het principe 'loon naar werken'; niet de activiteiten, maar de werking van een vereniging scoort.
De subsidies worden verleend binnen de perken van de kredieten die elk jaar in het meerjarenplan worden voorzien.
Artikel 2: BasissubsidÍe
Voorwaarden
- De vereniging is lid van de Cultuurraad Geraardsbergen.
- De vereniging is opgericht door uitsluitend privépersonen die geen beroeps- winst- of handelsdoeleinden hebben.
- Het bestuur van de vereniging bestaat uit minstens drie personen.
- De werking is hoofdzakelijk gericht op het Geraardsbergse gemeenschapsleven.
- Op regelmatige basis worden activiteiten voor de leden of een breed publiek georganiseerd die zich richten op ontspanning, vorming, informatie of kunstbeoefening in groepsverband.
- De vereniging ontvangt geen subsidie via een ander gemeentelijk reglement of nominatieve toelage, met uitzondering van het projectsubsidiereglement.
Budget
Het jaarlijks basissubsidiebedrag is afhankelijk van de categorie waaronder de vereniging ressorteert en kan slechts eenmaal per jaar worden aangevraagd:
- socio-culturele vereniging: 100 euro
- amateurkunsten: 200 euro
Artikel 3 : Werkingssubsidie
Budget
Naast de basissubsidie wordt ook eenmaal per jaar een werkingssubsidie toegekend aan de verenigingen aangesloten bij de Cultuurraad die een actieve werking kunnen aantonen. De subsidiepot is het totaalbedrag dat overblijft na aftrek van de basissubsidie.
Puntenverdeling
De financiële waarde van één punt, uitgedrukt in euro, verschilt van jaar tot jaar en is afhankelijk van het aantal aanvaarde prestaties en het nog beschikbare krediet na aftrek van de basissubsidie.
1. aanwezigheid op Algemene Vergaderingen, fysiek of online
5 punten per vergadering
2. communiceren met leden - voorbeelden: nieuwsbrief, ledenblad, website, ...
10 punten indien het regelmatig gebeurt
3. actief op sociale media en invoeren activiteiten in de UiT-databank én deze berichten/evenementen delen op de FB-pagina/website van de Cultuurraad - voorbeelden: FB, Instagram, Twitter, ...
70 punten indien het regelmatig gebeurt
4. deelnemen aan activiteiten georganiseerd door de Cultuurraad of de Stad - voorbeelden : Cultuurprijs, Vlaanderen Feestviering, ....
5 punten per activiteit met een max. van 75 punten
5. meewerken/aansluiten bij een werkgroep van de Cultuurraad
5 punten per werkgroep, met een max. van 70 punten
6. goede samenwerking met andere verenigingen - voorbeelden: samen een activiteit opzetten, afstemmen met andere verenigingen over de planning, ...
5 punten per activiteit, met een max. van 10 punten
7. bereiken van doelgroepen - voorbeelden zijn toepassen van vrijetijdstarief of opstarten van een jeugdwerking
5 punten per activiteit, met een maximum van 70 punten
8. volgen van vorming voor professionalisering van de vereniging of uitbreiding/ verbetering van het aanbod - voorbeelden lesgever, dirigent, regisseur, efficiënt vergaderen ...
5 punten per activiteit, met een max. van 20 punten
9. ontsluiten, beheren, promoten van het erfgoed - voorbeelden: alternatieve plekken zowel binnen als buiten, meewerkeR aan een erfgoedactiviteit zoals Open Monumentendag, Erfgoeddag, Krakelingenfeest, Processie van Plaisance, promoten van Geraardsbergen en zijn erfgoed buiten de stadsgrenzen ...
5 punten met een max. van 15 punten
10. Meedoen aan wedstrijden
5 punten met een max. aan 75 punten Deze puntenverdeling kan bij evaluatie aangepast worden of variëren.
Artikel 4:
Procedure van aanvraag De aanvrager vraagt de basis- en werkingssubsidie aan via een aanvraagformulier vóór 1 maart. Dit kan online of via e-mail. Laattijdige aanvragen worden niet behandeld, tenzij overmacht kan worden bewezen.
