Overwegende dat het Lokaal Bestuur retributies heft binnen hun bevoegdheid om het gemeentelijk belang te regelen;
Overwegende dat de Raad voor maatschappelijk welzijn beslist over de machtiging tot de heffing van retributies en de voorwaarden ervan; dat dit volgens artikel 78 van het decreet lokaal bestuur niet kan worden gedelegeerd aan het Vast Bureau;
Overwegende dat dit onder meer inhoudt dat de Raad voor maatschappelijk welzijn moet bepalen wie de retributie verschuldigd is, voor zover dit niet als vanzelfsprekend volgt uit de aard van de retributie;
Overwegende dat de Raad voor maatschappelijk welzijn ook de voorwaarden moet bepalen, inclusief de verminderingen en vrijstellingen die eventueel worden toegekend;
Overwegende dat de Raad voor maatschappelijk welzijn wel de vaststelling van het tarief en de inningswijze aan het Vast Bureau kan delegeren;
Overwegende dat occasionele activiteiten éénmalig als activiteit of als een reeks van activiteiten georganiseerd worden en waarvan de prijsbepalende factoren steeds apart dienen bekeken en beslist te worden;
Overwegende dat, om een vlotte werking mogelijk te maken, het aangewezen is om deze bevoegdheid tot het vaststellen van het tarief en de wijze van inning te delegeren aan het Vast Bureau voor de retributies die afhankelijk zijn van veranderende omstandigheden waarop moet kunnen ingespeeld worden;
Overwegende dat dergelijke delegatie wenselijk lijkt met betrekking tot het vaststellen van retributies voor het organiseren van occasionele activiteiten door Huis van het Kind, Wijkcentrum De poort, het lokaal dienstencentrum en de woonzorgcentra;
Overwegende dat in al deze gevallen ook grote duidelijkheid is over wie de retributies verschuldigd is, namelijk de gebruiker van de dienstverlening;
Overwegende dat deze delegatie de dagelijkse werking vereenvoudigt;
Gelet op artikel 78 van het decreet Lokaal bestuur van 22 december 2017;
Gelet op artikel 177 van het decreet Lokaal Bestuur inzake invordering van fiscale en niet-fiscale ontvangsten;
Gelet op het budget opgenomen in het meerjarenplan 2026-2031 AR: 70070003-Inkomsten uit activiteiten Huis van het Kind – BI: 094400-Huis van het Kind;
Gelet op het budget opgenomen in het meerjarenplan 2026-2031 AR: 70688888-Inkomsten evenementen en organisaties – BI: 090902-Wijkcentrum De Poort;
Gelet op het budget opgenomen in het meerjarenplan 2026-2031 AR: 70090003-Inkomsten uit dienstverlening ouderenzorg – BI: 095100-Dienstencentra – BI: 095301-WZC Denderoord – BI: 095302-WZC De Populier;
Artikel 1:
De Raad voor maatschappelijk welzijn geeft vanaf de inwerkingtreding van dit reglement machtiging aan het Vast Bureau tot het vaststellen van de tarieven van retributies en het bepalen van de inningswijze voor het organiseren van occasionele activiteiten door:
Artikel 2:
De machtiging aan het Vast Bureau houdt eveneens de bevoegdheid in tot wijziging van bestaande retributiereglementen met betrekking tot de in artikel 1 vermelde materies.
Artikel 3:
Alle retributies zijn onverdeelbaar verschuldigd en dienen op het ogenblik van de aanvraag te worden betaald of na toezending van een factuur.
Artikel 4:
Bij gebrek aan betaling, wordt de retributie ingevorderd overeenkomstig de bepalingen in artikel 177, 2° van het decreet Lokaal Bestuur.
