Gelet op de rechtspositieregeling voor het personeel van het lokaal bestuur, vastgesteld door het college van burgemeester en schepenen op 29 december 2025 en verdere wijzigingen;
Overwegende dat er aanpassingen noodzakelijk waren teneinde bepaalde bepalingen te verduidelijken en waar nodig uitgebreider te formuleren;
Overwegende dat de rechtspositieregeling dient vastgesteld te worden door het college van burgemeester en schepenen;
Gelet op het protocol van 26 maart en van 01 juli 2026 van de onderhandelingen gevoerd in het bijzonder onderhandelingscomité van 26 maart en van 01 juli 2026;
Gelet op het decreet lokaal bestuur van 22 december 2017, met latere wijzigingen;
Gelet op het Besluit Vlaamse Regering rechtspositieregeling van 20 januari 2023 en latere wijzigingen,
Artikel 1
Stelt voor om volgende wijzigingen door te voeren aan de rechtspositieregeling:
Voor de volgende functies is een rijbewijs verplicht:
- Chauffeur – rijbewijs CE
- Maatschappelijk werker – rijbewijs B
Paragraaf 3
Voor de berekening van het vakantiegeld komt de periode vanaf 1 januari van het referentiejaar tot de dag die voorafgaat aan de datum van de indiensttreding als medewerker eveneens in aanmerking, op voorwaarde dat de medewerker: 1) minder dan 25 jaar oud is op het einde van het referentiejaar; 2) uiterlijk in dienst is getreden op de laatste werkdag van de vierde maand die volgt op één van de onderstaande data: a) de datum waarop de medewerker de instelling heeft verlaten waar het zijn studies heeft gedaan, onder de voorwaarden, bepaald in artikel 62 van de gecoördineerde wetten betreffende de kinderbijslag voor loonarbeiders; b) de datum waarop zijn leerovereenkomst een einde heeft genomen. De medewerker moet het bewijs leveren dat het aan alle voorwaarden voldoet. Dat bewijs kan door alle rechtsmiddelen worden geleverd.
Artikel 209
Paragraaf 1
Als een medewerker overlijdt, wordt aan de persoon of personen die kosten voor de begrafenis hebben gedragen, een begrafenisvergoeding toegekend.
Paragraaf 2
De begrafenisvergoeding stemt overeen met de werkelijke kosten, maar mag niet meer bedragen dan een twaalfde van het bedrag, vastgesteld met toepassing van artikel 39, eerste, derde en vierde lid, van de Arbeidsongevallenwet van 10 april 1971.
De vergoeding wordt in voorkomend geval verminderd met het bedrag van een vergoeding die krachtens andere wettelijke of reglementaire bepalingen wordt toegekend.
Onbezoldigd verlof als recht
1. Twaalf maanden voltijdse onderbreking gedurende de loopbaan te nemen in periodes van minimaal een maand – bijkomend vanaf de leeftijd van 55 jaar, twaalf maanden voltijdse onderbreking te nemen in periodes van minimaal een maand;
2. 60 maanden vermindering van arbeidsprestaties tot 80% of 50% van een voltijdse betrekking te nemen in periodes van minimaal drie maanden en vanaf de leeftijd van 55 jaar onbeperkte mogelijkheid tot volledige onderbreking of verminderen van arbeidsprestaties tot 80% of 50% van een voltijdse betrekking.
Artikel 2:
De wijzigingen aan de rechtspositieregeling treden in voege op 8 september 2026.
Artikel 3:
In toepassing van artikel 286 van het decreet lokaal bestuur, zal deze beslissing bekendgemaakt worden via de webtoepassing van het lokaal bestuur.
De rechtspositieregeling zal tevens bekend gemaakt worden aan de medewerkers via infosessies en via het intranet.