De aanvraag omvat een kort werkingsverslag van het voorbije kalenderjaar. Bij twijfel of onduidelijkheid kunnen bewijsstukken opgevraagd worden.
De aanvraag voor werkingssubsidie wordt toegevoegd in het aanvraagdossier voor de basissubsidie.
Het dossier wordt voorbereid door de Cultuurdienst, waarna het voor advies wordt voorgelegd aan de Raad van Bestuur van de Cultuurraad. Het college van burgemeester en schepenen beslist. Verenigingen met een passieve werking komen niet in aanmerking voor betoelaging.
Artikel 5: Betaling
De basis- en werkingssubsidie wordt uitbetaald wanneer de erkende vereniging voldoet aan alle voorwaarden en na de berekening van het aantal punten voor de toekenning van de werkingssubsidie. Dit gebeurt uiterlijk op 31 meÍ van het jaar volgend op het voorbije werkjaar. De Cultuurdienst brengt de vereniging hiervan op de hoogte via e-mail. Artikel 6: Betwisting
Het college van burgemeester en schepenen behandelt alle betwistingen. Het college van burgemeester en schepenen kan het uitgekeerde bedrag terugvorderen en de aanvrager uitsluiten voor verdere subsidiëring in de volgende gevallen:
- indien de aanvrager onjuiste gegevens gebruikt heeft voor het verkrijgen van de subsidie - indien de aanvrager de subsidie niet aangewend heeft voor het doel waarvoor zij werd toegekend
- indien de aanvrager de verplichte verantwoording niet verstrekt heeft.
Artikel 7: Bekendmaking aan toezichthoudende overheid
Dit reglement wordt aan de toezichthoudende overheid overgemaakt. Het reglement wordt afgekondigd en bekendgemaakt overeenkomstig het decreet Lokaal Bestuur.
Artikel 3:
Een afschrift van dit besluit te bezorgen aan de Cultuurraad.
Gelet op de klacht ontvangen via het Agentschap Binnenlands Bestuur op 14 oktober 2025 het uitblijven van een antwoord van de stad over het inrichten van de Reepstraat als een fietsstraat;
Gelet op het gemotiveerde antwoord van het Lokaal Bestuur Geraardsbergen van 12 november 2025;
Gelet op de brief van 12 december 2025 van het Agentschap Binnenlands Bestuur met hun bevindingen;
Gelet op het decreet lokaal bestuur van 22 december 2017;
Enig artikel:
Kennis te nemen van de bevindingen van de gouverneur betreffende de klacht ingediend bij het Agentschap voor Binnenlands Bestuur houdende het uitblijven van een antwoord van de stad over het inrichten van de Reepstraat als een fietsstraat. Gezien de gemeente haar oprechte verontschuldigingen aanbood voor het gebrek aan transparante communicatie en gezien er in de brief van het Lokaal Bestuur Geraardsbergen d.d. 29/10/2025 inhoudelijk wordt ingegaan op de vragen rond de verkeersveiligheid en het inrichten van de Reepstraat als fietsstraat, treedt de gouverneur niet op in dit dossier.
Gelet op de klacht ontvangen via het Agentschap Binnenlands Bestuur op 21 oktober 2025 houdende wijze kennisgeving gemeenteraad + naam klager vermelden tijdens zitting. ;
Gelet op het gemotiveerde antwoord van het Lokaal Bestuur Geraardsbergen van 12 november 2025;
Gelet op de brief van 19 december 2025 van het Agentschap Binnenlands Bestuur met hun bevindingen;
Gelet op het decreet lokaal bestuur van 22 december 2017;
Enig artikel:
Kennis te nemen van de bevindingen van de gouverneur betreffende de klacht ingediend bij het Agentschap voor Binnenlands Bestuur houdende wijze kennisgeving gemeenteraad + naam klager vermelden tijdens zitting. De gouverneur treedt niet op in dit dossier aangezien het punt correct werd opgenomen in de notulen en de voorzitter het raadslid terecht heeft gewezen over het vermelden van de naam van klager.