Gelet op de activering van leefloongerechtigden waarop de sociale dienst en specifiek de dienst activering zich sterk inzet;
Gelet op de beperking van de werkloosheid in de tijd die in voege ging op 1 januari 2026;
Overwegende dat er een hogere instroom van leefloonaanvragen te verwachten is naar aanleiding van de beperking van de werkloosheid in de tijd;
Overwegende dat de acties in het meerjarenplan met betrekking tot activering stellen dat er meer dient ingezet te worden op het wegwerken van drempels die tewerkstelling verhinderen en meer doorstroom van leefloongerechtigden naar de arbeidsmarkt dient te worden bewerkstelligd;
Gelet op de gesprekken met Groep Intro;
Overwegende dat zij in hun organisatie de mogelijkheid van werkcheques voorzien waarbij je de leefloongerechtigde snel toegang kan verlenen tot een traject naar werk;
Overwegende dat de aangeboden trajecten binnen de werkcheques van Groep Intro aanvullend en versterkend kunnen werken op het huidige activeringsaanbod en volgende vormen omvatten: intensieve bemiddeling naar werk, arbeidsgerichte screening en korte competentieversterkende opleidingen.
Gelet op het ontwerp van dienstverleningsovereenkomst in bijlage.
Gelet op het meerjarenplan 2026-2031 en de specifieke acties inzake werk binnen de doelstellingen 'iedereen mee' en 'ondernemend Geraardsbergen'.
Gelet op BI 090400 - AR 61399999 en het gekoppelde beschikbaar budget waarmee de werkcheques kunnen worden bekostigd.
Enig artikel:
De dienstverleningsovereenkomst met Groep intro in functie van het gebruik van werkcheques voor het aanbieden van specifieke trajecten naar werk voor leefloongerechtigden goed te keuren.
Gelet op de vermindering van de erkende capaciteit met 11 woongelegenheden met ingang van 1 mei 2023 van woonzorgcentrum (WZC) Denderoord;
Gelet op de vermindering van de erkende capaciteit met 20 woongelegenheden met ingang van 1 oktober 2025 van WZC Denderoord;
Overwegende dat wegens de afbouw van bedden er in WZC Denderoord een hoeveelheid niet gebruikt en verouderd meubilair (bedden, kleerkasten) aanwezig is;
Overwegende de jarenlange samenwerking met het Atheneum Geraardsbergen op het vlak van stagiairs, die later mogelijk als werknemer in de instelling instromen;
Overwegende de aanzienlijke toename van het aantal studenten in de richting Zorg in het schooljaar 2025-2026 en de nood aan bijkomend materiaal voor praktijklessen in het Atheneum Geraardsbergen, Papiermolenstraat 103, 9500 Geraardsbergen;
Gelet de bepalingen van het decreet Lokaal Bestuur van 22 december 2017;
Enig artikel:
De schenking van drie stuks oud bedmeubilair van WCZ Denderoord toe te staan als praktijkmateriaal aan het Atheneum Geraardsbergen.
Overwegende dat de Vlaamse overheid het indexatiemechanisme voor de woonzorgcentra, centrum voor dagverzorging en groep van assistentiewoningen gewijzigd heeft;
Overwegende dat het woonzorgcentrum, centrum voor kortverblijf, groep van assistentiewoningen en centrum voor dagverzorging de kans krijgt om telkens als de spilindex wordt overschreden de dagprijs aan te passen;
Overwegende dat hiervoor een indexatieformulier ter beschikking wordt gesteld in het eLoket van de Vlaamse overheid;
Overwegende dat de voorziening gedurende 30 dagen de tijd heeft, met ingang van 1 januari 2026, om dit dossier in te dienen;
Overwegende dat de bewoners, voorafgaand aan de effectieve toepassing van de geïndexeerde dagprijzen geïnformeerd moeten zijn van deze nieuwe prijzen;
Overwegende dat de spilindex eind december 2025 overschreden is;
Overwegende dat de indexatie ten vroegste kan toegepast worden vanaf 1 maart 2026, mits het dossier al vooraf is ingediend én de bewoners voorafgaand zijn geïnformeerd en ten laatste vanaf 1 juni 2026;
Overwegende dat het informeren van de bewoners kan gebeuren na beslissing door de raad voor maatschappelijk welzijn en dus met de verzending van de verblijfsfacturatie van de maand februari (in de loop van maart 2026);
Overwegende dat de de indexatie van de dagprijzen door deze verplichtingen kan ingaan vanaf 1 maart 2026;
Gelet op de omzendbrief TFO/2024/14;
Gelet op het Besluit van de Vlaamse Regering van 21 juni 2024 tot wijziging van het ministerieel besluit van 12 augustus 2005 houdende bijzondere bepalingen inzake prijzen voor de sector van de instellingen voor bejaardenopvang, wat betreft prijsindexeringen;
Gelet op de omzendbrief van het Departement Zorg van 5 januari 2026;
De toepassing van de indexatie met prijsaanpassing van 2% levert, op jaarbasis, volgende geraamde meeropbrengst op (ter compensatie van de gestegen kosten die niet inbegrepen zijn in de VSB-tegemoetkoming).
Artikel 1: De geïndexeerde dagprijzen in woonzorgcentrum en centrum voor kortverblijf De Populier als volgt goed te keuren:
| 01/04/2025 | stijging | prijs 1/03/26 | |
| K1, buiten G'bergen | € 86,26 | € 1,73 | € 87,99 |
| K1, binnen G'bergen | € 73,35 | € 1,47 | € 74,82 |
Artikel 2: De geïndexeerde dagprijzen in woonzorgcentrum Denderoord als volgt goed te keuren:
| Denderoord: buiten Geraardsbergen | ||||
| 01/04/2025 | stijging | 01/03/2026 | ||
| K1 met toilet | € 73,52 | € 1,47 | € 74,99 | |
| meerpersoonskamer | € 62,87 | € 1,26 | € 64,13 | |
| echtpaar | € 106,68 | € 2,13 | € 108,82 | |
| Denderoord: inwoners Geraardsbergen | ||||
| 01/09/2024 | stijging | 01/09/2024 | ||
| K1 met toilet | € 66,84 | € 1,34 | € 68,18 | |
| meerpersoonskamer | € 56,17 | € 1,12 | € 57,29 | |
| echtpaar opname vanaf 1/02/09 |
€ 97,04 | € 1,94 | € 98,98 | |
Artikel 3: De geïndexeerde dagprijzen voor groep van assistentiewoningen De Maretak als volgt goed te keuren:
| 01/04/2025 | prijsimpact | 01/03/2026 | ||
| index | 2,00% | |||
| flats B | € 23,01 | € 0,46 | € 23,47 | |
| flats B - nieuwe opnames vanaf 1/9/19 | € 24,86 | € 0,50 | € 25,36 | |
| B-flat type vanaf 1/06/2013 - opnames vanaf 1/9/19 | € 36,05 | € 0,72 | € 36,77 | |
| flats A (uiterlijk tot opname 31/12/09) | € 28,44 | € 0,57 | € 29,01 | |
| flats A (vanaf opname 1/01/10) | € 30,61 | € 0,61 | € 31,22 | |
Artikel 4: De geïndexeerde dagprijzen voor centrum voor dagverzorging Denderoever als volgt goed te keuren:
| 01/04/2025 | stijging | 01/03/2026 | |
| volledige dag inwoner | 26,86 € | € 0,54 | € 27,40 |
| volledige dag niet-inwoner | 30,53 € | € 0,61 | € 31,14 |
| halve dag inwoner | 18,32 € | € 0,37 | € 18,69 |
| halve dag niet-inwoner | 20,76 € | € 0,42 | € 21,18 |
Artikel 5: de geïndexeerde prijzen toe te passen vanaf 1 maart 2026.