Gelet op de klacht ontvangen via het Agentschap Binnenlands Bestuur op 30 oktober 2025 over niet-naleving van het huishoudelijk reglement bij de gemeenteraad van 30 september 2025 met betrekking tot de oproeping voor de hybride vergadering van de gemeenteraad van 30 september 2025 en verzoek tot vernietiging van de genomen beslissingen;
Gelet op het gemotiveerde antwoord van het Lokaal Bestuur Geraardsbergen van 25 november 2025;
Gelet op de brief van 23 december 2025 van het Agentschap Binnenlands Bestuur met hun bevindingen;
Gelet op het decreet lokaal bestuur van 22 december 2017;
Enig artikel:
Kennis te nemen van de bevindingen van de gouverneur betreffende de klacht ingediend bij het Agentschap Binnenlands Bestuur over niet-naleving van het huishoudelijk reglement bij de gemeenteraad van 30 september 2025 met betrekking tot de oproeping voor de hybride vergadering van de gemeenteraad van 30 september 2025 en verzoek tot vernietiging van de genomen beslissingen. De gouverneur deelt mee dat op grond van het beginsel ‘patere legem quam ipse fecisti’ de gemeenteraad verplicht is zijn huishoudelijk reglement na te leven. Als de gemeenteraad hybride wenst te vergaderen, dan moet dit volgens artikel 39 van het huishoudelijk reglement reeds in de oproeping worden aangegeven. Luidens deze bepaling moet in de oproeping immers duidelijk worden vermeld dat het om een hybride vergadering gaat, wat de link is met de digitale toegang tot de hybride vergadering en welke raadsleden digitale toegang hebben. De gouverneur acht het echter niet opportuun noch wenselijk om de betrokken besluiten van de gemeenteraad van 30 september 2025 te vernietigen. De raadsleden werden tijdig en correct opgeroepen, de rechten van de raadsleden zijn niet geschonden en de besluitvorming werd niet beïnvloed door het hybride karakter van de vergadering. Slechts één schepen nam digitaal deel zonder doorslaggevende stem of noemenswaardige tussenkomsten, terwijl de overgrote meerderheid van de raadsleden geen bezwaar uitte en fysiek aanwezig was.
Enig artikel:
De notulen van de gemeenteraad van 16 december 2025 zijn goedgekeurd mits aanpassing van agendapunt Vaststellen van het kaderreglement voor de erkenning en de werkingssubsidies van verenigingen in Geraardsbergen.
Aanpassingen bij financieel kader:
De zin ‘Overwegende dat voor het overgangsjaar 2025 de culturele verenigingen voor de periode 1 januari tot en met 31 augustus nog gesubsidieerd zullen worden volgens de criteria van het oude subsidiereglement, omdat hierbij steeds werd gewerkt met kalenderjaren in plaats van werkjaren (verschillend met de subsidies van Jeugd en Sport);’ werd gewijzigd naar ‘Overwegende dat voor het overgangsjaar 2026 de culturele verenigingen voor de periode 1 januari tot en met 31 augustus nog gesubsidieerd zullen worden volgens de criteria van het oude subsidiereglement, omdat hierbij steeds werd gewerkt met kalenderjaren in plaats van werkjaren (verschillend met de subsidies van Jeugd en Sport);’
Aanpassingen bij besluit:
Artikel 20: Geldigheidsduur reglement
‘Startdatum inwerkingtreding 2/07/2026
Einddatum inwerkingtreding 31/12/2030’
werd gewijzigd naar:
‘Startdatum inwerkingtreding 2/07/2026
Einddatum inwerkingtreding 31/12/2031’
De voorzitter sluit de zitting op 27/01/2026 om 23:09.
Namens Gemeenteraad,
Veerle Alaert
Algemeen Directeur
Jimmy Colman Villamayor
Voorzitter gemeenteraad