Gelet op de klacht ontvangen via het Agentschap Binnenlands Bestuur op 30 oktober 2025 over niet-naleving van het huishoudelijk reglement bij de gemeenteraad van 30 september 2025 met betrekking tot de oproeping voor de hybride vergadering van de OCMW-raad van 30 september 2025 en verzoek tot vernietiging van de genomen beslissingen;
Gelet op het gemotiveerde antwoord van het Lokaal Bestuur Geraardsbergen van 25 november 2025;
Gelet op de brief van 23 december 2025 van het Agentschap Binnenlands Bestuur met hun bevindingen;
Gelet op het decreet lokaal bestuur van 22 december 2017;
Enig artikel:
Kennis te nemen van de bevindingen van de gouverneur betreffende de klacht ingediend bij het Agentschap Binnenlands Bestuur over niet-naleving van het huishoudelijk reglement bij de OCMW-raad van 30 september 2025 met betrekking tot de oproeping voor de hybride vergadering van de OCMW-raad van 30 september 2025 en verzoek tot vernietiging van de genomen beslissingen. De gouverneur deelt mee dat op grond van het beginsel ‘patere legem quam ipse fecisti’ de OCMW-raad verplicht is zijn huishoudelijk reglement na te leven. Als de OCMW-raad hybride wenst te vergaderen, dan moet dit volgens artikel 39 van het huishoudelijk reglement reeds in de oproeping worden aangegeven. Luidens deze bepaling moet in de oproeping immers duidelijk worden vermeld dat het om een hybride vergadering gaat, wat de link is met de digitale toegang tot de hybride vergadering en welke raadsleden digitale toegang hebben. De gouverneur acht het echter niet opportuun noch wenselijk om de betrokken besluiten van de OCMW-raad van 30 september 2025 te vernietigen. De raadsleden werden tijdig en correct opgeroepen, de rechten van de raadsleden zijn niet geschonden en de besluitvorming werd niet beïnvloed door het hybride karakter van de vergadering. Slechts één schepen nam digitaal deel zonder doorslaggevende stem of noemenswaardige tussenkomsten, terwijl de overgrote meerderheid van de raadsleden geen bezwaar uitte en fysiek aanwezig was.
Gelet op het eindrapport van een expertengroep van 17-12-2025 over de hervorming van het ziekenhuislandschap, in opdracht van de interministeriële conferentie volksgezondheid;
Gelet op de 12 aanbevelingen die hierin worden geuit;
Overwegende dat dit rapport zal worden voorgelegd aan verschillende adviesorganen, die hun advies moeten formuleren;
Overwegende dat de federale regering hierna de krachtlijnen van de hervorming van het ziekenhuislandschap zal bepalen;
Gelet op de grote onzekerheid over de aard van het ziekenhuis in Geraardsbergen;
Overwegende dat een hervorming van het ziekenhuislandschap op zich kan bijdragen aan een kwaliteitsvolle, toegankelijke, betaalbare en toekomstgerichte zorg, zeker in een context van vergrijzing en snelle medische innovatie, maar dat het wenselijk is dat ons bestuur, net als vele andere lokale besturen, zo snel mogelijk duidelijkheid krijgt over deze hervorming;
Overwegende dat echte kwaliteit van zorg ook nabijheid, continuïteit en menselijkheid betekent.
Dat nabije zorg cruciaal is, zowel voor patiënten, hun familie als voor zorgverleners;
Overwegende dat het zuiden van de Denderstreek een socio-economisch kwetsbaar profiel heeft, wat zijn effecten heeft op de mobiliteitsarmoede van de bevolking, waardoor (te) verre verplaatsingen voor zorg niet wenselijk zijn en ingaat tegen het streven naar toegankelijke gezondheidszorg.
Dat kwetsbare patiënten binnen élk zorgtraject dezelfde slaagkansen moeten behouden in het bijzonder ouderen die begeleiding nodig hebben bij verplaatsingen, voor kinderen die afhankelijk zijn van (werkende) ouders, en voor patiënten voor wie de kosten van trein, bus of auto een reële drempel vormen;
Overwegende het gegeven dat onze bevolking niet alleen veel oudere burgers telt, maar ook een grote groep kwetsbare personen, waar socio-culturele motieven met zich meebrengen dat zij vaak gebruik maken van ons ziekenhuis om eerstelijnszorg te krijgen;
Gelet op het structurele huisartsentekort in de regio Geraardsbergen;
Gelet op het feit dat Geraardsbergen vandaag beschikt over slechts 24 huisartsen (waarvan 2 ouder zijn dan 80 jaar) voor ongeveer 35.000 inwoners, wat neerkomt op één huisarts per circa 1.450 inwoners, hetgeen een aanzienlijk lager aantal is het Vlaamse gemiddelde van ongeveer één huisarts per 640 inwoners;
Gelet op het feit dat het lokaal bestuur om deze reden reeds het initiatief nam tot de oprichting van Dokter9500, om de toegankelijkheid van eerstelijnszorg voor inwoners zonder vaste huisarts te vrijwaren en dat er op twee maanden tijd 120 consultaties plaats vonden en 86 unieke patiënten zonder huisarts zich aandienden.
Overwegende dat een verdere afbouw of sluiting van de spoeddiensten in het ziekenhuis van Geraardsbergen zou leiden tot een verhoogde druk op een reeds onderbezette huisartsenwerking waarbij patiënten de dringende zorg niet meer gegarandeerd blijven.
Overwegende dat in een context van huisartsenschaarste een spoeddienst die in toenemende mate moet rekenen op de aanwezigheid of tussenkomst van een huisartsenpost, de toegankelijkheid en veiligheid van dringende zorg in het gedrang kan brengen;
Overwegende dat dit risico bijzonder groot is voor kwetsbare groepen, waaronder ouderen, gezinnen met jonge kinderen en personen met beperkte mobiliteit of zorgnetwerken;
Overwegende dat nabijheid van spoedzorg een cruciale factor is voor patiëntveiligheid, responstijd en zorgkwaliteit, zeker in een meer landelijk gespreide regio zoals de onze;
Gelet op de geografisch belangrijke ligging van de campus Geraardsbergen (spoeddienst met reikwijdte van meer dan 100.000 inwoners);
Overwegende dat het ziekenhuis in Geraardsbergen een belangrijke medische entiteit is voor de brede regio, niet in het minst voor patiënten uit Wallonië (noorden van Henegouwen) en ongeveer 10% van het aantal opnames grote poort zijn patiënten uit het Waals gewest.
Dat op de spoeddiensten van de Campus Geraardsbergen in 2025 meer dan 4000 patiënten werden behandeld, waarvan een groot deel binnen een half uur geen acute zorgverleningspost kan bereiken.
Gelet op de grote werkgelegenheid die campus Geraardsbergen biedt in de Denderstreek;
Gelet op de fusie die gebeurde binnen AZORG, waardoor ons ziekenhuis Campus Geraardsbergen grote investeringen deed en de laatste jaren al een aantal transformaties onderging in de zin van de adviezen van het KCE, waardoor stabiliteit wenselijk is en verdere afbouw van de dienstverlening uit den boze is;
Gelet de bepalingen van het decreet Lokaal Bestuur van 22 december 2017;
Huishoudelijk reglement van de OCMW-raad;
Artikel 1:
De OCMW-raad wil dat het ziekenhuis in Geraardsbergen een volwaardig acuut ziekenhuis blijft dat instaat voor niet planbare zorg en in ieder geval met behoud van spoedafdeling en MUG.
Artikel 2:
De OCMW-raad verzoekt de Federale en Vlaamse overheid om bij de beslissingen rond de hervorming van het ziekenhuislandschap en de spoeddiensten rekening te houden met de geografische ligging, aantal inwoners die er worden bediend, aard en kenmerken van de zorgpopulatie, nabijheid van zorg en geen zorgwoestijnen te laten ontstaan in landelijke gebieden.
Artikel 3:
De motie wordt bezorgd aan de ons omliggende steden en gemeenten met het verzoek deze motie ook voor te leggen aan hun respectievelijke raden.
Artikel 4:
De motie wordt bezorgd aan de bevoegde Federale en Vlaamse ministers.
Gelet op het meerjarenplan 2026-2031 van Stad en OCMW Geraardsbergen, waarin op pagina 73 expliciet een jaarlijkse en stijgende werkingstoelage wordt voorzien voor het Algemeen Stedelijk Ziekenhuis, oplopend van € 513.878 in 2026 tot € 949.961 in 2031;
Overwegende dat deze structurele financiële ondersteuning een duidelijk engagement van de stad inhoudt ten aanzien van het behoud van ziekenhuiszorg en tewerkstelling op haar grondgebied;
Gelet op de aanhoudende onzekerheid over de toekomst van de ziekenhuiscampus Geraardsbergen en het reële risico op afbouw tot louter dagklinische activiteit, zonder garanties inzake personeel, consultaties of infrastructuur;
Gelet op de publieke verklaringen van AZORG dat “de bal in het kamp van de politiek ligt”, waardoor de OCMW-raad niet alleen het recht maar ook de plicht heeft om richting en voorwaarden vast te leggen;
Overwegende dat publieke middelen niet vrijblijvend kunnen worden toegekend, maar onlosmakelijk gekoppeld moeten zijn aan afdwingbare tegenprestaties op het vlak van zorgaanbod, tewerkstelling en toegankelijkheid;
Overwegende dat de nabijheid van zorg, voldoende consultatiemogelijkheden en een volwaardige diagnostiek (waaronder MRI) een basisrecht voor de bevolking van Geraardsbergen en de ruime regio;
Overwegende dat het ontoelaatbaar is dat onze stad, partner in Azorg, vaststelt dat de inwoners van onze stad enkel de nadelen van afbouw ervaren, en dit ten voordele van de inwoners van Aalst, alwaar het fusieziekenhuis gevestigd is;
Gelet de bepalingen van het decreet Lokaal Bestuur van 22 december 2017;
Huishoudelijk reglement van de OCMW-raad;
Artikel 1: Onvoorwaardelijk behoud van werkgelegenheid
De OCMW-raad eist dat de huidige werkgelegenheid op de ziekenhuiscampus Geraardsbergen maximaal behouden blijft.
Elke vorm van personeelsafbouw, functieverlies of structurele verschuiving die leidt tot jobverlies op de site is onaanvaardbaar.
Artikel 2: Uitbreiding van consultaties als minimumvoorwaarde
De OCMW-raad eist dat het aantal medische consultaties en poliklinische activiteiten op de campus Geraardsbergen niet alleen behouden, maar uitgebreid wordt, met concrete groeidoelstellingen per specialisme.
Een evolutie richting louter “basiszorg” of “doorverwijsfunctie” wordt expliciet verworpen.
Artikel 3: Realisatie van bijkomende capaciteit voor technische onderzoeken
De OCMW-raad eist dat eindelijk effectief werk wordt gemaakt van eerder gemaakte beloftes, zoals de installatie en de ingebruikname van een MRI-toestel op de campus Geraardsbergen, met een concreet investeringsbesluit, een uitvoeringsplanning en een operationele startdatum.
Artikel 4: Mandaat aan de vertegenwoordiger in de Raad van Bestuur
De OCMW-raad geeft een expliciet mandaat aan haar vertegenwoordig(s) in de Raad van Bestuur van Azorg om bovenstaande eisen onverkort te verdedigen.
De OCMW-raad gaat niet akkoord met elke beslissing, hervorming of reorganisatie die leidt tot afbouw van tewerkstelling, inperking van hospitalisaties en consultaties op de campus Geraardsbergen.
Enig artikel:
Kennis te nemen van de notulen van de OCMW-raad van 16 december 2025.
Namens Raad voor Maatschappelijk Welzijn,
Veerle Alaert
Algemeen Directeur
Jimmy Colman Villamayor
Voorzitter OCMW-raad